De Grenzen van het Kieskompas

Andre Krouwel, de man achter het kieskompas, klaagt dat de stemwijzer "kiezers voorliegt" over de standpunten van politieke partijen. Een van de grote voordelen van zijn stemwijzer is dat het KiesKompas heel transparant is over de standpunten van politieke partijen. Echter bij het interpreteren van de posities van politieke partijen in zijn KiesKompas is voorzichtigheid echter ook geboden.

Kieskompas
Bij het uitkomen van het KiesKompas was er veel aandacht van partijen en opiniemakers over de plaatsing van partijen in de politieke ruimte. Anja Meulenbelt spinde er druk op los: D66 was volgens haar maar een rechtse partij en ook GroenLinks was een aardig eind naar rechts verschoven, ten opzichte van de SP. De Dagelijkse Standaard vond dat de PVV relatief links staat in dit KiesKompas, dichtbij de traditionele linke partijen. Ook de Trouw berichtte uitgebreid over de posities van partijen in het landschap. Echter de ruimte waarin de partijen geplaatst zijn, is niet gebaseerd op de partijposities, waardoor uitspraken de posities met een grote korrel zout genomen moet worden.

Achter het KiesKompas zit een ruimtelijke theorie van partijcompetitie: kiezers kiezen de partij, die het dichtst bij hun staat in een politieke ruimte. De verschillen tussen partijen kan in ruimtelijke termen begrepen worden: sommige partijen en kiezers zijn links, sommige partijen en kiezers zijn rechts. Rechtse kiezers stemmen volgens deze theorie op rechtse partijen. In het geval van het KiesKompas wordt zo’n ruimte wordt opgebouwd uit verschillende stellingen waar partijen en kiezers in meer of mindere mate mee kunnen in stemmen. Het centrale idee achter deze vragen is dat deze met elkaar samen hangen. Je kan op basis van iemand’s antwoord op de ene vraag, het antwoord op een andere vraag voorspellen: iemand die voor hogere belastingen voor rijke mensen is, is waarschijnlijk ook voor inkomensafhankelijke kinderbijslag.

Een complicerende factor is dat de antwoorden op vragen van partijen en kiezers op verschillende manieren kunnen samenhangen. Dat betekent dat ruimte waarin partijen zich positioneren niet gelijk hoeft te zijn van de ruimte waarin kiezers zich positioneren. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dit inderdaad voor Nederland het geval is: kiezers en partijen positioneren zich in andere ruimtes. Dat zorgt ervoor dat er voor de makers van het KiesKompas een groot probleem is: in welke ruimte worden de kiezers en de partijen geplaatst? De partijenruimte of de kiezersruimte? De makers van het KiesKompas hebben er (waarschijnlijk) voor gekozen gebruik te maken van de kiezersruimte. Hun twee dimensionale model zegt dus (waarschijnlijk) met name iets over kiezers en mindere mate iets over partijen. De ruimte is dus deductief aan de partijen opgelegd.

Als we iets over de partijposities willen zeggen op basis van de data van het KiesKompas zullen we eerst moeten kijken of de verschillende stellingen wel consistente schalen vormen. Als dit niet het geval is, zijn de twee dimensies (links-rechts en conservatief-progressief) betekenisloos. Je moet er vanuit kunnen gaan dat als een partij voor, bijvoorbeeld, het hervormen van de studiefinanciering is, deze ook tegen het hervormen van de hypotheekrenteaftrek is. De antwoorden van de partijen op de verschillende stellingen moeten consistent zijn, anders is hun positie in de ruimte betekenisloos. Dat is de logica van schaling.

Er zijn bepaalde statistische technieken om de consistentie van antwoorden te onderzoeken, in dit geval is polychotome Mokken schaal analyse passend. Uit deze analyse blijkt het volgende:

  • De horizontale links/rechts dimensie vormt een middelmatige schaal. (H-waarde van .401 dat is echt met hakken over de sloot). Van de 17 stellingen zouden er 6 uit de schaal gegooid moeten worden. Met name de antwoorden van partijen op stellingen over de AOW, studiefinanciering, de WW en kilometerheffing hangen niet sterk samen met de antwoorden van partijen op andere stellingen. Dit zijn juist een aantal van de cruciale sociale hervormingen waar de verkiezingen over gaan. De verschillen tussen partijposities over het hervormen van de verzorgingsstaat lijkt niet in een simpel links/rechts model te vangen.
  • De verticale progressief/conservatief dimensie vormt een zwakke schaal. (H-waarde van .390, dat is net onder de grenswaarde). Van de 13 stellingen zouden er 7 (!) uit de schaal gegooid moeten worden. De antwoorden op de stelling van de gekozen burgemeester hangen het minst samen met de andere stellingen: deze zijn zelfs negatief gerelateerd aan de andere antwoorden (partijen die voor een direct gekozen burgemeester zijn, zijn bijvoorbeeld vaak tegen kernenergie). Maar ook de vragen over arbeidsmigratie, asiel, de toetreding van Turkije, en discriminatie hangen niet goed samen met de antwoorden op andere vragen. De verschillende onderwerpen die in de verticale dimensie zitten (milieu, integratie, religie, democratie) blijken niet goed samen te hangen met elkaar. Met name de stellingen over het integratie-vraagstuk, dat sinds de opkomst van Wilders hoog op de agenda staat, blijkt dus niet samen te hangen met de andere stellingen.

De politieke ruimte waarin partijen worden geplaatst hangt dus niet samen met de antwoorden die zij geven op de stellingen. Omdat er een schalingslogica onder de posities zit die partijen zijn toegekend, moeten we goed op passen: de partijen geven geen consistente antwoorden op de vragen, dat betekent dat erover hun positie een hoge mate van onzekerheid bestaat.

Betrouwbaarheid
Mijn collega Tom Louwerse heeft hier specifiek naar gekeken. Hij heeft een betrouwbaarheidsinterval berekend van de partijen. De berekening is gemaakt op basis van een bootstrapping procedure, waarbij er 1000 aselecte steekproeven getrokken worden van de stellingen. De onderliggende aanname is dat ook de makers van het KiesKompas hun stellingen hebben getrokken uit een grotere populatie van steekproeven en dat het voor de partijposities niet zou moeten uit maken welke steekproef je precies trekt. Op basis van de gemiddelde waarde en de spreiding van de schaalwaarden uit deze steekproeven kan je zien in hoeverre de positie van partijen zeker is. Je kan in de figuur hiernaast rond de gemiddelde positie van iedere partij zien een ellips zien. Deze ellipsen geven het gebied weer waar met 95%-zekerheid kunnen zeggen dat de partij daar staat, als men aanneemt dat de stellingen willekeurig zijn getrokken uit een groot aantal mogelijke stellingen. Bij de posities van kiezers geeft het KiesKompas wel onzekerheid aan, maar bij partijposities niet, dit figuur geeft dat wel aan. Je kan zien dat de posities van partijen erg onzeker zijn:

  • De positie van de PVV en Trots is erg onzeker. Dat geeft aan dat de PVV
    en Trots niet consistent in het model van het KiesKompas te vatten zijn. Dit verklaart ten dele de verbazing over de posities van deze partijen die soms links en soms rechts zijn, in termen van het KiesKompas,.
  • Maar ook de posities van partijen als het CDA en de ChristenUnie, zijn
    vrij onzeker. Dit zijn partijen die in het politieke centrum zitten,
    dat betekent dat je soms linksere en soms rechtsere posities in nemen.
    Maar ook op de culturele progressief/conservatief-as zijn de posities
    van deze partijen onzeker, omdat ze wel religieus zijn, maar dus niet
    consistent conservatief.
  • De positie van de SP is redelijk zeker en erg consistent. Maar op de links/rechts-as is de positie aanzienlijk consistenter dan op de progressief/conservatief as. Datzelfde geldt voor de VVD en de PvdA. Dat geeft aan dat partijen op deze progressief/conservatief as niet consistent antwoorden.

Bij het interpreteren van de partijposities moeten we dus erg voorzichtig zijn. Omdat de antwoorden van de partijen op de stellingen niet consistent zijn, zijn deze posities dus erg onzeker. De PVV kan even rechts uit komen als de PvdA, maar ook dicht in de buurt van de VVD, als we uit gaan van dit deductieve model dat aan de posities van partijen is opgelegd.

3dd12
We zullen dus naar een inductief model van de posities van partijen toe moeten. Op basis daarvan kunnen we veel meer zeggen over de relatieve plaatsing van partijen. In hoeverre lijken de posities van partijen op elkaar? Het figuur hiernaast is gemaakt op basis van multidimensionale schaling, die een visuele weergave van de verschillen tussen partijposities maakt. Dit is een twee-dimensionale weergave van de verschillen tussen partijen. De data geeft aan dat een drie-dimensionale weergave het meest correct is (Het geeft stress van .18 voor 1 dimensie, van .10 voor 2 dimensies, en van .03 voor 3 dimensies). Maar met de beperking van de hedendaagse techniek is een twee dimensionaal model handig: daarom zal ik het 3 dimensionale model in drie stappen moeten weergeven. Eerst dus de eerste en de tweede dimensie. Zoals je kan zien, bevindt de meeste spreiding zich op de horizontale dimensie. De afstanden op de verticale dimensie zijn kleiner. Je kan grofweg drie clusters zien:

  • Het eerste cluster bestaat uit VVD, Trots en PVV. Zij hebben een bijna identieke positie. Deze partijen stellen zich hard op op integratie, kiezen voor economische groei, zijn seculier en zijn rechts op (veel) economische onderwerpen. Van een linkse koers van de PVV valt hier weinig te zien .
  • Het tweede cluster bestaat uit PvdD, GroenLinks, PvdA en SP. Deze partijen delen een zachtere opstelling ten opzichte van integratie, zijn seculier, kiezen voor het milieu, en een linkse positie op economische onderwerpen. Het valt hier op dat GroenLinks dichtbij de SP staat, terwijl deze bij KiesKompas ver van elkaar verwijderd zijn.
  • Het derde cluster bestaat uit CDA, SGP en ChristenUnie. Dit zijn religieuze partijen. Ze zijn met name verdeeld op de horizontale dimensie met de linksere ChristenUnie in de buurt van PvdA en de rechtsere CDA in de buurt van de VVD.
  • D66 staat relatief alleen tussen de VVD en PvdA in en staat ver van het CDA.

Het lijkt als of er twee belangrijke scheidslijnen zijn in deze ruimte: een horizontale links/rechts-scheidslijn die PVV op rechts en SP op links scheiden. En een verticale religieus/seculier-scheidslijn die SGP scheidt van D66. Dit zijn de klassieke tegenstellingen tussen de Nederlandse partijen sinds het begin van de vorige eeuw.

3dd13
Hiernaast zie je een figuur met de eerste en de de derde dimensie. De derde dimensie scheidt D66 van de PVV. Daarbij staat de SP dichtbij de PVV en CDA dichtbij D66. Dit lijkt dus een scheidslijn te zijn die de populistische oppositiepartijen van de gevestigde hervormingspartijen scheiden. Je kan hierin iets van het hoefijzer model in zien waarbij de partijen van extreme partijen van links en rechts (De SP en de PVV) bepaalde politieke posities gelijk hebben. Deze "new politics"-dimensie is wel minder belangrijk dan de twee eerder genoemde dimensies over religie en economie.

3dd23
In deze laatste figuur zie je de tweede en de derde dimensie: de scheidslijn tussen religieuze en seculiere partijen (verticaal) en de populistische en gevestigde partijen (horizontaal).

Het model van het Kieskompas gaat er vanuit dat de tegenstelling tussen religieuze en seculiere partijen en de tegenstelling tussen populistische en hervormingsgezinde partijen gelijk lopen, maar dat is onterecht. Daarnaast geldt dat de tegenstelling tussen multiculturele en monoculturele partijen gedeeltelijk gelijk loopt met de tegenstelling tussen linkse en rechtse partijen.

Al met al moeten de posities van de partijen in het KiesKompas met een grote korrel zout genomen worden: partij positioneren zich niet consistent op de twee dimensies. Met name de verticale dimensie, waarin migratie en religie zijn opgenomen, is  de structuur van de antwoorden van de partijen niet consistent. Het idee dat de antwoorden van de PVV sterk lijken op de linkse partijen of dat er een groot verschil is in de antwoorden tussen GroenLinks en de SP, is ongegrond op basis van een preciezere analyse van de data, zoals hier gepresenteerd. We moeten dus voorzichtig zijn met het interpreteren van de partijposities op basis van het KiesKompas.

Een Gemengd Kiesstelsel?

Tijdens de spaarzame eerste uitslagen van de Britse verkiezingen gisteravond had ik een discussie over Twitter over de kiesstelselwijziging die D66 voorstaat. D66 wil een gemengd kiesstelsel met elementen van proportionele en districtsvertegenwoordiging, een gemengd kiesstelsel.

Stelsel_1

 In een variant hierop wordt de helft van de Tweede Kamer wordt gekozen in middelgrote districten en  de andere helft in een landelijk district. Dit lijkt op het Schotse kiesstelsel Hongaarse Kiesstelsel waarbij er wordt gewerkt met enkelvoudige districten. Als je dat in Nederland toepast op basis van de verkiezingen van 2006 (waarbij kiesgedrag niet strategisch hierop wordt aangepast en er geen lijstverbindingen zijn), zou je het resultaat van hiernaast kunnen krijgen. Echter ik heb geen enkelvoudige districten genomen maar Nederland in gedeeld in 5 districten met ongeveer 15 zetels. Dan zou de kamer er zo uit zien: 45 zetels voor het CDA (+4), 36 zetel voor de PvdA (+3): samen goed voor een meerderheid. VVD 24 (+3), SP 29 (+4) en PVV 10 (+1). Allemaal partijen die zetels halen uit de districten. GL en CU zouden 3 zetels halen (allemaal van de nationale lijst) en D66, SGP en PvdD 1. Dat is een variant die nog steeds een vrij disproportioneel resultaat oplevert.

Stelsel_3_2
De Duitse Bondsdag wordt met een ander stelsel verkozen. Hierbij wordt het zetelaantal dat een partij krijgt bepaald op basis van proportionaliteit en de personele invulling bepaald door districten. De helft van 598 zetels wordt verkozen op basis van districten. Op Landesniveau wordt bepaald hoe de delegaties eruit zien. Daarom ontstaan er soms overhangmandaten, als een partij meer districten heeft gehaald in dat land als dat er zetels zijn.
Op basis van de data die we hebben kunnen we hier iets op variëren: we volgen eenzelfde procedure, het zetelaantal wordt gebaseerd op basis van proportionaliteit en de personele invulling op basis van districten. Nu delegeren allebei echter 150 zetels. We delen Nederland in 10 districten met allemaal 15 afgevaardigden. Op basis van dit stelsel zijn er relatief veel overhangmandaten. CDA krijgt 50 zetels (+9), PvdA 40 (+7), VVD 25 (+4) en SP 29 (+4). Alle andere partijen halen evenveel zetels als nu; GL 7, CU 6, D66 3, SGP 2 en PvdD 2. Opnieuw zouden CDA en PvdA goed zijn een meerderheid (90 zetels).

De argumenten over betere band tussen kiezer en gekozenen in zo’n gemengd kiesstelsel vind ik niet zo interessant. Echter beide resultaten laten zien dat er wel iets anders kan ontstaan: door de uitslag een klein beetje disproportioneel te maken, kunnen er helderdere parlementaire meerderheden ontstaan.  Dat is misschien een beter probleem om de huidige instabiliteit op te lossen dan de invoering van een kiesdrempel.

Het GroenLinks Prisma: op democratie

Gisteren introduceerde ik het GroenLinks prisma als een manier om te GroenLinks posities te analyseren. En aangezien GroenLinks na moet denken over democratisering, is het interessant om vanuit de prisma GroenLinkse posities over democratisering te kijken.

Er is dus een groen, rood en blauw perspectief: groen stelt natuurlijkheid & duurzaamheid centraal, rood gemeenschap & solidariteit en blauw vrijheid & openheid.

  • Rood stelt waar het gaat om democratisering collectieve besluitvorming centraal: we willen samen beslissen over wat ons allemaal aan gaat. Uitbreiding van onderwerpen waarover democratische beslissingen gaan (radicale democratisering) en mensen een grotere stem geven (directe democratisering). Werknemers moeten meer invloed krijgen in bedrijven, bewoners in woningbouwcorporaties, leerlingen op scholen en patienten op ziekenhuizen. Burgers moeten ook meer invloed krijgen op de publieke zaak: door direct burgemeesters en presidenten te verkiezen, en in referenda mee te beslissen over cruciale onderwerpen. "Een democratische overheid moet borg staan voor het publieke belang."
  • Blauw stelt waar het gaat om democratisering individuele vrijheid centraal: burgerrechten moeten beter beschermd worden. Dat betekent dat we de rechtsstaat moeten versterken. Een centraal idee binnen een rechtsstaat is dat ongecontroleerde macht een gevaar is voor individuele vrijheid. Dus moeten we tegenmacht organiseren voor de machten: het kabinet moet beter gecontroleerd worden door het parlement; de politiek moet beter gecontroleerd worden door de rechterlijke macht. De overheid moet beter gecontroleerd worden door de media. "Iedereen moet worden beschermd tegen een wantrouwende en argwanende overheid."
  • Groen stelt waar het gaat om democratie de menselijke maat centraal: beslissingen moeten op het laagst mogelijke niveau plaats vinden. Dit betekent aan de ene kant dat besluitvorming op een natuurlijk niveau plaats vindt in de buurt van betrokkenen. Aan de andere kant betekent dit dat we klimaat- en milieuproblemen op juiste niveau moeten oplossen: sommige problemen zijn mondiaal dus die vereisen mondiale oplossingen, andere problemen zijn regionaal, dus die vereisen regionale oplossingen. Waterschappen zijn een prachtig voorbeeld van een "groene" bestuurslaag. Waterschappen trekken zich niets aan van kunstmatige grenzen maar passen zich aan aan natuurlijke grenzen, zoals de stroomgebieden van rivieren. Daarnaast zetten juist waterschappen zich in voor een gezonde leefomgeving.

Kortom: rood stelt directe, radicale democratie centraal, blauw stelt scheiding der machten centraal, en groen decentralisatie en subsidiariteit. Soms werken deze principes samen: directe democratisering werkt goed op het lokale niveau. Maar soms werken deze principes elkaar ook tegen: scheiding der machten betekent dat meerderheden soms moeten worden beperkt.   

Een GroenLinks Prisma

Voor sommige partijen is het innemen van posities niet ingewikkeld. Voor de SP kan het links en sociaal genoeg: hogere uitkeringen, gelijkmatigere inkomensverdeling, een grotere rol voor de overheid in de economie en meer geld naar de publieke sector: onderwijs, politie en gezondheidszorg. Alles wordt beredeneert vanuit een centrale waarde: solidariteit.

Het denken van andere partijen is complexer. In het GroenLinkse gedachtegoed zijn er verschillende idealen die samen de posities van GroenLinks bepalen. Schematisch gezien zijn er drie idealen: duurzaamheid, vrijheid en solidariteit. Deze hangen samen met verschillende klassieke ideologieen: ecologisme, liberalisme en socialisme. En ook met verschillende organisaties en groeperingen binnen en om de partij: milieu-organisaties, emancipatiegroepen en vakbonden. In campagne termen stelt GroenLinks vaak dat ze Groen, Sociaal en Open is. De Groenlinkse visie kan, als door een prisma dus uiteenvallen in drie perspectieven: Groen, Rood en Blauw.

Zo kan je binnen het denken over milieu, klimaat & natuur verschillende benaderingen en profielen zien, gekoppeld aan de kleuren. Er is een groene benadering van het milieu, een rode benadering van het milieu en een blauwe benadering van het milieu.

  • In de groene benadering van het milieu staat natuurlijkheid centraal: we moeten op natuurlijker manier om gaan met onze leefomgeving. Dat komt het best tot uiting in de landbouw. Hier is de verhouding tussen mens en milieu helemaal verloren: dieren worden op een dier-onwaardige manier behandeld, door mest en pesticide wordt de direct leefomgeving bedreigt en door de uitstoot veranderd het klimaat. We moeten terug naar een natuurlijke benadering van landbouw: biologische landbouw, minder vlees en meer "puur" eten.
  • Volgens de rode benadering zijn milieudoelen en sociale doelen met elkaar te verenigen: een prachtig voorbeeld is het openbaar vervoer. Goed en goedkoop openbaar vervoer is sociaal voor mensen met een laag inkomen, ouderen en gehandicapten, maar het is ook de manier om files, asfalt en uitstoot te verminderen. Andere voorbeelden zijn huisisolatie waarbij woonkosten lager worden en energieverbruik wordt verminderd.
  • In de blauwe benadering van het milieu worden vrijheid en diversiteit in gezet om milieudoelen te bereiken. Een prachtig voorbeeld is het stimuleren van groene innovatie, door de inzet van marktmechanisme als milieu-heffingen kunnen we een groene economie met bijvoorbeeld duurzame energie, stimuleren. Door de markt zo te stimuleren, worden vrijheid, diversiteit en innovatie ingezet voor milieu doelen.

We zien deze thema’s en nadrukken terug in het huidige GroenLinks programma: een hoofdstuk Groene Economie waar de blauwe benadring van milieu centraal staat, een hoofdstuk Ruimte om te Leven, waar de rode benadering centraal staat en veel aandacht voor dierenrechten (de Groene benadering).

Wat geldt voor milieu, geldt ook voor gebieden waar de GroenLinkse visie veel minder is uitgewerkt. We kunnen het GroenLinkse prisma dus inzetten om te verkennen hoe de GroenLinks visie in elkaar zit. Neem het onderwerp zorg waarop de visie van GroenLinks wel is geformuleerd in een verkiezingsprogramma, maar er nog geen eigen sterk verhaal staat. De GroenLinkse visie op zorg valt dus uiteen in drie delen: een groen element, een rood element en een blauw element.

  • De Groene visie draait om natuurlijkheid en duurzaamheid. Als we vanuit dit perspectief naar gezondheid kijken, staat volgens mij, preventie centraal. Gezondheidsproblemen ontstaan omdat we niet op een natuurlijke manier leven: vervuiling door verkeer en industrie, ongezond eten en te weinig beweging maar ook te weinig echte ontspanning. In deze visie zou GroenLinks met name zich moeten richten op een gezondere levensstijl: natuurlijker eten (biologisch en minder vlees, vet, zout en suiker), meer natuur en in om de stad om in te sporten en te ontspannen. Dat is misschien moralistisch, maar de diepgroene benadering is niet vies van moralisme. "Anders Gaan Leven" meer Friluftsliv.
  • De Rode visie draait om solidariteit: eerlijk dragen van de risico’s op ziektes en handicaps die we allemaal (zouden kunnen) lopen. Vanuit dit perspectief staat de financiering van de zorg centraal: dat moet inkomensafhankelijk en zonder eigen risico. Iedereen moet kunnen rekenen op de zorg die hij nodig heeft. Er moet royaal geld worden uitgetrokken voor ouderen en gehandicapten, omdat we juist met deze groepen solidair moeten zijn. Er moet zoveel mogelijk in de basiszorgverzekering. Zorg wordt gezien als een basisrecht maar de invulling wordt overgelaten aan professionals als artsen en verpleegkundigen.
  • De Blauwe visie draait om vrijheid en emancipatie. Dat betekent dat we op een heel andere manier naar zorg moeten kijken. Dit komt het best naar voren bij gehandicapten, chronisch zieken en ouderen. We kunnen deze groepen benaderen als zwakkeren waar we solidair mee moeten zijn, zoals de Rode benadering dat doet, maar we kunnen ook juist zorg hier zien vanuit het perspectief van autonomie en emancipatie: dan staat de vraag centraal: "Wat heb jij nodig om zelfstandig te zijn?" Complexere regelingen als de AWBZ of de WMO zijn dan niet zakken geld waar we zoveel mogelijk in moeten pompen vanuit solidariteit, maar zijn middelen om mensen zelfstandig te maken. Dan maakt het wel uit hoe je geld uitgeeft. Maar ook in het denken rond euthanasie en abortus komt de blauwe visie die draait om zelfbestemming sterk naar voren.

Het is dus te simpel om het GroenLinks programma af te bakenen in een hoofdstuk "Groen", "Sociaal" en "Open". Deze drie benaderingen lopen door het hele programma heen: van milieu tot zorg, is er vanuit dit perspectief, een groene, een rode en een blauwe benadering.

Is het over voor Labour?

Dit worden de meest interessante Britse verkiezingen in een lange tijd. Met name de opkomst van de LibDem leider Nick Clegg lijkt de dynamiek van de verkiezingen te veranderen. Hij ging gister zo ver te zeggen dat de Liberal Democrats de plaats van de Labour hebben overgenomen. Is het echt over voor Labour? Ik ben er nog niet uit, dus zit er niets anders op dan een twee strijd tussen de argumenten voor en tegen het einde van de periode Labour.

Ja, het is over voor Labour. De partij staat in veel peilingen op de derde plaats. Soms wel 7% achter op de Liberal Democrats. Dat is in 100 jaar niet gebeurd. Altijd draaide de verkiezingen om de vraag wie wordt de grootste de Conservatieven of Labour en nu lijkt Labour irrelevant geworden.

Dat is niet helemaal waar. In veel peilingen is het verschil tussen Labour en de Liberal Democrats "too close to call". In een aantal peilingen is het verschil tussen alle drie de partijen "too close to call". Het is een "three-way race". Dat maakte de verkiezingen heel onvoorspelbaar. De positie van Labour is nog niet uitgespeeld.

Okay, op het electorale vlak heeft Labour misschien nog wel wat steun, maar het is toch sterk gevallen. Van eerste partij naar #2 of #3.

De verschuivingen in de Britse politiek zijn vrij klein: in vergelijking met 2005 is Labour slechts 7% gevallen en de Liberal Democrats slechts 7% gestegen. In de Nederlandse verkiezing is dat een zetel of 10. Peanuts.

Een val van 7%! Brown wordt nooit meer Prime Minister! Een man die zo’n val maakt kan, zeker in zo’n winner-take-it-all systeem nooit premier worden.

Dat is nog maar zeer de vraag. Het Britse kiesstelsel kan rare uitslagen opleveren. Het is niet onvoorstelbaar dat Labour de derde positie haalt in de electoral vote maar dat ze in zetels nog steeds een relatieve meerderheid haalt. De steun van de Labour is geconcentreerd in stedelijke constituencies en in Wales en Schotland. Als ze hier net de grootste wordt kan de partij in de rest van de districten op de derde plek terecht komen en kunnen ze toch een groot deel van de zetels mee slepen. In zo’n situatie is Labour de grootste partij en kunnen ze premier leveren in coalitiekabinet of een minderheidskabinet.

Maar als er een coalitie komt of als er steun nodig is voor een minderheidskabinet zullen de LibDems eisen dat het kiesstelsel gewijzigd wordt. In een nieuw stelsel zullen dat soort perverse uitkomsten verdwijnen. En zal Labour definitief irrelevant worden.

Ik denk dat het eerste zeker waar is: de LibDems zullen een wijziging van het kiesstelsel eisen. En er is een grote kans dat die gerealiseerd wordt. Maar een heel ingrijpende wijzing zal het niet worden. De Conservatieven willen spelen met de grenzen van de districten. Labour wil "Instant Run-Off Voting", waarbij er nog steeds een districtenstelsel is maar nu kandidaten 50% van de steun van de kiezers moeten hebben. De LibDems willen "Single Transferable Vote", waarbij in grotere districten meerdere kandidaten gekozen worden. Het is waarschijnlijk dat als compromis IRV wordt ingevoerd. Dat betekent dat partijen die de tweede keuze zijn van veel kiezers (zoals de Liberal Democrats) een grotere kans hebben. Echter dat betekent niet dat Labour uitgerangeerd wordt: in een eerlijker kiesstelsel blijft iedereen kans maken.

Maar in een eerlijker kiesstelsel kunnen mensen op hun echte voorkeur stemmen. En Labour is nu zo impopulair, dat te verwachten is dat, als mensen met hun hart kunnen stemmen, Labour weg valt.

Dat is maar zeer de vraag. De impopulariteit van Labour hangt samen met drie dingen zaken: de impopulariteit van de huidige leider (maar die kan ingeruild worden), de economische crisis (maar ieder komend kabinet zal moeten bezuinigen) en de expenses scandal (maar daar waar alle partijen schuldig aan). De Liberal Democrats trekken nu met name protest stemmen. Stemmen die in een nieuwe verkiezing naar een andere partij kunnen over gaan. De kans is groot dat het Britse politieke stelsel met een nieuw kiesstelsel onvoorspelbaarder wordt. Een permanente three way race. En Labour blijft dan juist relevant.

Over Fracties, Portefeuilles en Lijsten

Er wordt op plekken gemord over de GroenLinks lijst: te weinig homo’s, te weinig juristen, maar een groene kandidaat. Maar hoe groot is de problemen? Kunnen we iets zeggen over de portefeuille verdeling? Laten we er eens vanuit gaan dat GroenLinks 10 zetels haalt. En dan eens afleiden hoe de portefeuilles worden verdeeld.

Ik ga in drie ronden kijken: eerst wat zouden de voorkeursportefeuilles zijn van de kandidaten? Wat zijn de prioriteiten van GroenLinks? En dan hoe zijn die in en over elkaar heen te leggen?

  1. Femke Halsema: fractievoorzitter en generalist. Als ze een portefeuille moet oppakken, heeft ze een voorkeur voor morele vraagstukken en bestuurlijke vernieuwing.
  2. Jolande Sap: op dit moment woordvoerder financien, AOW en VWS. Deed met name zorg in de programmacommissie.
  3. Tofik Dibi: op dit moment woordvoerder Dierenwelzijn & Landbouw, Integratie, Jeugd & Gezin, en Onderwijs
    & Wetenschappen.
  4. Mariko Peters: op dit moment woordvoerder Buitenlandse Zaken, Cultuur en Media, Defensie en Europese Zaken, nieuw bezig met het onderwerp "digitale burgerrechten."
  5. Ineke Van Gent: profileerde zich op het congres als een generalist die ieder onderwerp kan oppakken, doet nu: Binnenlandse zaken, Emancipatie, Kinderopvang,
    Nederlands-Antilliaans/Arubaanse Zaken, Openbaar Vervoer, Ruimtelijke
    Ordening, Sociale Zaken & Werkgelegenheid en Volkshuisvesting. Het is een hele waslijst
  6. Liesbeth van Tongeren: de eerste groene kandidaat, zou in een kleine fractie het hele onderwerp groen kunnen doen.
  7. Jesse Klaver: Voorzitter van CNV-jong, zit met name op sociaal-economische onderwerpen. Deed met name werk & inkomen in de programmacommissie
  8. Bruno Braakhuis: Bankier, bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen, zit met name op het verduurzamen van de economie en het bankenstelsel.
  9. Arjan El Fassed: "diplomaat voor mensenrechten", werkzaam bij OxFam, zit dus met name in de buitenland/OS-hoek.
  10. Linda Voortman: oud-raadslid in Groningen (portefeuille o.a. huisvesting en ruimtelijke ordening), vroeger actief in de LSVb nu bij de FNV.

Hoe zou de perfecte portefeuille verdeling eruit zien? Wat zijn de prioriteiten van GroenLinks? Het programma zegt daar iets over. Het heeft negen hoofdstukken, die de inhoudelijke orientatie van GroenLinks weergeeft? Voeg daar een een fractievoorzitter aan toe en je hebt een fractie van 10 leden.

  1. Nederland Wereldland: buitenlandse zaken, internationale economie, ontwikkelingssamenwerking en defensie.
  2. Groene economie: klimaat, natuur, energie en landbouw
  3. Werk voor Iedereen: werk, inkomen & vrije tijd
  4. Meer onderwijs: onderwijs & wetenschap
  5. Ruimte om te leven: verkeer, huisvesting, ruimtelijke ordening
  6. Regie over zorg: zorg
  7. Vrijzinnig samenleven: rechtsstaat, cultuur, digitale burgerrechten, integratie, migratie
  8. Beter bestuur: Europa, democratisering, overheidsmanagement
  9. Solide en Solidair: financien

1:1 gaat het nooit overlappen, maar er zit wel ruimte in om te kijken hoe we deze twee lijsten zo goed mogelijk met elkaar kunnen laten rijmen.

  1. Femke Halsema: fractievoorzitter met een kleine portefeuille, zoals bestuurlijke vernieuwing
  2. Jolande Sap: vice-fractievoorzitter heeft alle tijd om zich te focussen op financien met een deel van zorg en AOW (vergrijzingsdiscussie).
  3. Tofik Dibi: blijft naar ik verwacht onderwijs, jeugd & integratie doen.
  4. Mariko Peters: wordt de justitiewoordvoerder (inclusief migratie & digitale agenda) misschien in combinatie met defensie.
  5. Ineke van Gent: harde werker die de restjes doet zorg, emancipatie, binnenlandse zaken en Nederlandse Antillen. Wordt daarnaast voorzitter van een commissie, lid van het presidium en fractiesecretaris.
  6. Liesbeth van Tongeren: krijgt de diepgroene portefeuille, energie & klimaat en landbouw, dierenrechten & natuur.
  7. Jesse Klaver: krijgt een deel van de werk & inkomen-portefeuille, voor zover die niet door Van Gent of Sap geclaimed worden.
  8. Bruno Braakhuis: krijgt een deel van financieel-economische portefeuille waar het gaat om het vergroenen van de economie, innovatie en internationale financien.
  9. Arjan El Fassed: krijgt de internationale portefeuille, ontwikkelingssamenwerking en Europese samenwerking.
  10. Linda Voortman: krijgt de groen-rode portefeuille, ruimtelijke ordening, verkeer & huisvesting.

Een geslaagd team in mijn ogen: groen, sociaal en open. De lijst toont drie dingen:

  • Je hoeft je niet als groen te profileren om op een groene portefeuille te passen. In mijn ogen valt de ideale groene boodschap van GroenLinks in drie delen uiteen: biologische landbouw & landschap, groene energie & innovatie, en openbaar vervoer & huisvesting. De eerste portefeuille is diepgroen, maar de tweede portefeuille gaat om een vrijzinnig groen verhaal in lijn met "leve de EKOnomie" en de derde portefeuille is een rood groen verhaal, dat gaat over het verbinden van sociale en groene doelstellingen in bijvoorbeeld lagere woonkosten door isolatie.
  • Met twee financieel onderlegde woordvoerders en drie vakbondsmensen in de top #10 is GroenLinks goed voorbereid op de aankomende discussie over de toekomst van de verzorgingsstaat en de komende bezuinigingen. Daar zullen de komende campagne en de komende vier jaar over gaan. Het congres en de commissie hebben duidelijk gekozen voor GroenLinks als progressief-sociale hervormingspartij.
  • De komende fractie is het zwaktst waar het gaat om de vrijzinnige agenda. Deze werd in het programma al in een hoofdstuk geduwd: migratie & integratie, burgerrechten & cultuur. Peters zal dit voor een deel moeten doen, in combinatie met haar passie voor Afghanistan, en Dibi zal ons gezicht blijven in de integratiediscussie. Maar juist hier missen, bij nadere analyse, de nieuwe gezichten.

Links, Rechts en Premier Cohen

LrjDe peilingen, zowel van fingerspitzenprognose van
Maurice de Hond
als de Politieke Barometer
laten in het laatste half jaar grote veranderingen in het electoraat
zien. Het Job effect domineert in de laatste weken: hierboven zie je hoe
in een soort poll of polls (het gemiddelde van De Hond en de Barometer)
de PvdA omhoog springt na maanden van relatieve stabiliteit. Cohen
heeft grote kans om premier te worden denkt men. Yes, We
Cohen!
was de boodschap van het PvdA
congres
. Echter als je goed kijkt naar de patronen die onder de
peilingen liggen, is de kans klein dat Cohen premier wordt.

Lrc
Als we de uitslagen van de verschillende partijen op elkaar leggen in
plaats van naast elkaar vergelijken wordt het al duidelijk dat er een
grote mate van stabiliteit is tussen blokken. Wat de PvdA in de laatste
weken heeft gewonnen lijken andere linkse partijen te zijn verloren.
Maar even zo zeer: wat de VVD wint wordt verloren door het CDA en de
PVV. De Nederlandse politiek lijkt verdeeld te zijn in twee stabiele
min-of-meer even grote blokken. Een linkerblok en een rechterblok. Bij
de verkiezingen van 2006 haalde dat linkse blok 76 zetels. In de
prognose van De Hond en de barometer staan dit blok op 73
respectievelijk 74 zetels. Dat is in vergelijking met al het
peilingsgeweld dat we voortdurend zien een redelijk rustig beeld.

Dit
alles hangt natuurlijk af van je definitie van links en rechts. Ik zou
links willen definieren als de generaal
pardon
-meerderheid van 2006. Het generaal pardon is echt een
typisch issue voor wat links sinds ongeveer 2002 inhoudt: het opnemen
voor asielzoekers en niet meteen iedere migrant als een misdadiger zien.
Hier zitten elementen in van traditioneel links in (het opnemen voor
zwakkeren in de samenleving) maar ook van progressief/tolerant links
(het open staan voor migranten). Dan bestaat links uit de PvdA, de SP,
GL, D66, de CU en de PvdD. En rechts dus uit Wilders, Verdonk, de SGP,
de VVD en het CDA. We kunnen debateren over de vraag of de CU wel echt
tot links gerekend kan worden, maar die partij is de peilingen in het
laatste half jaar zo stabiel geweest dat het weinig uitmaakt.

En zo kan het dus gebeuren dat met
alle gebeurtenissen van de laatste zes maanden: de val van het kabinet,
de wisseling van de wacht bij de SGP, de SP en de PvdA, het Job-effect
en het verminderen van de Pechtold-bonus, de zoveelste Wilders-hype en
de Balkenende-moeiheid die Nederland langszaam bekruipt, dat de blokken
min of meer even groot blijven, zoals je in het figuur hierboven heel
duidelijk kan zien. Alhoewel de uitslag soms iets wisselt is het
ongeveer 50% links en 50% rechts.

Jrc3
Electorale verschuiving lijken
zich dus grotendeels binnen het linkse c.q. het rechts blok voor te
doen: wat de VVD wint verliest het CDA. Het kan overigens nog complexer:
wat de ene partij van het ene blok verliest maakt een andere partij uit
dat blok goed. Zo zal de D66 ongetwijfeld ook wat zetels zijn kwijt
geraakt aan de VVD. Maar PvdA heeft dat goed gemaakt door ook zetels te
winnen van de CDA.

Dit fenomeen is overigens niet mijn observatie
voor deze ene casus: Peter Mair,
professor vergelijkende politiek in Florence stelt dat dit fenomeen zich
sinds de jaren ’50 in heel West-Europa voortdoet. Alhoewel er grote
wisselingen zijn geweest tussen allerlei partijen, blijft de verdeling
tussen links en rechts in veel landen grofweg het zelfde is.

We
kunnen hier drie centrale conclusies uit trekken:

Ten eerste:
laten we ophouden over een linkse
coalitie
. Die haalt nooit een stabiele meerderheid. Als we zelfs
D66, de PvdD en de ChristenUnie tot "links" rekenen dan is er op
momenten een meerderheid van maar een paar zetels. De spectaculaire
groei van de PvdA in de laatste peilingen is gepaard gegaan met een
daling van de andere linkse partijen. Ook historisch gezien komt links
in Nederland nooit ver boven die 50% uit. Coalities in Nederland zijn
altijd coalities van links en van rechts, of van rechts. Halsema, Roemer
en Cohen kunnen nog zo veel koffie met elkaar drinken, daar komt geen
verandering in.

Ten tweede, omdat er geen linkse meerderheid is,
is het mogelijk dat de PvdA de grootste partij wordt maar dat er zonder
haar een coalitie kan worden gevormd van centrum-rechtse en
centrum-linkse partijen. Al dat gedroom over Premier
Cohen
of Paars
Plus
ten spijt, kiezen de centrum-rechtse partijen "niet
dan bij uiterste noodzaak
" ervoor een coalitie met de PvdA te
vormen. Dat de PvdA misschien de grootste partij is of de meest logische
keuze heeft daar niets mee te maken: denk maar aan 2003
toen er een mogelijkheid met D66 open lag die CDA en VVD gretig
aangrepen. Er zijn genoeg punten om te breken tussen PvdA en CDA, of
PvdA en VVD en genoeg overeenstemming tussen VVD en CDA om regering met
de PvdA onwaarschijnlijk te maken.

Maar er is geen meerderheid van
VVD en CDA met elkaar. Daar zijn meer partijen bij nodig. Samen halen
de twee centrum-rechtse partijen in de laatste peilingen zo’n 57 zetels.
19 zetels moeten erbij komen voor een meerderheid. D66 en de
ChristenUnie zouden de meest logische voorkeurspartners vormen:
flexibele, pragmatische partijen die het idee delen dat de Nederlandse
publieke sector moet worden hervormd. Een partij die dicht bij het CDA
staat en een partij die dicht bij de VVD staat. En samen zijn die in de
laatste peilingen goed voor precies 20 zetels. Zolang de mogelijkheid
CDA/VVD/D66/CU open blijft, kan Cohen nog zo groot groeien, maar premier
wordt hij toch niet.

Anderman’s lijstjes

5 dagen na de val van het kabinet twitterde ik met @DiederiktenCate over de samenstelling van de PvdA-lijst. Nu is de lijst bekend gemaakt. En we zaten er eerlijk gezegd niet heel erg ver af van wat het uiteindelijk werd.

  1. Voor #1 voorspelden we Bos, maar het werd Cohen. Niemand wist toen dat er gewisseld zou worden in de partijtop van de PvdA.
  2. Diederik voorspelde Hamer op #2 en Albayrak op #4. Dat is nu net andersom. Ik hield het vager: Albayrak op #2 of of #4.
  3. Ik zette Van der Laan op #3 en verwachtte dat Plasterk niet terug zou keren op een lijst. Het werd net andersom.
  4. Zie #2.
  5. Ik zette Samsom, de andere kandidaat fractievoorzitter, op #5 maar het werd de vice-fractievoorzitter Dijsselbloem.
  6. We voorspelden Klijnsma op #6. Klopt!
  7. We dachten toen nog dat Koenders door zou gaan in de politiek maar hij werd nu vervangen door onze #5 Samsom.
  8. We zetten Dijksma op #8 en Verbeet op #10. Dat werd andersom. Dankzij Diederik overigens, ik had eerst Cramer op #8 gezet.
  9. Diederik zette Timmermans op #9. Klopt!
  10. Zie #8
  11. Diederik zette Dijsselbloem op #11 maar de partij zette hem op #5. Het werd Spekman.
  12. Het was laat en deze hadden we niet gedaan
  13. Diederik zette Van Dam terecht op #13.

Alhoewel we dachten dat we de lijst met meer informatie over moesten doen, zaten we er eerlijk gezegd best wel dicht bij. Eerlijk gezegd had ik bijvoorbeeld verwacht dat Marcouch een hogere plek zou krijgen dan #15.

Van de 12 hadden we er 3 (Timmermans, Van Dam en Klijnsma) precies goed. Hadden we twee koppels om gewisseld  (Albayrak/Hamer en Dijksma/Verbeet). Bij drie kandidaten zaten we er helemaal naast want die kwamen niet op een lijst (Cohen, Van der Laan en Koenders). En bij de twee laatste plekken zaten we "in de richting".

Post-Convention Spin III: Lijstjes

Ik had voor het congres een voorspelling gedaan over de samenstelling van de lijst. In een ding had ik gelijk. Het werd in veel opzichten een tombola, waar kandidaten plekken lang werden voortgeschoven. 

  1. Femke Halsema – zij is inderdaad Albanees herkozen.

  2. Jolande Sap – GroenLinks kon kiezen tussen een groen, sociaal, tolerant of kosmopolitisch kamerlid. Het werd sociaal.
  3. Tofik Dibi – Ik voorspelde dat de groene stem nog wel eens probleem kon krijgen en dat was inderdaad het geval. Samen waren de twee Groene kandidaten ongeveer even goed als de kandidaten die door stroomde naar de tweede ronde, individueel bungelden ze onderaan en konden ze dus niet door naar de tweede ronde.
  4. Mariko Peters
  5. Ineke van Gent – Toen Van Gent zo overtuigend ook dispensatie kreeg kon iedereen voorspellen dat ze ook makkelijk op #5 zou komen. 
  6. Liesbeth van Tongeren – De paniek zat er goed in bij de Groenen, luid werd er "groen!" "groen!" gejoeld. Het coordinatieprobleem bleef echter bestaan. Welke groene kandidaat? Pas op #6 lukte het om een Groene de tweede ronde in te krijgen.
  7. Jesse Klaver – Klaver was een van die kandidaten die voortdurend wel in de tweede ronde kwam maar geen meerderheid haalde. Net als Platvoet een paar jaar geleden.
  8. Bruno Braakhuis – Dit had ik niet verwacht of voorspeld. Dit was denk ik het punt op het congres waarop iedereen’s eerste keuze was vervuld en Braakhuis – "everyone’s second choice" – het kon halen, tegen mijn verwachting in. Het is mijn stellige overtuiging dat als Dirkmaat nog kandidaat was geweest hij nu op deze plek had gestaan.
  9. Arjan El Fassed – zie #8
  10. Linda Voortman – Het opvallende van de manier waarop de GroenLinks lijst wordt samengesteld is dat partijtijgers een voordeel hebben ten opzichte van buitenstaanders, zelfs als deze buitenstaanders de meer ervaren, "senior" kandidaat zijn. CNV-jongerenvoorziter Klaver kwam veel hoger op de lijst dan CNV-voorzitter Van Boggelen omdat Klaver een basis in de partij had. FNV-bestuurder Voortman kwam wel op een mooie plek op de lijst, terwijl FNV-hoofdbestuurder Van Pijpen ervanaf viel 
  11. Rik Grashoff – In een spannende herstemming, na een pleidooi van de kandidatencommissievoorzitter Vos, om voor hun kandidaten te gaan, won ervaren bestuurder Grashoff net van jonge groene Van den Berge.
  12. Niels van den Berge – Van den Berge heeft een sterke basis in DWARS, en als een van de weinige een groen profiel. Dat waren zeker een groot voordeel om hoog in dit blok te komen.
  13. Natasja van den Berg – Heeft denk ik een verlate Vos Bonus gekregen.
  14. Bert van Boggelen – zie #13
  15. Carla van Os – Is de tweede jurist op de lijst. Iedereen was zich bewust van het gebrek aan groene gezichten op de lijst, maar hoe zit het met het gebrek aan juristen. Peters, nu buitenlandwoordvoerder, is nu de eerste jurist, maar als zij de buitenland portefeuille houdt, wie dan de portefeuille justitie op zich moet nemen. Want er zitten bij de eerste vijftien kandidaten wel erg veel progressief-sociale kandidaten en weinig specialisten op andere onderwerpen.
  16. Hann van Schendel –  Een bijzondere persoon met een bijzonder persoonlijk verhaal. Ik had al voorspeld dat ze hoge ogen zou gooien.
  17. Arno Uijlenhoet – Een van de langst voortegesleepte kandidaten, was kandidaat vanaf plek 8.
  18. Ruard Ganzevoort – Eerste en enige openlijk homosexueel op de lijst. En dat terwijl er drie "roze" kandidaten waren.
  19. Nadya van Putten – Was kandidaat vanaf plek 10.
  20. Ahmed Harika – Allochtone bestuurder met steun uit de regio.
  21. Hayat Barrahmun – Een vrouwelijke allochtoon uit de regio doet het prima in blokstemming
  22. Paul Smeulders – Smeulders kwam voortdurend in dit blok als tweede kandidaat naar voren maar werd iedere keer afgewezen. het congres is hard.
  23. Gon Mevis – Door mij getipt als kanshebber.
  24. René Kerkwijk – Een van de weinige lijstduwers uit 2006 die terugkeerde
  25. Isabelle Diks – Door mij getipt als kanshebber

Een aantal mensen is van de lijst afgevallen:

  • Jaap Dirkmaat, die zich voor een te kort stukje op de lijst kandidaat had gesteld. Ik had hem als Groene en roze kandidaat graag op de lijst gezien.
  • Symone de Bruin, een roze kandidaat die in 2006 de lijst duwde, maar nu het niet gehaald heeft, misschien omdat ze meer een bestuurder is dan een volksvertegenwoordiger en ze de roze steun niet heeft uitgebuit.
  • Carla Brugman, al vroeg kandidaat maar toch van de lijst af gevallen. Waarschijnlijk vergeten in het geweld van alle andere kandidaten.
  • Maarten van der Meer, die met name steun kreeg van prominente PvdA’ers, als Hedy d’Ancona, Ed van Thijn, Marcel Duyvenstein, en Fatimah Elatik.
  • Jenneke van Pijpen, verslagen door collega FNV’er Voortman.
  • Floor Kaspers, al HEEL vroeg kandidaat maar er toch van de lijst af gevallen. Gegokt op een hoge plek, maar vervolgens vergeten.
  • Gerrit Berkelder, wethouder uit een provincieplaats. Mistte een profiel en een regionale basis.
  • Murielle Springer, nieuwe en onbekend binnen de partij.

Post-Convention Spin III: Liberalen, Democraten, Populisten

De belangrijkste discussie op het GroenLinks congres  ging over bestuurlijke
vernieuwing. Over dit onderwerp lagen de posities het meest uiteen en waren de meerderheden het kleinst. Voorstanders van waterschappen en provincies kregen een sterke
knauw uitgedeeld. Maar even zo zeer kreeg de partijtop een aantal zware slagen te
verduren. GroenLinks koos tegen referenda, na een sterk betoog van Diederik ten
Cate
, en tegen het verkleinen van de kamer na een ijzersterk betoog van
toptalent Marten Zoetbrood. Het afschaffen van de
Eerste Kamer werd "voor de poorten van de hel" weggesleept.

Maar alles laat zien dat GroenLinks een groot probleem heeft. De partij heeft geen visie op het openbaar bestuur en de democratie. In de
laatste zes jaar is het politieke profiel van GroenLinks vernieuwd: er
kwam een nieuwe versie op werk en inkomen (“Vrijheid Eerlijk Delen”), op milieu
en innovatie (“Leve de EKOnomie”) en op Europese samenwerking (“Vrij
Europees”). De discussies eindigden in een nieuw beginselprogramma. De partij
heeft onder Halsema gekozen voor een vooruitstrevende, vrijzinnige agenda. Een
onderwerp dat buiten beschouwing is gebleven in deze discussies is de democratie. En dat valt te
lezen in het nieuwe GroenLinks programma.

Waar het gaat om het openbaar bestuur gaat, komen de
voorstellen van GroenLinks neer op twee dingen: bezuinigingen op het aantal
bestuurders; en meer deelname van burgers aan de besluitvorming. Minder
ministeries, minder politici, minder bestuurslagen, minder kamers, minder
ambtenaren. En daarnaast was er een pleidooi voor referenda en staat er nu nog
een pleidooi voor burgerparticipatie en voor een indirect gekozen burgemeester in het programma.
“GroenLinks wil participatie maar het mag niet te veel kosten” stelde een congresganger. Als
klap op de vuurpijl pleit GroenLinks voor een debat over democratie. Want een eigen visie op dit onderwerp mist.

Hoe zou een GroenLinkse visie op democratie eruit zien? Hoe
kijkt Vrijzinnig Links naar het openbaar bestuur? Ik zou mij laten inspireren door het liberalisme. Voor liberalen
staat individuele vrijheid centraal. De politiek en het bestuur moeten zo
worden ingericht dat individuele rechten het best beschermd worden. Politieke participatie heeft
geen waarde op zichzelf, maar is een middel om individuele vrijheid te beschermen. Deze lijn loopt centraal door het denken van liberalen als Locke, Publius, J.S. Mill, en Karl Popper.

Burgerlijke vrijheden worden het best beschermd als de macht
gecontroleerd wordt. Dat vereist een scheiding der machten: Macht vraag om tegenmacht. In the Open Society and Its Enemies drukt Popper het als volgt uit: vele mensen denken dat de belangrijkste politieke vraag is "Wie moet er regeren?" GroenLinks lijkt dat ook te denken en beantwoorden: "het volk moet door directe participatie zo veel mogelijk zelf regeren." Maar die vraag gaat er onterecht vanuit dat mensen geen fouten kunnen maken, de verkeerde keuzes kunnen nemen. Popper stelt dat de belangrijke vraag is: "Hoe moeten we politieke organisaties organiseren dat slechte bestuurders zo min mogelijk schade kunnen te doen?" Daarom pleit hij voor check and balances op de macht. Voor controle op de macht. De belangrijkste manier om de macht in te beperken zijn regelmatige verkiezingen. Dat is de manier om onze vrijheden te beschermen.

Zeker in tijden van opkomend rechts-populisme lijkt het me de juiste vraag. Het recente referendum in Zwitserland laat zien dat het volk bij meerderheid kan kiezen om de burgerrechten van minderheden te beperken. Dus moeten we ons afvragen hoe we onze democratie organiseren zo dat rechten en vrijheden beschermd worden tegen exclusionistische, populistische stromingen

Als we denken in die termen wordt een vrijzinnige
organisatie op het openbaar bestuur duidelijk. Er zijn volgens mij drie hoofdlijnen:

  • Een helderdere, sterkere scheiding tussen parlement en regering. Dat vereist in Nederland een versterking van het parlement. Parlementariers moeten beter ondersteund worden. Ministers moeten voor ze benoemd worden door het parlement worden ondervraagt. Het kabinet moet niet kunnen rekenen op een coalitiemeerderheid die altijd doet wat ze zegt. Minderheidskabinetten kunnen de plek van het parlement versterken. Boven alles zou ik pleiten voor vaste parlementaire termijnen zoals in Noorwegen, de VS en Zwitserland. Als regeringen niet wanneer zij willen het parlement kunnen ontbinden, kunnen parlementariers zich onafhankelijker op stellen ten opzichte van de regering.   
  • Een sterke regionale bestuurslaag. Verticale scheiding der machten is ook belangrijk: het Rijk moet een sterke tegenspeler hebben. Dat betekent dat we af moeten van de verschillende bestuurslagen (gemeente, provincie en waterschap). Deze zijn allemaal zo zwak dat ze makkelijk door het rijk gedomineerd worden. Het liefst zou ik naast het Rijk en Europa, een bestuurslaag zien. Ongeveer ter grootte van de huidige waterschappen. Ongeveer 27 regio’s dus, die gaan over inrichting, veiligheid en zorg. Dan kunnen we ook afstappen van alle gemeenschappelijke regelingen tussen gemeenten die niet democratisch controleerbaar zijn.
  • Ten slotte moet de niet-politieke controle op de politiek worden vergroot. Dat betekent in de eerste plaats grondwettelijke toetsing van wetgeving. Zo’n ander initiatief voorstel Halsema, waar ik helemaal achter sta. Een rechter moet wetgeving die niet strookt met grondwettelijke principes kunnen verwerpen. Maar ook moeten instanties als de Algemene Rekenkamer, de Raad van State, de Ombudsman, de CGB en de CBP versterkt worden, om parlement en regering beter te controleren. Een sterke onafhankelijk pers moet ook worden gestimuleerd