Ayn Rant

Nadat mijn o zo geliefde computer al mijn audio books van Philip K. Dick had gewist moest ik dus een andere bron aanboren van fictie. Per toeval kwam ik op Ayn Rand‘s werk en een open source site dat allerlei audio boeken gratis ter beschikking stelt. Mijn oog viel op Anthem, Rand’s kortste boek.

Anthem is het verhaal over een Randian hero in een repressieve, collectivistische wereld. Alle verhalen van Rand gaan over een Randian hero in een collectivistisch dystopia. Een Randian hero is een Individu, iemand die richting wil en kan geven aan zijn eigen leven, meester wil en kan zijn van zijn eigen lot, maar leeft in een samenleving van volgzame schapen. Prometheus, de hoofdpersoon van Anthem leeft in een collectivistische samenleving. Alle vormen van individualisme zijn uitgebannen. Zelfs het woord "ik" wordt niet meer gebruikt.  Prometheus, een intelligente, sterke, wilskrachtige man, moet in het collectivistische dystopia straten schoon maken. Als hij niet schoon maakt is hij altijd onder zijn kameraden. Nooit is hij alleen. Het hele leven wordt gereguleerd van dag tot dag. Ook wetenschappelijke vooruitgang is aan strikte banden gelegd. Promotheus ondekt een grot waarin hij alleen kan zijn. Daar vindt hij meteen electriticiteit uit -iets wat in het collectivistische dystopia is uitgebannen-. Als hij dat wil schenken aan zijn kameraden wordt hij vervolgd en uitgespuugd. Hij vlucht het bos en vindt een oud huis van voor de collectivistische revolutie. Daar vindt hij technologieen en boeken die hij nooit eerder heeft gezien. Hij ontdekt het woord "ik" en viert zijn nieuw gevonden vrijheid.

Een hevig ideologisch boek dus, Rand was een extreme individualist, in de lijn van Nietzsche en Stirner. Ze noemde haar eigen filosofie, die veel weg heeft van libertarianisme, objectivisme. Maar we kunnen haar min-of-meer als extreem rechts-liberaal indelen.

Ik wil hier kort even wat zeggen over de thesis die ze in het boek maakt en de literaire middelen die ze daarvoor gebruikt.

THESIS Rand koppelt de begrippen collectivisme–altruisme-stilstand en de begrippen individualisme–egoisme–vooruitgang. Met collectivisme bedoel ik hier dat de samenleving boven het individu staat, met individualisme dat de samenleving in dienst staat van het individu. Met altruisme bedoel ik hier dat mensen op zo’n manier handelen dat ze het welzijn van anderen vergroten, egoisme is de pre-occupatie met het iegen geluk. Stilstand en vooruitgang hebben met name te maken met wetenschappelijke innovatie. Rand’s afschuw voor collectivisme voedt haar afschuw voor de hele eerste trits.

Het lijkt logisch dat deze tritsen samenhangen: een samenleving waarin het collectief centraal staat is een samenleving waarin in iedereen zijn eigen geluk kan na streven en geen rekening hoeft te houden met publieke goederen. In zo’n samenleving is er volop dynamiek en dus volop vooruitgang. In een collectivistische samenleving staat "wij" centraal en kan dus niemand gaan voor zijn eigen geluk. In een samenleving zonder individualisme komt wetenschappelijke vooruitgang snel tot stilstand.

De relatie tussen deze twee tritsen is echter helemaal niet noodzakelijk. Karl Popper maakt daar een punt van in zijn boek Open Society and Its Enemies. Rand’s schema is namelijk precies hetzelfde als dat van Plato. Ook hij koppelde collectivisme-altruisme-stilstand. Maar hij waardeerde deze begrippen, met name de laatste. Empirisch en conceptueel gezien is er echter geen noodzakelijk relatie tussen deze begrippen. In Sovjet Rusland was er -op sommige gebieden, denk aan ruimtevaart– grote technologische vooruitgang, Terwijl het een collectivistische samenleving was.

Er zijn ook allerlei humanistische en links-liberale stromingen te bedenken die juist vanuit hun waardering voor het individu streven naar altruisme. De traditionele ideeen over links en rechts die veel mensen hebben doorsnijden deze tritsen ook: links kiest voor de rechten van het individu, maar ook juist voor eerlijk delen. Daar achter liggen theorieen over vrijheid voor iedereen. Bij rechts kiezen bv. Amerikaanse Republikeinen voor een samenleving waar kerk en markt de boventoon voeren. De moraal moet heersten op het gebied van het persoonlijke leven en maar niet op de vrije markt, Voor de stabiliteit van de staat mogen burgerrechten ingeperkt worden.

Als een individu zich los wil schudden van een collectivistische nachtmerrie hoeft hij niet noodzakelijkerwijs alle aspecten van die samenleving te veroordelen. Mijn afkeer voor Rand’s dystopia zit het in het collectivisme, niet in het samen delen.

LITERAIRE MIDDELEN Tot hoofdstuk 11 komt het woord "ik" niet voor in Anthem. De hoofdpersoon leeft in een collectivistische samenleving waar dat woord is uitgebannen. Hij gebruikt "wij". Echter hij gebruikt "wij" om naar "ik" te verwijzen. Als hij over zijn eigen gedachten spreekt gebruikt hij "wij", als hij alleen is gebruikt hij "wij". Het concept "ik" is dus niet verdwenen. Het lijkt alleen of het woord overal vervangen is door "wij". Dat is een oppervlakkige verandering. Een echt collectivistische samenleving zou het concept met wortel en tak uit moeten roeien. Er zouden geen individuele gedachten meer zijn, niemand zou meer alleen kunnen zijn. Maar dat is uiteraard niet mogelijk, vanwege de natuur van de mens. In ons hoofd zijn we alleen zelfs als we met anderen zijn. Daar ligt een sfeer waar niemand in kan komen. Wat er in mijn geest gebeurd is echt van mij en van mij alleen. Uit dat simpele feit alleen al, psychologisch individualisme, volgt al dat collectivisme niet samen kan gaan met de menselijke natuur. We zijn van nature individuen. Daar kan geen collectivistische staat iets aan doen.

Lezers van dit weblog zullen zich er bewust van zijn dat ik eigenlijk een groot bezwaar heb tegen uitspraken met de termen "alle … zijn noodzakelijk" en "van nature". Er is dan ook een bezwaar te maken tegen dit verhaal. Hannah Arendt stelde in haar Origins of Totalitarianism dat de hedendaagse samenleving van individuen ook een schaduwzijde heeft. Mensen zijn niet slechts alleen maar ook eenzaam. Zeker in een moderne samenleving waarin traditionele banden tussen mensen wegvallen. De illusie dat mensen bij elkaar horen valt weg, en de kale waarheid van onze eenzaamheid wordt duidelijk. Deze eenzaamheid is onbehagelijk. Daar kunnen collectivisme van rechts en links gemakkelijk gebruik van maken. Zij creeeren een wereld waarin mensen verbonden zijn, door ras, volk of klasse. Er worden schijnverbanden gelegd boven op een massa van eenzame individuen om ze te verlossen van hun eenzaamheid. Dat dat mogelijk is, duidt erop dat het psychologische individualisme misschien niet zo hard is als ik hier heb neergezet. Het is misschien wel waar dat we alleen zijn, maar een samenleving kan ervoor zorgen dat we ons niet zo hoeven te voelen. Kortom, het feit dat "ik" een concept is waar we niet zonder kunnen, zorgt er niet voor dat de samenleving niet de illusie kan scheppen dat dit niet zo is.

Kortom, de simpele tegenstelling tussen individualisme/egoisme/vooruitgang/ik en collectivisme/altruisme/stilstand/wij die Rand hanteert, is 1) niet houdbaar omdat de begrippen paren niet noodzakelijk verbonden zijn en 2) ontkent de veelheid aan tussen posities tussen ik en wij.

Rooms-Katholieke Kerk in 2D

Fomoraal110809_620_01
Antoine Jacobs, professor rechten aan de Universiteit van Tilburg plaatst vandaag in de Volkskrant de Rooms-Katholieke kerk in een twee dimensionale ruimte. Met de nieuwe encycliek "Charitas in Veritate" neemt de kerk zich volgens Jacobs een bijzondere (hij gebruikt zelf de term "vetcool" – laat ik mij daar maar niet verder over uit laten) positie in het politieke spectrum: de kerk verenigt de linkse ideeen over solidariteit met rechtse ideeen over de moraal. Een unieke positie, zo stelt Jacobs.

Als je de encycliek leest dan wordt al snel duidelijk dat Jacobs er een verkeerd beeld van schetst. Inderdaad je kan de encycliek moeilijk in een traditioneel links/rechts schema plaatsten. Maar dat komt niet omdat ze linkse en rechtse posities met elkaar verenigt maar omdat ze de tegenstelling tussen links en rechts overstijgt.

De boodschap van Rooms-Katholieke Kerk (RKK) is geen pleidooi voor een machtige staat
(het traditionele linkse standpunt) of voor een ongecontroleerde markt (het traditioneel rechtse standpunt). De RKK pleit voor een nieuwe balans tussen staat, markt en maatschappelijke ondernemingen. Of zoals de RKK zelf in zijn encycliek  stelt: "Alongside profit-oriented private
enterprise and the various types of public enterprise, there must be room for
commercial entities based on mutualist principles and pursuing social end (…)". Hiermee overstijgt de RKK het traditionele onderscheid tussen links ("staat") en rechts
("markt") en pleit ze voor een derde weg: "The exclusively binary model
of market-plus-State is corrosive of society, while economic forms
based on solidarity, which find their natural home in civil society
without being restricted to it, build up society."

De RKK is dus niet links op sociaal-economisch terrein, maar ze overstijgt deze politieke tegenstelling. Niet alleen overstijgt de RKK deze tegenstelling, je kan de positie van de RKK ook moeilijk direct met politieke partijen vergelijken, zoals Jacobs doet. Uiteindelijk zet een politieke
partij zich in voor maatschappelijke verandering door de overheid, een
kerk heeft de overheid niet nodig om de maatschappij te beinvloeden,
een encycliek is een directe oproep aan de volgelingen van de
Katholieke Kerk. De relatie tussen een kerk en zijn volgelingen en
tussen een staat en zijn burgers is fundamenteel anders. Tekend is
hierbij de titel van de encycliek "Charitas in Veritate". Charitas
betekent naastenliefde. Het is de rol van een kerk om mensen op te
roepen naastenliefde te voelen voor elkaar en daaruit moreel te
handelen. Dat is alles behalve de rol van de staat. Het is de rol van
de staat om mensen te geven waar zij recht op hebben. Er is een
fundamenteel verschil tussen iemand een euro geven uit naastenliefde en
iemand een euro geven omdat hij daar recht op heeft. In het eerste
geval is de euro een gunst, een gift, iets wat ik ook niet hoef te
doen, in het andere geval is de euro een recht, iets waarop hij
aanspraak heeft of mij dat nu bevalt of niet. Het onderscheid tussen
rechtvaardigheid en naastenliefde of wel tussen politiek en moraal, of
wel tussen staat en kerk, is een van de fundamenten van de moderne
samenleving. De encycliek onderschrijft dit principe en stelt: "The
Church (…)
does not claim to interfere in anyway in the politics of States". Of
zoals Mattheus 22:21 stelt: "Render unto Caesar the things which are Caesar’s, and unto God the things that are God’s”

Dat zorgt ervoor dat de standpunten van de RKK en een politieke partij
onvergelijkbaar zijn. Een politieke partij richt zich op de politiek,
op rechtvaardigheid, op de staat. Ze formuleren overheidsbeleid op
basis van principes van rechtvaardigheid. Een kerk bemoeit zich met het
morele leven van haar volgelingen. Ze schrijft voor hoe ze moeten
leven, aan welke morele regels ze zich moet houden en wat ze aan de
armen moeten geven. Een linkse politieke partij pleit voor sociale rechtvaardigheid, een rechtse politieke partij daartegen. Echter de kerk is geen politieke partij. De RKK pleit wel voor naastenliefde in tijd van van crisis en globalisering. Ze lijkt dus op een linkse politieke partij in de zin dat ze wil dat we eerlijk delen, maar ze roept op tot naastenliefde en niet tot sociale rechtvaardigheid. Dat komt omdat er in de RKK’s interpretatie van solidariteit, solidariteit alleen maar kan bestaan als er ruimte is voor moraal naast de macht van de overheid: "Solidarity is first and foremost a sense of responsibility on the part
of everyone with regard to everyone, and it cannot
therefore be merely delegated to the State." 

Christen-Democratische partijen, zoals het CDA zijn juist partijen (of zouden dat juist moeten zijn) die ruimte scheppen voor moraal. Zij stellen
dat de overheid niet alles moet regelen dat er ruimte moet zijn voor
eigen verantwoordelijkheid, morele beslissingen en naastenliefde. Het
CDA staat dus rechts van het midden omdat zij, in de strijd met de
socialisten niet alle verantwoordelijkheid aan de overheid wil geven,
maar een aparte ruimte wil bewaren waarin de kerk een rol kan spelen.

En daarmee stort de dichotomie die Jacobs opbouwt tussen links en rechts in. Net als het CDA overstijgt de RKK de traditionele links/rechts verdeling. Zij maakt geen keuze voor staat en markt, maar gelooft dat in het samenspel tussen staat, markt en maatschappelijke actoren, menselijke waardigheid het beste tot zijn recht komt. De RKK buigt dus niet naar links, en niet naar rechts, maar overstijgt deze tegenstelling.

Anti-Techniek veldentheorie

Ik heb deze blog eerst met vulpen uitgeschreven, u weet wel, op papier, voordat ik eindelijk in tzp met een Oost-Duits toetsenbord op een eeuwenoude PČ van Sovjetrussische makelijk. Er gaat een anti-techniek veld van mij uit. Om mij heen vallen langzaam alle apparaten stil. Computers, USB sticks, Ipods, telefoons, camera’s.

Ik ben in het prachtige, zonnige Ljubljana op een zomerschool van de ECPR. Zo’n zomerschool wordt niet alleen bezocht door zo’n 300 graduate students van over de hele wereld (van Japan tot Nederland, van Canada to Palestina). Maar ook door hun 300 macbooks. Ik kon niet achter blijven. De angst voor slechte Oost Europese compouters, gecombineerd met het feit dat ik mijn eigen data mee kon nemen en dus verder kan werken aan mijn onderzoek, The West Wing kon kijken en iedere avond mijn vriend kon skypen, overtuigde me ervan om in de spur of the moment de nieuwste macbook te kopen. Met een hip touch pad, de meest milieuvriendelijke technologie en dat prachtige appel design. Mijn trouwe ipod ging ook mee, want ik ben nergens zonder muziek.

Tijdens de treinreis durfde ik mijn macbook nauwelijks aan te raken, zo mooi en nieuw. Mijn Ipod, toch al bijna 4 jaar oud gaf het op tijdens de treinreis. Soit dat ik: er staat meer muziek op mijn laptop.

Ik behandelde mijn macbook de eerste paar dagen als een prins. Toch genoot ik met volle teugen van hem. De colleges statistiek waren stukken beter te volgen als je onder tussen met dezelfde input, dezelfde output krijgt als de docent. Die tweede avond was het rustig op de campus. Ik wilde The West Wing gaan kijken. Ik start mijn laptop op: een blauw scherm. 5 minutenlang, 30 minutenlang. Ik bel mijn vriendje in Nederland, hij belt mijn broer, een apple expert. Ik moet waanzinnige toetsencombinaties indrukken. Opnieuw opstarten. Het heeft geen zin. De volgende dag wijst een mede-cursist me op de lokale apple winkel. Daar ligt hij een paar dagen ter diagnose. Onder tussen verlies ik ook nog mijn USB stick met alle bestanden voor mijn werk. De apple winkel belt. Ze hebben de originele installatie discs nodig van OSX. Die liggen nog in Leiden. Ik bel mijn vriend. Hij stelt voor ze per koerier te versturen. Voor 60 euro zijn ze de volgende dag hier. Voor de rest maak ik geen kosten want Apple heeft het eerste jaar gratis garantie.

Gister kwam het pakketje aan. Ik in de pauze naar de apple winkel. Binnen twee uur is OSX opnieuw geinstalleerd. Ik kom terug. Daar staat hij, hij werkt weer! De hele avond spendeer ik aan het herinstalleren van allerlei programmas. Onder tussen Skype ik uitgebreid met mijn vriend.

Eindelijk geen trage oostblok PCs meer, eindelijk geen Oost Duits QWERTZ toetsenbord waar van alles onder verborgen zit. Alles op die prachtige zilveren mac. Om een programma te installeren start ik hem op nieuw op. Het blauwe scherm staart me weer aan. Daar vervliegt mijn droom om te skypen, te werken en college 2.0 te volgen.

Vanochtend weer terug naar de mac winkel met mijn installatie CDs. Half uur heen, half uur terug. Het maakt me allemaal niet meer uit. Die prachtige prins, die zilveren schone, die hippe jongen met zijn multifingertrackpad blijkt een onbetrouwbare vlegel. Was het niet Vergillius die al schreef: "varium et mutabile semper Malum MacLiber." 

Er gaat dus een soort antitechniek veld van mij uit. Mijn Ipod (voor altijd op slot), mijn mac (voor eeuwig een blauw scherm) en mijn USB stick (tot het einde der tijden verloren) zijn al geslachtofferd. Eergisteravond bel ik mijn vriend. Als ik zeg dat alles wat elektronisch in mijn buurt kapot gaat, wijst hij er fijntjes op dat ik nog een telefoon heb die werkt en een camera die nog foto’s maakt. Nog diezelfde avond valt de camera van een mede-studenten uit als ik in de buurt ben en sluit de telefoon mijn kamergenoot zich af voor de buiten wereld, als ik hem aanraak.

Misschien moet ik maar in Timor Leste gaan wonen. Het land met de minste internet gebruikers van de hele wereld. Weg van de techniek. Heidegger zou trots op me zijn.

Klaver-Gate?

Jesse Klaver (23) is enige kandidaat om voorzitter te worden van CNV-jongeren, de jongerenvakbond van het Christelijk-sociale CNV. Tot 1 augustus blijft Klaver voorzitter van DWARS, de jongerenorganisatie van GroenLinks.

De voordracht van Klaver heeft echter tot onrust geleid in (bevindelijk) Christelijke kringen. Een handvol leden van CNV-jongeren heeft al protest aan getekent tegen de voordracht, zo meldt het "Christelijk-Betrokken" Nederlands Dagblad. De reden hiervoor is dat Klaver breekt met de lijn die het CNV-Jongeren in de laatste jaren heeft ingeslagen: Klaver wil "minder het accent leggen op" het Christelijke karakter van de jongerenvakbond en een sterkere nadruk leggen op milieu. Dat stelde hij in een interview met het datzelfde Nederlands Dagblad. De huidige jongerenvakbondsvoorzitter Klaas Pieter Derks, zelf afkomstig uit het Christelijk-sociale PerspectieF, heeft juist geprobeerd het Christelijke karakter van de jongerenvakbond te benadrukken. In hetzelfde interview zegt Jesse "Sotomayor" Klaver: "Hoewel ik respect heb voor christenen die dat belangrijk
vinden, zeg ik nooit dat ik christen ben of dat ik dat niet ben. Ik
geef mijzelf geen label.
" Een uitermate diplomatiek antwoord. In plaats daarvan benadrukt hij de mix van culturen waarin hij is opgegroeid en hoe hij bidt tot zijn voorvaderen.

De keuze voor de, laten we zeggen, niet orthodox gereformeerde Klaver lijkt opmerkelijk. Maar is misschien ook wel veelzeggend over de koers die de CNV-jongeren wil inslaan. Van de twee grote vakbonden in Nederland (CNV en FNV) is de CNV niet alleen de Christelijke, maar ook de meer pragmatische en progressieve. Zo richtte het CNV als eerst een jongerenvakbond op om op te komen voor arbeidsrechten van jongeren in tijden van vergrijzing. (Opvallend trivium: het FNV is de eerste Nederlandse vakbond met een aparte bond voor 50plussers, ik bedoel maar.) Op zijn eigen website stelt Klaver dat "[d]e keuze voor CNV Jongeren voor mij een natuurlijke [was]. Het is een vakbond die net als GroenLinks nooit zomaar ‘nee’ zegt, maar met een alternatief komt. Deze vakbond is voor verandering, zolang dit een verbetering ten opzichte van de oude situatie betekent." De verwantschap tussen het CNV-jongeren en Klaver uit zich bijvoorbeeld in het feit dat ze beiden, anders dan het FNV, voorstander zijn van verhoging van de pensioengerichtigde leeftijd (zie hier en hier). Ze kiezen allebei voor de rechten van jongere werknemers in tijden van crisis en vergrijzing.

Het signaal dat het CNV-jongeren hier mee wil afgeven is duidelijk: afstand nemen van de Christelijke koers en kiezen voor een progressieve, pragmatische koers. Dat is volgens mij een keuze voor een vakbeweging die "zin in de toekomst" kan hebben en waarschijnlijk beter jongeren aan zich kan binden dan een club die het eigenlijk alleen maar opneemt voor vijftigplussers.

Ljubljana een stad met drie gezichten






Vandaag
aangekomen in Ljubljana, on business,
maar na een 14 urige treinreis was ik wel toe aan een stadswandeling. Ljubljana
is een wonderlijke stad. Als je door de stad heen loopt, is in de gebouwen de
geschiedenis van de stad zichtbaar: een middeleeuws fort, art nouveau gebouwen, communistische plattenbau
en dazzling moderne architectuur.

Ljubljana, toen Laibach, was
jarenlang een onderdeel van Oostenrijk, toen een wereldmacht. Dat is
prachtig te zien in de stad. Er staan allerlei middeleeuwse en vroeg-moderne
gebouwen. Eind negentiende eeuw
wordt de stad getroffen door een aardbeving. De gaten die in het stadscentrum
vallen, worden opgevuld met art nouveau
fin de siecle
architectuur, specifiek de Weense variant (Sezession). Dat was voor mij een hele
verassing. Ik had niet verwacht dat er dwars door de stad allerlei prachtige
gebouwen staan die zwierigheid, moderniteit en strakheid combineren. Een stad
vol geschiedenis dus.

Nadat al die
prachtige Sezession gebouwen werden
neergezet door de Oostenrijkers, was Ljubljana een tijd onderdeel van
Joegoslavië. Sinds 1945 was dat een communistische staat onder een sterke
leider
. Dat is te zien aan de stad. Als je uitkijkt over de stad dan zie je dat
er allerlei industrie midden in woonwijken staat, in wijken gebouwd uit
communistische flats gemaakt van betonnen platen. Maar ook in het centrum staan
deze plattenbau flats op plekken waar
ze niet passen en niet horen. Er zijn grote wonden in de stad geslagen onder
het communisme. Als je de geschiedenis leest, is er menselijk lijden geweest,
alhoewel dit in Tito’s Joegoslavië mee viel in vergelijking met Stalin’s
Rusland
. Maar ook in de architectuur van de stad kan je de geschiedenis nog zien.

In 1990 word
Slovenië voor het eerst onafhankelijk. Ze kiezen voor aansluiting bij het
Westerse blok, zoals zo veel voormalige communistische staten. Lidmaatschap van
de NAVO, van de EU en van de eurozone volgen minder dan twee decennia. Ook deze
omslag laat zijn tekens achter op de stad. Geen communistisch beton, maar
kapitalistisch glas. Allerlei nieuwe kantoren en shopping malls van zilverkleurig spiegelend glas. verschijnen in de
stad. Maar Westerse invloed betekent niet alleen consumentisme. De stad ligt
volg met fietspaden, de parkeerbetaalmachines lopen op zonlicht en afval wordt
in meer categorieën gesplitst dan ik voor mogelijk hield.

Politieke
keuzes hebben blijvende consequenties. Niet alleen maar op de levens van
mensen, maar ook op hun omgeving. Het gezicht van Ljubljana toont de verschuiving van Wenen naar Belgrado en nu naar Brussel.

The Pleasure and Sorrows of the Pleasures and Sorrows of Work






In een zucht
uitgelezen: Alain de Botton’s The
Pleasures and Sorrows of Work
. De Botton bedrijft “niet-academische
filosofie”. Hij kijkt met een filosofisch oog naar dagelijkse gebeurtenissen.
In PASOW kijkt naar het werkende leven, het bedrijfsleven. De Botton loopt met
verschillende mensen mee op hun werk: een koekjesmaker, een schilder, een
accountant.

Aardige
journalistieke stukjes schrijft De Botton. Het boek wordt ook niet minder
journalistiek van de grote hoeveelheid foto’s (ongeveer de helft van het boek). Soms, niet al te vaak komt hij tot een filosofische punt over die Pleasures and Sorrows van werk. 

In het hoofdstuk
over de koekjesbakker (pp.78-80) vraagt De Botton zich af: “Wanneer voelt een
werk als betekenisvol?” Daar volgt meteen een stellig antwoord op: “Wanneer het
ons instaat stelt om geluk te generen of lijden te verminderen.” Hoe we van
“betekenis” meteen naar “altruisme” komen, is niet helemaal duidelijk. Wel
wordt onmiddellijk het hele koekjesbakken veroordeelt: kindjes voeden in Malawi
is veel nuttiger. Ik vind het een
vrij plat utilitarisme. Kan betekenis ook niet komen van de schoonheid van het
werk zelf? Of van het bereiken van waarheid? Juist wat betreft consumptie maakt
De Botton dit punt wel (pp.100-103)?

Het meest
interessante hoofdstuk gaat over een carrière adviseur: hij stelt dat pas in de
Verlichting arbeid en zelfontplooiing aan elkaar gekoppeld worden. Daarvoor
(pp.106-109). Daarvoor koppelden Grieken en Romeinen juist vrije tijd,
onderwijs, onafhankelijkheid van arbeid aan zelfontplooiing. De Botton maakt
een interessante analogie met liefde: ook in de Verlichting werden liefde en
het gezin aan elkaar gekoppeld. Er was ruimte voor romantiek in het huwelijk en
voor geluk in het werk. Er is dus geen noodzakelijke relatie tussen arbeid en
geluk. Dat hangt af van de cultuur, van de tijd, van de persoon en van het
werk. De in linkse kringen erg populaire stelling dat arbeid zaligmakend is, is
niet houdbaar er zijn pleasures and
sorrows in werk
.

Wat moeten we
denken van arbeid volgens De Botton? Wat zijn de joys? Wat zijn de sorrows?
Alle mensen die De Botton spreekt zijn trots op hun werk, gelukkig met wat ze
doen. De joys zijn dus duidelijk:
werk is leuk om te doen. Echter in De Botton’s sampling zit wel een grote bias.
Alle mensen die hij spreekt, hebben vrijwillig toe gestemd om in het boek te
figureren. De bedrijven die hij aanschreef hebben gelukkige, blije werknemers
uit gekozen als model. De echte sorrows
of work
zien we niet: kapotte ruggen van stratenmakers, gestresste
docenten, stoflongen van mijnwerkers.

In dit boek worden de sorrows getoond door de
filosoof. Veel werk maakt
misschien gelukkig, maar echt nuttig is het niet. Dat zijn de sorrows van werk. De existentiële
nutteloosheid van accountancy en koekjesbakken. Ik vind het een arrogante
positie van een filosoof om het werk van anderen zo te veroordelen. Een
koekjesmaker brengt kleine momenten van geluk in de levens van mensen. Is dat
niet bijdragen aan welzijn?

“A cooperative venture for mutual advantage”

De PVV wil alle ministeries een kosten/baten analyse laten maken van de Nederland wonende allochtonen. Wat allochtonen ons aan belasting opbrengen en wat ze kosten aan uitkeringen, subsidies, onderwijs en zorg. Dragen allochtonen wel genoeg bij of nemen ze eigenlijk alleen maar. De kamer ziet er niets in.

Is daar iets mis mee? Immers de samenleving is, volgens de late great Johnny Rawls "a cooperative venture for mutual advantage." Iedereen moet er voordeel van hebben dat ze in deze samenleving leven. Het is niet de bedoeling dat bepaalde groepen alleen maar voordeel hebben van deze samenleving en anderen niet. Het idee dat iedereen moet bijdrage leveren aan de samenleving is wijdverbreid. Er is geen "recht op luiheid" in de huidige samenleving, want iedereen moet bijdragen. Waarom zou je dan niet eens gaan onderzoeken wat mensen kosten?

Toch? De John Rawls specifeerde het begrip reciprociteit op een heel andere manier. Voor hem is een samenleving als een gemeenschappelijke onderneming in ieders voordeel, een samenleving waar middelen zo verdeeld dat zij die het minst af zijn daar het grootste voordeel van hebben. Reciprociteit betekent voor Rawls dus oog hebben voor de onderkant van de samenleving, welvaart zo verdelen dat diegenen die aan de onderkant van de samenleving staan daar het meeste voordeel van hebben.

Dat betekent dat er een heel ander onderzoek gehouden zou moeten worden. Een onderzoek naar de vraag: doen we genoeg voor de genen die het minst af zijn? Geven we mensen die aan de onderkant van de samenleving, moslim of Christen, PVV stemmer of PvdA stemmer, allochtoon of autochtoon, staan een eerlijk deel van arbeid, inkomen, zorg en onderwijs? Zouden we middelen in Nederland niet eerlijker moeten verdelen tussen rijk en arm? Bieden we genoeg mogelijkheden aan allochtone en autochtone meiden en jongens om zich te emanciperen uit armoede en achterstelling?

Maar misschien wordt het tijd voor een ander onderzoek: wat kost een stem op de PVV? Niet alleen in zinloze kamervragen, beveilingskosten, torenhoge kamersalarissen, kansloze moties, maar ook in het wegtrekken van jonge, goed opgeleide Moslims en het wegtrekken van grote vervuilende bedrijven? Kijken of de PVV wel zo’n goede bijdrage levert aan onze cooperative venture for mutual advantage

The Grasshoper in the High Castle

Pkdhigh_castlepenguinclassicsDe reden dat ik geintegreerd was geraakt door Philip K. Dick was wat ik had gelezen van The Man in the High Castle. Deze alternatief geschiedenis stelt de vraag: hoe had de wereld eruit gezien als de As-machten de Tweede Wereldoorlog hadden gewonnen?

Dick beschrijft een paar dagen van de levens van een aantal mensen in de Japanse bezettingszone in Amerika: onder anderen een verjapanste verkoper van oude Amerikaanse kunstvoorwerpen aan Japanners, een Jood die gevlucht is uit de Duitse bezettingszone, een Duitse diplomaat. De internationale omstandigheden beinvloeden hun levens: de Verenigde Staten zijn verdeeld tussen de Japan en Duitsland die hele wereld hebben verdeeld. De verhoudingen tussen Japan en Duitsland verkoelen. De koude oorlog dreigt warm te worden. Ondertussen overlijdt de Duitse Fuehrer, wat op verschillende manieren een impact heeft op de mensen in het boek.

De wereld die beschreven wordt, lijkt me een heel redelijke inschatting van wat er gebeurd zou zijn: net als in de werkelijkheid viel de alliantie tussen Oost en West na de Tweede Wereldoorlog uit elkaar. De Japanners, want het blijven Japanners, zuigen de Amerikaanse cultuur op en zijn gefascineerd door alles wat historisch Amerikaans is. De Duitsers halen verschrikkelijke dingen uit in Afrika en het Oosten van de Verenigde Staten. De Amerikanen zonder de herinnering aan de Sjoah, blijven anti-semitische en racistisch. Het enige wat vrij ongeloofwaardig is, is dat de Duitsers Mars hebben bereikt, maar dat is een side point.

Maar hiermee heb ik nog niet eens de titel van het boek uitgelegd. Een aan levens komt een boek voor: The Grasshoper lies heavy. Dit is een alternatieve geschiedenis in een alternatieve geschiedenis en stelt de vraag: wat als de Geallieerden de Tweede Oorlog hadden gewonnen? De schrijver hiervan woonde in een fort, beschermd tegen de Duitsers, die hem willen vermoorden. Een van de personen uit het boek (de vrouw van de Joodse vluchteling) neemt per ongeluk deel in de planning van een moordpoging op hem, maar steekt daar uit eindelijk een stokje voor. Al met al een ingewikkeld raar door elkaar heen lopend plot dus. Vol met (onaffe) zij plotlijnen, en verhalen in verhalen.

Dat maakt het boek voor mij onbevredigend: ik had zin in een simpele what if, een beetje van het niveau the Confederate States of America. Wat als het Zuiden de Burgeroorlog had gewonnen? Maar dat krijg je niet: Dick gebruikt de alternative history om vol op te speculeren over de aard van de werkelijkheid: Is het boek waar? Of het boek in het boek waar? Of
geen van beide? Maar omdat ik weet dat het fictie is, wordt de vraag nooit relevant.

Het CDA & de respectloze samenleving

Na een voorstel van het CDA-kamerlid Sander de Rouwe, wil CDA-minister Camiel Eurlings het doorsnijden van een rouwstoet verbieden, zo schrijft de Volkskrant. Het moet (weer) verboden worden om met je auto tussen twee auto’s van een rouwstoet terecht te komen, die de lijkwagen volgt naar het crematorium of begraafplaats. Zo’n verbod aldus Eurling zegt ‘veel over de  mate van respect in de samenleving in den brede.’ Maar dat is niet zo: een verbod en respect staan haaks op elkaar.

Respect is een innerlijke gemoedstoestand, die kan leiden tot handelingen. De overheid kan moeilijk die innerlijke toestand veranderen, je dwingen je anders te voelen. Dat kan alleen jij zelf. De overheid kan alleen maar bepaalde handelingen verbieden of stimuleren. En dat is precies wat De Rouwe en Eurlings willen: een verbod op het doorsnijden van een rouwstoet. Daarmee worden dus wel bepaalde handelingen aanbanden gelegd, maar de geestestoestand van mensen wordt niet beinvloed. Of ze nu respect hebben voor de overledene en de nabestaanden of niet iedereen moet stoppen. Dat roept de vraag op wat dit nog met respect te maken heeft: als mensen niet in een rouwstoet gaan doorsnijden omdat dat verboden is,  omdat ze straf vrezen, doen ze dat dus niet uit respect.

Het verbod wat deze CDA’ers voorstaan zal respect dus niet bevorderen. Sterker nog het verbod maakt het onmogelijk om je respect te uiten: iedereen moet stoppen of ze nu respect hebben of niet. Uiteindelijk is een samenleving vol ver- en geboden vanuit de overheid een samenleving waarin respect overbodig is geworden. Een respectloze samenleving.

Partijraad nieuwe stijl

U kent mij als een skepticus van de partijraad in de huidige stijl. Nadat ongeveer drie jaar geleden de voorstellen ter hervorming van de partijraad waren afgeschoten is er nu een nieuwe poging, vanuit de partijraad en het partijraadsbestuur. De stukken zijn gister publiek gemaakt. Ik heb zo mijn bedenkingen bij de voorstellen.

De voorstellen gaan uit van het volgende model: er komt een nieuwe "partijraad" waar met name meningsvormende debatten worden gevoerd. Daarnaast komt er een "toezichtsraad" die achteraf toezicht houdt op allerlei processen.

Een korte samenvatting van mijn bezwaren:

  • Een orgaan dat richting gevende uitspraken kan doen (zoals de partijraad 2.0) moet politieke besluiten kunnen nemen.
  • Een orgaan dat moet deliberen, moet bestaan uit de beste deliberateurs, niet uit vertegenwoordigers van afdelingen.
  • Een kleine, geisoleerde raad van toezicht is te zwak om de belangrijke controle functies uit te oefenen.
  • De samenstelling van kandidatencommissies moet door een orgaan buiten het partijbestuur bekrachtigd worden.

De partijraad 2.0 wordt dan een plek van deliberatie: waar proefballonetjes worden opgelaten, argumenten getest, voorstellen van lokaal naar landelijk worden vertaald en vice versa. Een podium voor het inhoudelijke debat binnen de partij. Ruimte voor discussies over nieuwe thema’s. Met de mogelijkheid om richting gevende uitspraken te doen. Om debatten binnen de partij te concluderen.

Ik heb twee problemen hiermee:

  • Er moeten richtinggevende uitspraken gedaan worden, maar er mag niet gestemd of besloten worden. "In de partijraad vindt geen politieke besluitvorming plaats". De uitkomsten van besluitvorming hebben geen juridische status. Dit lijkt me een oxymoron: een orgaan dat richtinggevende uitspraken mag doen maar niet mag stemmen. Mijn angst is het volgende: als er geen meerderheden gevormd worden, kunnen het partijbestuur en de fractie de discussie gebruiken zoals zij willen. Een mooi voorbeeld uit een ander gremium, mijn werk: er was een tijd geleden een discussie over een bepaalde hervorming. Een ruime meerderheid van de instituutsraad sprak zich hier tegen uit. De voorzitter was voor. Hij concludeerde de discussie als volgt: "er zijn stemmen voor en tegen." Dat geeft de voorzitter de ruimte om vervolgens zijn eigen mening te blijven volgen.
  • De verkiezing van de partijraad moet de juiste mensen voortbrengen. De huidige methode blijft in principe in stand: verkiezing van 80 leden door afdelingen. Dit is een systeem van "Votons le plus stupide". Iedereen die wil komt erin, of ze nu geschikt zijn of niet, of hun deelname nu de representativiteit vergroot of verkleint. Er is een nieuw partijraadslid nodig voor de partijraad 2.0: een die constructief mee wilt denken, die kan luisteren en
    naar lijnen van argumentatie kan kijken. Daarvoor is betere werving, selectie en scholing nodig. Een een verkiezing vanuit afdelingen verzekert dat niet. Daarnaast, vertegenwoordiging door afdeling betekent regionale represenativiteit, maar dat is niet relevant in de nieuwe partijraad, daar moet er diversiteit in meningen zijn binnen GroenLinks vertegenwoordigen: Groen en Rood, Vrijzinnig en Gemeenschapsgezind, pro-Europees en Euroskeptisch, DWARS en Krities. Ook moet de partijraad worden verkleind: je kan geen open debat voeren met 80 individuele deelnemers. Een stelsel van werkgroepen kan hierbij ook helpen. Overigens het voorstel om 10 leden te laten verkiezen door werkgroepen vind ik wel goed. 10 is wel wat weinig.

De toezichtsraad neemt dan alle controlefuncties waar: financieel, wat betreft organisatorische en bestuurlijke processen en wat betreft tussentijdse benoemingen. Voor technisch en procedurele kwesties. De raad krijgt 5 leden, 5 technische specialisten. Verkozen door het congres, met een kandidatencommissie. De kandidatencommissies worden door het bestuur benoemd. Hier zit mijn grootste probleem:

  • Ik ben geen voorstander van de depolitsering van "technische kwesties". Een gedepolitiseerde, technische toezichtsraad wordt een raad van commissarissen van een bank of bedrijf. Met de kredietcrisis wordt duidelijk dat in veel banken de raad van toezicht een rubberstamp is, die niet kan optreden tegen slechte voorstellen of fouten van bestuurders. Die mensen besteden er een dag in het half jaar aan. En zullen vaak denken: de bestuurders hebben er vast goed over na gedacht, laten we maar niet gaan dwars bomen. Onze Tweede Kamerleden houden zich voortdurend bezig met technische kwesties om politieke doelen te bereiken. Als partijraadsleden dat doen dan zij ze wantrouwend. Echter in veel van deze technische kwesties zit de crux: iedereen was het eens met een project 2008, maar een aantal partijraadsleden zag vanaf dag 1 de procedure fout lopen.
  • De werkwijze en samenstelling van kandidatencommissies heeft in het verleden regelmatig tot controverse geleid. Soms lijken hier koelbloedige politieke afrekeningen gepleegd te worden door de innercircle. Lees dit verhaal over Tom Pitstra maar eens. Ik denk niet dat hier echt politieke afrekeningen gepleegd worden, maar elke schijn moet worden voorkomen. Als het partijbestuur zonder toestemming van wie dan ook, zelf de kandidatencommissie benoemd dan wordt het gevaar van schijn wel erg groot. Daarom moet zo’n commissie benoemd worden door een orgaan buiten het bestuur: maakt mij niet uit welke: congres, partijraad of toezichtsraad.

Al met al, heb ik zo mijn twijfels en bezwaren. Dat betekent niet dat ik overal tegen ben: de samenvoeging van de verschillende commissies van beroep & bezwaar vind ik prima, ook de verkiezing van een deel van de partijraad door werkgroepen (zolang DWARS en krities GroenLinks dan ook maar werkgroepen zijn).