Wilders moet tot zeven tellen

Gisteren bezocht Marine Le Pen Geert Wilders in Den Haag. Ze kwamen bij elkaar om te werken aan een Europese beweging die een vuist moest maken tegen Brussel.

Naast het Front National, is Wilders langs geweest bij het Vlaams Belang, die al langer goede contacten onderhoudt met zowel de FN als de PVV. Eerder bezocht Widers Heinz-Christian Strache van de Freiheitliche Partei Österreichs en Robert Maroni van de Italiaanse Lega Nord. Deze rechts-populistische partijen hebben allebei al eerder geregeerd. Het meest opvallende bezoek tot nu toe was dat aan Jimmie Åkesson van de Sverigedemokraterna. Deze partij heeft namelijk tot midden jaren ’90 banden gehad met nazistische organisaties.

Dit lijkt een veel belovend begin van een extreem-rechtse fractie in het Europees Parlement. Er is alleen één probleem: de regels van het Europees Parlement vereisen dat een fractie bestaat uit ten ten minste vijfentwintig leden uit ten minste zeven deelstaten.

Dat eerste is waarschijnlijk geen probleem: Het Front National zou volgens de laatste peilingen misschien wel 24% van de Franse stemmen halen voor het Europees Parlement. Dat betekent ongeveer 18 zetels. Tel daarbij de zetels op van Wilders op: die volgens de laatste landelijke peilingen genoeg stemmen zou halen voor vijf zetels. De FPÖ laatste landelijke uitslag vorige maand zou doorvertaald vier zetels opleveren. Het Vlaams Belang heeft het wat lastiger maar hun 7% in de laatste landelijke peilingen levert één zetel op. De 4% die de Lega Nord in peilingen haalt is goed voor drie zetels. De SD halen ongeveer 9% in de laatste landelijke peilingen: genoeg voor twee zetels. Samen is dat 33 zetels.

Het probleem zit hem in de zevende partij. Niet dat er niet genoeg rechtse Euroskeptische partijen in Europa zijn, maar het is de vraag of zij met Wilders en Le Pen in een groep willen. Naast de groep van de PVV en FN zal er namelijk ten minste een andere groep op zoek zijn naar leden: de Europese Conservatieven en Hervormers rondom de Britse Conservatieve Partij. Deze Euroskeptische club moet ook uit zeven landen leden halen -dat haalde ze in 2009 ook, maar een aantal van die deelnemende partijen zal nu uit het EP verdwijnen. De ECR is voor veel partijen aantrekkelijker omdat deze groep bestaat uit gevestigde regeringspartijen. Welke mogelijkheden zijn er voor Le Pen en Wilders? Laten we eens kijken:

  • De Dansk Folkeparti is de meest waarschijnlijke zevende partij. De Denen zijn waarschijnlijk goed voor twee zetels. Deze partij is al jarenlang een voorbeeld voor de PVV maar ook voor de Sverigedemokraterna. De Nederlandse gedoogconstructie was ‘made in Denmark’. In het verleden speelde de PVV al eerder met ideeën over samenwerking met deze partij. Tegelijkertijd hebben de Denen wel afstand gehouden van radicaal-rechtse partijen: ze weigerden om hun Zweedse zusterpartij te steunen. Wil deze Deense partij zich definitief vestigen in het centrum van de politieke macht dan kan zij geen band met extreem-rechts hebben.
  • Dan zijn er de Perussuomalaiset, de Ware Finnen, die waarschijnlijk kunnen rekenen op 2 of 3 zetels. Deze populistische partij heeft in de laatste jaren sterk geprofiteerd van de weerstand in Finland tegen de steun aan de Griekse economie. Deze partij deelt echter de anti-Islam en anti-immigratiestandpunten van de PVV en FN niet.
  • De Duitse anti-Europartij Alternative für Deutschland stond bij de Duitse parlementsverkiezingen op de drempel van het Duitse parlement. Ook bij de Europese verkiezingen hanteert Duitsland een 5% kiesdrempel, maar die zou de AfD bij Europese verkiezingen nog best kunnen doorbreken. Het taboe op extreem-rechts is in Duitsland alleen zo groot dat ik het onwaarschijnlijk acht dat deze fractie zich bij een fractie aansluit die rechtser is dan de ECR.
  • Net als Duitsland heeft ook Griekenland een partij die ontstond door de Griekse begrotingscrisis. De rechtse anti-bezuinigingspartij, Ανεξάρτητοι Έλληνες, onafhankelijke Grieken. Het is lastig voor te stellen dat de PVV zou gaan samenwerken met een club die juist de Griekse belangen verdedigt.
  • De Britse UK Independence Party, die door gisteren door Wilders en Le Pen genoemd werden, profileert zich expliciet als een libertaire anti-racistische partij. Op basis van nationale peilingen zou de partij 8 zetels halen; dit kunnen er waarschijnlijk meer worden. Deze Euroskeptische club wil zich verre houden van alles wat rechts-extremistisch is. Immers willen zij in het Britse stelsel zetels winnen dan moeten ze een meerderheid in een district overtuigen. Een alliantie met extreem rechts zou kiezers kunnen afschrikken.
  • Groot-Brittannië biedt ook de British National Party. Deze partij was tot recent expliciet racistisch en beperkte het lidmaatschap van de partij tot ‘echte’ Britten. De vraag is of het voor de PVV en het Front National nodig is om zo ver rechts te gaan om twee zetels op te halen. Datzelfde geldt voor de expliciet antisemitische partij Jobbik uit Hongarije (waarschijnlijk 3 zetels) en Ataka uit Bulgarije (waarschijnlijk één zetel) en de Gouden Dageraad uit Griekenland (mogelijk twee zetels), waarvan leden verdacht worden van geweld met dodelijke afloop.

Het kan er net op hangen: een Euroskeptische fractie in het Europees Parlement. De meeste logische variant is FN-PVV-FPÖ-Vlaams Belang-Sverigedemokraterna-Lega Nord-Dansk Folkeparti. Maar als de Denen weigeren, dan zijn eigenlijk alleen de Waren Finnen een optie. Het zou nog wel eens kunnen dat ‘regeltjes van een miezerige Brusselse Eurocraat’ Wilders’ droom in de weg zit.

 

Wat is er gebeurd bij de Duitse Groenen?

Ze stonden er zo goed voor: de Duitse Groenen. De Groene doorbraak zou er komen: een verhaal waarmee de Duitse groenen ook sociaal-liberale FDP-kiezers en waardeconservatieve CDU-kiezers konden aanspreken. Een groene deelstaatspremier in conservatieve staat als Baden-Wuerttemberg. Peilingen die tot in de hemel groeiden.

Gister, op 22 september was de partij ‘bitter teleurgesteld‘ over de uitslag. In plaats van de winst, verloor de partij. Al met niet schokkend veel: zo’n 2.3 van de 10.7%. De partij verloor maar vijf van haar 67 zetels. Wat is er gebeurd?

Peilingen Gruenen copyIn de figuur hiernaast zie je het verloop van de peilingen sinds januari. Het is een zevendaagsgemiddelde van alle peilingen die op wikipedia verzameld worden. Het verloop van de peilingen laat zien dat de partij er eigenlijk hele jaar goed voorstond: permanent en vrij stabiel rond de 14%. Dat zou een overwinning betekenen, maar geen monsterzege. Vanaf midden augustus komt daar de klad in: de partij daalt vrij gestaag. De virtuele winst verdampt en wordt ingewisseld voor een bescheiden verlies.

Het is daarom gemakkelijk om de schuld te geven aan de affaires die de Groenen achtervolgden in de laatste maanden: een discussie over het standpunt van de partij over pedoseksualiteit in de jaren ’80, een voorstel voor een verplichte vegetarische dag in kantines. De uitstraling van de mannelijke lijsttrekker, Trittin. Een slimme campagnewatcher die ik gister sprak, Jelmer Uitenthuis zei: ‘De Duitse Groenen hebben verloren, omdat ze er niet opgerekend hebben dat ze zouden verliezen’. Ze hadden hun verdediging niet op orde.

Een nuchtere vaststelling is dat een kleine partij als De Groenen altijd een beetje zal verliezen tijdens de laatste maand van een campagne, als camera’s gericht worden op de grote partijen en als de machtsvraag centraal staat.

Fundamenteler lijkt het probleem in de positionering van De Groenen. Zij namen tijdens de campagne een heldere linkse positie in. Zo spraken ze zich helder uit voor een belastingsverhoging voor de allerrijksten. De hele verkiezingscampagne hebben ze moeten uitleggen dat hun belastingplannen een verbetering voor 90% van de burgers betekende, maar het beeld was gevestigd: de Groenen willen, in crisistijd, aan uw inkomen komen. De Duitse Groenen zouden zich onvoldoende inzetten voor de belangen van hun eigen middenklassekiezer.

Opvallend is dat de Duitse Groenen, volgens peilingen, juist verloren hebben onder handarbeiders (ongeveer 40% van hun kiezers verloren) en minder onder middenklassegroepen, zoals zelfstandigen en hoofdwerkers (ongeveer 20% van hun kiezers verloren). Ze lijken niet de middenklassekiezers weggejaagd te hebben, maar de arbeidersklasse. De Groenen hebben tegelijkertijd sterker verloren onder jonge kiezers dan onder oudere kiezers: in de leeftijdscategorie 45-59 verloor de partij maar 17% van de stemmen en onder 18-24 jaren 27%. Dat lijken ook niet de kiezers te zijn die iets te verliezen hebben met een belastingverhoging. Bovendien blijft de partij het het best doen onder de best opgeleide kiezers.

De Groenen zijn netto een miljoen kiezers verloren: een-derde daarvan gaat volgens peilingen naar de SPD. 30% van de Groene kiezers blijft deze verkiezingen thuis. Een kwart van de kiezers stapte over naar de anti-Europapartij Alternatief voor Duitsland. De uitwisseling met de CDU, Die Linke en de FDP waren veel kleiner. Dit geeft aan dat De Groenen inderdaad deels last hebben gehad van strategische concurrentie van de SPD maar ook in voldoende mate in staat zijn geweest hun eigen kiezers te mobiliseren.

De Duitse Groenen hebben een onderzoek aangekondigd naar de verkiezingsuitslag. We zullen het met interesse lezen.

Duitsland: een, twee of vijf partijensystemen?

Via Stuk Rood Vlees kwam ik een interessante link tegen: de uitslagen van de vorige Duitse verkiezingen. Dat levert mooi kaartmateriaal op, maar kaarten zijn vaak lastig te interpreteren. Ruimtelijke modellen zijn vaak inzichtelijker.

Ruimtelijke modellen

Ik heb de Duitse uitslag per deelstaat voor de zeven grootste partijen geanalyseerd met correspondentie-analyse. Het simpele idee is we kijken in welke deelstaten bepaalde partijen bovenmatig sterk staan. Deelstaten waar dezelfde partijen goed scoren worden bij elkaar gezet en partijen die in dezelfde deelstaat goed scoren worden bij elkaar gezet. Dat levert het volgende beeld op:

De Oost-Duitse deelstaten, (Brandenburg, Thueringen, Sachsen en Sachsen-Anhalt, Mecklenburg-Vorpommern) worden aan een kant van het figuur geplaatst. De meest West-Duitse deelstaten aan de andere kant. Berlin en Saarland liggen in het midden. Er is een duidelijke oost-west structuur langs de horizontale lijn. Langs de verticale lijn zien we een concentratie van de stadsstaten aan een kant (Bremen, Hamburg, Berlin) en het grote, landelijke Bayern aan de andere kant.

De partijen zijn ook langs een horizontale en een verticale dimensie verdeeld. Die Linke, een fusie van een linkse afsplisting van de sociaal-democratische SPD en opvolger van de voormalige Oost-Duitse communistische paritj SED ligt aan de linkerkant, samen met de extreem-rechtse NPD. Dat laatste is wel ironisch, want tijdens de communistische periode leidde de SED een anti-fascistische alliantie waarin alle partijen waren verenigd.

De oude West-Duitse partijen, de Christen-democratische CDU, de SPD, die Gruene en de liberale FDP, liggen samen met de Piraten aan de rechterkant. Daarnaast kunnen we een dynamiek zien tussen bovenzijde (SPD) en de onderzijde (CDU/CSU).

Oost versus West

Er is een Oost-Duitse partij systeem waarin Die Linke een centrale plek innemen, ten koste van de andere partijen en met name Die Gruene en de FDP. De figuur hiernaast geeft de uitslag weer in Oost- en West-Duitsland (uitgezonderd Berlijn en Saarland). In West-Duitsland waren bij de verkiezingen twee grote partijen: de CDU/CSU en de SPD. Ook FDP en Die Gruene  halen meer dan 10% van de stemmen.

In Oost-Duitsland is de positie van de SPD als tweede partij overgenomen door Die Linke. Ondertussen staat de CDU/CSU nog steeds sterk. De FDP haalt nog net 10% van de stemmen. Maar met name Die Gruene vallen weg. Dat laatste is opvallend, want Die Gruene heten officieel Buendnis ’90/Die Gruenen waarbij dat eerste staat voor een samenwerkingsverband van anti-communistische protestgroepen. Van die stroming lijkt weinig over te zijn.

Beide systemen zijn dus eigenlijk een vierpartijensysteem met twee linkse en twee rechtse partijen. Maar de linkse partij wisselt. Programmatisch verschillen Die Linke en Die Gruene niet zo veel, in het Duitse Kieskompas staan ze vlak bij elkaar, maar ze hebben heel andere prioriteiten en ze spreken heel andere kiezers. Oost-Duitsland heeft een post-communistische linkse protestpartij die met name sterk staat in lagere sociaaleconomische klassen. Dat Die Linke voortkomt uit het communisme maakt haar voor de SPD een lastige coalitiepartner. Deze bemoeilijkt linkse coalitievorming. West-Duitsland heeft een post-materialistische linkse groene partij die met name sterk staat in hogere sociaaleconomische klassen. En juist Die Gruene en de SPD hebben een goede band. West-Duitsland heeft een culturele revolutie doorgemaakt, die er in Oost-Duitsland niet is geweest.

Noord versus Zuid

Het verticale dimensie onderscheidt de sterke gebieden van de CDU/CSU in het platteland van het Katholieke Zuiden en de sterke gebieden van SPD, de steden in het Protestantse Noorden. Overigens is een verschil hier weggemoffeld: in het landelijk en Katholieke Bayeren doet niet de CDU mee aan verkiezingen maar de CSU. Deze zusterpartij van de CDU is duidelijk wat rechtser en conservatiever.

Conclusie

Zo heeft Duitsland dus twee of misschien zelfs wel drie, vier of vijf partijensystemen: een West-Duitspartijsysteem met een linkerblok van Die Gruene/SPD en een rechterblok FDP/CDU. In het Oost-Duitse partijensystem staat de SPD zwakker zowel electoraal als qua bondgenoten: Die Linke staat sterk in de tradionele arbeidersklasse maar staat vanwege de communistische geschiedenis verder van de SPD af. De CDU en FDP zijn hier, zij het iets minder sterk wel aanwezig.

Berlin en Saarland nemen een middenpositie in. Zij het dat de CDU/CSU zwakker staat en juist Die Gruene sterker: zeker in het grote en hippe Berlijn. Saarland ligt overigens zeer Westelijk maar neemt deze middenpositie in omdat het thuisstaat is van de oud-SPD prominent en Die Linke leider Lafontaine. En dan heb je nog het partijsysteem in Bayern met de rechtse CSU, die nergens anders deelneemt aan verkiezingen, maar wel een zeer dominante rol speelt hier.

Op het landelijke niveau komen al deze elementen samen: hier staan de CDU en SPD sterk, maar zijn er vier middelgrote partijen: de FDP en de CSU, bondgenoten van de CDU en Die Linke en de Die Gruene die ideologisch dichtbij de SPD staan, maar waarbij de een acceptabele bondgenoot is en de andere niet. Op 22 september doet dat landelijke beeld ertoe: de stroeve relatie tussen SPD en Die Linke kan nog wel eens voorkomen dat er een links kabinet komt. Maar ook al die lokale constellaties zijn belangrijk, want Duitse deelstaten hebben echt nog wat in de melk te brokkelen.

Het gras is altijd groener aan de andere kant van het hek

Ik krijg veel vragen over de Duitse Groenen. Waarom gaat het hen zo goed? Waarom leveren die nu de premier in de traditionele, Katholieke staat als Baden-Württemberg, terwijl GroenLinks in het traditionele, Katholieke Noord-Brabant drie zetels heeft.

Het beeld leeft bij veel GroenLinksers dat de Duitse Groenen in staat zijn om rechtse kiezers aan zich te bieden. Dat er en-masse Christen-democraten en liberalen naar de De Groenen toe komen. En zo zouden de Groenen misschien wel de de tweede partij van Duitsland kunnen worden.

De feiten laten een ander beeld zien: als we kijken naar waar de Groenen hun kiezers vandaan halen dan zien we dat de SPD de belangrijkste leverancier is van De Groenen kiezers. In de figuur hiernaast zien we waar de kiezers van De Groenen vandaan kwamen bij de Bundestag verkiezingen van 2009. De Groenen haalden 870.000 stemmers bij de sociaal-democratische SPD vandaan en 50.000 bij de Christen-democratische CDU/CSU.

In Baden-Würrtemberg waar de Groenen de premier leverden omdat ze groter zijn van dan hun sociaal-democratische bondgenoot haalden De Groenen 140.000 stemmen bij de SPD vandaan en 87.000 bij de Christen-democraten. Als we kijken naar de 14 meest recente landelijke of deelstaatverkiezingen, dan zijn er maar twee verkiezingen waren waar de uitwisseling met de CDU/CSU groter dan de uitwisseling met de SPD: Thüringen en Bremen. In nog eens twee verkiezingen, in Schleswig-Holstein en Nordrhein-Westphalen winnen De Groenen licht van de Christen-Democraten om (veel) meer kiezers te verliezen aan de Sociaal-Democraten.

In alle verkiezingen gecombineerd winnen De Groenen 1.747.000 stemmen bij de SPD en 243.000 bij de CDU/CSU. Kortom: het succes van De Groenen komt met name bij sociaal-democraten vandaan.

En daar komt dat alhoewel De Groenen er niet slecht voor staan, de hype wel een beetje van de partij af is: in 2011 was de partij inderdaad groter dan de SPD in sommige peilingen, maar nu is de SPD al maanden ongeveer twee keer zo groot als De Groenen. De sociaaldemocraten halen ongeveer 25% van de stemmen en De Groenen ongeveer 13%. Dat betekent bijvoorbeeld ook dat ze samen niet groter zijn dan de Christen-Democraten.

Electoraal wijken de Groenen niet sterk af van GroenLinks: deze partij wisselt met name stemmen van hun sociaal-democratische zusterpartij. En met de SPD gaat het eigenlijk al jaren niet bijzonder goed. Sinds het vertrekt van Schröder heeft de partij geen aantrekkelijke leider weten te vinden. Bovendien, veel linkse alternatieven voor de SPD zijn er niet: De Linksen, een samenwerkingsverband van voormalige Oost-Duitse communistische partij en wat SPD-dissidenten is voor veel mensen in West-Duitsland onacceptable vanwege het DDR-verleden. Daar profiteren De Groenen van.

Als u meer wilt leren over Duitse verkiezingsuitslagen, de ARD heeft een goede website met uitgebreide peilingen.

Deze column verschijnt tegelijkertijd op de website van GroenLinks.

Is piratenangst terecht of niet?

Bij de laatste deelstaatverkiezingen in Berlijn haalden de Duitse Piratenpartij 9% van de stemmen. Een ongelofelijke uitslag voor deze libertaire pro-transparantie-nichepartij die voor het eerst mee doet aan de deelstaatverkiezingen.

De Duitse Groenen verwachtten een goede uitslag te halen bij de verkiezingen. Renate Kuenast, de voormalig fractievoorzitter van de Groenen in de Bundestag, had zich al kandidaat gesteld voor Regierender Bürgermeister von Berlin. De Groenen bleven steken op 18%. Een goede uitslag maar geen droomuitslag. De uitslag van de Groenen en Piraten lijkt innig aan elkaar verbonden: de Piraten hebben het meeste kiezers gewonnen van de Groenen.

Wat ging er mis voor de Groenen? De deelstaatverkiezingen zijn tweede-orde-verkiezingen. Een kleine nichepartij, als de Piratenpartij, kan dan scoren. Mensen stemmen met hun hart, voor de lol of laten een echt protestgeluid horen. De Zweedse Piratenpartij haalde bij de Europese verkiezingen van 2009 7% van de stemmen en bij de Zweedse verkiezingen van 2010 minder dan 1% van de stemmen. Geen zorgen dus: bij de nationale verkiezingen zullen de Groenen het goed doen.

Of niet? Bij de Zweedse verkiezingen haalden de Zweedse Groenen 7% van de stemmen en bij de Europese verkiezingen 11%. De Groenen zijn net als de Piraten een nichepartij, een protestpartij, een zondagspartij waar mensen met hun hart op stemmen. Als het om de macht gaan dan stem je toch op een gevestigde partij die verantwoordelijkheid kan nemen, en niet op de Groenen.

Of niet? De Duitse Groenen ontwikkelen zich steeds meer in de richting van een regierungsfaehige partij. De eerste Duitse Groene deelstaatpresident, Kretschmann, zit in het zadel in Baden-Wuerttemberg. Ook in Bremen, Saarland, Nordrhein-Westfalen en Rheinland-Pfalz regeren nu Groenen. Meer dan de helft van de Duitsers wordt op het deelstaatniveau geregeerd door Groene coalitie. De Duitse Groenen zijn een gevestigde partij geworden. En daar zit juist het gevaar: “Die Gruenen sind inzwischen doch eine Partei wie alle anderen auch.” zegt een voormalig Groene Piraat. De Piraten winnen omdat de Groenen in de laatste jaren met hun komeetachtige opkomst te ver zijn geraakt van wat ze waren: van een protestpartij, te veel een potentiele regeringspartner; van een radicaal alternatief te veel het redelijk alternatief. Als je oma overweegt Groenen te stemmen, dan is het voor een jonge beatnik niet cool meer. In de wijken waar de Groenen het sterkst staan doen ook de Piraten het het best: kiezers die vroeger tot de kern van het Groene electoraat behoorden, stappen over zeggen analysten.

Of niet? Hebben de Piraten met transparantie misschien het thema te pakken dat als geen ander aansluit bij de huidige tijdsgeest? Het internet is niet alleen een vrijplaats voor meningen, maar bovendien een een plek waar alles in de openbaarheid komt. Wikileaks liet dat al zien. De Piraten hebben zich in Duitsland op dat thema gericht en niet op het recht om anoniem te mogen stellen van musici. En daarom slaan ze aan: een partij die eerlijk en transparant politiek wil bedrijven.

Of niet? In Duitsland heerst een soort onbestemd onrust. Er is geen populistisch alternatief. Geen uitlaatklep voor de onvrede van burgers met gestuntel van de gevestigde partijen. In de laatste jaar vestigde deze ontevredenheid zich op de Groenen. De enige partij die consistent was in een politiek veld van draaiers, de enige eerlijke partij tussen de machiavellisten. Maar nu heeft een gedeelte van die onbestemdheid Piraat gekozen. En misschien kan Duitsland gerust adem halen omdat de onrust heeft gekozen voor een libertaire partij van Internet-geeks en niet voor de vele autoritair rechts-populistische alternatieven die er ook zijn.