Herverdeling of gemeenschappelijk bezit?

Nu de vakantie is begonnen of in elk geval de colleges zijn geeindigd heb ik eindelijk tijd om andere dingen dan studieboeken te lezen. Ik ben nu bezig in G.A. Cohen’s‘s Selfownership, Freedom and Equality. Een fascinerende combinatie van Marxisme met rationale keuze theorie. Ook wel non-b*llshit Marxism of Analytisch Marxisme genoemd. Erg socialistisch wordt ik er overigens niet van, maar het helpt wel om een soort egalitair-libertarianisme te ontwikkelen.

Een interessant vraagstuk dat Cohen opwerpt is het volgende. stel je de volgende samenleving voor:
De samenleving bestaat uit twee mensen. Alle productie middelen die er zijn zijn drie koeien. Die geven drie eenheden melk. Aan een eenheid melk heb je net genoeg om jezelf te voeden en twee eenheden melk is “aardig toeven”. Een van de twee mensen kan melken en de ander niet. Wat is het gevolg van verschillende economische stelsels op de verdeling van melk.

Stel nou dat je, heel socialistisch voor gemeenschapsbezit gaat. Dat houdt in dat iedere keer als de koeien gemolken worden allebei de mensen moeten instemmen. Als diegene die kan melken voorstelt dat hij de koeien gaat melken, zal degene die niet kan melken hier alleen maar mee instemmen als hij ten minste een eenheid melk krijgt, immers anders gaat hij dood. Als de ander geen melk wilt mee nemen, verbiedt hij het gebruik van de melk en gaan ze allebei dood. De melker heeft geen keuze, als hij wilt overleven, zal hij moeten doen wat de ander zegt en zich voor de ander’s welzijn inzetten. De melker is dus niet vrij.

Wat nou als er prive-bezit is. Het kapitalisme. Stel dat de niet-melker (in een taktisch moment) om alle drie de koeien een hek heeft gezet heeft en tegen de melker zegt: “als je melk wilt zal je ermee moeten leven, dat ik twee derde van de melk krijgt en jij een derde.” De niet-melker heeft niet zo veel keuze: immers als hij zich niet laat uitbuiten door de ander gaat hij dood. Weer heeft de melker geen echte vrije keuze tussen melken of sterven.

Let wel, als de tafels omgedraaid zijn tussen melker en niet-melker, en de melker de koeien in bezit gaat de niet-melker sowieso dood. Want waarom zou de melker z’n melk met hem delen?

Conclusie van Cohen, zowel gemeenschapsbezit als prive-bezit zijn op dezelfde manier niet te verenigen met individuele vrijheid. Hiermee deelt hij libertariers als Nozick een gevoelige slag. Ik denk dat hij hiermee heeft laten zien dat koeien (productiemiddelen) niet het fundamentele probleem zijn, maar melk (inkomen). Als je alleen koeien verdeeld wordt het dus nooit rechtvaardig.

Laten we de situatie iets veranderen en iets meer op de melk focussen. Er zijn nog steeds twee mensen, maar nu kan een goed melken en de ander minder goed melken. Als je goed kan melken heb je aan een koe genoeg om te overleven (je krijgt een eenheid melk), kan je niet goed melken heb je twee koeien nodig om te overleven (je krijgt twee keer een halve eenheid melk). Ze besluiten de koeien als volgt te verdelen: allebei krijgen ze een koe en voor de derde gooien ze een munt op. Als de incompetente melker een koe krijgt, gaat hij dood, want hij heeft maar een halve eenheid melk. De competente melker leeft in een overvloed van melk. Als de competente melker een koe krijgt en de ander twee overleven ze beiden.

De eerste situatie is de meest interessante. Een iemand dreigt dood te gaan en de ander leeft in rijkdom. Rijkdom die hij bij kans heeft gekregen: immers hij is geboren met melkvingers en heeft de koe gewonnen bij muntopwerping. Hij heeft er niets voor gedaan. Er is sprake van een “unearned difference”. Wat mijn voorstel zou zijn om de situatie rechtvaardig te maken is dat de competente melker het verschil in melk dat hij krijgt omdat hij goed kan melken en twee koeien heeft eerlijk tussen hun beide verdeeld. Dat verschil is ander anderhalve eenheid melk (2 (goed+twee koeien)-.5 (slecht+een koe)). In dit simpele voorbeeld hebben zij allebei evenveel recht op dit overschot en krijgen ze allebei een driekwart eenheid melk, extra en hebben ze allebeid vijfkwart eenheid melk: meer dan genoeg.

Let wel het gaat hier niet om dat iemand dood gaat van de honger. In het geval dat de incompetente melker twee koeien krijgt en de competente een, worden ze allebei belast, om hun “unearned” differences te compenseren. Ze moeten allebei een halve eenheid melk aan de ander afstaan.

Verkiezingen in Belgie

(Eer)gisteren waren er in Belgie verkiezingen. Grofweg kun je zeggen dat de Liberalen en Socialisten verloren en de Christen-Democraten en Groenen wonnen. Er zijn twee dingen opmerkelijk aan Belgische verkiezingen die ik hier uiteen zal proberen toe te lichten: het kiesstelsel en het partijenstelsel.

Belgie heeft een evenredig kiesstelsel in meerdere districten. Deze districten zijn op het niveau van de provincie. In iedere provincie is een aantal zetels te verdelen, dat afhangt van de grootte van de provincie. Deze zetels worden evenredig verdeeld. Dit systeem zorgt ervoor dat als kleine partijen het relatief goed doen in kleine districten zij hier geen zetels van krijgen. Zo haalde Groen! in het kleine district Leuven (met 7 zetels) 8% van de stemmen (bij een landelijk gemiddelde van 4%) maar hield hier geen zetels aan over. Partijen die minder stemmen halen dan kiesdrempel in het grootste district zijn sowieso kansloos.

De vraag rijst wat er zou gebeuren als we in Nederland zo’n kiesstelsel zouden invoeren. Ik heb er aan zitten rekenen. We zouden de volgende uitslag hebben:
CDA – 50 zetels
PvdA – 40
SP – 27
VVD – 22
PVV – 6
GL – 3
CU – 2
D66 – 0
PvdD – 0
SGP – 0
De grotere partijen profiteren en de kleinere partijen zijn de dupe. GroenLinks zou twee zetels halen in Noord Holland en een in Zuid Holland: de twee grootste districten. Er is in Nederland echter nog een  perverser gevolg. Omdat Nederland meer en soms kleinere provincies heeft en een gefragmenteerder partij systeem, dan in Belgie, onstaan er een soort "rotten boroughs": provincies waar maar een partij de kiesdrempel haalt. Dat zijn Groningen en Drenthe voor de PvdA en Zeeland en Flevoland voor het CDA. De hypothesische volledige uitslag per provincie, staat hier

Over het partijenstelsel in Belgie zou je grofweg drie dingen kunnen zeggen. Ten eerste het kent veel scheidslijnen: tussen links, midden en rechts, tussen katholiek en seculier en tussen pro-Waals via pro-Belgisch tot pro-Vlaams. Ten tweede zijn er heel veel partijen (als ik goed tel zijn er 18 partijen verkozen in de Kamer of de Senaat). Maar deze werken sterk samen gedwongen door de hoge kiesdrempel: in Vlaanderen werken de Christen-Democraten samen met de conservatieven regionalisten, het Vlaams Belang met een anti-cordon liberale partij, de Liberalen met links-liberalen en rechts-liberalen, en de socialisten met de linkse regionalisten. De Groenen deden het alleen, ze weigerden samen te werken met de socialisten. Ten derde zijn er sterke verschillen tussen het conservatieve Vlaanderen en het progressieve Wallonie. Linkse partijen deden het verschrikkelijk slecht doen in Vlaanderen. 20% van de zetels is voor partijen links van de Nederlandse PvdA en 80% is voor partijen rechts daarvan. Wallonie is dat 45%/55%. In Nederland is ook dat ongeveer 45%/55%.

Als je de Vlaamse naar de Nederlandse situatie zou omrekenen zou je de volgende uitslag krijgen (van links naar rechts):
Lijst Hilbrand Nawijn (Vlaams Belang): 30 zetels
Partij voor de Vrijheid (Lijst Dedecker): 10
CDA samen met Marco Pastors (CD&V/NV-A): 46
VVD (Open VLD): 29
PvdA-D66 (SP.A-SPIRIT): 25
GroenLinks (Groen!): 10
Geen slechte score voor de Groenen maar voor de rest een grote verschrikking! Van de 150 zouden er 35 zetels voor links zijn, 75 gaat naar centrum-rechts en 40 gaat naar (extreem-)rechts.

Al met al: als je over de grens kijkt, ben je blij dat je het relatief progressieve Nederland woon met het meest proportionele kiesstelsel mogelijk. Ik geloof dat ik ga emigreren naar een andere planeet …

Geschiedenis & Evolutie

Ik was zaterdagmiddag op een symposium over geschiedenis en evolutie. De centrale vraag was of je evolutionaire modellen kan toepassen op het verloop van de (menselijke) geschiedenis. Dat vind ik zelf een interessant onderwerp, alhoewel ik noch historicus, noch bioloog ben.

Mijn interesse hiervoor is gewekt door de werkelijk verschrikkelijke filosofie colleges die ik bij Oudemans heb gevolgd. Ik ben daar besmet geraakt met het idee dat evolutionaire modellen toepasbaar zijn op mensen. Niet alleen omdat wij bepaald worden door genen die door evolutiebiologie beschreven worden, maar ook omdat wij bepaald worden door “memen”, kleine cultuur-deeltjes die zich in veel gevallen hetzelfde gedragen als genen . Dit vindt zijn basis in het werk van Dawkins met name de Selfis Gene. Volgens Dawkins is al het leven erop gericht om genen zich te laten voortplanten. Soorten en individuele levensvormen zijn dus slechts vehikels van genen om zich te laten voortplanten. Dit is geen raar idee omdat mutatie, selectie en erfelijkheid zich allemaal voor doen op het niveau van het gen. Dawkins meent dat memen, de kleinste stukjes cultuur, dingen als woorden, gereedschap, ideeen en riedeltjes zich op dezelfde manier gedragen als genen ook zij worden op basis van mutatie en fitness geselecteerd en verspreiden zich over de hele menselijke populatie. Het beste voorbeeld is zo’n liedje dat in je hoofd blijft zitten en je wel moet neurien. Zo’n liedje is erg “fit” voor de menselijke geest en verspreid zich makkelijk. Sommigen vergelijken het met een virus dat in dit geval van brein tot brein gaat om zich te verspreiden en daarbij het brein overneemt en naar zijn hand zet. Overigens zijn internethypes ook een typische meme, maar computervirussen ook.

Jared Diamond voegt, voor mijn gevoel, iets toe aan dit idee van een evolutionair cultuurbegrip. In zijn Guns, Germs and Steel legt hij uit waarom het westen de wereld domineert. Dat komt volgens hem omdat de geografische condities voor Europa zo waren dat zij gunstig waren voor economische ontwikkeling: dan gaat het met name om de aanwezige planten en dieren en de oost-west ligging van het Euraziatische continent, dat er voorzorgt dat plant- en diersoorten zich gemakkelijk verspreiding, namelijk door dezelfde temparatuur zones. Wat hij dus eigenlijk zegt is dat geografische condities gunstig kunnen zijn voor bepaalde memen: Europa was geschikt voor landbouw. Opvallend is het onderscheid dat hij maakt tussen China en Europa. Door de grillige kust van Europa kan het moeilijk beheerst worden als een rijk, anders dan China. Dit zorgt ervoor dat er verschillende staten onstaan die onderling concureren. Europa is dus geografisch geschikt voor het idee liberalisme. Zo’n visie werd ook al voorgestaan door Fareed Zakaria in zijn Future of Freedom.

Slechts een aantal sprekers op het symposium raakte deze thematiek. Het thema meme bleef volledig ongenoemd. Dat kan te maken hebben met de zachte dood die memetics als wetenschap is gestorven. De meest interessante bijdrage in deze zin kwam van Khaled Hakami die betoogde dat als je evolutionaire modellen wil toepassen op culturen (memen) dat je dan moet opletten dat cultuur iets anders is dan biologie. Er is sprake van diffusie en intentioneel gebruik. Waar de verspreiding van genen altijd onbedoeld is kunnen mensen juist memen gebruiken met een bepaald doel. Daarnaast kunnen memen zich veel makkelijker dan genen verspreiden, zij hoeven namelijk niet mee te liften op een DNA-spiraal die gelinkd is aan een bepaald soort, maar zij kunnen op een andere “soort” (een Chinees die communist wordt) of als eenling zich verspreiden. Een andere spreker zag collectief leren als een belangrijk kenmerk van menselijke geschiedenis: dus de verspreiding van memen. Een derde onderzocht handelsroutes als proxies voor verspreidingskanalen van menselijke cultuur (memewegen).

Het grootste probleem is dat als je eenmaal vanuit zo’n evolutionair model naar menselijke cultuur kijkt het moeilijk van je af te schudden is. Ook ik ben geinfecteerd….

Orgaandonatie

Na de geniale donorshow van BNN is de discussie over orgaandonatie weer helemaal terug. GroenLinks pleit nu voor het nee-tenzij stelsel, wat als je het mij vraagt een radikale inbreuk is op liberale principes.

Een van de kernprincipes van het liberalisme is het idee dat mensen hun eigen lichaam bezitten: “Self-ownership”. En dat je hier alleen maar vrijwillig afstand van kan doen. Ik ben ten minste meester van mijn eigen lichaam. Hieruit leidt bijvoorbeeld Locke zijn hele theorie van bezit af, die later door Nozick is over genomen. Maar ook het verbod op slavernij is hierop gebaseerd. En werk van libertarisch-socialistische filosofen als Cohen. Dit principe leidt tot een zeer progressieve medische ethiek. Mensen mogen zelf beslissen of zijn een abortus willen, euthanasie of suicide willen plegen, hun lichaam willen verbouwen of vervuilen enz.

Het uitgangspunt van het “nee ten zij”-stelsel van orgaan donatie is echter het tegenover gestelde. Niet de burger beschikt in principe over zijn eigen lichaam maar de overheid. Na overlijden wordt, als je geen bezwaar maakt, je lichaam het bezit van de staat en niet van de na bestaanden, die wel de rest van de erfenis krijgen. Hiermee wordt dus het idee dat jouw lichaam van jou zelf en dat jij er zelf mee mag doen wat je wilt, radicaal geschonden. “Vrijzinnig links” noemt men dat, ik denk eerder aan totalitair links dan …

Alice in Chaosland

Gisteravond was weer een vergadering van toekomst.groenlinks. De chaos en gebrek aan organisatie die de eerdere vergaderingen zo kenmerkte, kenmerkte ook deze vergadering.

Zo ook bij mij, ik was heel even op Inti’s weblog en realiseerde me aan de hand daarvan dat de vergadering een week eerder was. Paniek in de tent! We hadden namelijk drie huiswerk opdrachtjes gekregen: na denken over maatschappelijke veranderingen sinds 1991, na te denken over de veranderingen binnen GroenLinks tussen 1994 en 2006 aan de hand van twee verkiezingsprogramma’s en na denken over de tekst van het programma. Stukken uitgeprint en op de trein gesprongen. Ik had een groot deel wel al bekeken in het weekend, maar moest toen komen tot een aantal concrete kritiek punten. Dat was mij alleszins gelukt.

Eenmaal in Utrecht aangekomen was er geen planning of agenda gemaakt. Noch was het duidelijk wanneer de vergadering moest stoppen (uiteindelijk erg vroeg omdat sommige mensen weg gingen). We begonnen gewoon maar ergens. Mijn weinig schokkende voorstel om alles wat we aan “huiswerk” hadden mee gekregen te bespreken kreeg enige steun. Chaos in de tent. Je zou toch denken dat een groot deel van de mensen de hele dag al vergadert en dus weet wat er gebeurt als je slecht vergadert, aan de andere kant, misschien zijn zij dan ook een te strakke vergadering zat.

Toen bleek echter dat een deel van de aanwezigen niet eens wist wat hij moest doen of zich niet had voorbereid. Dat leidt uiteraard tot oneindige, soms weinig coherente woordenstromen. Het meest opvallend nog was dat die mensen die zeiden zich niet te hebben voorbereid het meest praten. Shirking in de tent.

Dus waren we toen de eerste mensen weg moesten, nog niets eens bij het tweede agendapunt of het derde agendapunt. Dat had mensen (die zich niet hadden voorbereid) niet tegen gehouden zeer wonderbaarlijke exegese van allerlei teksten te doen. Ja, de kernthema’s van GroenLinks zijn “ecologische moderniteit”, “sociale politiek”, “internationale solidariteit” en de “multiculturele samenleving”. Nadat daar ook “democratie” aan toe was gevoegd, was ik het er mee eens, immers hier werden DWARS’ duurzaamheid, solidariteit, diversiteit, democratie en vrede (dat laatste wat te ambigu) verwoord. Maar dat staat niet in het GroenLinks beginselprogramma.

Er moesten dus lijstjes gemaakt worden met de veranderingen binnen GroenLinks, de veranderingen in de wereld en de zwakke punten van het beginselprogramma die uiteindelijk moesten leiden tot een lijst van thema’s met sprekers en stellingen. Daar zijn we nooit aan toe gekomen. De secretaris heeft uit de vergadering wel punten gehaald, maar voor mij was dat ook een onwerkelijke exegese van de vergadering. Met name als alle eerder punt gemaakte vervallen lijken en de samenvatter alleen maar herhaalt wat de laatste spreker heeft gezegd. Mijn common sense voorstel om op het whiteboard bij te houden welke punten we nu gekozen hadden werd resoluut afgewezen. Dat moest jezelf maar bij houden. Dus ging Bart weg met zes punten (let wel voor +-16 bijeenkomsten) en ik met vier.

Toen ik na de vergadering mijn onvrede uiten, mocht ik het doen met twee opmerkingen. Ten eerste, was er weinig tijd. Ja, dat krijg je ervan als je een commissie vult met prominenten. Maar als je weinig tijd hebt dan zorg je toch voor een strakke vergadering. Niks geen slecht voorbereidde uitweidingen, maar: we willen over 2 uur deze informatie van jullie hebben. In vergelijking met DWARSe bestuur vergadering is dit een volslagen chaos.
Ten tweede was dit een brainstormend groepsproces, dat moet je niet te veel sturen. Dan zou ik het proces laten leiden door mensen die verstand hebben van brainstormen. Want als ik het goed begrijp moet je dan niet uitweiden en in discussie gaan, maar gewoon thema’s op schrijven (op een white board!). En dan daarna schrappen.

En toch, als ik dan iemand hoor spreken over de noodzaak Nederland en GroenLinks zo snel mogelijk op te heffen en te fuseren in een Europese federatie en partij, omdat daar het strijdtoneel is voor linkse globalisering, weet ik weer waarom ik lid ben van GroenLinks.

Dan maar promovendus?

Donderdag en vrijdag zat ik Antwerpen bij het politocologen etmaal een conferentie van de Vlaamse en Nederlandse politicologenverenigingen. Samen met een van mijn docenten waar ik al een tijdje student-assistent bij ben, Huib Pellikaan gingen we een paper presenteren, een kritiek op het werk van de invloedrijke politicoloog Arend Lijphart. Wat we grofweg zeggen is dat Lijphart zijn eigen model niet goed toe past en daarom onjuiste conclusies trekt. We willen lijphart "over-lijpharten"

Ik was nog nooit eerder op zo’n soort conferentie geweest, gelukkig wist de voorzitter, een goede vriend van mij, Gijs-Jan Brandsma, wel wat je dan moet doen: meteen in het diepe. De opzet is als volgt, per werkgroep worden er zo’n 7-12 papers besproken, die over dezelfde thematiek gaan. Iedereen die een paper heeft geschreven krijgt een paper van een ander om te reviewen. Ik als eerste een paper van Marianne van der Steeg, een "post-doc" die over Europese verantwoording in nationale parlementen schrijft. Ik mocht ik dus als eerste van de conferentie een review houden over een onderwerp waar ik niet heel van af weet van iemand die al gepromoveerd is terwijl ik nog maar een lowly BA’tje ben. Een beetje zenuwachtig was ik dus wel. Maar ik geloof dat Marianne erg blij was met m’n opbouwende kritiek en dat ik een goede inleiding heb gegeven op het debat dat volgde. Voor niet politicologen overigens weinig interessant als het gaat om zaken als casus-selectie, als dan niet impliciete causaliteit, en het combineren van kwalitatieve met kwantitatieve analyse .

Als je zegt dat het universititaire bestaan bestaat uit grofweg vier pilaren: onderzoek, onderwijs en wetenschappelijk debat en besturen. Dan ben ik tot nu toe uitgebreid in aanraking gekomen met het eerste, dankzij mijn opleiding en mijn werk als student-assistent, en ben ik hier best goed in, ten minste in het statistische/analytische deel in het plaatsen en marketen van onderzoek heb ik vaak gewoon geen zin. Onderwijs ken ik alleen nog maar passief als student, gelukkig ga ik (waarschijnlijk) volgend jaar les geven in politieke filosofie voor zij-instromers. Het wetenschappelijk debat heb ik dus in Antwerpen mee gemaakt. En eerlijk gezegd dat beviel me erg. Zelf kritisch na denken over andermans werk, met de kritiek van anderen omgaan (overnemen/pareren) en deelnemen in debatten over wetenschap, vind ik erg leuk. Van het laatste "bestuur" heb ik als lid van de opleidingscommissie Wijsbegeerte wel wat mee gekregen, maar daar heb ik tot nu toe maar weinig meer. Gelukkig is dat weer belangrijker voor mensen die al hoger op de lader staan.

Het lijkt me wel wat, dat universitaire bestaan: lezen, schrijven, onderzoeken, kritisch mee denken.

Overreactie

Ook ik heb naar aanleiding van de ongeldige stem in Noord-Holland over gereageerd. Ik denk dat de nadelen van weblogs waarin iedereen ongestraft z’n mening kan uit wel weer bewezen zijn. De reactie op de weblogs tov deze ongeldige stem waren snel, genadeloos en zaten er vaak (mij zelf incluis) naast: geen comploot gewoon iemand in paniek. In de reacties valt nu weer bij sommigen dezelfde zure toon te horen en bij anderen een verzoenende toon. Ik denk dat je hiervandaan maar een ding kan doen: Cheryl en Harmen alle sterkte wensen bij het uitwerken van de problemen binnen de fractie.

Something Rotten deel II

Arme Oscar Dijkhof en arme Zuid-Hollandse fractie, omdat wij weten wie zij zijn krijgen zij alle kritiek over zich heen. Je zou wat ze gedaan hebben politiek belletjelel kunnen noemen, terwijl er een “politiek sluipmoordenaar” zich in de Noord Hollandse statenfractie bevindt. Dat er woede over de -voorlopige- uitslag is begrijp ik. Maar dat die zich uit op Dijkhof c.s. vind dit volslagen onterecht en wel om drie redenen:

1) Het is niet ongebruikelijk dat er mensen op voorkeursstemmen de Eerste Kamer in komen. Bij bijna alle partijen gebeurt dit. Dit is een discretie die in het systeem van verkiezen van de Eerste Kamer besloten ligt en aan de leden van de provinciale staten wordt overgelaten. Immers we kunnen daar ook met een gesloten lijstenstelsel werken.
2) Waar Dijkhof c.s. tegen in opstand kwamen is niet zo zeer dat wat is vastgelegd in de statuten maar de interpretatie die daar door met name de kandidatencommissie aan is gegeven. Let wel in de partijraad is al menig kritiek op de handelingswijze van deze kandidatencommissie geuit, omdat zij zich niet aan hun opdracht hebben gehouden door absolute kwalificeringseisen als relatief toe te passen. Dus ze hebben gekwalificeerde mensen on te recht te laag geplaatst. Hiertegen zijn Laurier en Platvoet succesvol in opstand gekomen. Anderen hebben zich terug getrokken. Alhoewel de beweegredenen van de partijraad altijd giswerk is, heeft de partijraad ook aan haar onvrede over het eigenzinnig handelen van de kandidatencommissie uiting gegeven door het aantal plekken op de lijst niet aan te passen aan het aantal kandidaten dat er waren, want daar had de kandidatencommissie zich ook niet aan haar opdracht gehouden. Opvallend dat zo’n kandidatencommissie nooit echt verantwoording hoeft af te leggen over het proces!
3) De beslissing is in de laatste plaats niet aan het congres, de partijtop of de statenfracties, maar aan de kandidaten zelf. Als Laurier onder deze druk zijn kandidatuur wil terug trekken, kan dat als nog en kan Koster-Dreese wel in de EK komen. Die vijfde zetel krijgen we zo gemakkelijk niet terug.

Ideologisch familie bezoek: Denenmarken

Project 2008 wilt over grenzen heen kijken. In ons geval geen VOC-mentaliteit (toch?) maar common sense, kijken of eerdere veranderingsprocessen bij onze broeder- en zusterpartijen tot interessante gevolgen heeft geleid. Dat opent de vraag: wij is je familie dan? GroenLinks is lid van de grote gezellige familie Europeese Groene Partij en de Wereldwijde Groenen. Die eerste biedt GroenLinks een uiterst interessant stief/pleeg/geadopteerd zusje, waarover ik toevallig vanmiddag het wikipedia artikel heb geschreven: de Socialistische Volkspartij (SF).

De SF lijkt qua geschiedenis sterk op de Pacifistisch Socialistische Partij, een van de oprichters van GroenLinks: in de late jaren ’50 opgericht als socialistische partij die een derde weg zocht tussen de op de Verenigde Staten-gerichte sociaal-democratie en de op het Soviet Unie-gerichte communisme, wordt de partij in de jaren ’60 groot als politieke tak van de vredes-, vrouwen- en milieubeweging. De cruciale break zit ‘m echter daar: de SF groeit door tot een politieke actor van belang die in de late jaren ’60 en de vroege jaren ’90 linkse minderheidsregeringen steunt, met zo’n 10% van de stemmen en zetels. Daarnaast is het, in het diep over Europa verdeelde Denemarken in 1971 de enige partij in het parlement is die tegen de toetreding tot de EU is. Tot het rood-groene profiel van de SF wordt naast socialisme, groene politiek en feminisme ook euroskepticisme toegevoegd. Samenwerking met anderen leidt (net als binnen de PSP) tot interne strubelingen met name met de meer Trotskistische georienteerde tak, die in 1968 voor zich zelf begint. Als de partij in de jaren ’90 weer haar steun verleent aan een linkse minderheidsregering komt een alliantie van nog linksere partijen het parlement in. In de jaren ’90 raakt de partij hevig verdeeld over haar eigen politieke profiel. De partij verliest zetels, heeft concurrentie van links, de samenleving veranderd. Het grootste thema dat de partij verdeeld is Europa. Een deel van de partijtop is klaar om het Europa van mens en milieu dat nu gevormd kan worden te omarmen. Als een van de stappen om Europa te omarmen verlaat de partij in het Europees Parlement de Euroskeptische GUE/NGL, waar de SP lid van is, voor de EGP-EVA, waar GroenLinks lid van is.

Wat is hier nou interessant voor GroenLinks?
Ten eerste, GroenLinks als groene partij erg ambigue. We zijn opgericht door socialisten, communisten, groenen en progressieve christenen. Met name die eerste groep, de PSP, heeft zich altijd moeilijk weten te plaatsen. De PSP valt echter zeer goed te plaatsen in een traditie van linkse partijen in Noord-Europa, die zich nu in de Noordse Links Groene Alliantie samen werken en vroeger aan “volkssocialisme”. Ze hebben middelgrote leden in alle Noordse landen: IJsland, Denenmarken, Norwegen, Zweden en Finland. GroenLinks is hier, door de PSP, ideologisch mee verbonden. GroenLinks klakkeloos een Groene Partij noemen kan volgens mij niet zo maar.

Ten tweede, de SF is net als GroenLinks verdeeld en verward over haar identiteit. Vragen als “Voor of tegen Europa?” “Zijn we een partij voor de man op de straat of voor de intellectuele elite?” en “Is cultureel liberalisme en groene politiek te verenigen met radicale sociale politiek?” spelen zowel hier als daar. Het is de vraag in hoeverre dit overblijfsel van de Koude Oorlog zich kan handhaven zonder zich radicaal te vernieuwen, te vergroenen en op zoek te gaan naar nieuwe (liberale?) inspiratie bronnen. Dat lijkt me voor een Socialistische Volkspartij echter een stuk moeilijker dan voor een partij als GroenLinks die altijd al niet dogmatisch is geweest over haar ideologie en de nadruk heeft gelegd op vernieuwing, creativiteit en intern debat.

De muis die brulde …

Of ‘ie z’n zaterdagmiddag niet beter kon besteden vroeg Hans, een van de leden van de partijraad, aan de partijvoorzitter, Henk. Henk kon moeilijk antwoord geven op de vraag maar probeerde te benadrukken dat hij open stond voor alle punten die de partijraad wilde aandragen. Vervolgens keerde hij terug naar het inhoudelijk debat: het bestuur was inderdaad van plan de motie van Arend over te nemen. Een overwinning voor de partijraad, waar zij al maanden voor had gepleit (een open procedure voor de aanmelding van de leden van project 2008) was eindelijk bereikt! Vervolgens verliet Hans de zaal: zijn boodschap was duidelijk, leden van de partijraad konden hun tijd beter gebruiken dan invloed hebben op het partijbestuur. De krant lezen op een terras.