Post-Materialistische Democratie

Tijdens mijn vakantie in Barcelona heb ik David Held‘s Models of Democracy gelezen. Een interessante introductie in de democratie theorie.

Wat me met name interesseerde was de volgende observatie. Je zou de huidige democratie als volgt kunnen modeleren: er wordt beleid gemaakt door politici die reageren op de stemmen van burgers. Klinkt als een mooi systeem toch? Burgers stemmen vanuit hun eigen belang op bepaalde politici, die dan vanuit hun eigen belang beleid voeren dat in het belang is van de burgers. Iedereen voert zijn eigen belang uit en zo is het systeem in het belang van allen.

Maar hoe zit ‘t dan met diegene die niet voor zichzelf kunnen op komen? Kinderen, dieren, migranten, outsiders in de economie, in een globaliserende economie: andere landen, met een veranderend klimaat: volgende generaties. Er zijn allerlei stemmelozen, wie neemt ‘t in zo’n op eigen belanggerichte democratie voor hen op?

Een partij als de SP richt zich op bepaalde belangen die zij vertegenwoordigen: de verliezers van de globalisering is een manier om die groep te kenmerken. Links heet dat dan, op deze manier je eigen belang na streven. GroenLinks zou zich moeten richten op de belangen van deze onvertegenwoordigde groepen. Electoraal misschien niet de meest levensvatbare strategie maar wel echt links: het op nemen voor de stemmelozen.

Professor/Senator

Een aantal weken geleden werd een vraag gesteld op wikipedia. Of er groeperingen waren die ervoor pleiten de Senaat van een bepaald land te vullen met professoren. Zulke groeperingen zijn er niet, maar er zijn wel vergelijkbare systemen. In het Verenigd Koninkrijk waren er "university constituencies" die alumni van een universiteit een tweede stem gaven voor een kamerlid die die universiteit vertegenwoordigde. In Ierland worden zes senatoren nog steeds zo verkozen. In India worden twaalf wetenschappers in de Senaat benoemd door de President.

In Nederland zou dit niet nodig zijn. Uit een eigen onderzoekje (hier te downloaden)

op parlement.com blijkt dat 15 van de 75 senatoren professor of hoogleraar zijn (20%)! Daarnaast zijn 8 mensen op een andere manier aan universiteit verbonden, als universitair (hoofd)docent of onderzoeker etc.

Dat er politieke professoren zijn is misschien ook wel logisch: de Eerste Kamer is een plaats voor deeltijd politici die vaak een baan hebben naast hun politieke loopbaan. Een professoraat kan een relatief lichte baan zijn die makkelijk is te combineren met politieke ambities. Daarnaast zijn veel senatoren ouder. Professoren vaak ook omdat een zekere ervaring nodig is voor een professoraat. 

Wat wel opvallend is, is het grootte van het aantal professoren, na beroepspolitici (16) zijn zij ze de grootste groep. Samen met andere universitaire medewerkers bezetten ze bijna een derde van de zetels (23) en zijn ze groter dan iedere fractie. Terwijl veel Tweede Kamerleden onderwijzer zijn geweest of uit de vakbond voortkomen, komen deze groepen hier veel minder voor (1 onderwijzer en en 3 vakbondsmensen). Andere grote groepen zijn de sociale zekerheid/zorg (9) en de rechtspraak/advocatuur (5).

Opvallend is ook de politieke kleur van de professoren die tegen vooroordelen in gaat. Zo levert de intellectuele doctorandussenpartij GroenLinks geen professoren (wel 1 universitair medewerker). Terwijl de anti-intellectuele volkspartij SP 3 professoren levert (waaronder een internationaal erkend Marx-expert). De meeste professoren zitten bij het CDA (4). De VVD levert er 3 en de PvdA en de ChristenUnie 2. D66 heeft er ook nog eentje. Alleen de kleinere partijen SGP, PvdD en de Onafhankelijke Senaatsfractie hebben geen professoren.

Nederland heeft geen speciale vertegenwoordiging nodig van professoren, zijn worden door (bijna) alle politieke partijen heen, goed vertegenwoordigd.

Nietzsche, Arendt, Vrijheid & Gelijkheid

Mijn relatie tot continentale filosofen als Martin Heidegger, Friedrich Nietzsche en Hannah Arendt is ietwat problematisch. Ik denk dat een van mijn problemen het beste uitgedrukt wordt Heidegger zelf: "Making itself intelligible is suicide for philosophy." Voor mij als analytisch filosoof staan logica, rationaliteit en transparantie centraal. Ik begrijp die continentale filosofen vaak gewoon niet, terwijl analytische filosofen proberen zichzelf duidelijk te maken.

Toch zijn aspecten van Nietzsche’s en Arendt’s filosofie verlokkend. Nietzsche heeft een radicale visie op vrijheid: de vrijheid van individuen om meester te zijn van hun eigen leven, los van de conformistische massa en de bestaande moraal. Nietzsche is de filosoof van de zelfverwerkelijking. Arendt heeft een radicale visie op democratie, die terug gaat op de idealen van Atheense democratie: mensen vinden vrijheid in de publieke sfeer, door directe participatie en het publieke debat. Arendt is de filosoof van de zelfbeschikking. Mooi toch? Linkse vrijheidslievende politiek zou zich moeten laten inspireren door Arendt en Nietzsche.

Onderliggend aan de filosofie van Nietzsche en Arendt ligt echter een  notie die niet te verenigen is met linkse (of vrijheidslievende) politiek. Ze staan namelijk voor ongelijkheid, vrijheid voor enkelen en onvrijheid voor velen. Nietzsche bewondert die individuen die zich los kunnen maken van de massa en veroordeelt de instincten van de massa. Slechts enkelen kunnen echt vrij zijn. Arendt, bouwt voor op de Atheense democratie, waar slechts enkelen in het publieke debat kunnen deelnemen. Volgens haar zijn er verschillende manieren om in het leven te staan, en slechts een daarvan is geschikt voor deelname in het publieke debat. Alhoewel ze er niet expliciet over is, is democratie slechts geschikt voor de enkelen.

Nietzsche en Arendt staan misschien voor vrijheid maar menen niet dat iedereen vrijheid aan kan. Slechts enkelen kunnen dat. Linkse vrijheidslievende politiek zou op zowel vrijheid als gelijkheid gericht moeten zijn.

Mijn problemen met deze continentale filosofen is niet alleen dat ik (deels) ze niet begrijp, dat ze op belangrijke thema’s stil vallen maar ook dat wat ze zeggen niet te verenigen is met mijn principes, vrijheid en gelijkheid.

GroenLinks, de Derde Weg en politieke consensus

Na een korte afwezigheid van twee weken, summerschool in Essex, ben ik weer even terug. Er is in die twee weken veel gebeurd bij DWARS, maar daarover (misschien) later meer. Ik heb de rust van de Universiteit van Essex gebruikt om na te denken over een aantal thema’s, die ik in de loop van deze week wil bespreken: de relatie tussen Nietzsche en Arendt, tussen substantiele gelijkheid en "inclusion" en verschillende redenen om aan internationale solidariteit te doen. Maar ik wil me eerst richten op mijn meest opmerkelijke bevinding: de relatie tussen GroenLinks en de Derde Weg.

De Derde Weg is een politieke stroming die in de jaren ’90 probeerde wereldwijd centrum-links te vernieuwen, dat gold zowel voor de Europese sociaal-democratie als voor de Amerikaanse Democraten. Anthony Giddens geldt als de politieke denker achter deze stroming en Blair, Clinton, Kok en Schroeder als aanhangers hiervan. Wouter Bos en de huidige PvdA zijn nog steeds de Nederlandse exponenten hiervan.

Op sociaal-economisch gebied richt de Derde Weg zich met name op een synthese van sociale rechtvaardigheid en de vrije markt: de synergie tussen privaat ondernemerschap en publiek optreden moet worden gezocht. Het doel van overheidsoptreden moet zijn burgers moeten in staat worden gesteld om zelfstandige "risk"-takers te zijn, in plaats van beschermelingen van de verzorgingsstaat. Dat kan de overheid het beste doen door te investeren in onderwijs en workfare-projecten, door  flexibilisering van de pensioenleeftijd, gratis kinderopvang en start subsidies voor kleine ondernenmers. Dit zorgt ervoor dat iedereen meedoet in de samenleving, burgerschap wordt gestimuleerd, dat kansarme burgers perspectieven wordt geboden en dat economische groei wordt gestimuleerd. Social investment in human capital noemt met dat dan. Het principe achter de workfare projecten is dat een recht (op een uitkering) niet gaat zonder een verantwoordelijkheid (op het aannemen van geschikt werk). Giddens noemt de damalige verzorgingsstaat ondemocratisch, vervreemdend en inefficient omdat het een grote groep mensen uitsluit van economische participatie. Met name dat laatste is regelrecht teruggekeerd in Vrijheid Eerlijk Delen  even als de nadruk op onderwijs.

De vraag rijst: is GroenLinks een Derde Weg partij? Ik denk van wel. We volgen de sociaal-economische agenda van de derde weg vrij precies. Al voor vrijheid eerlijk delen ondersteundende GroenLinks het Derde Weg-denken. Was onze kritiek op Paars ("Private rijkdom, Publieke Armoede") niet juist dat er te weinig sociaal geinvesteerd werd, dat Paars het derde weg-project niet consequent implementeerde? Vrijheid eerlijk delen heeft deze koers niet verlegt, enkel versterkt.

Ik denk dat dit uiteindelijk meer zegt over de aard van politiek van over GroenLinks in het bijzonder. De grote politieke verschillen zijn niet tussen partijen maar tussen perioden. In de periode 1945-1966 was iedere Nederlandse partij voor de verzorgingsstaat van wieg tot graf, en in de periode 1994-nu is iedereen voor workfare en sociaal investeren. Het parlementaire werk gaat over de uitvoering hiervan en kleine marges, (niveaus van uitkeringen etc.) maar over de grote lijnen bestaan consensus. Daarnaast stelt de economie stelt de kaders waar binnen de politiek kan handelen. Kleine partijen als GroenLinks zijn niet in staat om een eigen alternatief te scheppen en kunnen slechts consequent het alternatief van de grote partijen uitdragen. Schokken als de Tweede Wereldoorlog, de studenopstand van de jaren ’70 en Fortuyn veranderen de inhoud van de consensus, maar niet het bestaan daarvan.

Consistentie in de Linkerbovenhoek

Gisteren kwam het raport van  de evaluatie commissie Van Ojik uit. Ik zal vandaag als gewoon lid er naar kijken en later nog eens formuleren hoe ik denk dat het begeleidingspanel beginselen met het stuk moet omgaan.

Ik wordt van een aantal conclusies erg positief: het milieu-beleid moet radicaler (p.16), de verbinding met maatschappelijke organisaties moet beter (p.31), GroenLinkse idealen moeten met meer passie gebracht worden (p.16), de leus "Groei Mee" is niets (p.29), en de interne partijdemocratie moet verbeterd worden (pp.18-24). De GroenLinks kiezer is erg links en linkser dan de gemiddelde SP-kiezer (pp.15-16). Kortom ik voel me wel thuis in de linkerbovenhoek.

Er valt op het raport echter ook het een en ander af te dingen. Nog niet eens zo zeer omdat ik het er niet mee eens ben, maar omdat de commissie soms niet consistent is. Het stuk is duidelijk geschreven door verschillende auteurs, met verschillende stijlen en, blijkbaar, meningen.

De eerste inconsistentie is in de opmaak. Alleen kopjes (zoals in h.1 en h.2), of ook subkopjes (h.3 en  h.4) lange lappen tekst (h.3) of veel witregels (h.2). Leuke anecdotes in italics (p.21) of niet? Je kan het zelfs in de samenvatting zien: doen we bullets (inleiding), cijfers (samenvatting h.2, h.3 en h.4)of subkopjes (samenvatiing h.1)? Het was misschien in de laatste dagen een haastklus.

De tweede is al opgemerkt door Lisette. Hoe kan je enerzijds zeggen dat GroenLinks de enige echte milieupartij is (p.16) en anderzijds pleiten voor een radicaler milieustandpunt (pp.10-11)? Het is of het een (groen genoeg) of het ander (niet groen genoeg)

Maar een andere is dat het stuk pleit voor een sterkere positionering ten opzichte van andere linkse partijen (p.30) en aan de andere kant op merkt dat een te scherpe profilering van GroenLinks als links en progressief ons in een niche duwt (p.17). Het is of het een (een eigen profiel) of het andere (mindere eigen profiel).

Nog eentje: de commissie rekent voor dat GroenLinks het slechter doet onder allochtonen (p.16), en als ze vervolgens uitrekent dat GroenLinks het beter doen onder jongeren, is dit de "urban youth", hippe jonge allochtonen (p.13). Het is of het een (minder allochtone stemmen), of het ander (meer allochtone stemmen).

Is GroenLinks nou voor of tegen de orientatie op de abstractie kiezersgroepen als post-materialisten, postmoderne hedonisten en kosmopolieten? De terminologie wordt in het ene hoofdstuk zonder enige kritiek gebruikt (p.12) en in het andere hoofdstuk afgekraakt (p.31).

De reden voor de inconsistentie is misschien het volgende: de commissie benadrukt aan de ene kant dat, vanuit electoraal standpunt, we ons misschien iets minder moeten profileren als (groen), links en progressief, partijen die zich minder uitspreken zijn veel succesvoller. Onder de druk van de deliberende leden in de regio-bijeenkomsten, vond de commssie echter ook dat GroenLinks zich nog meer moet profileren als groen, links en progressief. Dit is in de politicologie al vaker onderzocht: (kader-)leden zijn vaak radicaler dan stemmers van partijen en de partijtop. Cruciale vraag is dan: naar wie luister je?

Wat ik ook miste, als sociaal wetenschapper, waren harde cijfers: er wordt met
een boel cijfers uit verschillende onderzoeken, motivaction,
interview-nss, verkiezingsuitslagen gegoocheld. Ik wil de echte cijfers wel zien.

Homosexualiteit en Rechtvaardigheid

In de hedendaagse politieke filosofie wordt heel wat aandacht besteed aan minderheden en wat voor’n soort eisen rechtvaardig zijn. Er is aandacht besteed aan originele bewoners (Native Americans), taalkundige minderheden, religieuze minderheden, migranten. Prominente filosofen verdedigen liberale en multiculturele theorieen. Liberale theorieen proberen neutraal te zijn ten opzichte van ideeen van het goede leven, een "colour-blind state", multiculturalisten geloven dat de overheid niet colour-blind kan blijven maar moet ingrijpen om culturen te beschermen tegen invloeden van buitenaf, die van de samenleving een eenheidsworst maken.

De vraag is wat voor’n soort eisen homo’s en andere sexuele minderheden binnen zo’n filosofisch framework kunnen maken.

Het zou logisch zijn om homo’s te behandelen als andere culturele minderheden, hun cultuur moet beschermd worden tegen invloeden van buiten af. Geld dus naar een homo-museum, overheidssteun voor de Roze Zaterdag en gemeenten moeten zich inzetten om het Gay en Lesbian Film Festival aan zich te binden.

Ik denk dat zo’n voorstel een grote fout maakt: homosexualiteit is geen cultuur. Als je als homo geboren wordt, wordt je opgevoed door heterosexuele ouders in een heterosexuele cultuur. Niet alle zwarte mensen luisteren naar hip-hop, niet alle homo’s naar Gloria Gaynor. Homo’s zijn er allerlei culturen.

Dit betekent echter niet dat de neutrale liberale theorie voldoet. Immers als homo’s worden opgevoed in een heterosexuele samenleving, waar homosexualiteit ontkent, uitgesloten en geridiculiseerd wordt, is uit de kast komen geen mogelijkheid. In een rechtvaardige samenleving waar iedereen zelf kan ontdekken wat zijn sexuele identiteit is en kan kiezen om uit de kast te komen, moet homosexualiteit moet bespreekbaar zijn en zichtbaar zijn. Daarnaast moet homo-haat bestreden worden, juist op scholen, zodat jongeren zich niet schamen als ze opzoek gaan naar hun sexuele identiteit. Een "neutrale" overheid maakt iedere keuze een legitieme.

Studio Jan

Werkelijk fascinerend: Luister deze podcast (de bovenste podcast) met Jan Marijnissen en Harry van Bommel. Niet zo zeer vanwege de matige SP propaganda en de uiterst dubieuze positionering van de SP, maar vanwege de manier waarop Jan Marijnissen met Harry van Bommel omgaat. De EU specialist van de SP wordt in dit kwartiertje met enige regelmaat onderbroken en (onjuist) verbeterd door de leider van de SP. Marijnissen begint ergens dwars door Van Bommel’s verhaal een nutteloze uitwijding over wat Timmermans heeft gezegd. Op een aantal punten praten ze langs elkaar heen ("dat had ik al gezegd"). Het is een slecht geregiseerd gesprekje waarbij de pikorde binnen de SP duidelijk is. Je zou toch verwachten dat Marijnissen en Van Bommel dit gesprek hebben voorbereid of dat er in geknipt wordt bij de productie.

Progressieve Belasting?

Een docent van mij, Bruno Verbeek, houdt zich bezig met belastingen en verdelende rechtvaardigheid. Het is een brave links-liberaal en toch is hij voor een flat tax gecombineerd met een basisinkomen maar zonder enige aftrekpost. Op het eerste gezicht een onrechtvaardig idee.

Ik kwam in de Vrij Nederland in een interessante collumn tegen over belastingpolitiek van Kalshoven. Nou ja de collumn zelf was niet zo zeer interessante als wel de grafiek (helaas niet achter de link). Het liet zien hoeveel procent van z’n inkomen belasting iedere  burger, per inkomensgroep afdroeg. Waar de armste groep ongeveer 50% afdraagt, draagt de rijkste  groep 60% af. Daartussen loop het langszaam op, terwijl het licht fluctueert (zo betaalt de 10% minder belasting dan de armste 10%!!). Het percentage betaalde belasting is een stijgende lijn die steeds minder stijgt en een bovengrens heeft van 60%. Zie de tabel in deze excel sheet.

Deze twee punten komen samen in het volgende. Als je Bruno’s systeem invoert krijg je een zelfde soort inkomens verdeling als je nu in Nederland hebt. Een progressieve belasting die in progressiefheid afneemt naar mate je meer verdient. Twee verschillen: er is geen lichte fluctuatie meer en het is een stuk simpeler omdat een groot deel van de aftrekposten en uitkering worden afgeschaft. In deze excel sheet

staat de grafiek waarin een zelfde grootheid staat uitgedrukt als percentage inkomen afgestaan aan belastingen, namelijk: de totale hoeveel belasting min de totale hoeveel uitkeringen als percentage van het bruto inkomen. De winst-verlies rekening van iedere burger na overheidsingrijpen.
De reden voor de afnemende progressiviteit is simpel vanuit wiskundig perspectief: iedereen draagt een percentueel deel van z’n inkomen af aan belastingen en krijgt daarop een vaste overheidsuitkering. Voor iemand met een klein inkomen maakt maakt zo’n uitkering veel meer uit en de belasting veel minder voor het uiteindelijke inkomen dan voor iemand met een veel groter inkomen.

De tweede vraag is echter of zo’n inkomensverdeling rechtvaardig is. Centraal punt daarbij is of een progressiever (dit stelsel is al progressief!) belastingstelsel eerlijker is. Ik heb daar nog geen antwoord op. Intuitief ben ik voor een extreem progressief belastingstelsel: sterkste schouders de zwaarste lasten etc.

Vanuit Rawls’ principes echter valt er wel wat voor zo’n systeem "afnemend progressief" te zeggen. Volgens hem moet iedere institutie er op gericht zijn diegene die er uiteindelijk het slechts voorstaan het best voor te laten staan. Een belastingverlaging voor de armste groepen, waarop Bruno’s en het Nederlandse systeem uiteindelijk uitkomen, past daar prima in.

Een "belastingverlaging" voor de armste klasse lijkt me rechtvaardig. Maar voor de middenklasse? Zij krijgen in Bruno’s systeem een omgekeerd evenredige belastingverlaging als de armste klasse, namelijk een redelijk kleine. Vraag is of de middenklasse substantieel minder belasting moet betalen dan de rijkste klassen. Of omgekeerd dat de allerrijksten het allermeest moeten betalen aan publieke voorzieningen. Daar ben ik nog niet uit…

Een recalcitrante socialist zou zeggen: de strijd tussen midden en bovenklasse is een interne strijd in de bourgeoisie daar hoeven socialisten (c.q. linkse politiek) zich niet mee bezig te houden. Zolang het proletariaat maar minder hoeft te betalen.  Immers inkomenspolitiek moet er op gericht zijn armoede en niet rijkdom te bestrijden (vrij naar Jan M.).

Het blijft blanco

Bij het vorige referendum heb ik blanco gestemd, want ik was voor de Europese Unie, maar niet voor de weinig linkse of democratische versie die in de Grondwet werd voorgesteld. Met name de nadruk op marktwerking en de concentratie van macht in de Europese Raad staan mij tegen. Zij voorkomen dat Europa zich om vormt in een federaal stelsel, dat gericht is op solidariteit en duurzaamheid.

Nu hebben de Europese regeringsleiders een nieuw wijzigingsverdrag geformuleerd. Het geeft mij weinig reden om nu voor te zijn:
* de federale randversiering, waar ik geen problemen mee had zijn er vanaf gehaald;
* enkele hervormingen, waar ik voorstander van was, worden uitgesteld;
* de referenties naar marktwerking worden terug geschroefd, zonder dat dit het beleid zal veranderen;
* het mensenrechten handvest, waar ik wel voorstander van was, wordt verplaatst en de Britten krijgen een opt out
* een veto van nationale parlementen om Europese richtlijnen te verbieden, ik had liever het van nationale parlementen gezien om richtlijnen te intieren, dit behoudt de status quo.
Veel symbool politiek en vertragingstaktieken als je het mij vraagt. Een Nederlandse eis, die ingewilligd wordt, is een versteviging van de toelatingscriteria. Een van de weinige goede punten. Anti-federalistische landen zijn een groot voorstander van snelle en sterke uitbreiding, die voorkomt dat Europese eenwording verdiept.

Al met al kan ik weinig goede redenen vinden om nu wel voor te stemmen, ook verandert er op cruciale gebieden te weinig om tegen te stemmen. Het blijft blanco.

Take Alice’s advice

De chaotische vergadering van mijn panel van project 2008 is digitaal voortgezet. Het verschil tussen de digitale en de face to face vergadering is volgens mij dat op de face to face vergadering de mensen die het minste tijd en zich het slechts voorbereid hadden het meeste input gaven, nu is het input geven een kwestie van tijd en voorbereiding. Voor de geintereseerde watcher van dit weblog is hieronder mijn input te lezen. Op de 8 thema’s die gedestileerd zijn door de medewerkers van het wetenschappelijk bureau heb ik met kritisch meedenkend commentaar, mogelijke stellingen en sprekers gereageerd. Waar dus de face to face vergadering een zooitje werd van verschillende inputgevers, was ik geloof ik nu een van de weinigen die meteen gereageerd had.

1. Het domein van en de moraliteit in de politiek: cultuurkritiek en de rol van de politiek

(geen reactie)

2. Linkse globalisering: is er een recept denkbaar voor sociale globalisering?

Stellingen:
* Bij de keuze tussen winnaars en verliezers van de globalisering, heeft
GroenLinks allang gekozen voor de winnaars in Nederland, (maar de
verliezers buiten Nederland).
* Er is geen alternatief voor de monopolie positie van het neo-liberalisme in de internationale politiek(e economie).
* Linkse globalisering begint bij de praktisch idealistische consument in de rijke landen.
* Een echte globalist streeft naar een mondiale staat om de mondiale markt in toom te houden.

Sprekers: een kosmopolitisch filosoof.

3. Milieupolitiek en Ontwikkelingssamenwerking: dubbele standaarden bij de aanpak van klimaat- en milieuproblemen.

Drie kanttekeningen hierbij: is het vruchtbaar om thema’s zo zeer te mengen? Ik vind dat er gepraat moeten worden over milieupolitiek en ontwikkelingssamenwerking en niet alleen maar het raakvlak van die twee velden. Daarnaast waarom wordt ontwikkelingssamenwerking onafhankelijk van globalisering besproken, die thema’s lijken met juist heel veel overlap te hebben. Met een half thema is er ook maar weinig ruimte voor Groene politiek.

Stellingen:
* Op Paaseiland dacht iedereen ook dat er wel een oplossing zou zijn voor
het opraken van de bomen. Innovatie alleen is niet genoeg voor het
oplossen van onze milieuproblemen.

4. GroenLinks en het platteland: willen we die stadse partij blijven of bieden we boeren en buitenlui ook een wenkend perspectief.

Ik vind GroenLinks en het platteland niet een thema dat past in een beginseldiscussie. Immers landbouw politiek behoort niet tot GroenLinks’ kernidealen of thema’s. Zo’n debat wordt misschien ook wel snel erg beleidsmatig. Misschien kunnen jullie dit onder de aandacht van de strategie-werkgroep brengen?

5. Sociale politiek: spreiding van macht, inkomen en kennis, is dat oudlinks? En hoe activistisch moet de staat zijn (Scandinavisch model?)

Stellingen:

* GroenLinks blijft voorstander van behoorlijke bestaanszekerheid voor iedereen en is dus voorstander van een basisinkomen.
* De democratisering van de economie en bedrijven moet weer een kernthema voor GroenLinks worden.
* Linkse economische politiek compenseert mensen voor de achterstanden
waarvoor ze niet hebben gekozen, maar maakt mensen wel verantwoordelijk
voor hun eigen keuzes.

Sprekers:
links-liberale filosofen op het gebied van verdelende rechtvaardigheid

6. Buitenlandpolitiek en islamisering van het debat: who is the terrorist?

Stellingen

* GroenLinks had de oorlog in Afghanistan niet zo schaaps mogen steunen: GroenLinks moet weer echt op komen voor vredespolitiek.
* Terrorisme is zo’n onbelangrijk verschijnsel dat het niet in een beginselprogramma hoeft terug te keren.
* Nederland moet weer een gidsland worden, juist waar het gaat om
homo-emancipatie, drugsbeleid en euthanasia moeten we internationaal
opkomen voor onze idealen.

* Tien jaar na Kosovo: GroenLinks en militaire interventie?

7. De toekomst van Europa

Stellingen:
* Sinds Europa in de jaren ’90 een centrum-linkse agenda is gaan voeren
wordt het steeds aantrekkelijker voor linkse partijen om daar politiek
gaan te bedrijven, aan de andere kant is juist sinds de jaren het
Euroskepticisme in ontwikkeling bij de bevolking: links in een spagaat.

* Nederland moet zich zo snel mogelijk opheffen en fuseren met een Europese superstaat.

8. Individualisering en gemeenschapsdenken: minder vrijheid, meer moralisme?
* Groene politiek kan alleen maar moralistisch zijn, want we moeten anders gaan leven.
* Er is geen tegenstelling tussen vrijheid en moralisme, maar tussen
serieus opkomen voor je idealen en mensen maar laten doen wat ze willen
(negatieve vs. positieve vrijheid).
* GroenLinks moet opkomen van de vrijheid van het individu voor het zelfgekozen levenseinde (Pil van Drion).

Wat ik met name mis in dit rijtje zijn drie thema’s:
1) democratisering en de rechtsstaat: moet weldenkend links nog steeds pleiten voor meer directe democratie in het tijdperk van het populisme? 

Sprekers:
denkers op het gebied van burgerschap

2) Migrant in Nederland: GroenLinks als emanicipatiepartij

3) Andere groene issues dan milieu- of klimaatpolitiek, bijvoorbeeld dierenrechten
Bij milieupolitiek in het algemeen denk ik qua sprekers met name aan:
Millieufilosofen

Er zijn twee thema’s die in de huidige opzet niet aan bod komen, maar mij wel zeer belangrijk lijken:
* Wat zijn de kernidealen van GroenLinks? Hoe gaan we die bepalen?
* Wat is de politieke positionering van GroenLinks in het Nederlandse politieke spectrum?
Sprekers daarbij kunnen zijn:
Politicologen die zich bezighouden met politieke positionering.

Ten
slotte, Christiaan had ‘t op de eerste bijeenkomst over een
gemeenschappelijk thema voor alle drie de onderdelen, hij koos voor "de
relatie tussen individu en collectief". For what it is worth, ik denk
dat "de relatie tussen top (elite/partijtop) en basis
(massa/partijkader)" een veel logischer overkoepelend thema zou zijn.