Twijfelende basiscursus

DWARS organiseerde een basiscursus voor DWARS’ers. Ik had mij met mijn obligatory cursus Geschiedenis van GroenLinks en DWARS in het programma weten te wurmen. Wat opviel aan het hele programma is dat een basiscursus eigenlijk een aantal maanden te vroeg is voor GroenLinks. Midden in project 2008 is GroenLinks nog erop zoek naar zichzelf en dat laat de cursisten met een boodschap van een zoekende, twijfelende partij over.

Ik zelf had lang getwijfeld hoe ik mijn cursus moest invullen. Een dag van te voren bleek dat wat ik mij voorgenomen had: een slicke powerpoint presentatie met campagne posters en een groepsactiviteit met verkiezingsfimpjes technisch niet mogelijk was. Dus had ik me voor genomen om maar gewoon mijn verhaal te doen zonder lichtbeelden en met een interactieve groepsactiviteit over verkiezingsslogans. Zet de letters gekoppeld aan iedere verkiezingsslogan in de goede volgorde van 1989 naar 2006 en je krijgt een belangrijk thema voor GroenLinks

"Groei Mee! GroenLinks" (n) –
"GroenLinks Kies voor een nieuw evenwicht" (o) – "GroenLinks voor de
verandering" (d) – "GroenLinks komt eraan" (m) – "GroenLinks telt voor twee" (e) – "Knokken voor wat kwetsbaar is" (e) – "GroenLinks of laten we het zo?" (e)

De volgende ochtend bleek dat de techniek mij toch niet helemaal verlaten had en dat ik de campagnefilmpjes van 1989 (op genomen in een trein) en 2006 (op genomen in een hybride auto) wel kon vergelijken samen met de cursisten. Mijn eigen verhaal eindigde met een GroenLinks in debat over de links-liberale koers van Halsema, de partijdemocratie en de laatste
verkiezingscampagnes.

En toen was er ruimte voor vragen vanuit de cursisten, veel vragen. Sommigen kon ik
met een soort wetenschappelijke zekerheid beantwoorden: staan we het
dichtst bij D66 of de SP? Juiste antwoord: we staan het dichtst bij de
PvdA. Anderen waren een stuk moeilijker om wetenschappelijk te beantwoorden: wie moet Femke opvolgen? Tof of Kathalijne? Ik heb daar geprobeerd om genuanceerd te zijn en beide zijden van het verhaal te belichten om vervolgens mijn voorkeur uit te spreken. Bij sommige vragen moest ik meer twijfelen: waarom is er bij DWARS zo’n debat over voorzitterspost geweest? Als mede-vormgever van de huidige structuur met een voorzitter heb ik uiteen proberen te zetten hoe DWARS heeft gezocht naar het verenigen van externe transparantie met een vlakke verdeling van de macht binnen het bestuur.

Het verhaal van Jaap de Bruijn over de strategie van GroenLinks ‘s middags was gevuld met twijfel, met zoeken en denken over verkiezingscampagnes: de slogan, de thema’s en de strategie. Een opvallende vraag was wat de deelnemers naast milieu/klimaat als tweede thema met GroenLinks associeerden. Daarover was geen eenduidigheid: gelijke kansen? open samenleving? individualisme? emancipatie? privacy bescherming?

Ook de kiezers van GroenLinks waren volgens de Bruijn twijfelaars: mensen die aan groene, progressieve en sociale politiek hechten en dus met hun hart GroenLinks willen stemmen, maar die voortdurend door peilingen aan twijfelen gebracht worden over een strategisch stem, een stem vanuit het hoofd, voor de PvdA.

GroenLinks twijfelt en zoekt en misschien is dat in vergelijking met het stellig weten en autoritair opleggen van Marijnissen en Wilders, Balkenende en Rouvoet wel mooi: een partij die open staat, kritisch is naar zich zelf, een partij die zoekt naar oplossingen en die niet pretendeert gevonden te hebben in de gefaalde linkse of rechtse ideologieen van de vorige eeuw of orthodoxe interpretaties van het Christendom.

World of Time Sink

Terwijl belangrijke deadlines al lang al zijn gepaseerd, terwijl de toekomst met rasse schreden nadert, ben ik eindelijk met mijn rogue level 30 geworden.

Er zijn weinig spellen zo verslavend als World of Warcraft. Ik ben nu al ruim negen maanden hooked. Eerst was ik co-dependant. Mijn vriend had het spel gekocht en ik speelde als hij er niet was. Ik had mijn Blood Elf Rogue Gwyfthalin tot leven 39 geleveld, rijk gemaakt op de auction house en ben toen Arathi Basin onveilig gaan maken.  Sinds vier maanden heb ik het zelf. Mijn Mac kon het niet aan, dus heb ik nu twee computers staan op mijn desktop: een oude PC en mijn trouwe Mac. Dus nu speel ik samen met Erik een Night Elf Rogue Gwyfthalis, hij achter zijn PC ik achter de mijne gezellig Azeroth onveilig maken. Met nog twee andere vrienden vormen we ook nog een band van Druids.

Voor veel spelers gaat WOW: om geweld wie het snelst, het hardst een mob of een andere speler kan dood slaan. Die spelers hebben het niet begrepen. De mooiste class van WOW is de Rogue. Die is niet zo zeer gericht op het doen van veel schade (zijn ze ook niet onaardig op trouwens) maar een echte subtiele Rogue is erop gericht gevechten te voorkomen, door ongezien en onopgemerkt rond te lopen, en als je toch opgemerkt bent zo snel mogelijk te verdwijnen. Diep in zijn hard is de rogue een pacifist die probeert conflicten te voorkomen.

Politieke Ruimte

Je zou politieke partijen kunnen plaatsen in een politieke ruimte. Dat deze ruimte wordt gestructureerd door een links en rechts dimensie is gemeengoed. Maar volgens mij wordt de Nederlandse politieke ruimte door een tweede dimensie gestructureerd. Sinds het onstaan van het algemeen kiesrecht heeft de Nederlandse politiek een twee-dimensionale structuur. Deze tweede dimensie is in de loop van de jaren sterk van inhoud verandert. Dit is een hypothetische beschrijving van hoe deze tweede dimensie veranderd zou kunnen zijn.

Eerste Dimensie: Links/Rechts
De sociaal-economische tegenstelling tussen Links en Rechts is wel bekend: socialisme versus kapitalisme, overheidsingrijpen versus vrije markt, hoge versus lage belasting, lage versus hoge uitkeringen, verzorgingsstaat versus nachtwakersstaat, nationaliseren versus privatiseren. De eerste as betreft verdelingsvraagstukken: tussen arm en rijk, tussen kansarm en kansrijk of tussen werknemers en werkgevers. De klassenstrijd noemde Marx dat. Achterliggend liggen bepaalde opvattingen over vrijheid en gelijkheid. Waar rechts de nadruk legt op formele gelijkheid en negatieve vrijheid (gelijke juridische status en vrijheid van overheidsinmenging) legt links nadruk op substantiele gelijkheid en positieve vrijheid (gelijke economische uitkomsten en vrijheid van armoede).

De Tweede Dimensie (a): Confessioneel/Seculier
Tussen 1889 en 1966 werd de tweede as bezet door religieuze vraagstukken. De centrale vraag is dan of je streeft naar een morele overheid op Christelijke grondslag of een neutrale overheid. Is de overheid de zwaardmacht van God of bemoeit de overheid zich niet met religieuze kwesties. Hier worden (strenge) Christenen tegenover vrijzinnige Christenen en atheisten gesteld. De antithese noemde Kuyper dat. Achterliggend is een notie van vrijheid: waar de seculieren streefden naar (geloofs)vrijheid en vrijheid van overheidsinmenging, streefden de confessionelen naar vrijheid van zonde door overheidsinmenging. Omdat de grote Christelijke partijen een centrum positie innamen op de eerste as, had de Nederlandse politiek een driehoekige structuur. Bovenaan de Christelijke partijen (ARP, CHU, KVP/RKSP) en links van hen de socialisten (PvdA/SDAP, CPN, PSP/RS(A)P) en rechts van hen de liberalen (VVD/PvdV/LSP). Sommige partijtjes ontrokken zich van deze driehoekige structuur, de VDB nam een centrumpositie in op de eerste as en was seculier, recht onder de Christelijke coalitie dus, de CDU nam een links-christelijke positie in en de SGP een rechts-christelijke. Vlak na de oorlog probeerde de sociaaldemocraten, vrijzinnig democraten en christendemocraten door de vorming van de PvdA deze structuur te doorbreken maar zij slaagden daar niet in

De Tweede Dimensie (b): Post-Materialistisch/Materialistisch
In de jaren ’60 vond een fundamentele verandering van de politieke ruimte plaats. De tweede dimensie werd vervangen door een nieuwe tegenstelling. Niet langer stonden Christelijke tegenover seculiere partijen maar post-materialisten stonden tegenover materialisten. De centrale vraag is of "Brood alleen" genoeg is, of een mens niet meer wilt dan alleen maar economische zekerheid. Post-materialisten willen meer: kwaliteit van leven, een goed milieu, emancipatie, eerlijk delen met de derde wereld, vrede en inspraak. Materialisten vinden economie genoeg. Het onderscheid op basis van levensstijl snijdt door economische klasse en religie heen. Klassieke religieuze thema´s (bv. abortus) worden geintegreerd in deze nieuwe dimensie, maar op een nieuwe manier benadert, als een feministisch (postmaterialistisch) issue. De achterliggende tegenstelling is tussen (economische) zekerheid en culturele vrijheid. Het partijsysteem wijzigt ook ingrijpend. De post-materialistische PPR scheidt zich af uit de KVP en er onstaan ook post-materialistische liberalen (D66). Deze twee partijen sluiten een alliantie met de PvdA die ook postmaterialitischer word.  Links van de PvdA zijn er zowel materialisten (CPN) en postmaterialisten (PSP). De Christelijke partijen fuseren tot het CDA, die zowel op economisch als op cultureel terein een centrumpositie in neemt. Rechts staat de materialistische VVD, met daarin ook enkele postmaterialisten. De linkse postmaterialisten clusteren uiteindelijk samen tot GroenLinks.

De Tweede Dimensie (c): Open/Gesloten
In 2002 verandert de politieke ruimte weer sterk. De tweede dimensie verandert van materialistisch versus postmaterialistisch naar open versus gesloten. Globalisering met daaraan gekoppeld vragen over Europese integratie en integratie van migranten beheerst de politiek naast de normale economische vraagstukken. De nieuwe tegenstelling is essentieel een sociaal economische tussen winnaars en verliezers van globalisering. Waar winnaars zich geen zorgen maken over migratie, integratie en Europeanisering doen verliezers dat wel. De winnaars willen in een dynamische open samenleving leven, de verliezers willen de zekerheid van de gesloten samenleving. Economische vraagstukken (hervormen van de verzorgingsstaat of behouden?) lopen door culturele vraagstkken (bestaat de Nederlander wel?) heen. Het milieuvraagstuk dat in de vorige periode zo´n prominente rol in nam is nu geintegreerd met het economische vraagstuk en wordt gezien als een verdelingsvraagstuk en geen vraagstuk van levensstijlen. Achterliggend is een vraagstuk van (economische en culturele) zekerheid tegenover (economische en culturele) dynamiek. Het partijsysteem verandert weer: er onstaan nu heel duidelijk vier kwadranten, waar sommige partijen zich moeilijk tussen kunnen positioneren. Sommige linkse partijen kiezen voor een open samenleving (GroenLinks), anderen voor een gesloten samenleving (SP, CU), sommige rechtse partijen kiezen ook voor een open samenleving (D66), anderen voor een gesloten samenleving (Fortuyn, Wilders, Verdonk). De partijen die het oude systeem beheersten balanceren op deze tegenstellingen. Soms met succes, zoals het CDA dat streeft naar een gesloten, zekere samenleving op basis van een centristisch economisch programma. De PvdA balanceert tussen openheid en zekerheid en wordt zo in tweeen gespleten, ook de VVD probeert een balans te slaan tussen zekerheid en openheid maar slaagt daar niet in.

dilemma’s rond sociale rechtvaardigheid

Het panel was gevraagd na te denken over dilemma’s tussen en binnen verschillende groenlinkse idealen. Ik richtte mij op sociale rechtvaardigheid. Mijn dilemma’s:

1. Dilemma’s tussen idealen
a. sociale rechtvaardigheid vs. internationale solidariteit
Een egalitaire, welvarende samenleving met een verzorgingsstaat als de onze staat in schril contrast met de armoede, onzekerheid en inkomensverschillen in andere delen van de wereld. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel mensen hier hun toevlucht proberen te zoeken: om hier te werken, gebruik te maken van onze collectieve voorzieningen of een toekomst op te bouwen. Vanuit internationaal solidair perspectief lijkt het dan onrechtvaardig je grenzen te sluiten. De vraag is echter hoe je de solidariteit in Nederland instandhoudt als je de lotsverbondenheid vermindert door veel migranten toe te laten. Daarnaast zal het toe laten van arbeidsmigranten onvermijdelijk negatieve gevolgen hebben voor de onderkant van de Nederlandse samenleving (verdringing op de arbeidsmarkt).
b. sociale rechtvaardigheid vs. ecologische duurzaamheid
Typische verdelingsvraagstukken spelen hier: bijvoorbeeld GroenLinks wil vanwege ecologische duurzaamheid dat de prijzen van voedsel, mobiliteit en energie beter de werkelijke (milieu)kosten weerspiegelen door het invoeren an ecotaxen. Echter als je belasting gaat heffen op deze basisvoorzieningen hebben deze een degressief karakter: de armen betalen er (als percentage van hun inkomen) meer aan dan rijken. Hoe verhoudt dat zich tot een streven naar (sociaal rechtvaardige) gelijkmatigere inkomensverdeling?
c. sociale rechtvaardigheid vs. culturele openheid
Systemen van sociale rechtvaardigheid zijn altijd gebaseerd op een idee van het goede leven: Moeten mensen aan werk geholpen worden? Of alleen aan de middelen om te overleven zodat zij zelf hun leven in kunnen richten? Of moet juist iedereen gedwongen worden om tijd te nemen voor ontspanning en zorgtaken, naast werk? Of richt je je op het bruto nationaal geluk? Je kan alleen maar herverdelen als je weet welke goederen je wilt herverdelen. Dit staat in contrast met het idee van culturele openheid. Wat inhoudt dat mensen zelf mogen bepalen welke notie van het goede leven zij streven. Er is in een open samenleving dan ook geen consensus over wat het goede leven inhoudt.
2. Dilemma’s binnen sociale rechtvaardigheid
a. gekoppeld aan het dilemma over culturele openheid is het dilemma over staatsingrijpen en paternalisme versus eigen verantwoordelijkheid en vrijheid. Wat is de rol van de staat in het sociale stelsel? Moet de staat mensen vrij maken of vrij laten?
b. Hoeveel je mensen ook schoolt en hoe gelijk je de kansen van mensen ook maakt, zullen er altijd mensen zijn die hun kansen niet grijpen, die niet mee kunnen komen. In dit soort gevallen volstaan gelijke kansen niet, maar zul je solidair moeten zijn. Een simpel voorbeeld: iemand die volledig arbeidsongeschikt is, kan je nog zoveel kansen bieden op werk, maar hij kan gewoon niet werken. die mensen moeten een uitkering krijgen, maar ook de middelen om toch te participeren in de samenleving.
c. De vraag is of je sociale rechtvaardigheid het best kan bereiken door wetgeving en overheidsbemoeienis. Kan je een boel hedendaagse problemen, zoals topinkomens in het bedrijfsleven en ontslagbescherming, niet beter oplossen door in bedrijven werknemers meer invloed te geven, zodat hoge inkomens en (massa-)ontslagen altijd in het belang zullen zijn van de werknemers en niet alleen van de aandeelhouders?

3. Opmerking over culturele openheid
Ik heb hier gekozen voor een vrij minimale opvatting van culturele openheid, als neutraliteit van de overheid ten opzichte van ideeen van het goede. Dit is een links-liberale opvatting in lijn met Popper, Rawls, Dworkin, Sen etc. De huidige beschrijving onder culturele openheid staat hier ver vanaf en beschrijft een positie die je beter geengageerd burgerschap zou kunnen noemen en is gekoppeld aan de radicaal-democratische traditie van Rousseau, Habermas en Arendt. Ik denk dat dit komt omdat democratie en vrijheid/emancipatie/openheid/diversiteit onder een header gestopt worden. Dat lijkt me niet wenselijk.

Verander mee!

De filmpjes die nu (dankzij Selcuk!) op de GroenLinks site staan zetten mij aan het denken. Eerst was ik verbaasd over hoe oud-links de filmpjes waren. Thema’s als zorg, het niveau van de uitkeringen, werkgelegenheid, anti-racisme namen een belangrijke rol in. Dat zijn nu thema’s die ik meer met de SP associeer dan met GroenLinks. Ik miste de vernieuwende toon, het vrijheidslievende geluid.

Toen realiseerde ik me dat ik zelf rond deze tijd wel linksere opvattingen had. Op de middelbare school (1996-2002) lag mijn sympathie zeker bij het socialisme, bij Marx, Luxemburg, Trotsky en Che. Zo heb ik in mijn eindscriptie laten zien dat Castro geen echte Marxist of communist was. Mijn sympathie ging uit naar de oude PSP, vanwege haar links-socialistische gedachtegoed. Toen mijn geschiedenisleraar een zooitje maakte van Marx  (o.a. door
Marx’ visie op een socialistische toekomst te koppelen aan zijn Joodse
achtergrond) heb ik hem daarop gewezen: de volgende les gaf hij een
veel genuanceerder beeld. In mijn verdediging van het Marxisme geloof ik deels nog steeds: er is nooit een echt socialistische staat of revolutie geweest. Je kan dus niet stellen dat het empirisch zo is dat socialisme niet werkt. Daarnaast socialisme is niet hetzelfde als iedereen hetzelfde geven, maar veel eerder beloning naar werk. Mijn sympathie voor het socialisme daalde meer en meer naar mate ik me realiseerde dat de revolutie een gewelddadig en onderdrukkend karakter zou moeten hebben en in geweld heb ik nooit wat gezien.

Tijdens mijn studie tijd heb ik korte tijd gesympathiseerd met het anarchisme. Maar al snel realiseerde ik me dat dat niet een plek voor mij was. Toen ben ik over gegaan naar DWARS, dat toen in het midden van een grote generatie wisseling was. Intuitief koos ik voor de linkerzijde, actie-gericht en radicaal, met haar wortels in het anarchisme.

Bij filosofie en politicologie kreeg ik een flinke dosis liberalisme. Al snel kwam ik tot de diagnose dat zij het bij het juiste eind hadden. De analytische filosofie van Rawls en Dworkin vind ik heel geniaal. Dat viel samen de vrijzinnige turn van Halsema. Je kan als politiek filosoof eigenlijk weinig anders dan liberaal zijn. De rest van de posities zijn of one-issue posities (feminisme, multiculturalisme, ecologisme) of intuitief onjuist (communitarisme) of onbegrijpelijk ( Arendt/Habermas/Foucault). Een (heel) linkse liberaal dus: met een nadruk op eerlijke verdeling van middelen (veel belangrijker dan het socialistische streven naar gemeenschappelijk bezit van productiemiddelen) en individuele (negatieve) vrijheid.

Opvallend is dat zo’n turn naar het liberalisme zo’n twintig jaar eerder ook is gemaakt door een groep Marxisten. De analytische marxisten probeerden eind jaren ’80/begin jaren ’90 op een analytische manier naar het Marxisme te kijken. Non-bullshit marxism noemde ze dat: geen teleologische theorie van de geschiedenis, geen holistische structuren, die mensen in hun greep hebben. Alleen de normatieve theorie van Marx: verzet tegen exploitatie en de strijd voor gelijkheid. Sommigen, bv. G.A. Cohen waren door het libertarianisme (rechts-liberalisme) van Nozick uit hun dogmatic slumber wakker gemaakt. Zij droegen bij aan het tot stand komen van een "egalitair liberalisme" dat (negatieve) vrijheid met substantiele gelijkheid probeerde te verenigen. Iets wat mijn interesse ook heeft.

Dus het is een mooie evolutie van GroenLinks, het academische Marxisme en mijzelf van oud-links dogmatisch socialsime naar nieuw-links links-liberalisme.

Functioneel DWARS liggen?

Terwijl ik ernstigere deadlines heb om me zorgen over te maken, werd ik vandaag geslagen door een idee: Jesse (DWARSsecretaris) had mij gevraagd een stukje te schrijven over de functie van PJOs "voor het democratische bestel. In de trein realiseerde ik me in eens hoe ik het moest aanpakken. PJOs hebben grofweg hier functies: kweekvijver van jonge talenten, kritische luis in de pels, blik campagnevrijwilligers en brug tussen partij en samenleving. DWARS is op verschillende momenten goed geweest in verschillende functies. Grofweg is er een verschuiving zichtbaar van DWARS als bruggenhoofd in de krakersbeweging en organisatie van activisten, via DWARS als luis in de pels van GroenLinks naar DWARS als bruggenhoofd in GroenLinks, blik campagnevoerders en kweekvijver van nieuw talent. Meer over de functies, is hier

te vinden.

GroenLinkse Geschiedenis

Voor het aankomende DWARS scholingsweekend is mij gevraagd een workshop te geven over de Geschiedenis van GroenLinks en DWARS. Over de werkvorm twijfelde ik nog: een presentatie? of meer interactiviteit en quizigheid? Dankzij de GroenLinks site, waar nu iedere dag historische filmpjes op geplaatst worden, weet ik het: filmpjes afgewisseld met een presentatie. De filmpjes (oude zendtijd politieke partijen) zijn echt vet hip. Ze geven een mooi beeld van hoe GroenLinks vroeger was en hoe vroeger campagnefilmpjes werden gemaakt. Ik gok zomaar dat ik Selcuk hiervoor moet bedanken.

Er was mij ook gevraagd een stuk te schrijven dat mensen mee naar huis zouden kunnen nemen, als lesmateriaal. Ik ben aan het schrijven geslagen en heb op basis van eerdere stukken dit weten te produceren. Een uitgebreide parallele geschiedenis van DWARS en GroenLinks met illustraties, appendices en further reading. Ik heb het allemaal heel feitelijk proberen te houden en geen lijn gedecreteerd: terwijl ik in eerdere versies wel iets wou zeggen over de normalisering van DWARS als PJO en de continuiteit van GroenLinkse idealen. Dit is nu, gezien al mijn deadlines genoeg, misschien dat ik er in deze vakantieweek nog iets aan uitbreid. Ik sta natuurlijk voor alle input open!

Update: dank voor jullie reacties en in het bijzonder de filmpjes Selcuk! Ik heb het stuk een beetje aangepast en het is nu hier

te vinden.

Alice in DWARSland

Het moederschip riep me terug. Nog tijdens de spuifase maar vlak voor de focusfase, organiseerde DWARS een avond om de positionering van DWARS in dit project te bespreken. Daarbij waren die panelleden die "toevallig" ook lid van DWARS waren uitgenodigd om het bestuur en de leden te informeren over de stand van de discussie binnen het panel. Voor DWARS een basis om te kijken hoe zij zich moest positioneren, voor mij een kans om de opinie in mijn "netwerk" te peilen.

Waar het de GroenLinkse idealen betrof besproken wij, in veel te kort tijd, kort de positionering van DWARS ten opzichte van de vier centrale idealen van GroenLinks: (ecologische) duurzaamheid, internationale solidariteit (voor DWARS’ers: vrede), culturele openheid (zowel vrijheid & democratie) en sociale rechtvaardigheid (ook wel: solidariteit).

  • Ecologische Duurzaamheid: er wordt vaak een tegenstelling gemaakt tussen moralisme en technocratie, die overlapt met een tegenstelling tussen diepgroene milieupolitiek en lichtgroene milieupolitiek. DWARS stelt dat deze tegenstellig vals is: er zijn twee assen: een die zich uitstrekt tussen milieu politiek als een morele kwestie of een verdelingsvraagstuk, en een andere die zich uitstrekt tussen radicale milieu-politiek, met meer vertrouwen in ge- en verboden, en gematigde milieu-politiek, met veel vertrouwen in innovatie en belastingheffing. De eerste as gaat over de vraag: moet de staat mensen opleggen anders te gaan leven of juist  alleen regulerend optreden (dat kan via geboden en belastingen). Waar de tegenstelling tussen diep- en lichtgroene milieupolitiek deze assen samenvouwt, wilden de DWARS’ers ze splitsen. Zij zagen milieupolitiek namelijk als een verdelingsvraagstuk waar radicale maatregelen voor nodig waren.
  • Culturele Openheid: dit is nog een moeilijk verwoord ideaal in de huidige stukken van het panel. Culturele openheid wordt nu gekoppeld aan geengageerd burgerschap: mensen moeten  (volgens het huidige stuk van het panel) participeren in de samenleving, moeten deelnemen aan  lokale of bedrijfsdemocratie, moeten integreren in een Nederlandse cultuur. DWARS wilt een veel openere invulling van culturele  openheid: mensen zelf laten beslissen in welke verbanden ze willen participeren (of niet). Een mooi voorbeeld: Je kan natuurlijk iedere migrant dwingen om Nederlands te leren (zoals GroenLinks Verdonk steunde), maar misschien moet je eerst de wachtlijsten die het gevolg zijn van het eigen initiatief van mensen (ik wil zelf Nederlands leren!) oplossen en dan kijken of er nog problemen zijn. Daarnaast stelde DWARS dat het denken in groepen niet goed was: als jongeren organisatie zou zij eisen dat het woord "jongere" niet in het programma zou voorkomen, om zo het voorbeeld te geven aan de homo’s, vrouwen en migranten.  GroenLinks komt op voor mensen niet voor groepen.
  • Sociale Rechtvaardigheid: Dit was het meest opmerkelijke debat voor mij. DWARS legde consistent de nadruk op vrijheid van het individu: om vorm te geven aan haar eigen identiteit, los van burgerschap en groen moralisme. Waar het ging om de verzorgingsstaat was het moeilijk voor DWARS’ers om dit los te schudden: mensen moeten participeren op de arbeidsmarkt. Of ten minste als je iets van de overheid verwacht, kan zij ook wat van jouw verwachten. Kijk ik zou hier een hele litantie kunnen opschrijven waarom dit onjuist is (solidariteit wordt vervangen door reciprociteit; er wordt een model van het goede leven opgelegd; collectieve rechtvaardigheid gaat zo boven individuele vrijheid: hoe consistent is dat met het eerdere pleidooi voor vrije individuen los van moralisme?), maar het zij zo, ik kwam input halen, niet mijn gelijk krijgen.
  • Internationale Solidariteit: Het vraagstuk focusde zich op militair ingrijpen. Wat zijn de voorwaarden daarvoor en hoe expliciet moet je daarover zijn. Dan onstaat er al snel een volslagen onzinnige tegenstelling tussen pacifisten en militaristen. Zelfs in de PSP was er in de jaren ’80 sprake van een pleidooi voor minimalisering van geweld en geweld slechts als laatste redmiddel. Het pleidooi was nu niet anders: zo min mogelijk geweld, alleen als last resort en alleen met internationale legitimiteit. Juist om de vrede te handhaven en genocide te voorkomen. Dat GroenLinks daarvoor zou moeten zijn, daarover is geen twijfel.

Waar het beginselen betrof was de lijn van de DWARS’ers was helder: de
vereniging van radicaal-linkse politiek met progressief-vrijzinnige
politiek. In het groene standpunt wordt dat het helderst verwoordt: er is sprake van een verdelingsvraagstuk, iedereen een bepaalde ecologische voetafdruk aan grondstoffen, die je zo mag invullen als je wilt. Geheel in lijn met DWARS haar nadruk op het congres in september: de overheid moet zich bemoeien met het publieke en niet met het private.

Teguh Zekur

Een folder van unive over hun nieuwe jongerenpolis "Zekur" zette me aan het denken: hoe moet je de financiering van de zorg organiseren?

Het huidige Nederlandse stelsel gaat uit van twee principes: marktwerking en eigen verantwoordelijkheid. Iedereen is verplicht zich te verzekeren op de verzekeringsmarkt. Er onstaan nu allerlei speciale polissen zoals de jongerenpolis Zekur en de Vegapolis. Dit zijn vaak goede kopere verzekeringen voor mensen die meer risico lopen. Door concurrentie en het onstaan van niche-markten wordt de prijs van zorg goedkoper is de centrale notie. De zorgconsument moet niet alleen kostenbewust worden gemaakt bij het aangaan van een verzekering, maar ook in het inkopen van de zorg zelf: door een eigen risico worden mensen ontmoedigd zorg in te kopen.

Ik denk dat er twee problemen met het zorgstelsel zijn: het legt de eigen verantwoordelijkheid op de verkeerde plaats en maakt mensen verantwoordelijk voor dingen waar ze niet voor hebben gekozen. Laat me uitleggen:

  • Verantwoordelijk voor je eigen keuzes: in een rechtvaardig zorg stelsel worden mensen verantwoordelijk gemaakt voor hun eigen keuzes. Rokers en vlees-eters leven ongezonder dan niet-rokers en  vegetariers, inderdaad. En ik vind ook dat rokers en vlees-eters daarom meer aan zorg zouden moeten betalen dan mensen die een gezond leven leiden. Ik denk echter dat je de kosten (en de gelieerde incentive) moeten worden gelegd bij de daad zelf en pas bij de verzekering. Wie stopt met vlees eten omdat hij dan geld op zijn ziektekosten kan besparen? Hoge belastingen op vlees, alcohol , drugs en tabak zijn rechtvaardig niet alleen omdat hier incentive effecten vanuit gaan maar juist ook om de externe kosten van het roken, drinken, blowen, suiker, vlees en vet eten zichtbaar te maken, meteen als je het koopt. Als je de belastingen zo hoog legt dat je ermee daadwerkelijk de zorgkosten van zulke keuzes mee  kan betalen, dan maak je mensen echt verantwoordelijk voor hun eigen keuzes.
  • Onverantwoordelijk voor niet-keuzes: In het huidige stelsel is er een eigen bijdrage die mensen bewust moet maken van de kosten van de zorg die ze gebruiken. Ik denk dat zo’n efficiency overweging niet het algemene rechtvaardigheidsprincipe mag schenden. Mensen zouden geen kosten moeten maken voor dingen die ze niet gekozen hebben: aangereden worden bijvoorbeeld of met een handicap geboren worden. Voordat soort ongekozen zorgbehoeften zou er een nationale verzekering moeten komen met een nominale premie. Laten we beide gevallen beter bekijken:
    • Ongelukken: we hebben allemaal dezelfde kans om getroffen te worden door bruut ongeluk. Het is dan ook niet raar om ons allemaal gelijk te laten betalen voor de kosten van dit risico via een verzekering.
    • Aangeboren ziektes en handicaps: aangeboren handicaps lijken op ongelukken, maar zij zijn gebeurd voor de geboorte. De filosoof Dworkin stelt voor om op dezelfde manier te kijken naar ongelukken als naar aangeboren handicaps: je moet je ervoor verzekeren, maar nu voor de geboorte. De praktische uitvoering daarvan is een gelijke belasting voor iedereen waaruit de gerelateerde zorgkosten worden betaald.

Idealiter zou je alle zorg zo financieren: ongekozen risico’s uit een pot waaraan iedereen gelijk bijdraagt (gelijk risico, gelijke kosten), gekozen risico’s uit een pot waaraan mensen die die keuze maken bijdragen op het moment dat zij voor het risico kiezen (zelfgekozen risico, zelf betalen). Er zijn gekozen risico’s die je misschien niet door een BTW kan oplossen (soldaat worden bijvoorbeeld), maar het zelfde principe zou dan moeten worden toegepast.

Ideale synergie

Na de tegenstellingen tussen de vijf centrale idealen van GroenLinkse politiek besproken te hebben zou ik me nu willen richten op de synergie die tussen idealen bestaat:

  • Democratie en diversiteit: Juist in een democratie is een diversiteit aan meningen wenselijk: door een vrije en open debat tussen verschillende standpunten (diversiteit) kunnen we het best bepalen wat de juiste keuze is (democratie). Een diversiteit aan opinies in noodzakelijk om mensen te overtuigen, zonder dat zou onze democratie vervallen tot een rituele herhaling van stappen. Democratie en diversiteit vinden dus hun synergie in het bestaan van burgelijke vrijheden als vrijheid van meningsuiting. (zie mijn eerdere betoog hierover). De synergie tussen democratie en diversiteit zit hem in de liberale democratie, de rechtsstaat, waar individuele rechten worden beschermd.
  • Democratie en solidariteit: Kijk je kan de overheid een boel op democratische wijze laten regelen: het ontslagrecht of de topinkomens bijvoorbeeld. Dit is echter een omslachtige manier om dit aan te pakken, betoogde ik al eerder. Je kan democratie en solidariteit veel beter samenlaten gaan in een democratische bedrijfsvoering: laat werknemers en werkgevers samen beslissen over de topinkomens dan zullen werknemers er altijd voor zorgen dat zij voordeel hebben van hogere beloningen. Dit is de kern van sociale democratie, het arbeidersmedebestuur.
  • Democratie en duurzaamheid: je kan de eigen belangen van mensen "gebruiken" voor duurzaamheid door burgers zelf veel macht te geven. Niemand wil een kernreactor in zijn achtertuin. Als je dus over het plaatsen van kernreactoren een heel laag niveau macht geeft, bijvoorbeeld gemeenten zal geen enkele gemeente dat willen plaatsen. Zes miljard NIMBYs maakt een NOPE (Not On Planet Earth). Een groene democratie is grassroots georganiseerd.
  • Democratie en vrede: we kunnen de tegenstelling tussen democratische soevereiniteit en internationale samenwerking door breken als we het niveau van de democratie verplaatsen: in een echte Europese federatie is er sprake van echte democratische deliberatie tussen politieke stromingen op het Europese niveau en van echte controle door het Europees Parlement. Dit zou ook op het wereldniveau moeten: een wereldwijde democratische federatie. Alleen in een kosmopolis of wereldstaat is democratie en internationalisme te verenigen.
  • Diversiteit en solidariteit: Vrijzinnige solidariteit is solidariteit die zo georganiseerd is dat er geen keuzes worden gemaakt voor mensen maar dat sociale zekerheid uit betaald wordt in goederen waarvan iedereen altijd liever meer dan minder van heeft (geld bijvoorbeeld maar ook vrij te besteden tijd). Wat Rawls primary social goods noemt. Een basisinkomen zou hiervoor zorgen.
  • Diversiteit en duurzaamheid: Een duurzame economie kan heel erg gebaat zijn bij diversiteit. Een diverse, dynamische economie werkt innovatie in de hand. Innovatie is noodzakelijk om oplossingen te ontwikkelen voor milieu-problemen en duurzaamheidsvraagstukken. Groene diversiteit is innovatie.
  • Diversiteit en vrede: om op een mondiaal niveau diversiteit in stand te houden moeten we is een zekere mate van cultureel relativisme nodig.
  • Solidariteit, duurzaamheid en vrede komen samen in een begrip als "mondiale duurzame ontwikkeling" een ontwikkelingsmodel dat niet uitgaat van nationale staten maar van de wereld in haar geheel, niet alleen rekening houdt met onze belangen maar ook die van volgende generaties. In zo’n model is het onvermijdelijk dat we in het Westen minder gaan consumeren om ontwikkeling van andere gebieden mogelijk te maken binnen de beperkte grondstoffen.

Eerlijk is eerlijk, ik vind ze niet allemaal even geslaagd, niet allemaal even NPOV binnen GroenLinks, maar dit is ongeveer de verhouding tussen groenlinkse idealen in positieve zin.