PPE

Ik zelf heb politieke wetenschappen en filosofie van de sociale wetenschappen gestudeerd. In Oxford hebben ze daar een aparte opleiding voor: PPE "Politics, Philosophy and Economy". Met enige regelmaat vind ik me zelf tijdens een vergadering of lezing de outlines van zo’n soort opleiding (een BA in Politics & Philosophy) uitschetsen, andere mensen doodlen anderen dingen. Om deze opleiding op te bouwen zullen we eerst naar de onderdelen van een BA Politicologie en een BA Filosofie moeten kijken.

Veel BA’s filosofie bestaan uit een kleine basis en daarna veel keuzevakken. De kleine basis bestaat uit dezelfde vakken in gedeeld in vier domeinen:

  • Geschiedenis van de filosofie
  • Praktische filosofie, dat zich richt op menselijk handelen
    • Ethiek, met als hoofdvraag "Wat is de goede handeling?"
    • Politieke filosofie, met als hoofdvraag "Wat is een rechtvaardige samenleving?", gerelateerd aan Ethiek
    • Esthetiek, met als hoofdvraag "Wat is schoonheid?"
    • Cultuurfilosofie, dat zich richt op de mens als cultuurwezen
  • Theoretische filosofie, dat zich richt op menselijk denken
  • Filosofische methoden:
    • Hermeneutiek, een interpretatieve filosofische methode die met name in de Esthetiek en de Cultuurfilosofie wordt toegepast
    • Logica, de filosofische methode die met name in dit domein gebruikt wordt.

Binnen de politicologie zijn er ook een aantal domeinen, alhoewel verschillende politicologie opleidingen sterk verschillen in de mate waarin ze deze structuur hebben. De structuur hangt samen met de interne verdeeldheid binnen de politicologie, over het onderwerp van onderzoek en de benadering.

  • De politicologie heeft verschillende onderwerpen: "locussen"
    • Nationale politiek richt zich op het politieke systeem binnen een staat
    • Vergelijkende politiek richt zich op het vergelijken van verschillende nationale politieke systemen
    • Internationale politiek richt zich op het politieke systeem tussen staten
    • Europese politiek richt zich op een uitzonderlijk politiek systeem dat tussen statelijk en inter-statelijk inzit: de Europese Unie
  • Binnen de politicologie zijn er verschillende benaderingen: focussen
    • Rationele Keuze Theorie verklaart politiek gedrag door aan te nemen dat mensen rationeel handelen
    • Politieke psychologie verklaart politiek gedrag door te kijken naar menselijke emoties en affecties.
    • Institutionalisme verklaart politiek gedrag door te kijken naar de instituties waar binnen politieke actoren functioneren
    • Politieke filosofie richt zich niet op verklaren maar op rechtvaardigen van politiek gedrag.
  • Binnen de politicologie is er een sterke verdeling tussen verschillende methoden

Als we deze naast elkaar liggen blijken er een overlap te zijn: politieke filosofie, maar voor de rest zijn er veel verschillen. Daarnaast is de filosofie opleiding nu wel erg algemeen en weinig gericht op specifieke politiek-filosofische vraagstukken. Daarom zou je achter alle filosofische vraagstukken moeten zetten "van de politiek". En er zouden ook een aantal politicologie vakken theoretischer moeten worden.

  • Geschiedenis van de Filosofie:
    • Klassieke Politieke Filosofie, dat is dus met name Griekse en Romeinse politieke filosofie. Deze richt zich met name op de relatie tussen staat, leiders en burgers;
    •  Middeleeuwse Politieke Filosofie, dat is dus met name Christelijke politieke filosofie, zowel Katholiek als Protestant. Deze richt zich met name op de relatie tussen burgers, staat en kerk;
    • Vroeg-Moderne Politieke Filosofie, dat is dus met name Verlichtingsfilosofie. Deze richt zich met name op de relatie tussen burgers en staat vanuit het perspectief van het sociale contract;
    • Laat-Moderne Politieke Filosofie dat is dus met name filosofie uit de 19e eeuw. Deze richt zich met name op de relatie tussen burgers, staat en de markt.
  • Overige filosofische vakken
    • Inleiding Ethiek, dat zich voor politiek filosofen een belangrijk vak is;
    • Filosofie van macht, een analyse (tussen metafysica en cultuurfilosofie in) van het fenomeen "macht";
  • De politicologische locussen:
    • Inleiding Nationale & Vergelijkende Politiek;
    • Empirische modellen van democratie, wat met name in gaat op de evaluatie van democratische systemen;
       
    • Inleiding Internationale & Europese Politiek;
    • Theoretische vraagstukken in de internationale politiek, wat met name in gaat op allerlei theoretische vraagstukken in de IB.
  • De politicologische focussen:
    • Rationale Keuze Theorie, wat zo wel in de politicologie en de politieke filosofie gebruikt wordt;
    • Politieke psychologie;
    • Institutionalisme.
  • De politicologische methoden:
    • Kwalitatieve methoden;
    • Kwantatieve methoden.
  • Dan blijft de hedendaagse politieke filosofie over dat het hoogtepunt van de opleiding zou moeten zijn. Ik heb dit ingedeeld in vier grote vervolgcursussen:
    • Democratie Theorie
    • Vraagstukken van Verdelende Rechtvaardigheid over links- en rechts-liberalisme en socialisme
    • Identiteit, Gemeenschap en Vrijheid over feminisme, multiculturalisme, liberalisme en communotarisme
    • Rechtvaardigheid buiten grenzen over cosmopolitiek en ecologisme

Ervaring meten

Mijn stemwijzer maakt al weer wat los. Een belangrijke vraag, bijvoorbeeld wordt opgeroepen door Harmen Binnenma is die van ervaring. Ik denk dat het centrale vraagstuk bij de keuze voor een nieuwe lijsttrekker inderdaad de keuze is voor een ervaren of een onervaren kandidaat, waarbij geldt dat de meer onervaren kandidaten zich kenmerken door hun idealisme.

Maar laten we die ervaring dat begrip ervaring eens uitwerken. Het gaat natuurlijk om politieke ervaring die je verkrijgt door als politicus of medewerker mee te lopen in een raad, een parlement of een college. Dit zal ik "politiek actief" noemen. Maar het gaat ook om Europese kennis ervaring, die je kan krijgen door in allerlei Europese projecten en Europese organisaties actief te zijn.

Laten we eens kijken naar de ervaring van de verschillende kandidaten:

  • Tineke Strik is al zo’n twaalf jaar politiek actief. Tussen 1997 en 2001 als medewerker van de kamerfractie. Tussen 2002 en 2006 als wethouder in Wageningen en sinds 2007 als senator. Aan de laatste twee functies heeft zijn een Europese component toegevoegd door de actief te zijn in de Raad van Europa, eerst als plv. lid van het congres van lokale overheden en nu als lid van de Raad zelf.
  • Alexander de Roo is al sinds 1982 politiek actief. In de eerste drie jaar als duo-raadslid, vervolgens 14 jaar als fractiemedewerker en daarna vijf jaar als Europarlementarier. In de laatste 10 jaar was de Roo niet politiek actief, zoals hierboven gedefinieerd. De periode als Europarlementarier en medewerker had natuurlijk een Europese component.
  • Judith Sargentini is sinds 1999 actief in de Amsterdamse politiek. De eerste drie jaar als duo-raadslid, de laatste drie jaar als fractievoorzitter, daartussen was ze gewoon raadslid. Daarnaast werkt ze sinds 2007 als lobbyist bij de Europese federatie van progressieve ontwikkelingsorganisaties.
  • Niels van de Berge is sinds twee jaar beleidsmedewerker van de Europese fractie. Daarvoor was hij duo-raadslid in Wageningen (ongeveer een jaar?).
  • Bas Eickhout heeft geen politieke ervaring zoals hierboven gedefinieerd. Wel heeft zijn baan als milieuonderzoeker die hij al 10 jaar heeft, een sterke Europese component.

Je zou op basis hiervan maten van Europese en politieke ervaring kunnen formuleren. Laten we Europese ervaring definieren als aantal volle arbeidsjaren dat iemand zich met Europese vraagstukken bezig houdt: Judith’s werk in de Europese ontwikkelingssamewerking edlt, Niels’ en Alexanders’ werk voor (en in) de Europese fractie. Bas’ zijn werk als milieuonderzoeker geldt dan ook, maar niet de volle tien jaar een wilde schatting is dat de helft zijn werk een sterke Europese component heeft. Het werk van Tineke als fractiemedewerker, wethouder en Senator heeft ook altijd een Europese component gehad. Dit tel ik wel mee maar veel minder sterk dan het werk van de anderen.

Politieke ervaring definieren we als volle arbeidsjaren dat iemand actief is geweest als lid van een raad, college of parlement of medewerker als medewerker van een kamerfractie. Duoraadsleden besteden natuurlijk minder tijd aan hun raadslidmaatschap dan fractievoorzitter hier houden we dan ook rekening mee. Senatoren werken ook niet voltijds.

We kunnen deze maten dan bij elkaar op tellen als maat van Europese plus politieke ervaring. Ervaring in het Europarlement telt dan inderdaad dubbel, want daar draait het toch om. Hier onder een staatje:

  • Tineke – 9 punten politieke ervaring – 1 punt Europees – samen 10 punten
  • Alexander – 17 punten politieke ervaring – 17 punten Europees – samen 34 punten
  • Judith – 5 punten politieke ervaring – 1 punt Europees – samen 6 punten
  • Niels – 2 punten politieke ervaring – 2 punten Europees – samen 4 punten
  • Bas – 0 punten politieke ervaring – 5 punten Europees – samen 5 punten

Zo ontstaan er twee groepen: de sterk ervaren Alexander (niets voor niets is zijn slogan "Een beetje ervaring kan ook geen kwaad") en de rest. Daarbinnen is dan weer onderscheid te maken tussen de bes wel ervaren Tineke van groen tot groener: Judith, Bas en Niels.

De geweldsspiraal

Ik kreeg een lange reactie van Fennie Stavast van de Midden Oosten werkgroep van GroenLinks op mijn verhaal over geweld in Gaza. Ik wil hier kort even op haar punten ingaan.

Ik ben al blij dat Fennie vindt dat ik mooie zinnen schrijf. Een van de lastigste dingen die ik vind om te doen is precies en leesbaar schrijven, zeker over een onderwerp dat voor mij zo veel emotie oproept als de situatie in Gaza.

Maar nu over op de inhoud. Ik denk dat Fennie en ik niet veel van positie verschillen: we wijzen allebei het geweld tegen burgers af. Ik noemde in mijn eerste blog over dit optreden de acties van Israel in Gaza "gruwelijk" en in het tweede blog het beleid waarmee Israel de Palestijnen in armoede en machteloosheid houdt "misdadig". Achter die mening sta ik nog steeds. Maar dat geldt dan hopelijk ook voor het geweld van Hamas tegen Israelische burgers, dat deze (extreem disproportionele) reactie heeft veroorzaakt. Geweld tegen burgers of het nu is van een onderdrukker of een bevrijders is altijd verwerpelijk. Dat is het punt dat ik probeerde te maken en ik denk dat we dat delen.

Ik heb geen antwoord voor de Israelisch-Palestijnse situatie. Als ik dat had zat ik nu niet hier maar probeerde ik die aan de Israelische en Palestijnse regering over te brengen. Ik merkte alleen in mijn blog op dat de twee staten oplossing op deze manier zichzelf ondermijnt. Zolang Israel door hun acties nieuwe generaties Hamasstrijders blijven creeeren en Hamas door zijn terrorisme in Israel angst zaait dat zulk geweld uitlokt, is een twee statenoplossing een paradox. Als je door je geweld tegen je belager die belager alleen maar gewelddadiger maakt, is dat geweld geen weg naar duurzame vrede. Zowel Hamas als de Israelische regering zijn dwaas als ze denken dat ze door geweld veiligheid en zelfstandigheid kunnen bereiken.

Overigens is het niet absurd om terroristisch geweld van de RAF te koppelen aan dat van de Palestijnen en de theorieen van Fanon. Het terroristisch geweld van de PLO, bv., ontstond pas echt in de jaren ’70 de tijd dat de RAF ook actief was (en banden met de Palestijnse terroristen onderhield), geinspireerd door de anti-kolonialistische bewegingen die in de jaren ’60 grote successen hadden geboekt, geinspireerd op de theorieen van Fanon over bevrijdend geweld.

Lijsttrekker revisited

Nu de stemmingsbiljetten binnen komen vallen, hebben de GroenLinksers een kompas nodig om te kiezen tussen Tineke, Bas, Alexander, Niels en Judith. Ik had al eerder een stemwijzer gemaakt. Nu in verbeterde versie hier

te downloaden in .xls. Ik heb meer inhoudelijke vragen toegevoegd, meer opties en een aantal rare vragen over de persoonlijke achtergrond van de kandidaten er uit gehaald. Alle commentaar is welkom.

Kleine "hoe werkt dit?" vul in de .xls een 1 in bij het groene vakje
dat overeenkomt met het antwoord op de vraag. Je kan maar een keuze per
keer maken. Er komt een rangordening van 1 (eerste keus) tot vijf (laatste keus) uit.  Wel zo handig als je straks het stembriefje in moet vullen. Kandidaten
kunnen ook ex aequo uitkomen.

Geweld

Een paar maanden geleden zag ik de film over de Rote Armee Fraktion, de Baader Meinhof Gruppe. De film toont het geweld van deze terroristische cel in het Duitsland van de jaren ’70. De meest fascinerende scene in de film is als de moeder van de terroriste Gudrun Ensslin zelf bekent dat zij zich zelf wel wat bevrijd voelde door het geweld dat haar dochter aanrichtte tegen het kapitalistiche, patriarchale system. Moeder Ensslin had zelf afwijzend gestaan tegenover haar dochter, de idealen die ze nastreefde en de middelen waarmee. Maar geleidelijk was ook bevrijd door aanslagen van de RAF van haar eigen patriarchale, conservatieve opvattingen.

In de Britse BBC serie The Trap (begint nu midden in een aflevering) wordt dit idee van bevrijding door geweld verder uitgewerkt en terug getraceerd naar Frantz Fanon: Fanon stelt dat als een terroriste haar wapens op neemt tegen haar onderdrukker zij zich niet alleen bevrijdt van de fysieke of militaire macht van haar onderdrukker door deze te vernietigen maar door geweld te gebruiken tegen haar onderdrukker kan zij zich ook psychologisch bevrijden van haar de patriarchale, onderdrukkende ideeen die haar bevrijder in haar hoofd heeft gezet. Geweld is volgens Fanon een catharsis, een reinigende ervaring, die de vrijheidsstrijder in iedereen los maakt. De gevolg van het geweld van de RAF op moeder Ensslin zijn hier een voorbeeld van.

Zo ontstaat een notie van bevrijdend geweld als een positieve kracht: door revolutionair geweld bevrijd je je zelf niet alleen van je onderdrukker maar ook van de onderdrukker in je zelf. Dit is in mijn ogen een verwerpelijke opvatting van vrijheid. Maar er is een zekere, gevaarlijke, aantrekkelijkheid in dit idee van vrijheid. Als ik mensen nu bij het geweld in Gaza hoor spreken op een recht op (gewelddadig) verzet tegen hun koloniale onderdrukker, dan bekruipt mijn een afkeer voor dit idee van bevrijding en geweld. Bevrijdend geweld is nog steeds geweld. En dat je het doet met een bepaald doel maakt het niet plotseling mooi en prachtig of gerechtvaardigd en een stap in je persoonlijke ontwikkeling.

Ik vind splitsen van geweld tussen mensen die het wel mogen gebruiken omdat ze de onderdrukte underdog zijn en mensen die het niet mogen gebruiken omdat ze onderdrukkers zijn absurd. Zolang de extremisten in de Palestijnse gebieden de Israelis in een permanente staat van angst houden met hun geweld en de Israelis door hun misdadige beleid de Palestijnen in een staat van armoede en machteloosheid zie ik geen nobele bevrijders en verschrikkelijke onderdrukkers maar dwazen die door hun gebruik van geweld hun eigen idealen van vrede en onafhankelijkheid buiten het bereik houden.

Israel & Palestina

Er zijn weinig dingen die ik zo moeilijk vind als het conflict tussen Israel en Palestina. In zo’n conflict een kant kiezen is verschrikkelijk. Enerzijds is het lijden van de Palestijnen nu in Gaza verschrikkelijk en het optreden van de Israelis daar gruwelijk. Maar mijn sympathie ligt ook niet bij een organisatie als Hamas,  die van mening zijn dat de staat Israel vernietigd moet worden en de holocaust ontkent. Misschien is de beste manier om mijn positie te beschrijven dat mijn sympathie ligt bij de Israelische vredesbeweging: een twee staten oplossing een levensvatbare staat voor de Palestijnen en Israel als land voor al haar burgers. De huidige vijandigheden ondermijnen mijn vertrouwen in deze oplossing. Laat ik hier twee voorbeelden van geven.

Dit conflict is het gevolg van de twee staten oplossing, waar iedereen zo voor is. Israel probeert nu terrorisme met een militaire invasie te bestrijden. Dat leidt tot een bloedige guerilla oorlog. Je kan terrorisme veel beter met politionele middelen bestrijden. Maar in de twee staten oplossing zouden de Palestijnse gebieden toch juist soeverein moeten worden: dat de bevolking zich zelf bestuurt en dat
geen ander land daar mensen kan oppakken? De Palestijnen hebben democratisch gekozen voor Hamas en de corruptie en slechte bestuur van Fatah afgewezen. Maar als de democratische verkozen regering in Gaza nauw verbonden is met een terroristische organisatie, dan is er -in de ogen van de Israelische regering- geen andere oplossing dan een bloedige militaire invasie. Let wel dit is een centrum-linkse regering in Israel bestaand uit partijen, als Avoda en Kadima die de twee staten oplossing steunen, het zijn niet de meest verschrikkelijke anti-Arabische krachten die het daar nu voor het zeggen hebben. De twee staten oplossing ondermijnt zichzelf.

Bedenk je eens dat je in 1945 als Jood in Europa de verschrikkingen van de Holocaust had overleeft en weg wou: dan had je twee keuzen, je kon naar Palestina, dat binnenkort een zelfstandige Joodse staat zou worden of naar Amerika. Diegenen die voor Palestina kozen zouden een toekomst van oorlog, armoede en strijd in het verschiet liggen, maar je was wel "onafhankelijk", terwijl als je voor Amerika koos, zou je leven in welvaart, vrede en tolerantie, maar dan was je niet "onafhankelijk". Tsja, wat is nou die onafhankelijkheid als er muren om heen staan, je moet leven in permanente angst en je die met hand en tand moet verdedigen?

Goeie ideeen voor Europa

Het is een prachtig programma, dat nieuwe Europese programma. Ik had toen ik ‘m als partijraadslid zag mijn twijfels over de indeling: wetenschap & milieu samen in een hoofdstuk, klimaat & ontwikkelingssamenwerking samen in een ander maar bij de tweede lezing vind ik het eigenlijk wel hip & innovatief. Ieder hoofdstuk begint met een droom beeld voor Europa. Waar ik in het beginselprogramma die droombeelden nogal makkelijk sleets vond is zijn deze wel inspirerend. De voorstellen die er in zitten gaan van radicaal & revolutionair tot klein maar inspirerend.

Om te kijken of er nog wat te amenderen was bladerde door het oude programma -of we niet erg verrechtst waren- wat schetst mijn verbazing: een aantal voorstellen komt linea recta uit het oude programma. Dat betekenen dat we niets hebben bereikt in de laatste jaren of dat we een vaste koers hebben ingezet in 2004. Laten we het maar op het laatste houden. Een klein voorstel miste ik overigens: het bevorderen van de dubbele nationaliteit, juist omdat mensen vaak een transnationale identiteit hebben.

Er zijn natuurlijk altijd dingen waar het programma DWARSer zou kunnen zijn. Je zou internationale treinen door een Europees Spoorweg bedrijf kunnen laten rijden. Of intracontinentale vluchten kunnen verbieden. Maar misschien is dat te DWARS.

Daarnaast zijn er een klein aantal dingen die we niet bevallen, bv.:  "De enige voorwaarde voor gezinshereniging is dat de aanvrager in de EU voldoende inkomen heeft om het gezin te onderhouden." Stonden we niet op de barricaden toen Verdonk een paar geleden hetzelfde voorstelde? 

Er zijn eigenlijk maar twee dingen die me echt dwars zitten:

Sociaal-Economisch. Er wordt te weinig gedaan om een Europees sociaal minimum vast te stellen, om te voorkomen om te  voorkomen dat Polen zich gedwongen voelen om onder verschrikkelijke omstandigheden in Nederland te komen werken. Ook wordt er te weinig gedaan om Europese belastingen te harmoniseren. Om een ratrace naar beneden te voorkomen zullen er Europese minimumbelastingniveaus moeten komen.

Vredespolitiek.
Het tweede thema dat mist is conflictpreventie. Er wordt in de paragraaf over buitenlands beleid gepraat over militaire interventie maar niet over conflictpreventie of vredesopbouw. Ik weet niet of het nodig is nu het ook in het beginselprogramma is vastgesteld, maar de voorwaarde voor interventie zijn in dit programma overigens flinterdun. 

Ten slotte: echt dromen over Europese instelling kan natuurlijk niet meer na het referendum. Want de Europese droom van de conventie werd een echte nachtmerrie in de verschillende referenda. Maar ik vind de institutionele paragraaf (over parlement en commissie) te weinig bevlogen en niet inspirerend genoeg. Een voorbeeld: waarom zouden we de Europese raad samen stellen uit regeringsleiders, waarom niet uit afgevaardigde van nationale parlementen, immers het gaat hier om een wetgevende vergadering. De controle van regeringsleiders door nationale parlementen is eigenlijk nooit bevredigend. Als het parlementariers zijn en geen ministers in de Europese raad, dan kunnen de parlementariers zelf direct verantwoording afleggen aan de kiezers.

Een wilde gok II

Toen ik gisteren schreef over de uitslag van de Europese verkiezingen in Nederland kreeg een interessante reactie van "Eurocraat". Hij stelde dat het onwaarschijnlijk was dat er een Europese Groene fractie in het Europees Parlement zou komen. De uitslag voor de groene partijen in Europa (en met name Duitsland) zal volgens hem zo tegen vallen dat een Europese fractie niet mogelijk zou zijn. Een boude voorspelling die ik dus moest na rekenen. Je moet om een Europese fractie te vormen ten minste 25 zetels in het EP hebben uit zeven landen. Zouden de groenen dat kunnen halen? 

Een negatieve ontwikkeling is dat het Europees Parlement wordt verkleind: van 802 leden naar 738 leden. Dat is uiteraard
slecht voor kleine partijen en in het bijzonder voor kleine partijen
die sterk zijn in kleinere landen (omdat daar de kiesdrempel al zo hoog
is). Groenen behoren tot deze groep.

Om een voorspelling te doen van de uitslag moet je een beeld krijgen van alle Europese kiezers. Ik heb mij hiervoor gebaseerd op de laatste verkiezingsuitslagen en waar mogelijk op recente peilingen (voor 16 van de 26 heb ik een recente peiling kunnen vinden). Ik heb me, om het simpel te houden, niets aan getrokken van partijen die alleen op Europees vlak mee doen (zoals de Juni bewegingen van Denenmarken en Zweden) of dat bepaalde partijen het beter doen bij Europese verkiezingen dan anderen of dat regeringspartijen bijna altijd worden afgestraft in deze verkiezingen. Ook heb ik geen rekening gehouden met eigenaardigheden van kiesstelsels. Het is dus een schatting met allerlei mitsen en maren.

  • De centrum-rechtse Europese Volkspartij-Europese Democraten (EPP-ED) zou 311 zetels winnen. Dat zijn er nu 284 (+27). Van deze brede groep van conservatieve en Christen-democratische partijen is het CDA lid.
  • De centrum-linkse Partij van Europese Socialisten (PES) zou 227 zetels winnen. Dat zijn er nu 198 (+29). Van deze groep van grote sociaal-democratische partijen is de PvdA lid.
  • De centristische Alliantie van Liberalen en Democraten (ALDE) zou 79 zetels winnen. Dat zijn er nu 103 (-24). Van deze groep van liberalen en democraten zijn de VVD en D66 lid.
  • De linkse Verenigd Europees Links/Noordelijk GroenLinks (UEl/NGL) zou 38 zetels winnen. Dat zijn er nu 41 (-3). Van deze euroskeptische groep van communisten en socialisten is de SP lid.
  • De linkse Europese Groenen/Europese Vrije Alliantie (EG/EFA) zou 30 zetels winnen. Dat zijn er nu 42 (-12). Van deze groep van groenen en een beperkt aantal regionalisten is GroenLinks lid.
  • De rechtse Unie voor een Europa van Naties (UEN) zou 24 zetels winnen. Dat zijn er nu 41 (-17). Van deze rechtse Euroskeptische groep zijn er geen Nederlanders lid maar denk aan partijen als Trots op Nederland.
  • De centristische Onafhankelijkheid/Democratie group (I/D) zou slechts 3 zetels winnen. Dat zijn er nu 44 (-41). Van deze brede groep van Euroskeptische partij is de CU/SGP lid.
  • Dan blijven er 26 leden zonder lidmaatschap van een Europese fractie of partij over. 20 hiervan behoren tot extreem rechts (denk PVV): dat zijn er net te weinig over een nieuwe extreem-rechtse fractie te vormen. Nu zijn er 32 leden zonder binding met een Europese fractie (-6).

De uitslag zal natuurlijk niet 100% overeen komen, omdat kiezers meer geneigd zullen zijn om met hun hart in plaats van hun hoofd te stemmen en meer zullen stemmen op Euroskeptische, oppositie- en protestpartijen. Dat betekent dat de uitslag voor de EPP en PES waarschijnlijk (veel) te hoog is. En voor de UEL/NGL, UEN, extreem rechts en de ID (veel) te laag. De EGP/EFA en de ALDE zouden het ook (iets) beter kunnen doen.

30 zou dus genoeg zijn voor een zij het verkleinde Groene groep. Je kan hier echter wel een aantal opmerkingen bij plaatsen. Als je kijkt naar verkiezingsuitslagen ipv peilingen halen de groenen net te weinig zetels (24). Maar zoals ik al schreef doen Groenen het vaak best goed in Europese verkiezingen: zo maken de Groenen van Engeland en Wales geen kans om in het House of Commons te komen, maar hebben ze wel twee zetels in het Europese Parlement. Bij de Luxemburgse groenen kan je dit helemaal goed zien: hier worden Europese en landelijke verkiezingen op het zelfde moment gehouden en doen de groenen het zo’n 5% beter in Europa dan voor de Kamer van Afgevaardigden.

Maar natuurlijk blijft een terugval -zeker zo’n grote- een zorgwekkend toekomstbeeld. Nog een reden om ons sterk in te zetten voor die tweede GroenLinkse zetel. 

Een wilde gok

Terwijl de lijsttrekkersverkiezing nog niet eens begonnen is, wil ik toch al een gok wagen over de uitslag van de "echte" Europees Parlementsverkiezing over een half jaar. Er is namelijk alle reden om je daar als GroenLinkser hevig zorgen over te maken.

Europese verkiezingen zijn rare verkiezingen, om drie redenen:

  • ten eerste komen een stuk minder kiezers opdagen (zo’n 40% in plaats van 80%) en zoals Woody Allen al stelde: "eighty percent of success is showing up".
  • Ten tweede hoeven kiezers niet perse op dezelfde partij te stemmen als ze landelijk doen: bij zo’n second-order election kan je eens je onvrede met een partij laten zien, zonder dat daar echt consequenties aan zitten, je kan met je hart stemmen zonder dat je meteen Balkenende (weer) in het zadel helpt, of kiezers kunnen op een Euroskeptischere, dan wel pro-Europesere partij of stemmen omdat ze vinden dat Europese integratie te ver of niet ver genoeg gaat.
  • Ten derde gaat het om een stuk minder zetels. Deze keer 25. Restzetelverdeling wordt dan veel belangrijker. Lijstverbindingen of zelfs lijst-in-een-schuivingen kunnen dan cruciaal zijn.

In 2004
haalde we 7.4% van de stemmen en twee zetels. We stonden er toen in
landelijke peilingen ongeveer even goed voor als nu met zo’n 6%. GroenLinks wist dus toen beter haar eigen kiezers te mobiliseren dan andere partijen, en wist, volgens Maurice de Hond althans, een aantal D66 en PvdA kiezers en een paar SP’ers te overtuigen om te kiezen voor een groener Europa. Het Europees Parlement had gaf toen 27 zetels aan Nederland, dat zijn er door het verdrag van Nice twee minder.

De Europese politiek is in tussen radicaal verandert. Bij het referendum over de Europese Grondwet bleek dat kiezers aanzienlijk skeptischer waren over Europese integratie dan veel partijen. Ze bleken ook geinteresseerd in Europese kwesties er kwamen aanzienlijk meer mensen opdagen dan bij de laatste Europese verkiezingen.

Je zou op basis hiervan het volgende kunnen voorspellen: De huidige peilingen voor de Tweede Kamer zijn een aardige indicatie voor het stemgedrag bij het Europees parlement, gegeven dat je het bijstelt voor opkomst en voor polarisatie tussen pro- en anti-Europese partijen.

We nemen het gemiddelde van peilingen van de december van 2008 van Maurice de Hond en de Politieke Barometer. Laten we zeggen dat de opkomst voor de Europees Parlementsverkiezingen tussen de opkomst van de laatste Europese verkiezingen (39%) en het referendum (63%) ligt: zo’n 51%. En dat dit min of meer de zelfde patronen volgt als vijf jaar geleden: aanhangers van Christelijke partijen (CDA, CU/SGP) blijven thuis. Aanhangers van pro-Europese partijen (GL, D66) komen meer opdagen dan aanhangers van Euroskeptische partijen (SP, PVV).

En laten we vervolgens aan nemen dat veel mensen overstappen naar Euroskeptische partijen van dezelfde partijfamilie van hun keuze: bijvoorbeeld PvdA’ers naar de SP. En dat er wel wat -maar toch minder- stemmers overstappen naar een pro-Euorpese partij van dezelfde partij familie: bijvoorbeeld VVD’ers naar D66. Ik verwacht dat de VVD gevoeliger voor deze verliezen dan het CDA en CU/SGP en dat de andere partijen daar tussen inzitten. De kiezers van Verdonk, die al heeft aangekondigd niet mee te doen, zullen, als ze niet thuis blijven, zich eerlijk verdelen over de VVD en de PVV.

Vervolgens zouden er lijstverbindingen gevormd kunnen worden. Het CDA en de CU/SGP vormen waarschijnlijk een lijstverbinding. Ook VVD en D66 zijn een waarschijnlijk combinatie. Deze combinaties zouden -ieder alleen- in mijn voorspelling niet meteen tot zetel winst leiden. Ze dekken de partijen echter wel in tegen verlies van hun restzetels. Als GroenLinks in deze situatie een lijst verbinding sluit met of de PvdA of de SP krijg je de volgende uitslag:

  • CDA – 26,2% – 8 zetels
  • PvdA – 18,5% – 5 zetels
  • VVD – 10,0% – 3 zetels
  • D66 – 9,7% – 2 zetels
  • PVV – 9,7% – 2 zetels
  • SP – 9,6% – 2 zetels
  • CU/SGP – 8,3% – 2 zetels
  • GL – 6,3% – 2 zetels
  • PvdD – 1,7% – 0 zetels

De tweede zetel van GroenLinks hangt aan een zijden draadje. Als de SP of de PvdA ons dit weigeren dan verliest GroenLinks die ene zetel weer. Om zeker te zijn van die tweede zetel zouden we 2% van de kiezers extra moeten overtuigen. Dat zou kunnen: een sterke campagne gericht op het mobiliseren en vasthouden van GroenLinks kiezers, een wervende lijsttrekker, een helder geluid. Voor een derde zou 4% extra nodig zijn. Dat lijkt we erg onwaarschijnlijk. 

Een opvallende verliezers is de PvdD: ik heb de partij hier geschat of 1,7% van de stemmen. De vorige keer haalde ze 3,2% van de stemmen, net te weinig voor een zetel. Hiermee worden ze een interessante partner voor een lijst-in-een-schuiving. De CU en de SGP doen dit al. Zij vormen een lijst en een fractie in het Europees Parlement. In de jaren ’80 de CPN, de PPR en de PSP twee maal een gezamelijk rood/groene lijst.

De PvdD kan zich als Euroskeptische groene partij zich voegen bij twee partijen: de euroskeptische SP of het groene GL. Mochten zij kiezen voor de SP wint deze lijst drie zetels. Het wordt het minder interessant voor de PvdA om met GroenLinks een lijst te vormen omdat zij bij de rest verdeling dan een zetel aan GroenLinks zou moeten af staan die ze als er geen lijstverbinding was geweest zelf had mogen houden. GroenLinks zou dan terug vallen naar een zetel. Als de PvdD een gezamelijke lijst vormt met GroenLinks dan wint deze combinatie precies twee zetels. Geen lijstverbinding die daar dan nog wat aan kan doen. Dan zou er nog steeds maar een GroenLinkser in dat grote Europees Parlement zitten.

Ik geloof dat in het profiel staat dat de lijsttrekker voor het Europees Parlement samenbindend vermogen moet hebben. Misschien dat het toch tijd is voor een solist.