Transsexuelen in de Tent

RozeLinks had een uiterst sympathieke petitie op Debat in de Tent: "Kees wordt Trees zet een trans op twee".

Toevallig had ik me net verdiept het onderwerp. De eerste (en tot nu toe) enige transsexuele parlementarier in Europa is Vladimir Luxuria uit Italie. Zij is lid van de Heropgerichte Communisten wat me toch niet de meest LBGT-vriendelijke partij van Europa leek. Buiten Europa is er ook nog Georgina Bayer uit Nieuw Zeeland, voor de sociaal-democraten. Beiden hebben ze een achtergrond in het acteerwerk en maken ze zich, wie had dat verwacht, sterk voor politiek issues rond sexuele identiteit.

Ik denk dat het zeer goed zou zijn als er in Nederland een transsexueel de politiek in gaat, en GroenLinks is daar dan de beste partij voor. De vraag is wel of je een van je 7 zetels hier aan kwijt wil zijn, of dat je 7 andere GroenLinks prioriteiten kan noemen, waar je dus ook kamerleden aan wilt koppelen

Feest in de Tent

Na al het debat was er een borrel en eten. DWARS had zelf voor eten gezorgd, voor menig student viel de 20 euro erg voor het eten van Fair Food tegen. Ik heb van beide walletjes gegeten en dus genoten van Mieke’s spinaziequiche, Lamiek’s Hawaiaanse Macaroni en Jan-Lars’ Macaroni salade. Zelf had ik nog Gazpacho en couscous-salade toegevoegd.

Daarop volgde Peer de Graafmachine met een zeer GroenLinks optreden vol improvisatie en politieke actualiteit, net iets te kunstzinnig en vol passie. De avond, en het begin van de nacht, werd en overgenomen door een DJ die disco, latin mengde met een flinke hoeveel rock. Zodat ik gepogoed heb en stijl gedanst, geheadbanged en geswinged. Menig DWARS’er heeft ook gestagedived. Zelfs de kamerleden namen deel aan het feestgedruis. Femke Halsema bleef echter een beetje aan de kant hangen. Dat kan ik op twee manieren interpreteren: of ze heeft de leden de ruimte geboden om hun ding te doen of ze zit niet op de zelfde golflengte als de leden. Ik denk toch dat de conclusie van de eerste dag het eerste moet zijn: de leden hebben alle ruimte gekregen om hun gedachten (en andere dingen) te laten dansen.

Tijdens een wat rommelige afterparty (die ik de volgende ochtend mocht opruimen) viel ik in slaap in mijn thermische slaapzaak en heb ik nog een paar uurtjes geslapen.

Sociale Politiek in de Tent

De tweede parallelsessie die ik bezocht ging over de sociale kwestie. De focus lag sterk op Vrijheid Eerlijk Delen (VED) en de dilemma’s en die daaruit volgden. De sessie werd geleid door mijn collega-begeleidingspanellid Jolande Sap. Deelnemers aan de discussie waren Ineke van Gent, Henk van der Kolk (voorzitter FNV-bondgenoten), Alfred Kleinknecht (professor economie van de innovatie) en Ronald de Leij (werkzaam bij het AWVN). Jolande wist de discussie meteen te concentreren op de dilemma’s die er binnen GroenLinks qua sociaal beleid spelen.

VED werd toegelicht door Ineke van Gent. Zij legde uit wat het centrale probleem was: het gebrek aan participatie op de arbeidsmarkt door outsiders. Het doel van VED is gelijkheid tussen insiders en outsiders. VED legt een sterke nadruk op de staat om tegenover de participatieplicht van de burger is er de plicht van de overheid om mensen te ondersteunen om te participeren.

Van der Kolk, een criticus van VED, met name waar het ‘t ontslagrecht betreft (een thema dat hij liet liggen), begon toch met opmerken dat GroenLinks gelijkhad dat er sprake was van een "faillissement van de verzorgingsstaat". Onder druk van de mondialisering is de burger op zoek naar zekerheid, zekerheid die de overheid kan bieden. Linkse politiek moet burgers een minimum aan sociale zekerheid bieden. In een Europese economie moet zo’n minimum aan sociale zekerheid ook Europees geregeld worden. De sociale zekerheid moet gericht zijn op participatie op de arbeidsmarkt.
Daarnaast moet linkse politiek investeren in mensen om zich weerbaar te maken in een dynamische samenleving. Een kwalitatieve sprong in het onderwijs, dat rekening moet houden met beginposities van mensen, is daarom noodzakelijk.

Voor Kleinknecht was het ontslagrecht wel een kernthema, waarnaar hij onderzoek heeft gedaan. Volgens hem is niet een flexibele arbeidsmarkt een belangrijke voorwaarde voor welvaart en economische groei, maar een goed onderwijsstelsel. Een starre arbeidsmarkt was volgens hem ueberhaupt een pre voor een kennis economie, zo wordt namelijk juist kennis bewaard voor bedrijven. Er is beter onderwijs nodig en met name betere leraren. Hij zag een "precariaat" (wat bij ons in het jargon outsiders heet) van 15-20% van de werknemers, die nu een precaire situatie op de arbeidsmarkt hebben. Hij stelde echter dat nu de economie weer aantrekt en daarmee de vraag naar arbeid, hun positie sowieso beter zal worden.

De Leij ten slotte keek vanuit het perspectief van de werkgever: zijn bezwaar richtte zich meteen op het begrip delen. We moeten niet proberen de toppen af te verlagen, maar de dalen te verhogen. Waar hij ook bezwaar tegen had was het idee dat werkgevers een scholingsplicht hadden ten opzichte van hun werknemers. In een vrije markt zijn bedrijven vluchtig van aard. Hiertegenover moet de gemeenschap/overheid zekerheid bieden: de scholingsplicht ligt dan ook bij de overheid. Werknemers zouden ueberhaupt minder afhankelijk moeten worden van bedrijven: sociale zekerheidsrechten, als pensioenen zouden veel meer aan het individu en veel minder aan het bedrijf gekoppeld moeten worden.

Vervolgens mocht de zaal reageren. Een stormvloed van vragen, dilemma’s, persoonlijke ervaringen en oplossingen volgden.
* Het ontslagrecht blijft een moeilijke kwestie in twee dingen kunnen veel groenlinksers zich vinden: wij zijn tegen de huidige voorstellen en streven naar een betere bescherming van "outsiders". Zoals Kleinknecht stelde: je moet waar het om het ontslagrecht gaat niet de positie van insiders zwakker maken, maar juist die vanuit outsiders sterker maken. Gon Mevis stelde daartegenover dat er altijd een zwakste groep, een precariaat zal zijn.
* Er zijn enkelen die menen dat de overheid de burger onconditioneel zekerheid moet bieden door een basisinkomen. Zij delen de nadruk op participatie en arbeid van VED, die gedeeld wordt door werknemers, werkgevers en de politiek niet.
* Er bestaat een tegenstelling tussen gelijke kansen en solidariteit tussen verschillende mensen. Gelijke kansen zijn niet genoeg om een sociaal rechtvaardige uitkomst te krijgen.
* Een belangrijke strategisch dilemma is of linkse politiek de werkgevers moet verleiden om mee te betalen aan participatie van allen (door bv. het ontslagrecht te versoepelen) of dat de overheid moet dwingen om mee te betalen.
* Toch waren er veel dingen waar we het over eens zijn. Het onderwijs wordt als een heel belangrijk middel gezien om economische emancipatie te stimuleren. Regels mag de ontplooing van mensen niet in de weg staan. Verbetering van de mobiliteit kan veel outsiders ook aan het werk helpen. Het ontslagstelsel in het onderwijs dat veel dienstjaren waardeert is pervers. De overheid moet juist een voorbeeld geven door outsiders te recruteren. De sociale onrechtvaardigheid in Nederland valt mee. ten opzichte van de oneerlijke verdeling tussen Noord en Zuid.

Het is moeilijk om uit al deze punten een aantal kerndilemma’s te destileren. Ik zal wel moeten, aan het eind van de discussie vroeg Bart Snels aan mij om een overzicht van de discussie te maken voor de commissie. Nou Bart, hier is een grove outline, ik zal nog verder na denken over welke kerndilemma’s spelen.

Milieu in de Tent

Het eerste van de vier plenaire sessies ging over milieu. Wijnand Duijvendak sprak met Els Keytsman van Groen! over de milieu-politiek en moralisme.

Wat mij opviel was hoever Duijvendak en Keytsman uit elkaar stonden, en destemeer hoe Femke Halsema zich positioneerde tussen die twee in haar eindspeech.
De portee van Duijvendak’s bijdrage was: er is nog zoveel winst te halen voor het klimaatprobleem door innovatie en technologische vernieuwing dat we niet hoeven somberen of te moraliseren. Duijvendak nam in de discussie een positie in die in de literatuur "environmentalistisch" wordt genoemd.
Hiertegenover stonden Keytsman en later ook Halsema, zij gebruikten zelf het woord "ecologisch" en namen een veel radicaler groen standpunt in: tegen de ideologie van de economische groei, voor beperking van de consumptie in het Westen.

Wat me opviel was dat het begrip "moraliseren" (een verboden woord binnen GroenLinks) in het debat geen heldere
betekenis kreeg. Volgens mij stelde Duijvendak en Keytsman dat moraliseren inhoudt "dingen
verbieden door de overheid". Daartegenover staan beprijzing en
innovatie veel betere middelen om milieu-politiek te bedrijven.
Ik denk echter dat je het woord moraliseren heel anders moet opvatten. Moraliseren houdt volgens mij in de ethische opvatten van mensen proberen te veranderen: mensen een bepaalde "zedelijke opvatting" op te leggen. Als je (anders dan de Partij voor de Dieren) de scheiding van kerk en staat respecteert en de gewetensvrijheid respecteert, dan mag politiek zich nooit bezig houden met de moraal van mensen. De politiek mag mensen niet verbieden om vlees te willen eten, om te denken dat LCD-televisies een goede aankoop zijn en dat het veel fijner is om met z’n allen in de auto te zitten dan om met het openbaar vervoer te reizen. Je kan en je moet echter wel als groene partij ervoor zorgen dat als mensen een keuze maken voor voedsel, televisies en vervoer, hun handelingsvrijheid wordt beperkt door de vrijheid van andere mensen, volgende generaties en dieren:  dus moet je vlees duurder maken dan vegetarische alternatieven, bepaalde energieslurpende apparaten verbieden en investeren in innovatief openbaar vervoer om zo onze ecologische voetafdruk te verkleinen.

Pauze in de Tent

In de eerste pauze merkte ik met hoeveel petten op ik naar Ginkelduin was gekomen.

Als wikipedia-vrijwilliger moest ik foto’s verzamelen van prominente groenlinksers onder een creative commons licentie (dat werk heb ik uiteindelijk over gelaten aan Harmen, die o.a. deze zeer geslaagde foto van Femke Halsema leverde – overigens meer foto’s van prominente groenlinkers onder een vrije licentie (GDFL, CC zijn welkom! op simon at dwars.org));
Als lid van de toekomst.groenlinks-beginselpanel moet je dan nog even na praten met andere commissieleden over de sessie;
Als kandidatencommissie van DWARS moest ik potentiele kandidaten benaderen;
Als planeetgroenlinks-blogger wordt je aangesproken over wat je zoal hebt geschreven, onder andere praise van Tofik Dibi voor mijn blogje over het Mein Kampf-verbod (schijnbaar wordt ik toch gelezen!);
En als DWARS’er moet je gezellig in het grasliggen.

Kortom het leven van GroenLinks’er op wat nu al het "Lowlands van GroenLinks" wordt genoemd is geen sinecure.

Internationale politiek in de tent

De eerste deelsessie die ik bij woonde ging over Internationale Politiek. De focus lag op een aantal casussen (Afghanistan, Israel-Palestina en wapenhandel) waarvan er eigenlijk maar een echt besproken werd: Afghanistan. Joost Lagendijk sprak met Mariko Peters en Jan Jaap Oosterzee (IKV–Pax Christi) over de huidige missie, het GroenLinks/SP-krantje tegen de missie in Uruzgan en de situatie in Afghanistan.

Ik zal hier niet proberen de discussie uit te spellen, maar ik zal kijken naar de aspecten die voor onze beginseldiscussie van belang zijn. Volgens mij was er een onderliggende kwestie:

Mag de internationale gemeenschap op treden als staten niet langer in staat zijn om het recht op veiligheid van hun burgers te beschermen, of als zij dat zelf bedreigen? Is interventie op humanitaire grondslag rechtvaardig? Mag je geweld gebruiken om erger geweld te voorkomen? En zo ja, onder welke voorwaarden?
In een latere discussie (over beginselprogramma’s) gaf Joost weer hoe GroenLinks sinds haar oprichting heeft gedacht over deze kwestie. GroenLinks was tegen de Tweede Golfoorlog (1990-1991). Na de oorlog werden de Koerden bedreigd door wraakacties van het Iraakse leger, GroenLinks stemde toen in met de No-Fly-Zones gericht om erger te voorkomen. In 1999 verdeelde de Kosovo-crisis GroenLinks: een militaire interventie om ernstige mensenrechten schendingen door de Serviers te stoppen. Ook de invasie van Afghanistan verdeelde de partij. Alleen de oorlog in Irak kan GroenLinks verenigen in tegenstand.
Wat je hieruit toch zou moeten concluderen is dat GroenLinks in het verleden voor humanitaire interventie is geweest. Of bepaalde interventies aan die voorwaarden hebben voldaan is een grote vraag. Die voorwaarden, waarover nog goed na gedacht moet worden binnen GroenLinks, zouden dan moeten worden vastgelegd in het beginselprogramma.
Uit die voorwaarden volgt dan ook je opvatting over militaire samenwerking: in een door Amerika-geleide coalitie, binnen de NAVO, de EU, de VN; en je opvatting van hoe je een leger moet organiseren:  als een vredesmacht die zich richt op politionele en opbouwtaken.

Er lag echter nog een tweede, veel ingewikkeldere kwestie: moet je, als tegenstander van een interventie, de wederopbouw van het geintervenieerde land steunen? Kortom "troepen terug uit Afghanistan" of moeten we nog 10-15 jaar blijven om het land echt op te bouwen? Is GroenLinks tegen deze missie of tegen iedere missie in Afghanistan? Heeft de internationale gemeenschap de morele plicht te blijven of moeten ze "er een hek om een heen zetten en zo snel mogelijk weg"? Deze vraag, die nu een sterk actueel karakter heeft, kan niet door een beginselprogramma beantwoord worden.

Inleiding tot de Tent

Anders dan blogalow-bewoners als Arnoud en Michel was ik niet in staat om van minuut-tot-minuut een update te geven van Discussie in de Tent. Dus zit ervoor mij niet anders op om mijn belevenissen propter hoc weer te geven. Ik hoop vandaag tussen het lezen van The Logic of Collective Action door door het hele weekend heen te komen.

Bepakt en bezakt, met een zaterdagVolkskrant onder de arm, met trein en bus, ondertussen allerlei GroenLinks’ers en DWARS’ers oppikkend, was ik aangekomen op het landgoed en voormalig FNV-resort Ginkelduin.

Alhoewel ik mijn eigen koepeltentje bij me had, voelde ik toch de noodzaak om te helpen bij het opzetten van de reusachtige legertent van DWARS, de pacifistische jongerenorganisatie van GroenLinks. Overigens kon de tent slechts worden opgezet met het technisch inzicht van enkele DWARS-meisjes.

Daarna kon de discussie eindelijk beginnen in een grote circustent met openingsspeeches van Henk en Bram en -typisch GroenLinks- het uitwisselen van bloemen en debattips: voor mijn eigen debattip "say what you’re gonna say, then say it, then say what you’ve said" een oproep tot gestructureerde verhalen – nog uit mijn eigen debattijd – kreeg ik een "laat je gedachten dansen!" Nou ja, ik heb in ieder geval gedacht en gedanst.

Op naar de eerste sessie: internationale politiek …

Hypothetisch geval: Rita Verdonk verlaat de VVD

Dat Rita Verdonk gedwongen is om de VVD fractie te verlaten roept bij mij alleen maar vreugde op: mooi de VVD is weer een decente partij, Wilders heeft een concurrent en mevrouw Verdonk is een stap verder weg van premiere van Nederland te worden.

Ik denk wel dat ik nu wel mijn eerdere voorspelling over de verkiezingen van 2011 moet bijstellen: toen voorspelde ik nog dat Henk Kamp binnenkort Mark Rutte zou opvolgen om de strijd tussen Rita en hem op te lossen. Niets van dat. Rita gaat nu haar eigen partij oprichten: Rechtdoorzee Initiatief voor een Toonaangevende Aanpak (RITA). Ik zal op basis van deze gebeurtenissen tot een nieuwe voorspelling komen, waarin in ook de andere events sinds februari 2007 zal opnemen:

PvdA
Jan Pronk wordt geen voorzitter van de PvdA dat wordt Liliane Ploumen, de kandidaat van de partijtop. Het team Bos/Plouwen weet de rust binnen de partij te koesteren en met centrum-links beleid de kiezer te overtuigen. De PvdA wint in 2011 10 zetels.

CDA
De PvdA zal er veel beter in blijken het kabinetsbeleid als het hare te verkopen. Daarnaast is dit niet wat de gemiddelde CDA-kiezer wilt. Het CDA verliest 5 zetels.

VVD
Rutte blijft leider en er zal niemand meer aan zijn poten zagen. Met het toe treden van rechtse D66’ers wordt de VVD een progressief-liberale partij: voor ongelimiteerde vrijheid, economisch en persoonlijk. Het electoraat van de VVD verandert omdat de Verdonkianen zijn verdwenen, echter de VVD krijgt ook meer aanhang omdat D66 niet meer bestaat en het economisch beter gaat: al met al blijft de VVD gelijk.

SP
Jan Marijnissen blijft voor goed weg en de "kritiese" Harry van Bommel volgt hem op. Zijn internationaal georienteerde koers ligt goed bij SP leden maar niet bij SP kiezers. De SP valt terug op 13 zetels.

GL
Kathalijne volgt Femke op. Maatschappelijke veranderingen, een betere campagneleus en ueberhaupt een geheel herbrond GroenLinks wint 5 zetels.

PvV
Wilders wordt weggeduwd door Verdonk die in staat is om rechtse voorstellen op een niet-beledigende manier aan de man te brengen. Wilders verdwijnt uit de Kamer.

ChristenUnie
Rouvoet verliest 3 zetels. Ik vind de deelname van de ChristenUnie aan dit kabinet nog steeds niet slim. Het blijft CDA en PvdA beleid waar de ChristenUnie zich toevallig ook in kan vinden.

SGP
De SGP wint twee zetels van de ChristenUnie

PvdD
Naar 4 jaar als kip-zonder-kop rondgerend te hebben in de Kamer en niets te hebben bereikt verdwijnt de Partij voor de Beestjes uit het parlement, omdat iedere partij (behalve het CDA) een betere dierenrechtenparagraaf heeft geschreven.

D66
De democraten heffen zich zelf op: een grotere groep naar de VVD, sommigen naar de PvdA en de rest naar GroenLinks.

RITA
Het "Rechtdoorzee Initiatief voor een Toonaangevende Aanpak" van Rita Verdonk wint 17 zetels. Ze komen met name bij de PVV, het CDA en VVD vandaan. 

PvdA: 43
CDA: 36
VVD: 22
RITA: 17
SP: 13
GL: 12
SGP: 4
ChristenUnie: 3
PvdD: 0
PVV: 0

Er komt een progressieve, links-liberale coalitie van PvdA, VVD en GroenLinks onder leiding van Wouter Bos. Kees Vendrik wordt minister van Ontwikkelingssamenwerking en Marijke Vos minister van Milieu.

Mein Kampf-verbod en het anti-fascisme

Nadat ik instemmend had geknikt toen ik in de Volkskrant las dat GroenLinks, bij monde van Femke Halsema, had gezegd dat het wenselijk zou zijn om het Mein Kampf-verbod op te heffen las ik tot mijn schrik dat op PlaneetGroenLinks dat GroenLinks zo brak met haar anti-fascistische traditie. Ten minste zo blogde Wim Molenaar.
Zijn argument komt min-of-meer neer op het volgende: het is voor de overlevenden en nabestaanden beledigend om Mein Kampf te herdrukken. Een relevant argument, maar het heeft weinig met anti-fascisme te maken.
Ik zal hier proberen uit te leggen waarom ik denk dat je als anti-fascist, en liberaal in de lijn van J.S. Mill, juist Mein Kampf vrij moet laten verkopen.

Je moet abjecte, moreel overduidelijk onjuiste opvattingen niet verbieden. Als je dat doet verwordt je anti-fascisme een dogma, waarvoor geen argumenten gegeven worden, waarvan de morele juistheid er gewoon van afstraalt. Zo’n dogma houdt het een aantal generaties vol, maar als snel zal het vervallen tot een politiek correct en sleets cliche, waarvan de nieuwe generatie geen besef heeft wat het eigenlijk betekend, maar het alleen maar herhaalt omdat het sociaal wenselijk is.
Wat je moet doen is dit soort meningen toestaan, maar daar dan ook voortdurend mee in debat gaan: er zijn zoveel argumenten te geven waarom Hitler’s rassenleer, anti-semitisme, lebensraumverlangen volslagen onjuist en onrechtvaardig zijn. Door voortdurend in debat te gaan met zo’n abjecte mening blijft het anti-fascisme gebaseerd op argumenten en daarmee levend. Nieuwe generaties die het boek lezen en erover in debat gaan, zullen opnieuw voor zichzelf leren dat nationaal-socialisme onzin is.  Alleen zo zal het anfi-fascisme geen hol dogma worden, maar een levende opvatting.

Liberalisme, Democratie en Hervorming.

Gisteren was ik bij een lezing van een aio bij wijsbegeerte. Hij had het over het democratie-begrip van de liberaal Popper, dat hij contrasteerde met het denken van de conservatief Strauss. Alhoewel het het doel van de lezing was om Popper te bekritiseren, was ik, aan het einde van de lezing, zwaar gecharmeerd van elegante en coherente liberalisme van Popper. Ik zal hier proberen mijn interpretatie van dit liberalisme te geven. Dit zegt overigens niet dat ik het hier mee eens ben, maar het is wel mooi coherent.

In "The Open Society and Its Enemies" beschrijft Popper de politieke methode van het liberalisme. Dit bestaat uit drie onderdelen: de rechtsstaat, de democratie en hervorming. Deze drie zijn innig met elkaar verbonden.

  • Een rechtsstaat hier is een politiek systeem waar de reikwijdte van overheidsingrijpen beperkt is door wetten, die er op gericht zijn de rechten van burgers te beschermen. In zo’n (voor juristen misschien breed) begrip van de rechtsstaat zit dus ook de scheiding van kerk en staat, dat erop gericht is geloofsvrijheid te beschermen en de vrije markt, waar de overheid niet (of slechts in beperkte rol) kan optreden. Er zijn veel funderingen van beperking van de overheid. Mijn favoriete is van J.S. Mill. Hij zegt: we weten niet wat de beste levenswijze is. Als we nu iedereen de vrijheid geven om zijn eigen leven te leiden ontstaan er duizende sociale expirementen, waar duizenden verschillende levenswijzen worden uitgeprobeerd. Door deze expirementen kunnen we er achter komen wat de beste levenswijze is.
  • Een democratie hier is een politiek systeem waar de tijdsduur dat een partij aan de macht is beperkt wordt door regelmatige verkiezingen. Dit heeft als doel om de macht van de overheid te beperken, ten bate van de burgers.
  • Met hervormingen (in Popper’s termen piece meal social engineering) wordt het veranderen van de samenleving door beperkt, zowel in reikwijdte als in mate, overheidsingrijpen bedoeld. Bijvoorbeeld, de overheid nationaliseert niet in een keer de hele suikerindustrie maar begint met een plantage. Dit laat ruimte voor allerlei experimenten om te kijken wat het beste overheidsbeleid is en zo kunnen mislukte experimenten gemakkelijk worden terug gedraaid.

Tussen al deze drie aspecten van de politieke methode van het liberalisme zijn verbindingen:

  • Rechtsstaat en democratie: de democratie een middel om de overheidsmacht te beperken, net als de rechtsstaat dat is, even als de scheiding der machten en federalisme overigens.
  • Rechtsstaat en hervormingen: zowel de rechtsstaat als het idee van hervormingsgewijze politiek is gebaseerd op het idee dat wij (de overheid en de mensheid) niet weten wat de beste levenswijze c.q. het juiste overheidsbeleid is en dat daarom expirementen nodig zijn om te ontdekken wat het beste werkt.
  • Democratie en hervormingen: hervormingsgewijze politiek is de enige manier waarop een democratie kan werken: het is extreem kostbaar als iedere regering het land radicaal zou veranderen door het hele systeem om te gooien.