Kies Partij voor de Dieren, tegen de Democratie

De Partij voor de dieren wil niet dat Cees Veerman voorzitter van Natuurmonumenten wordt. Een klein berichtje in de Volkskrant. Leuk, schattig, de Partij voor de Dieren heeft ook een keer een mening: toch niets mis mee?

Nou eigenlijk is hier veel mis mee: een onafhankelijke vereniging heeft het grondwettelijke recht zich zo te organiseren als ze willen: dat is het recht van vereniging. Door in de interne besluitvorming van een onafhankelijke organisatie te treden schaadt deze politieke partij de autonomie van deze vereniging. Het is een kernwaarde van een gezonde democratie dat er organisaties zijn, onafhankelijk van de overheid en politieke partijen die zelf hun eigen beslissingen kunnen nemen: om mensen tot voorzitter te kiezen die zij zelf bij hun identiteit vinden passen, zonder dat de overheid daarin treedt. Stel je voor dat de Partij voor de Dieren in de regering zou zitten en van hun mening over Veerman beleid maken: ze zouden Natuurmonumenten verbieden om Veerman als voorzitter te kiezen. Want dat is wat ze zouden eigenlijk willen.

Ach, denk je misschien, ze doen er toch niets mee: ik vind het verschrikkelijk dat er 179,988 mensen in Nederland zijn die op een partij stemmen die niet weet wat de rol van politieke partijen is, die democratische grondrechten schenden omdat bepaalde personen ze niet aan staan. Een stem voor de Partij voor de Dieren is een stem tegen de democratie.

Kristallen Bal

Met de formatie 2006-2007 bijna afgesloten, kunnen we aardige voorspellingen doen over de toekomst van de Nederlandse politiek in de volgende, zeg, 4 jaar.

Balkenende-4: Het kabinet Balkenende-4 maakt de 4 jaar af. De instabiliteit die 1, 2 en 3 kenmerkte valt weg als sociaal-democraten, christen-democraten en christelijk-socialen samen een kabinet vormen van betrouwbare, stabiele partijen, die programmatisch gezien dicht bij elkaar staan en beschikken sterke meerderheid en verdeelde oppositie tegenover zich zien.

PvdA: Balkenende wordt overschaduwd als premier door vice-premier Wouter Bos, die anders dan de vorige vice-premiers, de echte politiek leider van zijn partij is en blijft, die beschikt over een eigen programma, en een zeker charisma heeft. Hij weet ook de sociale agenda van het kabinet te claimen als een sociaal-democratische bijdrage.

CU: De ChristenUnie sneeuwt onder, door drie factoren: ten eerste zitten ze, net als D66 in Paars tussen twee sterke grote partijen. Ten tweede komt het karakteristieke eigen programma, namelijk op het gebied van gezin en medische ethiek niet uit de verf, dat zie je al in het regeerakkoord; de meer sociale en groene punten worden gekaapt door de PvdA. En ten derde hebben ze door de keuze van het ministerie van Defensie en Jeugd & Gezin, weinig eigen sterke ministers en staan ze ver van de cruciale sociaal-economische beleidsvorming; het ministerie van Defensie is ueberhaupt een miskoop: het valt niet te verwachten dat de problemen in Afghanistan en Irak worden opgelost en dus zal de CU-minister de boodschapper worden van een mislukkend beleid, waar hij zelf niet verantwoordelijk voor is.

VVD: De richtingenstrijd binnen de VVD wordt alleen maar sterker in de vrijheid van oppositie-voeren door slecht getimede proefballonnetjes en steeds slechtere peilingen. Verdonk splitst zich niet af, maar Rutte treed wel af na de Europese verkiezingen van 2009. Hij wordt opgevolgd door Henk Kamp, die een conservatief liberale koers gaat varen, geent op Bolkestein en daarmee herenigt hij de twee stromingen: de liberalen rond Rutte en de conservatieven rond Verdonk. De richtingen strijd wordt tijdelijk beschoren en de VVD begint eindelijk in de peilingen weer te stijgen.

SP: Jan Marijnissen treedt af vanwege gezondheidsredenen, hij wordt opgevolgd door Harry van Bommel als fractievoorzitter en Tiny Kox als partij voorzitter. Zij gaan een sterk eurosceptische en anti-globalistische koers varen, die inhoudelijk binnen de partij goed ligt, maar weinig extra zetels oplevert.

CDA: Het CDA kabbelt verder af: matige peilingen, stemmetjes dat JP na vier termijnen lang genoeg heeft geregeerd, er is helaas geen alternatief.

GL: Femke Halsema treedt af aan het einde van haar statutair laatste derde termijn. Zij wordt na een lijsttrekkersverkiezing tussen Tof Thissen en Kathalijne Buitenweg, vervangen door Buitenweg, die aan sociaal, groen en tolerant, internationaal toevoegd.

D66: D66 heft zich eindelijk op. Een groep, waaronder Van Mierlo, gaat naar de PvdA van Bos, een groep, waaronder Terlouw, naar de VVD van Kamp en groep, waaronder Sophie in ‘t Veld, naar het GroenLinks van Buitenweg.

PvdD: De PvdD krijgt met een kabinet waarin het CDA zit niets voor elkaar en krijgt steeds minder aandacht en steun.

SGP: Het SGP doet niets bijzonder maar groeit in de peilingen, als conservatieve CU-stemmers over lopen.

PvdV: Wilders houdt de touwtjes strak vast en voorkomt afsplitsingen, toch komt zijn rechtse praat niet meer over en overtuigt hij steeds minder. De rotsvaste conservatief-liberale koers van Kamp kost hem steun.

Verkiezingen 2011: Er komen dus verkiezingen in 2011. Bij deze een gooi naar de uitslag:

PvdA – Wouter Bos – 45
CDA – Jan Peter Balkenende – 35
VVD – Henk Kamp – 34
SP – Harry van Bommel – 13
GL – Kathalijne Buitenweg – 12
PvdV – Geert Wilders – 5
ChristenUnie – Andre Rouvoet – 3
SGP – Kees van der Staaij – 3
PvdD – Marianne Thieme – 0

Kabinet Bos I: Samen met de VVD vormt Wouter Bos zijn eerste kabinet Bos.

Oorlog & Hypocrisie

Ik was tegen de oorlog in Afghanistan en erg tegen. Ik ben naar de demonstratie op de dam gegaan, nu vier jaar geleden. Ik beschouw mezelf een pacifist. Ik geloof dat oorlog nooit gebruikt mag worden om internationale conflicten op te lossen.

GroenLinks, zeer tot mijn ”shock and awe”, steunde de Amerikaanse interventie. Na 9/11 mocht en moesten de Verenigde Staten, met steun van de Verenigde Naties terug slaan. Onzin natuurlijk dat soort oog om oog, tand om tand, past niet bij een partij waarbinnen een platform de Linkerwang opereert. Maar gelukkig, onder druk van DWARS, een van hun grootste overwinningen, werd de koers bijgesteld.

Nu staat GroenLinks in een spagaat: gemakkelijke oppositie tegen de falende Amerikaanse bezetter, die ze hebben gesteund, of consistent, rugrecht, en doorbijten, voor de multinationale vredesmacht, die de rommel van de Amerikanen mag opruimen.

Ze kiezen voor dat laatste. Mariko Peters, de nieuwe kosmopolitische mensenrrrechtenjurrrrist van GroenLinks en voormalig adviseur van de Afghaanse regering steunt in de Nederlandse vredesmacht, met kanttekeningen, gevoel en nuance (immers we zijn de SP niet).

Ik schrik daar toch iedere keer van: steunt GroenLinks het bezetten van een ander land? Ik zelf ben er heel dubbel in: aan de ene kant, als je eenmaal bent binnen gevallen moet je de verantwoordelijkheid nemen om de boel op te ruimen, aan de andere kant, het bezetten van een ander land?

Zelfs al beschouw ik mezelf pacifist, vind ik, politiek gezien het eerste eigenlijk de enige mogelijkheid. Nederland moet consistent zijn en de gevolgen van z’n daden accepteren. Dit is uiteraard een uiterest hypocriet standpunt mijnerzijds.

Daarom/toch heb ik op Peters gestemd. Van harte overtuigd van haar competentie, intelligentie en uitstraling, maar toch in permanente vertwijfeling over haar “militairistiche” opvattingen. Had ik toch maar Kathalijne moeten stemmen?

Regeren?

In de discussie over de koers van GroenLins en het wel of niet regeren dacht ik eerst, net als de voorzitter van DWARS, Steven, dat er teveel diversiteit zit in de tegenstand tegen de nieuwe koers: zij (de ongeorganiseerde oppositie) weten toch niet wat ze willen. Tot dat ik las dat zowel Joost Lagendijk (ex-PSP), als Ina Brouwer (ex-CPN) en Leo Platvoet (ex-PSP) intensief betrokken zijn geweest bij de vorming van GroenLinks, met name via de informele aanjaaggroep cliche-BV. Waarom zouden deze oprichters van GroenLinks zulke moeilijkheden hebben met het afslaan van regeringsverantwoordelijkheid?

Dat zit ‘m met name in hun opvatting waarom de oprichting van GroenLinks noodzakelijk was. Zij verlangde eind jaren ’80 een machtspolitiek alternatief voor de CDA/PvdA en CDA/VVD regeringen die al sinds 1945 Nederland hadden geregeerd. Zij wouden links van de PvdA een nieuw blok vormen dat regeringsverantwoordelijkheid kon dragen om hun socialistische idealen uit te voeren.

GroenLinks heeft nu echter regeringsverantwoordelijkheid geweigerd omdat zij een ‘links-liberale’ koers wilt varen en niet in het sociaal conservatieve kabinet van Balkenende willen komen. Zij vragen zich af: waarom is dit gebeurd? Dit past toch niet in de originele koers van GroenLinks? Er was echter bij de oprichting van GroenLinks een tweede groep betrokken: ongebonden jonge idealisten, die een nieuwe niet-dogmatische linkse politieke koers wilden varen. Mensen als Marijke Vos en Maarten van Poelgeest. Volgens mij is het hun koers die van niet-dogmatische linkse politiek, die je nu in de koers van GroenLinks terug ziet: progressief, vrijzinnig en niet per se uit op macht. Hiermee verschillen zij sterk van diegene die GroenLinks als links blok van de PvdA zien. Want daarin heeft Paulus de Wilt volkomen gelijk. Dat is GroenLinks niet (meer); dat is de SP.

De vraag is dan welke koers moet GroenLinks nu varen? Een socialistisch machtsblok links van de PvdA vormen of een niet-dogmatische partij zijn met een eigen koers? Ik denk dat Brouwer, Platvoet en Lagendijk nog te veel redeneren vanuit een oud partijstelsel: na Paars en Fortuyn zijn de kaarten radicaal herschikt. De oude “wij moeten een linkse partner voor de PvdA zijn”-doctrine werkt niet meer. Ik denk dat de zelfstandige, vrijzinnige koers een veel beter kompas vormt in dit nieuwe landschap.

Winnaars en Verliezers

Vandaag was het GroenLinks congres. Ik heb na het onstuimige congres, waarvan de pers overigens veel meer had verwacht, en de borrel, op wikipedia de artikelen over de winnaars en verliezers geupdate. Al typend vraag ik me een ding af: is het rechtvaardig dat Leo Platvoet niet op de lijst staat?

Leo Platvoet was als zittend senator weer kandidaat voor de Eerste Kamer. Na een negatief advies, maar met name na een scherpe profilering verloor hij vier keer een twee strijd tegen een andere kandidaat en trok zich vervolgens terug. Hij had zich voor het congres in de Volkskrant kritisch uitgelaten over de weinig “solidaire” koers van GroenLinks en, met name, de weigering van GroenLinks om gesprekken aan te gaan met PvdA en CDA – overigens zag Platvoet in 2002 zelf weinig heil in deze coalitie om dezelfde redenen als Halsema nu-. Hij vormde zo een echte dissident: met een eigen onconventioneel principieel geluid. Als je naar de uitslagen van de stemming waar hij aan mee deed was hij iedere keer bij de laatste twee en werd hij iedere keer met ongeveer 200 voor Platvoet en 400 voor de andere kandidaat verslagen, zie je dat hij ook een eigen electoraat had: 200 tot 250 congresgangers hebben steeds op Platvoet gestemd. Uiteindelijk was het zijn eigen keuze om van een onverkiesbare zesde of zevende plek af te zien, waarvan het niet zeker is of hij hem wel zou krijgen.

Het principiele probleem is, volgens mij, het volgende: moet je kandidaten voor een lijst zo verkiezen dat ze een simpele meerderheid van de leden achter zich hebben of zo dat de lijst alle (of meer dan de helft van de) congresgangers vertegenwoordigt. Het is een verschil tussen twee opvattingen van de democratie, die ieder een eigen uitvoering hebben.

1. In een simpel democratisch model telt de meerderheid. In het geval van de GroenLinkse basisdemocratie is dit de meerderheid van de aanwezige leden. Zij beslissen over iedere plek, die 50%+1 van de stemmen moet krijgen. Het is een simpel helder referendum over iedere kandidaat. Over de lijst in zijn geheel is dan ook geen eindstemming, want een meerderheid is het eens met iedere kandidaat.

2. In een consensusdemocratie wordt er gestreefd naar een zo groot mogelijke steun voor een voorstel. Niet de meerheid moet zijn wil door drukken, de minderheid moet ook invloed kunnen hebben. Je zou zo’n lijst op een proportionele manier verkozen moeten worden, waarbij iedere “stroming” zich vertegenwoordigd weet en er een eindstemming is over de gehele lijst. Je zou kunnen denken aan het systeem van de enkelvoudig overdraagbare stem, waarbij er wordt gerekend op basis van een ordening van alle kandidaten door alle congresgangers en iedere kandidaat die op basis van eerste preferenties genoeg stemmen voor een plaats heeft, een plaats krijgt. Dit is misschien minder duidelijk, maar wel rechtvaardiger voor minderheden.

De vraag is dan wat voor’n soort democratie GroenLinks nastreeft: een dictatuur van de meerderheid of systeem van vertegenwoordiging van minderheden. Die vraag lijkt me snel beantwoordt.

Idealen van GroenLinks

Op het eerste gezicht lijkt het duidelijk wat de idealen van GroenLinks zijn. De naam staat immers voor groene en linkse politiek. Als je preciezer kijkt, blijkt echter dat GroenLinks een veelvoud van idealen na streeft.

Op het niveau van het individu zou, hoop ik, iedereen twee idealen centraal stellen:
Vrijheid Dat ieder mens vrij zou moeten zijn om zijn eigen leven in te richten.
Gelijkheid Dat ieder mens gelijk recht heeft op vrijheid.

Het is alleen de vraag hoe je deze idealen op het individuele niveau toepast op de samenleving als geheel. In andere worden: wat je bedoelt met iedereen.
Een eerste interpretatie zou zijn dat ik met iedereen ieder mens dat nu leeft, zou kunnen bedoelen. Dit roept op tot solidariteit tussen arm en rijk en Noord en Zuid. Vrijheid wordt opgevat als positieve vrijheid: de vrij zijn van armoede en achterstand om zelf je eigen leven te bepalen. Gelijkheid wordt geinterpreteerd als materiele gelijkheid: gelijke middelen (kansen) voor iedereen om van die vrijheid gebruik te maken.
Je zou ook kunnen stellen dat volgende generaties en andere wezens waarmee we de Aarde delen zo’n recht hebben. Dan roep je op tot duurzaamheid, wij nu moeten voorzichtig omspringen met deze planeet, zodat volgende generaties daar ook gebruik van zouden kunnen maken. Hier spreekt een zelfde interpretatie van vrijheid en gelijkheid uit als solidariteit.
Je zou deze opvatting kunnen afschrijven als een materialistische: tot nu toe is vrijheid geinterpreteerd als middelen, grondstoffen en kansen, die gelijk verdeeld zou moeten worden.
Daarom zou je je, ten derde, kunnen richten op een andere interpretatie van vrijheid: vrijheid als zelfontplooing bijvoorbeeld. Hiervoor heb je naast middelen, ook de culturele ruimte nodig om jezelf te kunnen zijn. Aan gezien dat deze vrijheid formeel gelijk is, zou je een culturele ruimte aan iedereen moeten gunnen: Diversiteit dus.
Je zou vrijheid ook op kunnen vatten als de afwezigheid van geweld. Dit is typisch negatieve vrijheid: vrij zijn van dwang en bedreiging. Een wereld waar in niemand wordt gedwongen door geweld of de dreiging daarvan wordt gekenmerkt door vrede dus.
Ten slotte zou je vrijheid kunnen opvatten als zelf mee beslissen over wat er om je heen gebeurd. Vrijheid als zelfbeschikking, dit is een andere interpretatie van positieve vrijheid. In zo’n wereld zou iedereen gelijke invloed moeten hebben over die dingen die hem of haar aan gaan: Democratie dus.

Hieruit volgen dus vijf GroenLinkse idealen: Solidariteit, Duurzaamheid, Diversiteit, Vrede en Democratie. GroenLinkse politiek is niet alleen maar groen of sociaal, maar ook tolerant, vreedzaam en democratisch.