De paradox van de gemeenteraadsverkiezingen

De gemeenteraadsverkiezingen zullen voor veel journalisten,
politici en opiniemakers een dag van paradoxen zijn: zij zullen de
gemeenteraadsverkiezingen zien als een peiling voor de landelijke verkiezingen,
maar de lokale partijen zullen de grootste groepering in Nederlandse
gemeenteraden worden. Wat moeten we dan met deze uitslag: een landelijke
verkiezing een paar maanden voor de Tweede Kamerverkiezingen waarin juist
lokale groeperingen het grootste zullen worden. Hoe moeten we dit begrijpen?

De journalisten hebben gelijk: de gemeenteraadsverkiezingen
zijn de peiling voor de Tweede Kamerverkiezingen. Het moment voor kiezers om te
laten merken wie zijn willen dat de campagne gaat domineren. En zij zullen
massaal kiezen voor lokale politieke groeperingen. Waarom?

Het is eigenlijk heel simpel: de onvrede met de grootste
gevestigde partijen is groot. Het CDA en de PvdA hebben het voor veel kiezers
afgedaan. Landelijk vormen de PVV en D66 de belangrijkste vluchtheuvels voor
mensen die de middenkoers van CDA en PvdA niet bevalt. Echter in bijna geen
enkele gemeente doet de PVV voor mee. De kiezers gaan niet terug naar het CDA
maar zullen uitwijken naar lokale groeperingen, Trots op Nederland en de VVD. Lokale
groeperingen zoals Leefbaar Rotterdam of Leefbaar Leiden lijken eigenlijk erg
op de PVV: ook zij hebben een conservatieve orientatie. Ze willen hun stad
houden zoals die is. Geen ruimte voor “nieuwe” stadsbewoners, wat in Leiden dan
zowel over studenten als migranten gaat. De verkiezingen kunnen voor de PVV
alleen maar uitlopen op een deceptie. Ze kunnen het nooit zo goed doen als bij
de Europese verkiezingen. Tweede partij van het land. Nee Wilders mag blij zijn
als hij tweede wordt in Almere (of all places). Vanwege hun “onverwachte” winst
zullen twee partijen momentum op pakken: Trots op Nederland en de VVD. Maar
lokale groeperingen kunnen hier boven alles van profiteren: de ontevreden
conservatieve kiezer moet ergens naar toe.

Maar ook de ontevreden progressief heeft moeilijk kiezen.
D66 doet in lang niet alle gemeenten mee (242 van de ongeveer 400). In veel landelijke gebieden doen de
Democraten niet mee. Ook de progressieve kiezers moeten een kant op. Opnieuw
kunnen lokale politieke groeperingen de uitweg zijn: ze staan dichtbij de
burger en komen vaak op voor democratisch bestuur. De uitslag van D66 zal dus
altijd tegenvallen. Zeker in raadszetels: in kleine gemeenten zijn relatief
meer zetels te verdelen dan in grote gemeenten. Omdat grote gemeenten zijn
gebonden aan maxima en kleine gemeenten een minimum aantal zetels hebben. D66
kan nooit de geschapen verwachtingen waar maken. Mee spelen met de grote
jongens. Het blijft een stoel aan de kindertafel voor Alexander bij deze
verkiezingen.

Samen zullen de ontevreden progressieve en conservatieve
kiezers de lokale partijen het grootst maken. Een helder geluid aan Den Haag:
er is grote ontevredenheid onder de burgers over politieke koers van dit
land.

Speculeren … Speculeren … Speculeren …

Fisprtk_2Laatste stap, het formeren van een kabinet. Drie centrale feiten van de uitslag van de verkiezingen.  Er is een linkse meerderheid: grote electorale veranderingen betekenen niet dat de grootte van de blokken echt verandert. Het CDA blijft de grootste partij. Okay met een zetel maar wel de grootste partij en dat telt voor een machtspartij. D66 is de grootste winnaar. +17 zetels. En daarmee een grotere stijging dan oppositiepartijen PVV (+10), GL (+8) en VVD (+2).

Ligt de bal tijdens de formatie dus bij de centrum-rechtse CDA en liberale D66. Hun natuurlijke bondgenoot is de liberale, centrum-rechtse VVD. De partijen zullen het eens kunnen worden over bezuinigingsbeleid en hervormingen van de sociale zekerheid. Onenigheid ligt er op het gebied van milieu, integratie en buitenlands beleid daarbij bevindt D66 zich duidelijk links van CDA en VVD. Belangrijker nog: er is geen meerderheid (25+24+20 = 69).

Er is dus een vierde partij nodig:

  • ChristenUnie: betrokken, betrouwbaar ChristenUnie. Een winnaar. Heeft laten zien dat zij zich pragmatisch opstellen bij bezuinigingen, hervormingen en buitenland beleid. Op het gebied van milieu & integratie een bondgenoot van D66. Twee problemen: Op het gebied van cultuur en moraliteit staat de partij tegenover D66 en VVD en 77 zetels is een kleine meerderheid.
  • PvdA: in een tijd van crisis en onrust een nationaal kabinet met CDA/VVD/D66/PvdA misschien wel een baken van rust. Echter de kans op een hechting tussen PvdA en CDA zie ik niet snel gebeuren. Daarnaast is er onenigheid op alle themas: economie, milieu, integratie en buitenlands beleid. En de PvdA gaat echt heel erg verliezen.
  • Groenlinks: Met 85 zetels is een ruime meerderheid. En GroenLinks is een winnaar. Wordt het een coalitie van progressieve hervormers? GroenLinks heeft zich progressief pragmatisch getoond op sociaal-economische thema’s. Echter op het gebied van buitenlandse politiek zou het ongeloofwaardig zijn om in deze Atlantische coalitie te stappen. Maar er kan veel uitgeruild worden op het gebied van milieu.
  • De PVV: theoretisch mogelijk. Zal Wilders niet van plan zijn. Geen samenwerking met D66 mogelijk.
  • De SP: ook al in theorie mogelijk: de SP helpt rechts aan een meerderheid. Extreem onwaarschijnlijk

Meest waarschijnlijk: CDA/VVD/D66/CU. Een centrum-rechtse regering met een sociaal-groen randje. Grote mate van overeenstemming over koers van het land met name op het gebied van de economie. De kernthema’s voor de komende vier jaar. D66 heeft er voor integratie en milieu een pragmatische bondgenoot bij. Alleen symbolische culturele en ethische thema’s breken het kabinet echt op. Maar dat was bij Balkenende IV ook geen probleem. Enige nadeel is de kleine meerderheid: maar als mijn fispr een bias naar links heeft, zal zo’n centrum-rechtse waarschijnlijk een grotere meerderheid hebben.

Speculeren …. Speculeren …

Okay straks is het rompkabinet gevormd en zijn er mei/juni verkiezingen: hoe zal de campagne en de uitslag eruit zien? Een wilde gok van mijn kant. Ik heb gekeken naar de peilingen van Maurice en de Barometer die ik voor fispr bij houd en dan vervolgens de trends iets uitrekken en een gevoelsmatige fispr-correctie toe passen. Gewoon gokken dus.

De regering:

  • Jan Peter Balkenende blijft premier en leider van het CDA. Het CDA gaat een keiharde campagne tegen de PvdA voeren. Daar winnen ze zelf niets op maar verliest de PvdA wel van. Er is maar een strategie: het CDA moet weer de grootste worden.
  • Wouter Bos blijft leider van de PvdA, want er is geen alternatief. De
    PvdA gaat de klappen krijgen tijdens deze campagne. Net als in 2006. Er
    komt een CDA spin-machine op die Wouter Bos die deze week toch liet
    zien zijn politieke intuitie definitief verloren te hebben, volslagen
    uit het veld slaat.
  • Andre Rouvoet heeft geprobeerd wat hij kon en de ChristenUnie komt nu over als betrouwbaar en bestuurlijk. Een pre voor Christelijk Nederland.

De oppositie:

  • De SP spint hier geen garen bij. De partij heeft geen aansprekende leider. Het aggressieve optreden van Kant breekt de partij op. Jan Marijnissen keert niet terug. 
  • De VVD is van de lachende derden: als het CDA en de PvdA elkaar het hoofd in slaan zal Rutte een echter alternatief worden. Binnen de VVD zal er druk gespeculeerd worden over kandidaatpremiers.
  • Voor D66 komt de verkiezingen op het juiste moment. D66 dreigde te vroeg te pieken en liep terug in de peilingen. De partij kan nu nog iets van haar momentum vast houden.
  • Uiteraard zijn er mogelijkheden voor de PVV. Politiek cynisme neemt toe. Maar de peilingen voor de PVV zijn structuur te hoog om drie redenen: 1) het VVD zal een alternatief worden als leidende regeringspartij, voor seculier rechts komt de machtsvraag op; 2) politiek cynische kiezers stemmen niet; en 3) er is een Verdonk effect.
  • Trots op Nederland zal momentum krijgen vanuit de lokale verkiezingen. De lokale verkiezingen worden de peiling voor de landelijke verkiezingen. Verdonk gaat het (veel) beter doen dan verwacht omdat PVV stemmers voor haar partij zullen gaan. En dan krijgt ze momentum.
  • De SGP is een toonbeeld van stabiliteit in onrustige tijden.
  • Thieme doet het goed, maar dierenrechtenof milieu worden absoluut geen thema tijdens de verkiezingen.
  • En ten slotte GroenLinks: Halsema wordt nu oppositieleider genoemd. Er is een momentum  sinds Halsema aankondigde door te gaan. Dit kunnen de verkiezingen voor Halsema, GroenLinks en progressieve, groene en sociale politiek.

Fisprtk_2

Dat leidt tot de volgende uitslag:

  • De PvdA houdt 15 zetels van de 33. De partij heeft gebroken, heeft zwakke ministers, zal een campagne tegenover zich krijgen en Wouter Bos heeft donderdag in de Tweede Kamer laten zien zijn politiek gevoel absoluut kwijt te zijn. Dit is wel het absolute dieptepunt voor de PvdA.
  • De SP valt ook van 25 naar 14. Alle ruimte voor een gang om hoog met een nieuwe leider, maar Kant is niet de betrouwbare leider die partij nu nodig heeft.
  • De VVD wint licht twee zetels. Er is meer ruimte als de VVD een betrouwbare bestuurder als premier naar voren gaat schuiven. Neelie Kroes? 
  • Het CDA gaat vallen van 41 naar 25 zetels. Maar ze blijven de grootste partij en het CDA weet heel goed dat dat het enige is wat telt.
  • Partij voor de Dieren staat permanent op drie zetels in alle peilingen. Ik gun ze ze.
  • De PVV gaat stijgen: meer dan verdubbelen +10. Minder dan de peilingen nu.
  • D66 maakt de grootste comeback sinds Lazarus. Voor de derde keer (1981, 1994) in de geschiedenis van de partij gaan ze winnen terwijl ze de periode daarvoor er penibel voor stonden.
  • De CU wint licht twee zetels.
  • Trots op Nederland zal momentum krijgen, maar misschien is het too little too late. Ik zeg nu vier. Maar ik hoop meer omdat dan de PVV kleiner zal worden.
  • En ten slotte: GroenLinks. Er ligt alle mogelijkheid voor een linkse lente. Ik schat nu 16 zetels. Grootste partij van klassiek links. Beste uitslag in de geschiedenis van de partij. Hoger gaat het niet worden.


Speculeren …

Kabinet gevallen. Na een week lang crisis is het Nederlandse kabinet gevallen. Ik blijf bij mijn stelling dat de oorzaak ligt in een diepgrondig en historisch onvermogen van Christen- en sociaal-democraten om met elkaar te regeren. Maar belangrijker dan achteruit kijken is vooruit kijken.

Nu het kabinet is gevallen zal er een rompkabinet geformeerd worden om de verkiezingen voor te bereiden. 6 van de 16 ministers is vertrokken. Die portefeuille moeten worden overgenomen. De truc bij het vorige kabinet was om de portefeuilles over te laten nemen door zittende ministers. Hoe zal dat nu gaan.

Er zijn 6 ministers vacatures, waarvan 2 minister zonder portefeuille. (En 6 staatssecretarisportefeuilles). Het model dat mij het meest logisch lijkt, is dat de ministers zonder portefeuille worden terug gehecht aan hun ministerie en dat staatssecretarissen als minister benoemd worden. Dat levert het volgende beeld op:

  • Financien gaat naar CDA staatssecretaris De Jager, die heeft een hele sterke reputatie op gebouwd in de laatste jaren;
  • BZK gaat naar de ChristenUnie minister Rouvoet, J&G wordt terug gelegd bij Klink (VWS, CDA) en Rouvoet krijgt tijdelijk een zwaardere portefeuille;
  • OCW gaat naar Bijsterveld (CDA), niet de sterkste staatssecretaris maar wel een macht binnen het CDA;
  • VROM gaat naar Huizinga (V&W, CU) weer niet de sterkste staatssecretaris met een verzwaarde portefeuille, maar ook de ChristenUnie heeft recht op een slice of the cake.
  • WWI & OS worden opgeheven en gaan naar hun respectievelijke hoofdministeries (BuZa en VROM).

Er zijn allerlei problemen met dit model: er komen een aantal zeer zware ministeries (VWS, VROM & BuZa) waar er geen staatssecretarissen meer zijn. Er komen ook staatssecretarissen op zware ministersposten (Fin, OCW & VROM).

Een andere oplossing is een zwaardere reshuffle, waarbij minister zonder portefeuille blijven bestaan en lichtere posten van buiten de kamer worden benoemd, bijvoorbeeld:

  • Klink (CDA, min. VWS) naar Fin en dan Rouvoet (CDA, mzp J&G) naar VWS;
  • Van der Hoeven (CDA, min. EZ) naar terug OCW en dan De Jager (CDA, staats. Fin) naar EZ;
  • Van der Knaap (CDA, burgemeester Ede, vertrouweling Balkenende) naar BZK
  • Spies (CDA, TK) naar VROM
  • Van Ardenne (CDA, voormalig minister OS) naar OS
  • Geluk (CDA, voormalig wethouder R’dam) WWI
  • Wiegman (CU, TK) naar J&G

Maar daarbij wordt de speculatie steeds minder gecontroleerd.

   

Ability to Govern

Het kabinet zwalkt
van crisis naar crisis: van een Irakcrisis woensdag naar een Afghanistancrisis
donderdag. De regeringspartijen liggen mijlenver uit elkaar. Het is een goede
reden om je zorgen te maken over de toekomst van Nederland. Twee kanttekeningen
vanuit historisch en vergelijkend perspectief.

In heel Europa
zijn er kabinetten van centrum. En in heel Europa worden deze kabinetten
gekenmerkt door interne conflicten en instabiliteit. Ze zijn niet tot regeren
in staat. Denk maar aan het huidige kabinet Leterme in Belgie. Een breed
kabinet dat niet in staat is Belgie economisch of institutioneel te hervormen.
Of het kabinet-Merkel II in Duitsland: nadat Merkel’s Christen-democraten zich
van de sociaal-democraten hadden los gemaakt en konden gaan regeren met hun
natuurlijke bondgenoten de liberalen lukte ook dat niet: onenigheid over de
economische koers van dit land
. Of de kabinet-Faymann in Oosterrijk waar
Christen-democraten en sociaal-democraten tot elkaar veroordeeld zijn omdat men
niet met extreem rechts wil regeren. Al deze kabinetten van het centrum zijn
niet in staat om ook maar iets te hervormen.

Voor veel
politicologen is dit een opmerkelijk fenomeen: de partijen in het centrum
zouden qua programma zoveel op elkaar zijn gaan lijken dat ze 1) makkelijk met
elkaar kunnen gaan regeren en 2) met elkaar wedijveren over hun "ability to govern", niet meer over standpunten, maar over het vermogen om dingen te bereiken zo stelt Peter Mair. Maar
al deze centrumcoalities worden gebroken door interne, inhoudelijke conflicten
en zijn daardoor niet in staat om echt te regeren. De versterkte competitie op
de flanken van populistisch rechts en populistisch links speelt daar misschien
een rol in. De strijd om
de kiezer wordt harder en lijkt niet meer beperkt tot de verkiezingen. Tijd om
rustig te regeren en compromissen uit te werken is er niet. Het is een waanidee
om te denken dat partijen in het huidige tijdperk 1) geen inhoudelijke
verschillen meer hebben en 2) ook maar enigszins instaat zijn om zich neer te
zetten als organisaties van staatslieden.

Want eigenlijk
mag de permanente crisis van dit kabinet niemand iets verbazen: al meer dan 50
jaar betekent een kabinet van sociaal-democraten en Christen-democraten een
vechtkabinet: het derde kabinet-Drees (1956-1958) werd gekenmerkt door
voortdurende spanningen tussen KVP en PvdA. Het kortstondige kabinet-Cals
(1965-1967) viel in de Nacht van Schmelzer. Het kabinet-Den Uyl (1972-1977) was
een klassiek vechtkabinet tussen de progressieven en de Christen-democraten, dat
op een haar na de verkiezingen niet haalde. De relatie tussen Van Agt (CDA) en
Den Uyl (PvdA) was zo slecht dat het kabinet-Van Agt II (1981-1982) het nog
geen jaar volhield. Daarop volgde het derde kabinet-Lubbers (1989-1994). Dat
haalde de eindstreep wel, maar zowel de PvdA als het CDA waren geplaagd door
interne en onderlinge conflicten. En nu dus het kabinet-Balkenende IV
(2006-201?).

Historici
richtten zich vaak op persoonlijke conflicten tussen politieke leiders. Van Agt en Den Uyl konden elkaar niet
uitstaan. Balkenende en Bos elkaar ook niet. Er is echter misschien wel een
fundamentelere reden: het CDA en de PvdA staan voor twee heel andere toekomstvisies.
Van centrum-links en centrum-rechts. Progressief en conservatief. Zij zijn het
fundamenteel oneens over de koers van Nederland. Vaak zijn conflicten van
sociaal-economische aard, maar nu spitsen de conflicten zich op buitenlandse
politiek: tussen een Atlantische en meer onafhankelijke koers. En valt het niet over Irak of Afghanistan dan worden het de grootschalige bezuinigingen. Waarin kabinetten
van Christen-democraten en liberalen men het eigenlijk wel eens is over de
koers, zowel economisch en buitenlandpolitiek, staan de sociaal-democraten en
de Christen-democraten mijlenver uit elkaar.

Maar zolang de
flanken in de politiek groeien, worden de gevestigde centrumpartijen gedwongen
om met elkaar samen te werken. Hier in Nederland maar ook in de rest van
Europa. Kabinetten die het met elkaar oneens zijn over de koers van Nederland
en die onder sterke druk staan om hun verschillen te laten zien.

Een laatste
opmerking: moet je als GroenLinks in zo’n tijdperk per se willen gaan regeren? Regeren
betekent in het huidige tijdperk vechten met je coalitiepartners onder permanente hoon van de
oppositie. Toch is mijn antwoord is "ja". Maar wel onder een voorwaarde: geen regenboogkabinet
dat het eigenlijk oneens is over de toekomst van Nederland. Een niet in een
kabinet stappen met het CDA dat je zo een mes in je rug zet. Voor de
verkiezingen een progressieve en sociale coalitie stichten van partijen die het
eens zijn over een basisprogramma en dan een meerderheid van de kiezers zoeken. In Denenmarken,
Zweden en Noorwegen lukt het, in mijn ogen, een stuk beter om in tijden van
polarisatie te regeren: namelijk in elkaar afwisselende coalities van links en
rechts.

Stem Terug, neem je folder terug!

Wederom voelde een lokale partij de noodzaak om zich niets aan te trekken van mijn nee-nee stikker. Moet daar een reactie op komen?

"Geachte creatieve denkers en doeners,

Vanavond vond ik een pamflet van uw "netwerk van creatiever denkers en doeners", die meedoen aan de lokale verkiezingen, in mijn brievenbus. In uw vlugschrift beschrijft u uw sympathieke uitgangspunten en ideeen voor de stad. Uw pleidooi voor een groene en duurzame stad en voor een democratische en vrije stad spreken mij in het bijzonder aan. U zegt op te willen komen voor een stad die draait op groene energie en loopt op openbaar vervoer. En voor een stad waarin burgerlijke vrijheden beschermd worden en democratische invloed van burgers wordt bevorderd. Uw folder is meertalig, iets wat ik zeer kan waarderen in het huidige benauwde politieke klimaat en een tijd van algehele culturele verarming. Stem Terug lijkt me inderdaad een netwerk van creatieve denkers met mooie idealen.

Echter uw creatieve doen staat in groot contrast met uw idealen. Ik heb als burger ervoor gekozen een "nee-nee"-sticker op mijn brievenbus te doen. En toch voelde een lid van uw netwerk, zo’n creatieve doener, de noodzaak om een exemplaar van uw vluchtschrift ongeaddresseerd in mijn brievenbus te doen. Reden voor mij om mij zorgen te maken of u wel staat voor de idealen waarvoor u zegt te staan.
Ik heb een "nee-nee"-sticker juist omdat ik mij zorgen maak over de steeds verder groeiende afvalberg en de steeds verdergaande ontbossing. De "nee-nee"-sticker is een van de manieren waarop ik vorm geef aan mijn groene idealen. Groene idealen waarvan ik dacht dat uw netwerk en ik die deelden. Deze worden door uw handelen met voeten getreden. Voor een "Do It Yourself"-mentaliteit van groene burgers heeft uw netwerk geen oog. Helaas.
U schrijft een "Big Brother-samenleving" af te wijzen. De overheid moet respect tonen voor de rechten en vrijheden van burgers. Ik ben zelf ook zeer gesteld op mijn privacy. Ik wil geen onnodige inbreuken op mijn prive-sfeer. Een "Big Network of Creative Thinkers and Do-ers"-samenleving lijkt u echter niet te vrezen. De overheid mag dan wel geen inbreuk doen op mijn prive-sfeer, de overheid mag dan wel niet ingaan tegen mijn wensen als burger, Uw creatieve netwerk van denkers en doeners hoeft zich niets aan te trekken van de vrijheden en wensen van burgers. U lijkt te zeggen: "U wilt geen ongeaddresseerd drukwerk? Ons netwerk weet wel beter! We hoeven ons niets aan te trekken van uw voorkeuren." Weinig consequent in mijn ogen.
Al met al lijkt Stem Terug, als netwerk van creatieve doeners weinig op te hebben met de idealen van het netwerk van creatieve denkers.

Daarom maak ik mij zorgen: ik deel uw groene en progressieve idealen. Ook ik ben ontevreden over de lokale politiek en wil daar verandering in brengen. Maar zoals bij zoveel gevestigde partijen – excuses netwerken van creatieve denkers en doeners – stroken uw woorden en uw handelingen niet met elkaar. Wat moet ik als kiezer doen? Waar moet ik met mijn onvrede en idealen naartoe, als u zelfs voordat u in de raad zit zich gedraagd als een arrogante machtspartij die zich niets aantrekt van de wensen van de burger en haar eigen programma?

Met groene en progressieve groet,

Simon Otjes"

The West Wing of the House of Cards

Ik twitterde er al over "House of Cards". Het combineert het inzicht in de politiek van "The West Wing" met het harde cynische machiavellisme van de echte politiek.

De serie beschrijft de politieke carriere van de Britse politicus Francis Urquhart (FU). Hij begint als Chief Whip van de regerende Tories. Hij lijkt een betrouwbare, integere man. Iemand die in de achterkamertjes de zaken voor de Conservatieven organiseert. Hij is echter door en door ambitieus, dol op macht, en wraakzuchtig, als een Shakespeareaans karakter. Hij wil premier worden. En daarvoor zet hij alles in: hij laat de huidige premier vallen. En elimineert dan alle mogelijke opvolgers tot dat de partij bij hem moet uit komen om hem te vragen als premier. Iets wat hij zo genaamd slechts aan neemt onder grote druk.Achter ieder Shakespeareaans karakter staat een manipulatieve vrouw. Elizabeth staat haar man in alles bij en staat hem toe seks te gebruiken als een wapen. Om zijn eigen betrokkenheid uit te wissen, liegt en bedriegt hij. En vermoordt hij twee mensen. Dan wordt hij als premier geinstalleerd.

Het eerste van drie series heb ik net achter de rug. Een uitermate spannend plot. De eerste drie afleveringen (van vier) zijn echt fascinerend. Backroom politics, de band tussen politiek en media, de verlokking van de macht en de corrumperende werking van ambitie. Maar in het vierde deel brengt Urquhart twee mensen om. De ene, een drugsverslaafde PR man, die eigenlijk dood wil. Hij vergiftigt hem. Een act of mercy. De ander is Urquhart’s geliefde een journalist die er langszaam achter komt dat de door haar zo bewonderde politicus een gevaarlijke moordenaar is. Urquhart gooit haar van het parlementsgebouw. Dat was voor mij wel een beetje het jumping the shark moment. Een stap te ver. Hij had haar op zoveel manieren kunnen ruineren zonder haar zelf met zijn eigen handen van een gebouw te gooien. Dat gaat wel echt iets te ver. Gelukkig wordt Urquhart aan het begin van de tweede serie achter volgt door het kwaad van zijn daad.

Nu maar kijken hoe de rest van de serie eruit ziet. Misschien minder idealistisch dan The West Wing. Uruquhart is geen liberale softie maar een keiharde conservatieve hard-liner. In vergelijking met The West Wing zit er meer politiek conflict en met name meer persoonlijke ambitie in de serie. Machiavelli in London. En daarmee is de serie misschien wel een stuk realistischer.

Wat de Peilingen niet laten zien II

Vorig jaar schreef ik er al iets over de structurele afwijking van peilingen. Dat gold toen voor de relatie CU-SGP. Maar er zijn ook wel twee andere verhalen die vingerspitzenprognostici kunnen vertellen over de aankomende lokale verkiezingen.

Volgens Maurice staat bijvoorbeeld de PVV op 25 zetels net achter het CDA. Dat kan hij lokaal nooit waar maken. Hij kan het in Almere en in Den Haag nooit goed genoeg doen als bij de Europese verkiezingen vorig jaar zomer. Andere partijen lopen met populistische winst weg. De lokalo’s zullen het deze verkiezingen goed doen. Lokale partijen zouden gezamelijk nog wel eens de grootste politieke groepering in gemeenteraden kunnen vormen. De Haagse politiek overtroffen door een groep lokale amateurs, dilettantes en querulanten.

Echter een iemand profiteert het meest van de afwezigheid van Wilders in de meeste steden. Rita Verdonk. Ze heeft haar zaakjes beter op orde dan Wilders. Een jaarlang was ze nauwelijks te zien in de Tweede Kamer. Afwezig bij belangrijke debatten. Bezig met de echte mensen in de Nederlandse dorpen en steden. En daar zal Verdonk op 3 maart van profiteren. Het is een goede uitweg voor mensen die normaal op Wilders stemmen. Mensen die een helder signaal naar Den Haag willen sturen: minder belastingen, minder Islam, minder files en minder criminaliteit maar vooral minder Bos en Balkenende. Een stem voor wel zes boodschappen. Op Trots op Gouda, Trots op Utrecht of Trots op Weert of Trots op Landgraaf. Voor de peilingenwatchers en Haagse journalisten zal de winst van Verdonk een verassing zijn. En die "verassing" zal Verdonk het wondermiddel van de landelijk politiek geven. Momentum. "The Big Mo". Positieve aandacht voor Rita Verdonk, haar beweging en haar "visie". Op het journaal, in de telegraaf, op de wereld draait door, bij omroep Max. De lokale verkiezingen van 2010 zullen het lazarus moment zijn voor Rita Verdonk.

En dat is mooi. Want iedere zetel die ze wint snoept ze af van de PVV en VVD. Ze komt misschien wel op twaalf of dertien zetels. En Wilders zal ook genoegen moeten nemen met zo’n aantal. En met een verdeeld rechts blok kan het CDA in alle rust met de PvdA breken. JPB weer de grootste. En het CDA regeert door. De leus van Wilders is al bekend: een stem op Rita is een stem op Jan Peter dus stem Geert. Vrij naar Hans Wiegel.

Hoe zo sociaal-democratie versus populisme?

Een van de vraagstukken die me al jaren fascineert, is het
sociaal-democratisch probleem: de sociaal-democratie over heel Europa ziet haar
trouwe electoraat over gaan naar populistische partijen. De sociaal-democratie,
die zich vereenzelvigt heeft met de overheid (“partij van de ambtenaren”) heeft haar band met haar klassieke
electoraat verloren. Deze stemmen nu op partijen die op komen voor de gewone
man, en tegen de elite. Populisme is de grote boeman van de sociaal-democratie.

Maar was het niet zo dat de sociaal-democratie ooit zelf die
populistische beweging was? Laten we populisme definiëren als een politieke
stroming die het volk als deugdzaam ziet en als een homogeen geheel. De
(regerende) elite luistert niet naar het volk. Er is een nieuw leiderschap
nodig dat naar dat volk luistert. En een nieuwe democratische manier van
politiek bedrijven. Populisten staan bekend om hun simpele oplossingen voor
complexe problemen.

Nvv1
Rond 1900 was de boodschap van de SDAP (een van de
voorgangers van de PvdA) simpel: er is een elite in Nederland die de macht in
handen heeft, die luistert met name naar de belangen van ondernemers. De economische elite en de politiek elite vallen grotendeels samen
omdat de dominante partij de liberale is. De elite wordt in het Marxistisch jargon ook wel bourgeoisie genoemd. De gewone man op de straat is een
hardwerkende, deugdzame arbeider. Hij wordt echter door de elite dubbel gepakt:
zowel economisch (de arbeider wordt te weinig betaalt) en politiek (de arbeider
is niet vertegenwoordigd, want geen stemrecht). Deze klassieke spotprent van de sociaal-democratische krant "Het Volk" laat de macht van de deugdzame, hardwerkende arbeider zijn ten opzichte van de dikke, lelijke elite.

Sdap2
Dus moet er een wisseling van
de wacht komen: het volk moet het voor het zeggen krijgen. Er is een nieuwe
manier van politiek bedrijven nodig (namelijk algemeen kiesrecht). De nu stemmenloze
arbeider zal en-masse op de sociaal-democraten stemmen. Immers de arbeidende
klasse is een grote homogeen links blok. De SDAP voerde op een simpele manier
campagne: er was een kwaad (de kapitalisten, of wel het op hun eigen belang
georienteerde politiek-economische elite) en als we dat kwaad zouden aan pakken,
zouden alle wereldproblemen (oorlog, armoede, etc) verdwijnen. Deze prachtige verkiezingsposter van de SDAP vat het allemaal mooi samen: de deugdzame, harwerkende arbeider lost met een slag alle sociale problemen op.

Alle voorgenoemde elementen van het populisme zijn daar: een
homogeen deugdzaam volk (het proletariaat), een dove elite (de kapitalisten),
de nieuwe manier van politiek bedrijven (algemeen kiesrecht) en de simpele
oplossingen (als de kapitalisten weg zijn zijn alle problemen opgelost). De
sociaal-democratie is ooit begonnen als een populistische beweging.

Het is misschien een rustgevende of een beangstigende
gedachte: net als de sociaal-democratie zal ook het nieuwe rechtse populisme door het
politieke systeem ingekapseld worden. De SDAP is ook ooit begonnen als
revolutionaire anti-systeempartij, net als de LPF/PVV. Uitendelijk kwam de PvdA
ook gewoon in de regering en bleek dat ze misschien het onmogelijke eiste, maar
redelijke praktische politiek bedreven. Retorisch misschien een beetje sterk
aangezet. Nederland is en blijft een land van polderende coalities daar kunnen al die populistische vernieuwingsbewegingen niets aan af doen.Voor de SDAP begon het allemaal met het wethouderspopulisme: op
lokaal niveau pragmatische sociaal-democratische politiek bedrijven. Misschien
is Marco Pastors, die in het verleden in Rotterdam een gematigde bestuurder
bleek, wel een soort Drees 2.0.

Diegenen die denken dat alleen de sociaal-democratie
populistische wortels heeft wil ik wel uit de droom helpen: ook de
Christen-democratie heeft populistische wortels. De Anti-Revolutionaire Partij
(een van de oprichters van het CDA) heeft ook duidelijk populistische trekken.
Ooit ontstaan als beweging van “kleine luiden” die het opnamen tegen de corrupte
liberale politieke elite. Het volk dat was deugdzaam en gelovig. De liberalen
waren door hun vrijzinnigheid de band met het gewone volk kwijt geraakt. Er
waren nieuwe leiders nodig die het volk kenden. En een nieuwe manier van
politiek bedrijven. De “massapartij” was een alternatief voor de bestaande “notabelenpartijen”. Ook de ARP zette
zich in voor uitbreiding van het kiesrecht naar alle mannen. En ook de ARP is
gewoon door het politiek systeem geabsorbeerd tot zij uiteindelijk in de jaren
’70 de partij van de gevestigde orde waren geworden.

Er zit een soort onvermijdelijkheid in: democratische
anti-systeembewegingen verzetten zich tegen de regerende elite. Maar dan worden
ze zo groot dat ze verantwoordelijkheid moeten dragen. Anti-establishment
oppositiepartijen worden regeringspartijen. De macht bevalt en dan worden regeringspartijen
regentenpartijen. Regentenpartijen verliezen het contact met hun
maatschappelijke basis en maken zo ruimte voor populistische alternatieven.

Kortom: all of this has happened before and all of this will
happen again.

Calcula

Een van de leukste fictieboeken die ik in de afgelopen jaren heb gelezen is, is The Curious Enlightenment of Professor Caritat van Steven Lukes. Het boek beschrijft de reis van een professor Caritat door verschillende landen waar verschillende politieke filosofieen zijn gerealiseerd. Zo bezoekt hij Calcula, de hoofdstad van een utilistisch land, Utilitaria, waar geluk en efficiency domineren, maar ook Communitaria een land waar verschillende religieuze en ethnische groeperingen op een multiculturalistische manier langs elkaar leven, en Libertaria, waar rechts-libertarianisme domineert. Een sublieme satire op de dominante stromingen in de politieke filosofie (mid jaren ’90), maar ook op het Britse politieke en academische leven. Het is daarnaast een makkelijke inleiding in het vakgebied die vol zit met kleine verborgen verwijzingen.

Een passage is me altijd bij gebleven. In Utilitaria heeft iedereen en zakrekenmachine waarmee hij bij iedere daad
uitrekent of het meer of minder geluk op zal leveren. Geluk staat daar centraal, persoonlijke
relaties, identiteit en vrijheid zijn daar verdwenen. Tot in de kleinste details heeft Lukes deze samenlevingen geconstrueerd. Zo is het in Utilitaria de gewoonte om gesprekken niet beleefd af te sluiten. Een gesprek is gewoon af als het niet meer nuttig is en dan loop je weg:

"The conversation (…) was now evidently at an end, for she was shaking his hand in farewell. It appears, Nicholas (Caritat – SO) thought, that conservations in Utilitaria come to an abrupt end when no longer useful." (Lukes 1995:79)

Volgens mij een absolute aanrader.