Sorry nee is toch nee

Keurige, beleefde reactie van de lokale SP-voorzitter op mijn iet-wat ironisch bedoelde reactie op hun folder.

"Excuus, dat is niet de afspraak die er is met de verspreiders. Bij NEE NEE stickers geen folders in de bus.
Ik zal het opnieuw onder de aandacht brengen.
Het is wel milieuvriendelijk papier, dat dit er niet op staat wil niet zeggen dat het zo is.

hartelijke groeten

Tim van Houten

SP afd. Leiden"

Humorloos zou je het ook kunnen noemen …

De ontspannen samenleving: een ideaal of een fata morgana?

Na links-liberaal, vrijzinnig links, vrijheid als ideaal en de linkse lente kondigde Femke Halsema een nieuwe karakterisering van GroenLinkse politiek aan op de laatste partijraad: "De ontspannen samenleving".  Ik wil hier, vooruit lopend op een nieuw artikel van Halsema, bekijken of dit ideaal past in onze GroenLinkse politiek.

De huidige maatschappij wordt niet gekenmerkt door onstpannen verhoudingen: niet in de economie, waar er sprake is van een voortdurende dwang te groeien om je eigen positie te verbeteren: "eat or be eaten." Of het nu gaat om de internationale economie, waar Europa met China moeten concurreren. Of de Europese economie, waar je als bedrijf twee opties hebt: overnemen of overgenomen kan worden. Of de positie van werknemers, waar er twee groepen onstaan: zij die steeds banger moeten zijn voor ontslag en vervanging door machines of polen en de groep die zichzelf alleen maar kunnen handhaven door carriere te maken.
Of in de politiek, die gekenmerkt wordt door krampachtige angst voor verandering, een steeds sterkere polarisering tussen populistisch links en rechts en de profileringsdrang van backbenchers.
Maar ook in de samenleving heeft dit gevolgen. Er is steeds minder tijd voor de waardevolle dingen: het gezin wordt vervangen door professionals (in onderwijs en zorg), mensen hebben geen tijd om te genieten van (wat er overblijft van)  de natuur om hun heen, en het leven in de grote steden wordt steeds verstikkender, tussen verloedering, vervuiling en vercommercialisering. Waar nu nog rust, stilte en schoonheid zijn, dreigen kolencentrales en autowegen.

GroenLinks zou een nieuwe kant op willen. Naar een verzorgingsstaat die gericht is op levensvreugde en niet op arbeidsethos: door deeltijdarbeid een echte keuze te maken, door meer en betere verlofregelingen, door mensen de zekerheid te geven dat er altijd een baan voor ze zal zijn. Naar een economie die is gericht op de lange termijn en rekening houdt met de grenzen die de Aarde aan de groei stelt.  Naar een nieuwe manier van politiek bedrijven, waarin niet het creeeren van politieke tegenstellingen, maar het zoeken naar een duurzame meerderheid voor ontspannen politiek centraal staat. En naar een nieuwe samenleving, waar meer ruimte is voor de belangrijke dingen: mensen worden in staat gesteld zelf een balans te vinden tussen arbeid, zorg en vrijwilligerswerk, er is meer (fysieke) ruimte voor "friluftsliv" en het hoge tempo van het stedelijke leven wordt vertraagd.
Mensen krijgen de ruimte en tijd zich zelf te ontplooien in plaats van alleen maar bezig te zijn zichzelf te handhaven.

Klinkt allemaal mooi, erg groen, linkse en vrijzinnig niet? In een ontspannen samenleving staan duurzaamheid, solidariteit en diversiteit voorop. Ik denk dat dit ideaal van een ontspannen samenleving in grote tegenstelling staat met de standpunten van GroenLinks, met nieuwe links liberale koers.

De nieuwe inrichting van de verzorgingsstaat, zoals in "Vrijheid
Eerlijk Delen" beschreven, is niet gericht op de ontspannen
samenleving, maar op arbeidsparticipatie. Vrijheid Eerlijk Delen werd
gekenmerkt door een zekere arbeidsmoraal, de ontspannen samenleving
juist door een waardering van vrije tijd. Halsema is hier in de
partijraad al op in gegaan, door te zeggen dat vrijheid eerlijk delen
te verenigen is met een ontspannen samenleving. OK, maar dan is een
ontspannen samenleving niet je enige prioriteit, maar eerlijk delen of samen werken ook. Filosofische vraag is dan: waar ligt je prioriteit?
Hoe je die vraag beantwoordt heeft filosofische gevolgen: de vergrijzing is een van de argumenten voor Vrijheid Eerlijk Delen. Hier kom je voor een keuze: wil je meer gaan werken om de grijze golf te betalen of wil je minder gaan werken en meer gaan ontspannen en de grijze golf laten voor wat hij is?

Dan het milieu. De GroenLinkse koers is de laatste 5-10 jaar gericht geweest op investeren in en het mogelijk maken van innovatie om het milieuprobleem aan te pakken. Een mooi voorbeeld vind ik Kathalijne Buitenweg’s pleidooi om, zoals in Californie, vroeg van te voren te waarschuwen, als je als overheid – heel strenge – milieunormen invoert. De bedrijven zullen dit aangrijpen om te innoveren. Vrije concurrentie en duurzame regelgeving zijn niet aan elkaar tegenovergesteld.
Helaas is de vrije markt nou niet typisch het meest ontspannen onderdeel van de samenleving. De vrije markt is gericht op de voortdurende groei van de winsten voor de aandeelhouders: "Greed is good". Als je de dynamiek van de vrije markt probeert te vertragen (vraag is overigens: hoe dan, Femke?), tast je ook het vermogen van de markt om te innoveren aan en stort het hele moderne, niet-moralistische milieubeleid in.

Ten slotte, Halsema maakt tegenwoordig binnen en buiten GroenLinks furore door te benadrukken dat de overheid zich niet bezig moet houden met het geluk van mensen. Hoe mensen hun eigen leven willen inrichten preuts of bandeloos, met of zonder hoofddoek, vegetarisch of veganistisch, moeten mensen zelf uitzoeken.
Maar nu de vraag komt of mensen meer of minder moeten werken, achter de PC moeten recreeeren of in het zonlicht en de buitenlucht, op moeten gaan in de grootstedelijke dynamiek of het lome tempo van de provincie, komt Halsema met een geheven vingertje: ga ontspannen carrierejager want dat is goed voor je.

Opnieuw, net als in Vrijheid Eerlijk Delen, valt GroenLinks voor het fata morgana van de positieve vrijheid, voor het welwillende paternalisme. Wij van GroenLinks, weten wat goed voor je is: eerst was het werken, nu zorgen en ontspannen in de natuur. Wanneer krijg ik ooit tijd om zelf te bepalen wat ik mag doen!

Nee = Nee

Ik overweeg de volgende mail te sturen naar het lokale SP-bestuur

"Kameraden,

Vanochtend vond ik een ongeadresseerd pamflet van uw partij in mijn brievenbus getiteld "RGL NEE BLIJFT NEE" (lezers: voor meer informatie over de RijnGouweLijn en de huidige politieke situatie zie het blog van Hans), dit terwijl wij een NEE-NEE stikker hebben.

Uit uw schrijven begrijp ik dat u de betekenis van het woord "nee" niet is ontgaan. Het woord staat een aantal keer met grote rode letters in uw vlugschrift. In een bijgevoegd schrijven staat een lange quote van uw fractievoorzitter. Daarin maakt hij duidelijk dat hij als mensen iets niet willen, hij er alles aan zal doen om te voorkomen dat dit gebeurd. En toch heeft een van uw militanten het noodzakelijk gevonden om dit pamflet ongeadresseerd in mijn brievenbus te doen.

U roept in uw vlugschrift iedereen op de SP te laten weten wat hij of zij vindt, bij deze. 

Ik begrijp dat u niet zoveel op heeft met de individuele voorkeuren van mensen. Immers alleen waar het om collectieven gaat komt de SP in actie. In uw visie van de samenleving is schijnbaar geen ruimte voor diversiteit aan meningen, voorkeuren en levensvisies. Alle brievenbussen gelijk, alle brievenbus een pamflet.

Ik begrijp ook dat u zich geen zorgen maakt over het opraken van de grondstoffen, de vervuiling en verspilling. Wij wel en daarom willen wij geen ongeadresseerd drukwerk. Dat u tegen een  duurzaam en hoogwaardig openbaar vervoersproject in deze regio bent, het zij zo: iedere politieke partij mag zijn mening hebben. Maar dat nergens uit uw folder blijkt dat hij gedruk is op chloorvrij gerecycled papier vind ik wel bezwaarlijk, immers u zadelt mij er mee op.

Ik hoop dat u uw militanten er van kan overtuigen om naast de collectieve voorkeuren, ook de individuele voorkeuren van Leidse burgers te respecteren en dat u voortaan uw drukwerk op een duurzame manier verspreid,

Tevens ben ik van mening dat er een tram door Breestraat moet komen,

met groene en linkse groet,

Simon Otjes
{ADRES INFORMATIE}"

DWARScongres tussen publiek en privaat

Een van mijn nieuwe hobby horses is het onderscheid tussen de publieke en de private sfeer. En alhoewel het DWARScongres eigenlijk over dierenrechten ging, liep het onderscheid tussen politiek en maatschappij door het congres heen.

Een van de grootste discussies op het congres betrof het dierenrechten manifest/handvest. Het stuk dat anderhalf jaar was aangenomen werd nu eindelijk gewijzigd naar aanleiding van felle kritiek. Een van de wijzigingen betrof het woord liefde: in het origineel hadden dieren recht op liefde, nu alleen nog maar op respect en integriteit. Ik ben erg blij met dit amendement liefde behoort niet tot de sfeer van de politiek. De hoogste waarde van de politiek is rechtvaardigheid, hieruit volgen allerlei universele rechten en plichten waar iedereen zich aan moet houden. In persoonlijke relaties (in de private sfeer) gelden allerlei andere waarden, waarvan liefde de belangrijkste is: een vader moet zijn kind verzorgen niet omdat ze daar recht op heeft, maar omdat hij van haar houdt. Dit betekent overigens niet dat ik het met Jesse oneens ben dat politieke actie geinspireerd kan worden door (naasten)liefde, maar dat geldt ook voor woede, haat en ambitie. Een recht op liefde is voor mij een onmogelijk mengsel van publieke en private principes.

Naar aanleiding van het debat, nam het congres een motie aan van Esther die, na enige amendering van Selcuk las: "het congres spreekt uit dat ieder DWARSlid op een eigen manier invulling geeft aan het dierenrechtenhandvest/manifest." De originele intentie was om ieder DWARSlid te dwingen vegetarier te worden. Ik vind niet dat de overheid mensen kan dwingen om een bepaalde culinaire preferenties te hebben, er is een "scheiding van smaak en staat". Iedereen is vrij om zelf te bepalen wat hij wilt eten: smaak behoort tot de private sfeer. De overheid moet er echter wel voor dat de culinaire voorkeur van de een, de vrijheid van de ander niet beperkt en dat daar anders compensatie voor is: door, bijvoorbeeld vlees veel duurder te maken (en het geld te gebruiken voor meer dierenwelzijn).

Het laatste debat ging over de overheid en de sexuele moraal, min of meer tussen Arend, wat feministische DWARS’ster en Femke Halsema, kort samengevat door Lot. Hier liepen twee debatten door elkaar: Is de huidige sexuele moraal wenselijk? Waarbij Femke hierop ja zei en een deel van de zaal nee. En moet de overheid hier wat aan doen? Hier had de zaal niet echt een antwoord op, Halsema wou slechts op treden waar het mensen echt onvrij maakt of vernederd, en wilde de overheid meisjes (en jongens) sterker maken door ze sociaal-economische kansen te bieden. Ik ben het Femke Halsema eens: het eerste debat behoort niet tot de publieke sfeer, maar tot de private: dat is een kwestie van smaak. Dat Femke opvallend minder preuts was dan de DWARS’ers is een private aangelegenheid, over smaak valt niet te twisten, en heeft niets te maken met dwarse politiek.  Dat betekent overigens niet dat ik vind dat Halsema helemaal de juiste politieke keuzes maakt. Ze legt te sterk de nadruk op negatieve vrijheid: het is de rol van de overheid om jongeren (in positieve zin) vrij te maken, hun te leren autonoom en kritisch keuzes te maken en de middelen te geven dat te doen.

Op de terugweg merkte Vincent, met recht op, dat een politieke partij iets anders dan een overheid is: een partij, en zeker een politieke jongerenorganisatie staat ergens tussen staat en maatschappij, maar haar principes hebben wel betrekking op het publieke.

Political Compass

Ook ik kon mij niet weerhouden van het speeltje dat menig planeetgroenlinkser van nuttiger werk heeft afgehouden. Toch even het politieke compas in vullen (voor de honderste keer). Mijn uitslag (-7.62 op sociaal-economische thema’s en -8.00 op sociaal-culturele) wordt ik alleen door Steven links ingehaald.

De uitslag is trouwens erg te sturen, als je extreem wilt uitkomen, moet je gewoon voortdurend de uiterste van de twee opties kiezen en niet de middelste, en je kan menig stelling ook nog zo interpreteren dat het jou uitkomt (in mijn geval links uit komen). De stelling "The freer the market, the freer the people", wat in empirisch-comparatief opzicht gewoon waar is (correleer de verschillende uitslagen van de freedom house surveys maar eens met elkaar), heb ik maar geinterpreteerd als een moment om mijn wat marxistischere opinies te uiten: de markt is (ook) een onderdrukkend systeem. Eigenlijk is zo’n kompas te simpel om al mijn complexe opinies over staat, markt en maatschappij in weer te geven: maar ik voel me zo thuis in die linkeronderhoek.

De Junta uit Birma! Total uit Birma

Vandaag was de JS/Free Burma-demonstratie in Amsterdam (en Breda!) voor democratie en vrijheid in Burma. Er was een grote DWARS delegatie aanwezig in Amsterdam, waaronder ikzelf. Met ingeveer 150-200 demonstranten DWARS door Amsterdam met spandoeken en leuzen gedemonstreerd om steun en solidariteit aan de vreedszame en moedige demonstranten te uiten.

Een van de leuzen die geschald werden interigeerde me "Total uit Birma!" Ook de SP, PvdA, GroenLinks en de Partij voor de Dieren roepen op tot een consumenten-boycott van Total. Overigens, zelfs Sarkozy roept bedrijven op niet meer in Birma te investeren.

Ik ben hierzelf vrij ambigu over. Kijk ik steun sancties tegen het bewind en zeker ook een (uitbreiding) van het embargo. En ik steun ook consumentenacties tegen bedrijven die zich fout gedragen. Maar het is niet de aard van parlementaire politiek om zich te bemoeien het gedrag van individuele bedrijven. De politiek moet een wettelijk verbod stellen op investeren in Birma. Dan is het aan de rechterlijke macht om individuele bedrijven aan te spreken. Zo werkt de rechtsstaat. Het is de rol van actiegroepen om de overheid, bedrijven en consumenten te overtuigen iets wel of niet te doen. Als politici pleiten voor een boycott van Total doen ze de rechtsstaat schade aan. Dit is tenminste dezelfde kritiek die in februari op de Partij van de Dieren heb gegeven: een politieke partij is geen actiegroep.

In het geval van Total ligt het (misschien) iets anders. De oproep staat inverband met een groter politiek goed: een embargo tegen de Birmese junta door Europese Unie. En dan is het plotseling weer parlementaire politiek, immers mensen oproep door te rijden is een manier om dat voorstel te ondersteunen.

What’s wrong with positive liberty?

Een onschuldige vraag van Mieke: wat is er dan mis met positieve vrijheid? Dat ligt er natuurlijk aan wat je daar onder beschouwt. Ik heb hierover al (veel) eerder een stukje geschreven (wat niet echt leesbaar is geworden).

Berlin stelt in zijn "Two Concepts of Liberty" dat positieve vrijheid inhoudt de afwezigheid van storende interne obstakels die voorkomen dat ik doe wat ik echt wil. (Dit in contrast met negatieve vrijheid: de afwezigheid van storende externe obstakels). Angst kan bijvoorbeeld voorkomen dat ik de Mount Everest beklim terwijl dat wel iets is wat ik zou willen bereiken. Een ander voorbeeld is een verslaving aan cholocolade, die kan verkomen dat ik het gewicht bereik dat ik wil. Positieve vrij zijn is bevrijd zijn van zulke interne belemmeringen.

Maar je kan ook radicalere interpretaties maken van wat mensen echt willen:

  • Rousseau stelde dat mensen door de ontwikkeling van beschaving worden afgehouden van hun natuurlijke vermogen tot sympathie voor anderen en gesocialiseerd worden in een wereld van eigenbelang.
  • Marx stelde dat maatschappelijke structuren kunnen voorkomen dat leden van bepaalde klassen zien wat in hun objectieve eigenbelang is (de proletarische wereldrevolutie in het geval van arbeiders), maar dat ze door vals bewustzijn tegen dat belang in handelen (arbeiders die oorlog voeren in het belang van de bourgeoisie).
  • Volgens Augustinus (en andere christelijke denkers) moeten mensen zich bevrijden van hun zondige behoeften, die voorkomen dat ze doen wat echt goed voor hun is: een leven gewijd aan God.
  • Freud stelde dat mensen grotendeels beheerst worden door hun
    onderbewuste Id, hun lagere, natuurlijke, behoeften  en verlangens, die
    voorkomen dat ze hun hogere, rationele, idealen van hun Superego
    bereiken.

Allemaal menen deze denkers te weten wat in het belang van het individu is, zelfs als dat individu dat zelf niet beseft. Als je weet wat het absolute goede voor iemand is, waarom zou je haar dan niet dwingen daarnaar te handelen. Immers dat zou zijn wat zij wilde als ze echt zou weten wat ze wilt. Mensen worden dan gedwongen vrij te zijn.

Berlin meent dat het niet mogelijk is om te weten wat echt goed voor een ander is, en dat mensen dat het beste zelf kunnen onderzoeken. Hierin volgt hij overigens mooi de notie van het leven als experiment om het goede te vinden, afkomstig van J.S. Mill . Hij wilt mensen dus niet dwingen op een bepaalde "bevrijde" manier te leven, maar hij wil mensen vrij maken dat zelf te bepalen.

Hierop is dan ook mijn grootste bezwaar tegen Vrijheid Eerlijk Delen gebaseerd: het is gebaseerd op het idee dat een werkzaam leven het beste voor iedereen is. Ik zou nooit de pretentie willen hebben te weten wat het best voor iedereen is.

The Trap

Bij het voorbereiden van m’n college vrijdag kwam ik via wikipedia bij de BBC-documentaire "the Trap" een serie van drie geniale films over het begrip vrijheid in de huidige tijd. In drie delen laat Adam Curtis zien hoe een uitermate plat en simpel begrip van vrijheid (die uit de rationale keuze theorie) in onze economie, politiek en persoonlijk leven een absoluut ideaal is geworden. Na het eerste stuk op youtube gezien te hebben was ik verkocht en heb ik (min-of-meer) drie uur gekluisterd aan mijn beeldscherm gezeten.

Ik raad een ieder aan dit te kijken! Curtis geeft wel een vlijmscherp beeld van hoe de (Engelse en Amerikaanse) maatschappij in elkaar zit sinds de Koude Oorlog, wat het mensbeeld en politiek-filosofische onderbouwing van zowel de Derde Weg als Reaganism zijn en van het ideaal van vrijheid dat op leggen aan Irak en Afghanistan.

Het meest geniale stuk vond ik het begin van deel drie waarin Curtis uitlegt wat het onderscheid is tussen positieve en negatieve vrijheid en waarom positieve vrijheid gevaarlijk werd gevonden (ook door Berlin, die het concept heeft uitgevonden). De gemakkelijke manier waarin Femke Halsema in Vrijzinnig Links schreef dat je positieve en negatieve vrijheid moet combineren staat hier in sterk contrast mee.

Ik heb hieronder maar even alle links op youtube verzamelt zodat je in drie uur een volkomen nieuwe blik kan krijgen op het begrip vrijheid in de huidige politiek en maatschappij.

Film een
Deel 1, Deel 2, Deel 3, Deel 4, Deel 5, Deel 6

Film twee
Deel 1, Deel 2, Deel 3, Deel 4, Deel 5, Deel 6

Film drie
Deel 1, Deel 2,Deel 3, Deel 4, Deel 5, Deel 6

Kernthema’s sociale politiek uit de tent

Dit is een samenvatting van de kernthema’s van de tent "sociale politiek" op Debat in de Tent.

De huidige verzorgingsstaat voldoet niet meer. Het systeem is niet in staat om burgers te voorzien in de zekerheid die zij zoeken in een dynamische tijd van globalisering. Daarnaast is de overheid niet in staat om tegenover de plicht tot participatie die zij burgers oplegt, genoeg ruimte (banen) te scheppen om iedereen ook daadwerkelijk te laten participeren.
Naast een groep “insiders”, burgers die baat hebben bij de huidige sociale politiek, onstaat een groep outsiders, burgers die baat zouden hebben bij hervorming hiervan. Het helderste voorbeeld is het ontslagrecht: oudere werknemers met een vast contract hebben hier voordeel van, mensen met een tijdelijk contract en jongere werknemers vormen een “precariaat”, dat een onzekere positie op de arbeidsmarkt heeft.

Hieruit volgen een aantal problemen en een aantal oplossingen.

  • De overheid moet de voorwaarden scheppen om iedereen te laten participeren in de samenleving, waar het om sociale politiek gaat, dan met name op de arbeidsmarkt. De overheid moet bv. de mobiliteit van gehandicapten vergroten om ze instaat te stellen overal te werken.
  • Daarnaast moet de overheid investeren in mensen om zich weerbaar te maken in een dynamische samenleving. Onderwijs is een belangrijk middel voor sociale politiek en een voorwaarde voor economische ontwikkeling, daar moet in geinvesteerd worden.
  • Sociale politiek zou er niet op gericht moeten zijn de positie van de sterkste (rijksten, de best beschermden) te verzwakken, maar de positie van de zwaksten (de armsten, de minst beschermden) te verbeteren. Een voorbeeld is de hervorming van het ontslagrecht: dit moet erop gericht zijn de positie van outsiders te verbeteren. Dit hoeft niet ten koste te gaan van insiders.
    • Een belangrijke kwestie hieraan gerelateerd is of er niet altijd een zwakke groep zal zijn, hoeveel je mensen ook schoolt en hoe gelijk je de kansen van mensen ook maakt. In dit soort gevallen volstaan gelijke kansen niet, maar zul je solidair moeten zijn. Een simpel voorbeeld: iemand die volledig arbeidsongeschikt is, kan je nog zoveel kansen bieden op werk, maar hij kan gewoon niet werken. die mensen moeten een uitkering krijgen, maar ook de middelen om toch te participeren in de samenleving.
  • Sociale politiek moet Europese politiek worden: er moet een Europees sociaal minimum zijn. Zo kan worden voorkomen dat Polen zich gedwongen voelen om onder verschrikkelijke omstandigheden in Nederland te komen werken.
  • De rechten van werknemers (op scholing, pensioen etc.) moeten niet afhankelijk gemaakt worden van vluchtige bedrijven, maar zijn een verantwoordelijkheid van de overheid/gemeenschap.
  • De vraag is of vrijzinnige sociale politiek erop gericht moet zijn iedereen te dwingen te werken. Moeten mensen niet zelf kiezen hoe zij hun leven inrichten?

Gluren uit de Tent

Mijn eerste workshop op zondagochtend was "gluren bij de buren" over beginselprogramma’s van het FNV, Groen!, EGP en het huidige van GroenLinks, en (een beetje) DWARS. Centrale vraag: waarom schrijf je een beginselprogramma en wat doe je ermee? Niet alleen interessant als lid van het begeleidingspanel maar ook als jonge onderzoeker: ik wil ook juist deze vraag onderzoeken.

Bij de FNV en GroenLinks was het eerste beginselprogramma geschreven vlak na de fusie. Het beginselprogramma van de EGP was ook onderdeel van verdergaande samenwerking. De centrale vraag was: wat bindt ons als de sociaal-democratische NVV en de katholiek-sociale NKV, c.q. de links-socialistische PSP, de emancipatiepartij CPN, de groene PPR en de progressief-christelijke EVP dan wel alle groene partijen uit West, Oost, Noord en Zuid Europa?
Bij het herschrijven van het nieuwe DWARS en FNV programma speelde met name de vraag: sluit het huidige programma nog wel aan bij de kwesties van de huidige tijd.
Bij het schrijven van het Groen!-programma wilde de partij zich herorienteren op haar identiteit, van het oude, moralisitische AGALEV, naar het groen-progressieve Groen!
Bij het eerste DWARS, EGP en GroenLinks programma speelde met name ook een uitruil, een compromis tussen verschillende groepen. Zo diende het eerste DWARS programma om tussen de radicale anarchistische DWARS’ers en de parlementaire jonge GroenLinksers een compromis te vinden. Bij het GroenLinks speelde de vraag tussen Groen en Links en Staat en Maatschappij.

De programma’s worden ook op andere manieren gebruikt door politici en bestuurders:
Je kan zo’n programma gebruiken bij interne discussies over de koers om te kijken wat vinden we eigenlijk? Bij het schrijven van verkiezingsprogramma’s wordt hij echter niet (altijd) gebruikt. Daarnaast orienteren nieuwe leden zich aan de hand van zo’n programma. Bij de EGP wordt het zelfs gebruikt om mogelijke lidpartijen uit te sluiten, als een nieuwe groene partij bijvoorbeeld tegen homo-emancipatie zijn.