Hoezo xenofoob?

In binnen- en buitenland staat de PVV bekend als een "xenofobe" partij en als een partij van politieke buitenstaanders. Een partij die dijken rondom Nederland wil optrekken er niet overheen wil kijken. Een partij van mensen zonder banden met de gevestigde politiek: niets is minder waar zeker als je kijkt naar het persoonlijk leven van een aantal prominente PVV’ers.

Drie van de negen kamerleden van de PVV heeft een significante buitenland connectie.

  • Geert Wilders zelf benadrukt zelf altijd zijn band met Israel. Hij bezocht het land regelmatig sinds zijn 19e en heeft zelfs overwogen zich daar permanent te vestigen. Wilders zelf is sinds 1992 getrouwd met een Hongaarse. Wilders reist om zijn anti-Islamitische verhaal te verkondigen de hele wereld rond.
  • Martin Bosma werkte na zijn studie in New York als journalist onder andere voor CNN. Tijdens zijn verblijf in Amerika was hij medewerker voor de campagne van Bill Clinton. Als journalist werkte hij vervolgens in Nederland aan allerlei multiculturele radiozenders mee.
  • Teun van Dijck is gehuwd met een voormalige Miss Curacao, naar het schijnt een prachtige Afro-Antiliaanse vrouw.

Het idee dat de PVV een partij is van xenofoben lijkt me ueberhaupt onjuist: de partij is primair anti-Islamitisch, omdat ze menen dat dit geen geloof is maar een totalitaire ideologie. Daarom wil Wilders mensen met een Nederlands paspoort die wel islamitisch zijn uitzetten als een misdaad begaan, maar vind hij dat als Nederland migranten nodig heeft er Hindoestanen het land in mogen. De crux zit voor hem in de Islam. Neem de Europese campagne: speerpunt van de PVV was Turkije geen lid mag worden van de Unie, dat Christelijk project moet blijven.

Ook denken veel mensen dat de PVV een partij is van nieuwkomers, van buitenstaanders. Dat is ook maar ten dele waar.

  • Geert Wilders, dat weten we allemaal, heeft zijn wortels in de VVD. Sinds 1998 zit hij in de kamer. Met 3913 dagen is hij 15e in ancienniteit. Er zijn maar drie kamerleden (Poppe, Marijnissen en Van der Vlies) die voor 1998 al in de kamer zaten. Daarvoor werkte hij al 8 jaar voor de VVD in de Tweede Kamer. Er zijn maar weinig mensen die al zo lang in Den Haag mee lopen.
  • Maar hij is niet de enige die al eerder in de partij politiek rondliep: Fleur Agema en Barry Madlener waren Fortuynisten. Agema zat voor de LPF in de Noord-Hollandse Staten, Madlener voor Leefbaar Rotterdam in de gemeenteraad van Rotterdam.
  • Ook uit de gevestige politieke partijen komen PVV’ers voort: Hero Brinkman was slapend (?) lid van de Partij van de Arbeid. Daniel van der Stoep, binnenkort Europarlementarier voor de PVV, was actief binnen het CDJA voordat hij overstapte naar de PVV.

Een aantal PVV’ers heeft dus hun wortels in andere partijen. Veel ideeen van de PVV zijn ook al niet nieuw: het anti-Islamitische geluid kwam al eerder voorbij Fortuyn, maar ook bij Bolkenstein, zij het in beschaafdere bewoordingen en waren hun standpunten minder extreem. Maar de andere thema’s van de PVV: vrijheid van meningsuiting, belastingverlaging, fileprobleem, zwaardere straffen, hervormen sociale zekerheid, Euroskepsis, dierenrechten zijn niet nieuw en spelen als sinds de jaren ’90 een prominente rol in de Nederlandse politiek.

Dus: de PVV is niet xenofoob en niet nieuw, maar eigenlijk een gewone oerhollandse partij …

Europees Kwartetten

Terwijl men in Den Haag op rustig reces is, lopen in Brussel de meest
belangrijke onderhandelingen van de komende 5 jaar. Wie krijgt welke
commissie? Volgens De Trouw, doet GroenLinks het best aardig in de
Groene fractie. Dat mag ook wel want numeriek is GroenLinks de derde delegatie van de Groenen/EVA:

Is zorg anders?

Mevrouw Citroen (2 kinderen, 4 kleinkinderen) en Mevrouw Mik (2 kinderen, 4 klein kinderen) worden allebei 90. Toevallig vieren ze dit met hun familie op dezelfde avond, in hetzelfde restaurant Brasserie Evelien. De familie Citroen heeft het altijd iets beter gehad, omdat Mevrouw Citroen een baantje had naast het opvoeden van haar kinderen. Daar staat een grote fles champagne op tafel. De familie Mik zat altijd thuis, en daar kunnen ze geen champagne betalen. Zij hebben een karaf water besteld. Mevrouw Mik ziet mevrouw Citroen genieten van haar champagne. "Mag ik ook champagne" vraagt mevrouw Mik. "Nee, oma dat kunnen we niet betalen". Mevrouw Mik is al een beetje dement, begrijpt het allemaal niet zo goed meer en begint te huilen.

Een zelfde verhaal schreef Evelien Tonkens een paar weken geleden in De Volkskrant. Alleen was de setting daar in een verzorgingstehuis. Het is onderdeel van haar wekenlang betoog tegen de hervorming in de AWBZ. Sommige ouderen kunnen straks een pluspakket kopen voor extra service. Mevrouw Citroen (geen pluspakket) krijgt geen wijn bij het eten. Mevrouw Mik (wel een pluspakket) krijgt wel wijn. Oneerlijk, vernederend, onbegrijpelijk met name voor demente ouderen. Maar is het ook verschrikkelijk als een ouderen op haar verjaardag champagne kan kopen en een andere dat niet kan betalen? We accepteren dat er in een maatschappij inkomensverschillen zijn. Inkomensverschillen waardoor sommige  mensen meer kunnen kopen dan anderen. Zeker als die inkomensverschillen het gevolg zijn van bewuste keuzes van mensen (bv. om wel en niet te gaan werken) vind ik die inkomensverschillen gerechtvaardigd. Dat betekent ook dat de verschillen in goederen en diensten die zij kunnen kopen gerechtvaardigd zijn. Ik zie geen borden voor de lokale brasserie: "Stop de tweedeling in de horeca! Champagne en water voor dezelfde prijs!" 

Maar in het pluspakket ziet niet alleen wijn bij het eten. Ook een stukje lopen met de zuster. Vaker gewassen worden. Is dat niet oneerlijk? Is zorg niet bijzonder? Verdienen onze arme ouderen niet beter?

Het verhaal van Tonkens is tragisch. Maar ik heb het gevoel dat zij het punt mist. Ik denk dat iedereen het over eens is dat alle ouderen hebben recht op een menswaardige oude dag. En dat wij daar collectief in moeten voorzien. Iedere oudere heeft recht op ten minste die zorg en andere diensten om waardig te leven. Vaak genoeg gewassen worden hoort daarbij. Maar ook een eigen kamer in verzorgingstehuis. Het politieke gevecht gaat niet over tweedeling of collectief vs. individueel. Het gaat om de vraag: wat is noodzakelijke zorg en wat is extra, luxe? Wat moet er collectief en wat kan er individueel?

In mijn ogen is zorg wel anders dan veel diensten die wij kopen. In de zin dat iedereen recht heeft op een minimum dat genoeg is om menswaardig te kunnen leven. Mensen hebben geen recht op een minimum aan nagellakken om menswaardig te kunnen leven, omdat nagellak daar niet noodzakelijk voor is. Maar boven dat minimum uit zie ik geen verschil tussen het glas wijn in het tehuis en het glas champagne op je verjaardag.

Nog eentje dan: Mevrouw Citroen en Mevrouw Mik doen nog altijd samen
boodschappen. Samen schuifelen ze door de Plus. Mevrouw Citroen koopt een
fles Whisky. Mevrouw Mik kijkt in haar portemonnee. 25 euro voor een
goede fles Whisky. Dat kan ze niet betalen. Mevrouw Mik had ook graag
een glaasje gedronken. Die avond drinkt ze maar weer water. De volgende
ochtend komt de ambulance door de straat. Ze stoppen bij nummer 6.
Mevrouw Citroen. Mevrouw Mik loopt naar buiten en vraagt de broeder:
"Wat is er aan de hand?" "Het spijt me," antwoordt hij, "Mevrouw
Citroen is overleden. Een levercoma
vanwege haar alcoholprobleem." Mevrouw Mik is al een beetje dement,
maar begrijpt het overlijden van haar dierbare vriendin maar al te goed
en begint te huilen.

The Hunter becomes the Hunted

Gister en eergister heb ik Do Androids Dream of Electric Sheep? gelezen (eigenlijk aangehoord: leve audio books!) en vandaag de verfilming Blade Runner. Cult classics. Ik ben er nog niet helemaal uit wat ik van beiden moet vinden de film of het boek.

DADES en BR gaan over Rick Deckard, een bounty hunter (in de film blade runner, maar die term wordt daar nooit goed uitgewerkt) die voor de politie replicants (in de film) androids (in het boek) uit moet schakelen. Het verhaal speelt zich af in een dystopische toekomst. Androids zijn in alle opzichten menselijk behalve dat ze geen medeleven hebben voor anderen. Als bounty hunter moet je dus een psychologisch profiel van iemand maken (op basis van zijn reacties op vragen over gebeurtenissen waar wij medeleven voor zouden voelen). Heeft iemand geen medeleven dan mag je hem zonder gevoel neerschieten. Sommige androids krijgen de herinneringen van een mens mee en zijn zich er zelf niet bewust van dat zij een android zijn.

Het boek is geschreven door Philip K. Dick die -naar het schijnt- een aantal bijzondere, post-moderne science fiction romans heeft geschreve n. Wat ik er van heb begrepen hebben veel van deze boeken een twist: wat je dacht dat waar was blijkt niet waar te zijn. De werkelijkheid, herinneringen hiervan blijken illusies. Hierbij wordt rijkelijk gebruik gemaakt van science fiction mechanismen. Ik dacht dat DADES en BR zich daar op zouden focussen.

Wat ik had gelezen van BR, en DADES, was dat er veel speculatie was of de hoofdpersoon zelf een replicant zou kunnen zijn. De android-hunter is zelf een android. In het boek wordt wel enigszins met die gedachte gespeelt: als Deckard voor een android begint medeleven begint te tonen, gebruikt hij zijn eigen test op zichzelf. Als iemand vervolgens die android zonder medeleven vermoordt, verdenkt Deckard de moordenaar ervan een android te zijn. Maar dit zijn in het boek maar zijlijnen: het hoofdverhaal (voor zover er een hoofdverhaal is want het boek bestaat uit wel erg veel verhaallijnen naast elkaar) gaat met name over hoe en waarom Deckard de verschillende replicants opruimt. In de film ligt de nadruk zwaar op het achtervolgen en vrij bloedig ombrengen van de evil replicants en zijn er maar twee vrij nietzeggende verwijzingen naar Deckard’s eigen status als android (die zitten hem allemaal in een eenhoorn waarover hij droomt).

Na alle aandacht voor dit vraagstuk richt de film zich hier nauwelijks op en dan blijft er een gevoel over van "hiervoor was ik toch niet gekomen?". Kijk, BR is een mooie film, een van de eerste films die een dystopische, technische science fiction wereld toont ("cyperpunk"). Een mengsel van science fiction met film noir. Maar ook een wereld waardoor globalisering future Los Angeles een smeltkroes is geworden voor de Chinese en Amerikaanse cultuur (Firefly any one?) Anders dan in het boek wordt de androids een sterke motivatie gegeven om naar de aarde te komen (to meet their maker and seek immortality).

En DADES is een heel vol boek dat vol zit met allerlei verhalen: over valse profeten, over een wereld waar androids de politie en de massa media langszaam over nemen, over hoe in een dystopische wereld vasthouden aan menselijkheid vasthouden aan medeleven is geworden, over elektrische schapen, over een almachtige overheid, over machines die je gevoel voor je pre-programmeren. Maar ik krijg niet het gevoel dat alle verhaallijnen de aandacht krijgen die ze verdienen.

Wat ik had gehoopt was een verhaal over een android hunter die langszaam begint te twijfelen aan zijn eigen mens-zijn. Die denkt dat hij zelf nog wel eens kan zijn waar hij zelf op jaagt. Maar dat werd in mijn ogen niet sterk genoeg uitgewerkt. Gelukkig is het nieuwe seizoen Battlestar Galactica uit, want in deze serie wordt die idee juist uitgewerkt.

Tegenmacht en macht

De kwestie Borghouts blijft GroenLinks maar achtervolgen. GeenStijl blijft het maar aan jagen. Op de planeet blijft het opvallend stil. Niet geheel stil: Steven maakte vandaag een rake observatie. GroenLinks wil graag regeren en wijst daarbij vaak op het succes op het gemeentelijke en provinciale niveau. Bestuurders als Borghouts zijn dan geen goed uithangsbord. "Onze bestuurders zijn ook maar gewone mensen" zei de partijvoorzitter al.

In de laatste jaren is GroenLinks gegroeid tot een echte bestuurderspartij, met onhandige regenteske bestuurders als Harry Borghouts. Maar Borghouts is niet de enige zo herinneren de reageerders van GeenStijl me: Marijke Vos heeft ook lijst van fouten op haar naam, van bestuurlijk onhandig tot regentesk overambitieus. In andere gemeenten waar GroenLinks mee bestuurt, heeft ze het ook moeilijk: neem Leiden daar is de wethouder John Steegh verantwoordelijk voor het niet uitvoeren van het referendum over de RijnGouweLijn. Een moeilijk te verkopen beslissing in de stad. GroenLinks als machtspartij die zich niet van het pluche laat blazen.

Maar naast deze "schandelen van de macht" wordt GroenLinks ook achtervolgt door "schandalen van de tegenmacht". De schandelen die we over hebben gehouden aan de extra-parlementaire actiebeweging die geweld niet schuwde. Dat is ook een traditie waar wij in staan: denk maar aan de inbraak van Wijnand Duyvendak, de bom van DWARS, de guerilla training van Sam Pormes.

Ook andere partijen in Nederland worden achtervolgt door de vuile handen die je krijgt als je regeert: niet naar burgers luisteren, blijven zitten als je weg zou moeten. De PvdA put daar tegenwoordig zijn bestaansrecht uit. Maar er zijn geen andere partijen die worden achtervolgd door schandalen van de tegenmacht. Het is een opvallende combinatie: zo regentesk, na zo’n anti-parlementair verleden.

Verkiezingsprogramma proza

Ik schreef er al over: de inleiding waarmee de verschillende hoofdstukken van het verkiezingsprogramma aan elkaar gehecht moeten worden. "Open" had ik vorig weekend geschreven, daarop volgde gister "sociaal". Alhoewel er een veel sterkere samenhang is tussen de sociale onderwerpen (huisvesting, zorg, werk & inkomen, mensen in de marge, onderwijs) moesten ook deze onderwerpen in een stroom aan elkaar gehecht worden. Het voorlopige resultaat:

GroenLinks streeft naar een solidaire samenleving. Een samenleving waarin welvaart eerlijk gedeeld wordt. Juist in tijden van economische neergang houdt GroenLinks oog voor mensen de minste kansen. Maar solidariteit is voor ons meer dan een eerlijke inkomensverdeling. In een solidaire samenleving kan iedereen mee doen en hoeft niemand aan de kant staan. Solidariteit kan voor ons niet onafhankelijk gezien worden van emancipatie. GroenLinks streeft boven alles naar een samenleving waarin iedereen de mogelijkheid heeft zelf vorm te geven aan het eigen leven.
Daarom is onderwijs voor ons zo belangrijk. Onderwijs emancipeert mensen uit armoede en achterstelling. We willen armoede ook aanpakken door werk voor iedereen te verzekeren. Werk is voor veel mensen de manier om deel te nemen aan de samenleving, maar vrijwilligerswerk en mantelzorg zijn dat ook. Als mensen zorg nodig hebben, moet de gemeente dat op zo’n manier aan pakken dat mensen grip kunnen houden op hun eigen leven. Soms raakt het leven van mensen uit de rails. De gemeente ondersteunt mensen om weer hun eigen weg te vinden, en meester te worden van hun psychische problemen en weer een dak boven hun hoofd te krijgen.  Huisvesting is ook voor veel starters een probleem. De gemeente maakt van de beperkte ruimte in Leiden gebruik om met name te bouwen voor mensen die net beginnen te huren of te kopen.

De PVV is en blijft een rechtse oppositiepartij

Net gepubliceerd op de site van het NRC:

De PVV is en blijft een rechtse oppositiepartij: De SP en de PVV vinden elkaar alleen in de oppositie.

Door Simon Otjes

Opiniemakers, journalisten en politici vinden het steeds moeilijker om de positie van de Partij voor de Vrijheid te duiden. Het feit dat de PVV en de SP soms samen stemmen, ondermijnt het beeld dat de PVV een rechtse partij is. Daarom zijn er stemmen die zeggen dat de PVV naar links is verschoven. Uit een analyse van al het stemgedrag van de PVV in de laatste twee jaar blijkt dat dit niet waar is: de PVV is en blijft een rechtse oppositiepartij.

Tijdens het slotdebat over de uitslag van de Europese verkiezingen zei Mark Rutte over Geert Wilders tegen Agnes Kant: “U kunt hem (Geert Wilders – SO) bijna ontvangen in de SP, want u vindt over zoveel zaken in de Kamer hetzelfde, dat u eigenlijk één partij zou kunnen vormen.”

De PVV aan de linkerkant van het politieke spectrum? Het idee was al eerder geopperd door Trouw columnist Sylvain Ephimenco, hij sprak op 28 mei in zijn column zelfs over een “demasqué” van Wilders. De partij kan volgens hem niet meer als “rechts” bestempeld worden omdat de PVV steeds vaker met SP en GroenLinks meestemt. Het NRC Handelsblad kopte op 13 juni “PVV schuift naar links over economie”. Volgens de krant nam de PVV steeds vaker dezelfde standpunten in als de SP, met name op onderwerpen als de hervorming van de WAO en het ontslagrecht. Volgens de krant bevindt de PVV zich nu aan de linkerkant van het politieke spectrum. Heeft Wilders gebroken met zijn rechtse roots?

Het stemgedrag van partijen in de Tweede Kamer kan het beste worden begrepen in termen van twee tegenstellingen: tussen links en rechts en tussen regering en oppositie. Sommige stemmingen verdelen de partijen in de Tweede Kamer in een rechts kamp en een links kamp; bij andere stemmingen stemmen de oppositiepartijen “voor” en de coalitiepartijen “tegen”. Als alle oppositiepartijen voorstemmen en de coalitiepartijen tegen gaat het vaak om voorstellen van een oppositiepartij die tegen kabinetsbeleid in gaan: neem motie 31472-13 waarin Pechtold en Rutte vragen om een onderzoek naar de gevolgen van de kredietcrisis voor de begroting. Oppositie stemt voor, coalitie stemt tegen, immers zo’n onderzoek brengt het kabinetsbeleid in de war. Stemmingen die de Tweede Kamer in links en rechts verdelen gaan vaak over beleidsvragen waar de coalitie verdeeld over denkt, neem de motie 31143-8, waarin Van Toorenburg en Kamp vragen om het in stand houden van een verplichte eigen bijdrage voor inburgeringscursussen. Het parlement verdeelt zich in links (SP, GroenLinks, PvdD, D66, PvdA en ChristenUnie) en rechts (CDA, VVD, SGP, Verdonk en PVV).

Figuur

We kunnen het stemgedrag van alle partijen samenvatten in één figuur (hierboven). Dit figuur is gebaseerd op een analyse van alle stemmingen in de Tweede Kamer tussen 2007 en 2008. De horizontale as verdeelt de partijen tussen links en rechts. Geheel links zien we een cluster van SP, PvdD en GroenLinks, met daar vlak in de buurt D66. In het midden van deze dimensie staan de regeringspartijen PvdA, de ChristenUnie en het CDA, samen met de SGP. Geheel rechts staan de rechtse oppositiepartijen: PVV, VVD en Verdonk. De verticale as in het figuur verdeelt de partijen in coalitie en oppositie. Helemaal boven in het figuur staan de coalitiepartijen. Als we meer naar beneden gaan volgen de oppositiepartijen. Hoe groter de afstand tussen de oppositiepartijen en de regeringspartijen, des te sterker het verzet tegen het regeringsbeleid. De PVV, SP en Verdonk staan het verst van de coalitie op deze as. Met andere woorden, de figuur toont enerzijds de mate van instemming met het kabinetsbeleid op de verticale as, en anderzijds de links/rechts-tegenstelling op de horizontale as. Aan de hand van deze figuur kunnen we de duidingen van het stemgedrag van de PVV empirisch beoordelen.

Het beeld van de PVV als een linkse partij komt niet overeen met het stemgedrag van de partij. De PVV staat het dichtst bij de VVD en Verdonk. Dat zijn, net als de PVV, rechtse oppositiepartijen. Deze partijen stemmen vaak hetzelfde. De PVV stemt in 64 procent van de stemmingen hetzelfde als de PVV en Verdonk. Er is ook een gelijkenis in het stemgedrag van de SP en de PVV. Soms vinden deze oppositiepartijen elkaar in de Tweede Kamer. Dat is in ongeveer 46 procent van de stemmingen het geval, zowel in 2007 als in 2008. Echter, het feit dat de SP en de PVV soms het zelfde stemmen, is geen bewijs voor de stelling dat de PVV links is geworden. De SP en de PVV staan in zo’n stemming vaak lijnrecht tegenover het centrum-linkse kabinet. De partijen vinden elkaar als radicale oppositiepartijen van links (SP) en van rechts (PVV). Overigens als Wilders met de SP in een partij zou kunnen, dan kan Mark Rutte zich daar zo bij aansluiten: zijn VVD fractie stemt in 44 procent van de stemmingen mee met de SP, maar 2 procent verschil met de PVV.

Kortom: de interpretatie van Rutte, Ephimenco en NRC van het stemgedrag van de PVV is te simpel. Dit kan je niet in een simpele links-rechts tegenstelling vatten. In de Tweede Kamer is er ook een tegenstelling tussen oppositie en coalitie. De SP en de PVV vinden elkaar in deze tegenstelling en stemmen samen als radicale oppositiepartijen van links en van rechts tegen de regering.

Simon Otjes is promovendus aan de Universiteit Leiden. Hij doet onderzoek naar stemgedrag van politieke partijen in de Tweede Kamer. De analyse is gemaakt op basis van software ontwikkeld door professor Keith Poole.

Problemen in lokale programma’s

Het schrijven van een lokaal verkiezingsprogramma’s is nog een hele klus. Met name het ordenen van de hoofdstukken valt ons wel lastig. We hebben gekozen voor drie grote hoofdstukken: Groen, Sociaal en Open. Groen heeft betrekking op milieu, ruimte & klimaat, Sociaal gaat over onze linkse prioriteiten (onderwijs, sociaal beleid, zorg), en in Open moeten we de rest bespreken (democratie, emancipatie, veiligheid, internationaal, cultuur). Dat levert wel een aantal problemen op.

Ten eerste: waar laat je huisvesting? Huisvesting staat op het kruispunt tussen groen, sociaal en tolerant. Huisvesting is een groen onderwerp: huizenbouwen kost ruimte, een groen huis bespaart energie, water en gas en sloop is zonde van de grondstoffen. Maar huisvesting is ook een sociaal onderwerp: de huren zijn hoog, de huurwoningen schaars en jongeren vinden moeilijk een huis. Er is ook een verband tussen de overige, open, onderwerpen en huisvesting: mensen willen zeggenschap over hun woonomgeving, gemengde wijken zijn (niet?) goed voor integratie, mooie onder architectuur gebouwde huizen zijn een verrijking van het leven van de bewoners en hun buren. Dus waar laat je huisvesting? In Groen, Sociaal of Open? We hebben nu maar gekozen voor sociaal. Dat was het kortste hoofdstuk. 

Een ander probleem. Er moet een inleiding bij ieder hoofdstuk. Dat maakt er een eenheid van: een inleiding vlecht milieu, klimaat en ruimte tot een verhaal over duurzaamheid; een inleiding verbindt onderwijs, arbeid, inkomen en zorg in een verhaal over eerlijke verdeling; maar met wat voor’n verhaal verenigt veiligheid, democratie, internationaal, emancipatie en cultuur? Die verantwoordelijkheid werd bij mij gelegd:

GroenLinks wil dat Leiden een open stad blijft: een stad die open staat voor de wereld, een gemeente die open luistert naar haar burgers, een samenleving die open is voor iedereen: jong en oud, homo en hetero, man en vrouw, allochtoon en autochtoon.
In een open stad is er bruisend cultureel klimaat. Immers kunst verruimt je blik op de wereld. Ook de gemeente moet een ruime blik houden. Leiden verstevigt haar banden met andere steden van Afrika tot Amerika, en draagt bij aan een eerlijke wereld. Steeds meer Leidenaren komen van buiten Leiden: studenten maar ook migranten en vluchtelingen. GroenLinks koestert de diversiteit in Leiden. We streven naar een tolerante, multiculturele samenleving waar ruimte is voor verschillende levensstijlen, culturen en geloven. Onveiligheid en intolerantie verkleint de ruimte die er is voor verschil. GroenLinks wil onveiligheid voorkomen zonder onschuldige burgers in hun vrijheid te beperken. Leiden is een stad van vrije, autonome, mondige burgers. Juist de gemeente moet luisteren naar de argumenten van de Leidse burgers.

Ik heb gekozen voor Jack Kerouac/John Faulkner/Julio Cortazar-achtige stream of consciousness techniek. Cultuur, internationaal, integratie, veiligheid en democratie worden met elkaar verbonden door subtiele herinterpretaties van het begrip "open": een ruime blik op de wereld, een tolerante samenleving, een luisterende opstelling van de gemeente.

Aardgas Eerlijk Delen

GroenLinks blogger Paul Smeulders wees mij op een interessante aflevering van Andere Tijden over het Nederlandse gas. Nederland ligt toevallig boven op een van de grootste gasbellen van Europa. 25% van al het gas in Europa ligt Nederland. Verschillende Nederlandse politici legden uit hoe gebruik is gemaakt van de aardgasbaten. Van de Oosterscheldekering tot de Betuwelijn alles in Nederland is gemaakt van aardgas. In de jaren ’70 werd het met name uitgegeven aan sociale zekerheid en welzijnssubsidies, in de jaren ’80 en ’90 aan fysieke infrastructuur, en nu wordt het ook uitgegeven aan onderwijs en kennis. In de jaren ’70 zou het geld zijn over de balk gegooid zijn, immers welzijnsubsidies zijn onzin. Dat zeggen ze misschien over 40 jaar ook over onderwijs. De vraag rijst waar we de aardgasbaten aan uit gegeven moeten worden.

John Locke was een van de eerste filosofen die nadacht over het gebruik van grondstoffen. Uitgangspunt voor hem was dat we de aarde met z’n allen delen:

"God, who hath given the world to men in common, hath also given
them reason to make use of it to the best advantage of life, and convenience.
The earth, and all that is therein, is given to men for the support and comfort
of their being."
(Second Treatise on Government, V:26)

Volgens Locke kan iedereen zelf op zijn eigen houtje dingen uit de natuur zich toe eigenen, zolang hij maar genoeg over laat voor anderen, as much and as good zegt Locke. Volgens dat principe zou een bedrijf dus boven op de gasbel gaan zitten en dat zelf verkopen voor de private winst, zolang er maar ergens anders gasbellen zijn voor anderen. Zo simpel is het niet, immers als een bedrijf boven op die Nederlandse gasbel gaat zitten, heeft hij 25% van het Europese gas. Dan eist’ie dus wel een heel groot deel van de grondstoffen op. Daarnaast aardgas is een fossiele brandstof: die gaat op, je kan dus niet as much over laten voor iemand anders. We zullen op een of andere manier samen moeten delen in de gasbaten.

Als de Aarde, en dus het aardgas, van ons allemaal is, dan moeten we dat samen delen. Een opzet is de "Alaskaanse".  In Alaska hebben ze een fonds waar alle oliebaten in komen. Iedere burger krijgt daar een uitkering uit. Dat hadden we ook kunnen doen met de aardgasbaten. Dan kan je er een soort basisinkomen. Met 6 miljard aardgast baten, levert dat zo’n 375 euro per persoon per jaar op. Geen vet pot.

Een basisinkomen is mooi maar een weinig duurzame investering. Het gaat allemaal op aan consumptie. Phillipe Van Parijs beschrijft in zijn Real Freedom for All, hoe we gebruik kunnen maken voor een groot fonds gebruik kunnen maken op zo’n manier dat iedereen daar het meeste baat bij heeft. Als je het geld van het fonds investeert in onderwijs, onderzoek of infrastructuur, dan is de kans groot dat je meer geld verdient dan dat je uitgeeft. Dat is de kern van een investering. Uiteindelijk kan het basisinkomen dan zelfs hoger uitkomen, dan dat het al was.

Maar de Aarde is van ons allemaal. In de aflevering stelde Henk Vonhoff mooi: Nederland = Belgie + Aardgas. Het aardgas heeft ons welvaart gebracht. Eigenlijk is dat heel raar, dat wij wel het voordeel hebben van dat aardgas en de Belgen niet. Als je als Nederlander toevallig op aardgas geboren wordt, betekent dat niet we daar als Nederlanders recht op hebben. Als we genoeg aardgas voor anderen overlaten kunnen we dat zelf op maken volgens Locke. Maar als je geboren wordt op 25% van het Europese aardgas met 4% van de Europese bevolking, kan je niet zeggen dat genoeg voor anderen overlaat.

Je zou dus eigenlijk al de Nederlandse aardgasbaten moeten storten in een fonds dat we als alle wereldburgers delen. JMet 6 miljard euro in aardgasbaten, hebben we precies genoeg geld om iedere wereldburger 1 euro per jaar te geven. Opnieuw geldt dat iedereen die ene euro per jaar op zijn of haar bankrekening zetten niet echt een duurzame investering is. Je kan het beter in infrastructuur en onderwijs steken. Daarbij geldt dat je met een euro gespendeerd in het Afrika meer kan kopen dan in Europa. De investeringen daar concentreren lijkt dan een goed idee.

In die zin zou het dus rechtvaardig zijn om aardgasbaten niet uit te geven aan onze eigen consumptie, wegen of scholen, maar te investeren in de ontwikkeling van de armste landen. Immers we bezitten de aarde met z’n allen, en dus heeft iemand in Burundi evenveel recht op ons aardgas als iemand in Slochteren. En als we dan eenmaal zo’n fonds hebben kunnen we het beter zo uitgeven dat we er het meeste baat bij hebben, investeren dus, en juist in arme landen. 6 miljard euro erbij op de begroting voor ontwikkelingssamenwerking, zou meer dan een verdubbeling betekenen ten opzichte van de5 miljard euro die we er nu aan uit geven. Lijkt me toch eerlijker dan die Oosterscheldekering

Tom van der Lee: een profiel

ImgTom van der Lee vertrekt naar NOVIB, zo lees ik vandaag op de NOVIB site. Van der Lee is op dit moment nog hoofd politieke coordinatie & voorlichting van de GroenLinks fractie. Hiermee vertrekt een van de meest invloedrijke GroenLinksers. Een profiel.

Van der Lee, zo vertelt De Volkskrant, is al 19 jaar werkzaam bij de GroenLinks fractie. Van der Lee (44) werkte dus al sinds zijn 25e bij de partij. Na zijn studie Politicologie (in het bijzonder leer der internationale betrekkingen) was hij tussen 1990 en 1993, als fractiemedewerker, met name bezig met financien. Daarna werd hij politiek coordinator en hoofd voorlichting. Een post die hij 16 jaar hield.

Van der Lee is niet een van de meest zichtbare GroenLinksers. Soms schrijft hij -met de partijleider- mee aan een hoofdstuk in een bundel of een opiniestuk in de krant. Soms komt hij in de krant als voorlichter over luchtige onderwerpen (Is Femke Halsema een Elizabeth Taylor impersonator?) vaak over serieuze onderwerpen (zaak Pormes bijvoorbeeld), bijna altijd gaat het over personen.

Hij speelt echter een belangrijke rol achter de schermen. Rosenmoller beschrijft in zijn boek Een mooie hondenbaan hoe Van der Lee op allerlei cruciale momenten een belangrijke rol speelt: "Ook Tom van der Lee was die avond aanwezig zoals hij altijd en overal aanwezig was en ons diende van zijn scherpe analyses en afwegingen" (Rosenmoller, 2003:117). Inderdaad in het boek van Rosenmoller is Van der Lee al om tegenwoordig: fractie vergadering voorzitten, deelnemen aan overleggen, mee denken bij voorbereidingen, overal duikt Van der Lee op. Hij lijkt de persoon te zijn die binnen de fractie denkt aan  de lange termijn strategie, gericht op regeren. Samen met Rosenmoller ontwikkelde hij de strategie van kwaliteitsoppositie die de partij in 1998 een grote verkiezingsoverwinning opleverde. Hij leidde echter ook in 2003 de campagne waarbij GroenLinks 2 van de 10 zetels verloor

In de negentien jaar dat hij voor de fractie werkte, "overleefde" Van der Lee vier partijleiders (Beckers, Lankhorst, Ina Brouwer en Rosenmoller). Van Rosenmoller was hij een close adviseur. Hij was nauw betrokken bij de beslissing van Rosenmoller om zich terug te trekken in 2002 en bij de keuze voor Halsema als zijn opvolger. Door sommigen wordt hij als een van de invloedrijkste GroenLinksers gezien, in de woorden van Leo Platvoet"Mr. Spindoctor himself, Tom van der Lee, sinds jaar en dag de ‘politiek coördinator’ van de Tweede Kamerfractie en daarmee de machtigste persoon in GroenLinks."

Als je wilt zien hoe belangrijk Tom van der Lee is, moet je maar eens op zoek gaan naar beeldmateriaal van belangrijke GroenLinksers door de gangen van de Tweede Kamer, in campagnetijd of na een lijsttrekkersdebat. Zie je Rosenmoller of Halsema dan kan je bijna zeker ergens op de achtergrond Van der Lee zien staan. Hij was werkelijk altijd en overal aanwezig.