Evenredig verdelende referenda

Ik ben zelf geen fan van referenda zoals ze nu worden gebruikt. De vraag is vaak ben je ergens voor of tegen en dan legt de meerderheid (50%+1) de wil op aan de minderheid. Om dezelfde reden zijn referenda ook niet geschikt voor vraagstukken van verdelende rechtvaardigheid, mijn eigen interesse. Want dan zal de rijkste of armste 50%+1 zich inspannen om de andere 50%-1 arm te houden of geld af te nemen.

Er is een andere manier om referenda te gebruiken. Stel een land vindt een grote bodemschat. Aardgas bijvoorbeeld. Een overheidsbedrijf gaat dit delven en verkopen. De prijs wordt bepaald door de wereldmarkt, dus maakt het bedrijf winst. De vraag is nu wat er met de winst moet gebeuren. Je zou dit in een referendum aan de bevolking kunnen vragen. Iedere burger stemt voor die uitgave van het geld die zij het belangrijkst vindt. Vervolgens wordt dit opgeteld en wordt het geld evenredig uitgegeven (in zelfde percentages het geld uitgegeven, als de stemmen zijn uitgebracht). Uiteindelijk wint iedereen, want iedere stem bepaalt de bestending van het geld.

Politieke partijen bepalen de mogelijkheden: De conservatief liberalen zullen ervoor pleiten het geld te gebruiken voor een algehele belastingverlaging (“een winstuitkering voor iedere burger”). Sociaal-democraten zullen ervoor pleiten het geld te steken in een infrastructuur- en industriele ontwikkelingsfonds (“investeren in de toekomst”). Progressief liberalen pleiten voor investering in een onderwijs- en onderzoeksfonds (“investeren in de toekomst”). Christen-democraten willen het geld gebruiken om de staatsschuld af te lossen om zo het land klaar te maken voor de vergrijzing (“investeren in het verleden”). Groenen zullen twijfelen tussen het opkopen van CO2-uitstootrechten op de emissiemarkt om zo de mileuschade van het gasverbruik te niet te doen of het geld steken in een ontwikkelingssamenwerkingsfonds (“wij hebben geen recht op onze grondstoffen, die zijn van de hele wereld”). De burgers stemmen. Voor iedere 1% uitgebrachte stem wordt 1% van de winst in een bepaald fonds gestort.

Zo kan je directe participatie van alle burgers combineren met invloed voor minderheden en besluitvorming over verdelingsthema’s.

Alice needs you!

Vanavond weer een vergadering van toekomst.groenlinks. De voorbereiding voor “debat in de tent” (het debat weekend in 15/16 september) is in volle gang. Wij van het begeleidingspanel beginselen zijn nu opzoek naar tegenstellingen/dilemma’s/verandering/vragen om de debatten over idealen daar om heen te kunnen organiseren. Wij willen daar natuurlijk niet te veel insturen, maar moeten toch vragen op werpen. Want zonder vragen krijg je geen reactie. Daarom heeft ieder lid van ons begeleidingspanel huiswerk mee gekregen: denk na over 1) welke maatschappelijke verandering jij signaleert sinds 1991 die gevolgen hebben voor de idealen van GroenLinks (bv. in 1991 was de val van de muur zo’n maatschappelijke verandering) en 2) welke idealen uit het uitgangspuntenprogramma van 1991 onbetwist zijn en welke veel moeilijker. Ik ga mijn huiswerk, als kind van de internet-generatie natuurlijk interactief op lossen. Ik ga hier mijn lijstjes bij houden en dan krijgen jullie de kans om te reageren aan te vullen etc.

Maatschappelijke veranderingen:
1) Groeiende tegenstelling tussen de winnaars en de verliezers van economische en culturele globalisering in Nederland. Tussen diegene die baat hebben bij de internationale economie en diegene die gevaar lopen door de internationale economie. Met name de gespleten positie van linkse partijen hierin is voor GroenLinks een groot dilemma.
2) De benarde positie van de islam, zowel in Nederland waar moslims zich economisch, sociaal en politiek onderkant van de samenleving bevinden als internationaal waar moslims zich of in het slagveld van de oorlog tegen het terrorisme bevinden (Israel, Irak, Afghanistan en straks misschien ook Iran) of in dictaturen. Dit voedt segregatie en radicalsering.
3) De monopolie positie van het neo-liberalisme in het academische discours, de internationale economie en het openbaar bestuur. Is er een alternatief voor marktwerking?
4) Steeds prangender worden van klimaatverandering. Een beetje een open deur maar toch.
5) Opkomst van het populisme, waardoor directe en participatieve democratie steeds minder aantrekkelijk wordt voor weldenkend links.
6) Effecten van economische globalisering op de armste landen: nieuwe en oude vormen van uitbuiting en slavernij. Verplaatsing van milieuproblemen naar armste landen.
7) Sociaal-democratisering van de Europese politieke agenda, die het voor linkse partijen aantrekkelijker heeft gemaakt om voor Europa te zijn. Europa is zich meer gaan bemoeien met regionale ontwikkeling, sociale zaken, maar ook onderwijs en wetenschap.
8) Afhankelijkheid van energie van landen als Rusland.
9) Opkomst van China, India, Brazilie en als serieuze economische machten met sociale, economische en ecologische gevolgen aldaar (en hier!)
10) Democratisering van Oost-Europa. Een positief punt!
11) Groeiende aandacht voor dierenrechten en -welzijn.
12) Opkomst van conservatisme en gemeenschapszin tegen het “doorgeslagen individualisme” van de jaren ’90.

GroenLinkse idealen
(volgt nog)

Homofoob beleid in Europa verklaard!

Dat Polen is een bar homofoob land, weten we helaas al veel te lang. Gelukkig dat de homo’s daar met steun van Europese politici, als Kathalijne daar tegen in opstand komen. De vraag rijst waarom Polen zo’n homofoob beleid voert, terwijl andere katholieke staten (als Belgie en Spanje) veel progressievere zijn. Ook in andere Oost-Europese staten als Tsjechie en Hongarije is het beleid veel minder homo-onvriendelijk.Gelukkig biedt Wikipedia inzicht, daar staat een interessante opsomming van homo rechten per land. Op basis daarvan heb ik een statistische analyse gedaan: wat bepaalt het homofobe beleid van Europese staten?

Eerst heb ik een index gemaakt, die bestaat uit zes indicator: mogen homo’s een samenlevingscontract ("civil union") sluiten? Of een huwelijk? Mogen homo’s het leger in? Mogen homo’s kinderen adopteren? En treedt de overheid op tegen homo-discriminatie? Deze zes indicatoren zijn hoog in dezelfde landen en laag in dezelfde landen (voor de statistici: een cronbach’s alpha van .814!).Nederland en Belgie scoren het best, Servie, Oekraine en aantal andere landen die het goed deden op het Eurovisie song festival scoren het slechts. Ook Polen bungelt ergens onderaan. Er is dus een consistent patroon tussen de landen van Europa waar het gaat om homobeleid,

Vervolgens heb ik gekeken of dit patroon verklaard kan worden door religie en lidmaatschap van de Europese Unie. Lidmaatschap van de EU opzich verklaart al een boel (28,4% van de variantie). Dat geldt ook voor het zijn van Orthodox (34.0% van de variantie). Het beste model (dat 70.0% van de variantie verklaart!) bestaat uit de volgende factoren: vier variabelen die aangeven of een land protestants, katholiek of gemengd protestants/katholiek is en een variabele die aangeeft wanneer een land is geprobeerd heeft lid te worden van de EU (oprichters, 1972, jaren ’80, 1994, jaren ’00, nu in de wachtkamer, nog niet). Het zijn van protestants, katholiek (!!) en gemengd protestants/katholiek (voor de statistici: dit houdt in dat het zijn van orthodox of islamitisch een negatief effect heeft) heeft een positief gevolg op homo-beleid en de belangrijkste indicator is de variabele die aangeeft wanneer een land bij de EU is gekomen.

Al met al wordt het beleid van een land ten opzichte homo’s dus bepaald door het dominante geloof en het lidmaatschap van de EU: oude EU-staten en landen die protestants, katholiek of beide zijn doen het beter dan staten die korter of niet bij de EU zitten en die orthodox of islamitisch zijn. Polen is dus met name homofoob omdat het land pas zo kort bij de EU zit en niet omdat het katholiek is!

Inti heeft een kritische noot achter gelaten. Ik denk dat er zeker kritisch af te dingen is op de analyse:

* Het is gebaseerd op 41 cases, wat niet kan in regressie. Daarnaast zijn er meerdere indexen gebruikt, terwijl regressie alleen kan worden toegepast op "ratio-interval"-data kan gebruiken.

* Het is de vraag in hoeverre de selectie van de cases (allemaal uit Europa, het "walhalla" voor homo’s) de resultaten niet vervormd.

* Een aantal variabelen missen, met name religiositeit (de mate van religie), waardoor de analyse tekort schiet. Het is ook erg zonde dat de religie-variabelen erin gezet zijn als dichotomieen, waardoor hun effect niet erg zichtbaar wordt.

* Het is de vraag in hoeverre er naast een statistisch een causaal verband is tussen de variabelen en hoe dat dan zou lopen. De causaliteit is ook moeilijk af te leiden uit de "theorie" want die mist. De vraag is met name of lidmaatschap van de EU daadwerkelijk progressief homo-beleid veroorzaakt of dat er andere factoren zowel het lidmaatschap van de EU als het homo-beleid bepalen.

Echter in vergelijking met veel van de statistiek die ik langs heb zien komen in mijn opleiding valt deze analyse nog wel mee.

GroenLinks: politieke partij of milieuorganisatie?

Woensdag organiseerde GroenLinks een actie van Cool Climate op het Plein in Den Haag. Femke Halsema en Beau van Erven Dorens speelden met ijs en vuur en overhandigden Jacqueline Cramer een Cool Climate Manifest. Op de linkse lente . Zelfs het Journaal had er aandacht voor. De minister zei het in grote lijnen eens te zijn met de voorstellen. Al met al een geslaagde actie.

GroenLinks heeft het initiatief genomen voor Cool Climate. Dat kan je duidelijk zien omdat een deel van de BN’ers zich ook al eerder aan GroenLinks hebben verbonden tijdens Femke on Tour en eerdere activiteiten, denk aan Geert Mak en Wubbo Ockels. Daaraan toegevoegd zijn allerlei maatschappelijke organisaties waarmee we schijnbaar toch goede relaties onderhouden (milieudefensie, Greenpeace, NOVIB, FNV). Ook hebben zich een aantal D66’ers zich aangesloten. Dit GroenLinks initiatief lijkt een neutraal maatschappelijk initiatief waar iedereen voor zal zijn.

Het punt is echter dat GroenLinks hier succesvol heeft gehandeld als milieuorganisatie en niet als politieke partij. Bij de SP was iedereen in een SP-jasje gehezen en was Jan’s Klimaat een subpagina geweest van sp.nl. Dan was het duidelijk de SP neemt hier actie tegen klimaat verandering. GroenLinks stelt zich veel bescheidener op, organiseert een actie zorgt ervoor dat alles goed loopt en dat het GroenLinks programma in de tienpunten is verwerkt, en trekt zich dan terug. Het Journaal zegt alleen maar dat politici, wetenschappers en BN’ers dit initiatief hebben genomen (zoals ook uit het persbericht blijkt), alleen Femke weet de naam "GroenLinks" nog in haar interviewtje te droppen. Zo bereik je waarschijnlijk wel inhoudelijk wat je wilt: bewustwording en actie op het gebied van klimaatverandering. Dat is typische de doelstelling van een milieuorganisatie. De vraag is echter of je politieke partij wel bereikt wat je wilt: meer kiezers en sympathisanten voor GroenLinks. Die vitale grondstof voor politieke partijen wordt zo niet aangeboord.

Wat me hieraan fascineert (onafhankelijk of dit nou een goed of een slecht initiatief is) is dat GroenLinks soms verweten wordt ver af te staan van actiegroeperingen, maatschappelijke bewegingen en belangengroepen. Nu gedraagt GroenLinks zich als zo’n organisatie! Dat vind ik een fascinerende paradox.

Dilemma’s in de Publieke Ruimte

Het overkomt bijna iedereen die met de trein reist: overlast van anderen. Neem bijvoorbeeld mensen die telefoneren, (te luid) muziek luisteren of met elkaar praten. Mag je daar dan iets van zeggen? Of als je aangesproken wordt moet je je dat aan trekken.

Er zijn diegene die vinden dat je daar iets van mag (nee zelfs moet!) zeggen: de trein is immers de publieke ruimte. Daar moet je rekening met elkaar houden.

Er zijn anderen die een tegenovergestelt standpunt innemen. Als iemand van hen zou vragen hun muziek zachter te zetten, zouden zij de neiging voelen hun muziek harder te zetten: de trein is immers de publieke ruimte. Daar moet je rekening met elkaar houden.

De vraag is volgens mij onbeantwoordbaar:
Ten eerste, is de verdediging van beide kanten het zelfde: Je moet in de publieke ruimte rekening met elkaar houden.
Ten tweede, is het een typisch geval van conflicterende vrijheden: de vrijheid van overlast van de een, breekt in in de vrijheid om cultuur of gezelschap te beleven van de ander.
Daarnaast is er geen oplossing: de ene burger heeft niet het recht om van de andere burger te eisen zich op een bepaalde manier te gedragen. Geen van beide heeft autoriteit over de ander. Burgers moeten hier samen uitkomen.
Er is ook geen stel regel die bepaalt wiens vrijheid prioriteit, heeft. Getallen lijken er niet toe te doen: het klinkt redelijk dat een coupevol mensen mag vragen aan iemand om stil te zijn. Anderzijds lijkt het niet legitiem dat een coupevol baldadige jongeren herrie maken als er een iemand anders bij zit, die daar last van heeft, alleen omdat ze met meer zijn.
De sympathie van de meesten zal liggen bij diegene die rust willen en geen overlast veroorzaken. Immers hun handelen veroorzaakt geen overlast. Anderzijds val je door iemand aan te spreken haar ook lastig.

De vraag fascineert me omdat je zo de opmerkelijke natuur van de publieke ruimte kan zien: van iedereen en daardoor van niemand.

voorpublicatie

Alle leden van de commissie project 2008/toekomst.groenlinks/project beginselen, partijdemocratie en strategie/Van Ojik-II is gevraagd om input te leveren voor de aankomende discussie. Ik heb er mij ook op toegelegd zo’n stuk te schrijven, sterk vanuit mijn perspectief als coordinator van de commissie politieke vernieuwing van DWARS: de vraag wat kan GroenLinks leren van DWARS?

Het stuk is bijgevoegd voor geinteresseerde GroenLinksers/DWARS’ers. Alle commentaar is welkom en zal verwerkt worden in de uiteindelijke versie!

Ik heb aan het verzoek van Reinout (open formaat!) als volgt uitvoering gegeven. Het stuk staat nu integraal hieronder:

DWARSe beginselen en GroenLinkse diversiteit

Soms is jeugd haar tijd ver vooruit. Zo ook DWARS: terwijl binnen GroenLinks het debat over de beginselen nog steeds moet los barsten, heeft DWARS haar beginselmanifest in 2006 al gewijzigd. Ik zal hier kort uitleggen hoe en waarom het DWARS beginselmanifest gewijzigd is om vervolgens uit te leggen hoe dit zich relateert tot de beginseldiscussie binnen GroenLinks.

In augustus 2005 wijzigde DWARS op advies van een commissie bestuurlijke vernieuwing radicaal haar statuten. Deze commissie raadde het bestuur ook aan om een commissie politieke vernieuwing in te stellen die kritisch zou gaan kijken naar het pas vier jaar oude “manifest voor een betere wereld” van DWARS. Dat had in de gesprekken van deze commissie veel stof op doen waaien. In december 2005 werd de commissie door het congres benoemd, er in zaten een aantal prominente DWARS’ers (oud-bestuursleden en woordvoerders) waaronder ikzelf. De commissie voerde in de lente van 2006 een groot aantal gesprekken met DWARS’ers over hun idealen. Uit deze gesprekken werd een aantal voorstellen tot wijziging van het beginselprogramma gedestileerd. Deze werden op het congres van September 2006 aangenomen. Overigens behoorden wij waarschijnlijk tot een kleine minderheid van GroenLinks’ers, die niet blij waren dat dankzij de motie van Femke Halsema het kabinet Balkenende was gevallen: door de vervroegde verkiezingen werden wij gedwongen om onze deadlines met 3 maanden te vervroegen naar september 2006. De belangrijkste conclusies van onze gesprekken en daardoor inhoud van onze wijzingen waren:
• DWARS’ers verschilt sterk van mening over wat zij als centrale DWARSe waarden beschouwen: sommigen mensen stellen solidariteit centraal, anderen denken dat het woord “vrijheid” het hele beginselprogramma kan vervangen, weer anderen stellen duurzaamheid centraal of vrede of democratie. Het is onmogelijk om hier tussen te kiezen. Daarom moet DWARS meerdere idealen centraal stellen en haar interne pluriformiteit benadrukken.
• vrijheid, diversiteit en vrijzinnigheid moeten een grotere rol binnen het DWARS programma krijgen. Ook zou er een sterkere nadruk gelegd moeten worden op diversiteit en cultuur.
• het vorige programma is op sommige punten erg radicaal, dogmatisch en negatief. In plaats daarvan zou het programma een idealistische optimistische vrolijke en niet dogmatische toon moeten hebben. DWARS moet niet een blauwdruk hebben voor de toekomst, maar moet voortdurend op zoek gaan naar vernieuwende ideeën en creatieve oplossingen.
Vanuit dit perspectief zijn wijzigingen op het beginselmanifest voorgesteld. De belangrijktste wijziging zit in de inleiding. De centrale paragraaf van de nieuwe inleiding is:

DWARS stelt niet één ideaal centraal, maar meerdere: deze diversiteit aan idealen is een reflectie van de diversiteit binnen DWARS. DWARS koestert haar eigen diversiteit, is niet dogmatisch, en zet zich actief in voor vrolijke, creatieve en vernieuwende ideeën.

Vervolgens stelde DWARS vijf idealen centraal: duurzaamheid, solidariteit, vrijheid, vrede en democratie. Deze idealen waren allen vertegenwoordigd in de gesprekken die we gevoerd hadden, maar vinden ook hun basis in de geschiedenis van DWARS en GroenLinks, die sterk verbonden is met de milieubeweging, de vakbondsbeweging, allerlei emancipatiebewegingen, de vredesbeweging en de democratiseringsbeweging van de jaren ’60, ’70 en ’80.
Het nastreven van meerdere idealen is geen teken van zwakte. GroenLinkse politiek is keuzes maken tussen verschillende idealen, op zoek gaan naar synergie tussen die idealen maar ook oog hebben voor het feit dat kiezen voor een ideaal in een bepaald geval, negatieve gevolgen kan hebben voor een ander nastrevenswaardig ideaal. Dat houdt in dat GroenLinks en DWARS genuanceerde politiek voeren en voortdurend kijken hoe je in een bepaalde situatie je eigen idealen toepaste en aan elkaar verbindt. Dit leidt niet tot grijs pragmatisme maar tot het voortdurend streven naar innovatieve en creatieve oplossingen. Ik voel me in deze opvatting ondersteund door Dick Pels, die bij een lezing op het laatste DWARS congres opmerkte dat het nastreven van een enkel ideaal niet goed is omdat ieder ideaal een zelfkant heeft, te ver door kan slaan. Je zou dan meerdere idealen moeten na streven om deze in balans te houden: om er voor te zorgen dat solidariteit duurzaam is en democratie oog heeft voor diversiteit.

Ik verwacht, en gezien het debat binnen GroenLinks is dat geen rare verwachting, dat wij als toekomst.GroenLinks-commissie evenveel meningen binnen GroenLinks gaan vinden als binnen DWARS. Er zijn mensen die streven naar een sociale volkspartij, anderen naar een kosmopolitische en tolerante emancipatiepartij, weer anderen zullen op zoek zijn naar de enige groene partij van Nederland. Een teken van de diversiteit binnen GroenLinks is te vinden op de site www.150volksvertegenwoordigers.nl. Hier krijgen alle Tweede Kamerleden de kans om iets over zichzelf te vertellen. Waar alle SP’ers zich zelf “socialist” noemen (en een groot deel Jan Marijnissen noemt als grootste politiek denker) noemt de ene GroenLinkser zichzelf sociaal-ecologist (Wijnand Duijvendak), de ander zich progressief liberaal (Mariko Peters), een derde zich sociaal-liberaal (Naima Azough) of libertijn (Tofik Dibi) en Ineke van Gent noemt zich zelf “socialist”. Dit is een prachtige verscheidenheid.

Ik denk dat er binnen het toekomst.groenlinks-project ruimte moet zijn voor de bestaande diversiteit binnen GroenLinks en dat ook het uiteindelijke eindproduct deze diversiteit moet reflecteren. Ruimte voor mensen die de nieuwe “liberale” koers toe juichen en voor mensen die er skeptisch tegenover staan, ruimte voor vrijzinnige GroenLinkers en voor groene, socialistische en pacifistische GroenLinkers. Voor mensen wiens hart ligt bij de ontwikkeling van de armste landen, die zich zorgen maken over de gevolgen van klimaatverandering en diegne die zich inzetten voor vluchtelingen. Een nieuw (mogelijk) beginselprogramma van GroenLinks zal dezelfde geest ademen als het DWARS beginselmanifest: divers en niet-dogmatisch.

Deliberatieve Democratie on speed

Terwijl GroenLinks voor de laatste keer terugblikte op het lange campagne jaar 2006, opende DWARS haar armen voor Jonge Groenen uit Duitsland en Vlaanderen om te praten over de toekomst van Europa. Ik ging naar beide activiteiten toe. Ik zal nu kijken naar de GroenLinkse regiobijeenkomst nabeschouwing permanente campagne. Misschien dat ik later nog terug kom op de DWARSe Euregionale weekend.

De regiobijeenkomst had een bijzondere opzet bedacht door de commissie samen met een communicatie bureau. Je moest eerst zelf je drie kritiekpunten op de GroenLinkse campagne formuleren. Daarna moest je deze punten in allerlei groepjes bespreken om te komen tot een gezamelijke top drie te komen. Daarna werd een vertegenwoordiger (“voorzitter”) in ieder groepje aangewezen om de lijstjes met anderen hun lijstjes samen te voegen, tot een lijstje van zes. Vervolgens werd er weer uit dat groepje een vertegenwoordiger gekozen die met vijf anderen onder bezielende leiding van Kathalijne Buitenweg een top-negen moest samenstellen. Een homeopathisch proces volgens sommigen, deliberatieve democratie on speed als je het mij vraagt.
Ik werd iedere keer door mijn groepje naar voren geschoven om hun te vertegenwoordigen. Ik denk met name omdat ik ieder groepje sterk had op getreden bij het zoeken naar een gezamelijke lijst van kritiekpunten.
Helaas viel veel van “mijn” werkgroep leden het lijstje erg tegen. Met name die gene die later waren gekomen hadden, misten een radicale kritiek op de politieke koers. Ik wil hier uitleggen wat ik denk wat er in het proces is ‘mis’gegaan. Met name de laatste rond van voorzitters ging niet goed. Ik kijken wat er mis is gegaan vanuit drie verschillende perspectieven: een politiek perspectief, een organisatorisch perspectief en een filosofisch perspectief.

Ik denk dat mijn achterban aan mij een slechte vertegenwoordiger had, om te twee redenen: ten eerste deel ik hun kritiek op de koers van GroenLinks niet. Mijn kritiekpunten gingen over de relatie tussen top en basis, het gebrek aan intern debat en kaderopbouw. Daarnaast kan ik beter onderhandelen, gelijkenissen zoeken en mee denken met mensen die ik beter ken en op gelijke voet sta, dan met mensen die ik alleen van TV en nogal naar op kijk.

Daarnaast was er gewoon weg te weinig tijd en verliep het proces chaotisch. We moesten meteen naar de negen, terwijl ik liever even alle rijtjes van de voorzitters naast elkaar had uitgeschreven en opzoek was gegaan naar gelijkenissen. Er was geen ruimte om de manier waarop ik in de groepjes had gewerkt te herhalen.

Ik denk dat mijn groepje dacht dat dit proces gebaseerd was op een idee van vertegenwoordigende democratie (Ik moet hun punten verdedigen), maar mijn houding was veel deliberatiever van instelling (samen na denken over GroenLinks). Ik heb me laten overtuigen van het gepassioneerde betoog van een van de vertegenwoordigers dat GroenLinks meer passie moet hebben, en door diegene die opmerkte dat het hier ging om de campagne en wij niet in de positie waren om kritiek te leveren op de inhoudelijke koers.

Ik was ook zelf niet tevreden over het resultaat, gelukkig had ik in de trein 5 uur de tijd om na te denken over wat er wel uit had moeten komen. (voor diegene die geinteresseerd zijn hoe ik op deze punten ben gekomen, zie bijlage):
1. Horizontaal beter samenwerken (interne netwerken)
2. Verticaal beter samenwerken (relatie top/basis)
3. Buiten GroenLinks beter samenwerken (worteling in de maatschappij)
4. Helderder campagne voeren (betere communicatie & ICT)
5. Assertiever campagne voeren (claim je eigen idealen, issues en successen)
6. Gerichter campagne voeren (richt je op doelgroepen, met name allochtonen)
7. Werk aan een eigen ideologisch profieel (duurzaamheid, solidairiteit en emancipatie)

Maar gelukkig voor diegene die deze bijeenkomst te weinig gericht op de inhoud vonden: we krijgen nog anderhalf jaar de tijd om uitgebreid over de toekomstige idealen van GroenLinks te deliberen!

Download bijlage.xls

De geschiedenis herhaalt zich: PPR en GroenLinks

Van het weekend heb ik het artikel op nl.wikipedia over de PPR geschreven (eigenlijk vertaald van mijn originele en.wikipedia artikel kijk vooral daar die heeft plaatjes!). De PPR lijkt erg op het GroenLinks van nu: het is een opmerkelijk vooruitzicht.

Zowel GroenLinks als de PPR zijn opgericht als een bijwagen van de PvdA, de centrumlinkse machtspartij. De PPR als progressief christelijke bondgenoot. GroenLinks als kleine linkse bondgenoot.
Zo’n 15 jaar na de oprichting van beide partijen en na een electorale neergang (die voor de PPR iets erger was: nog maar drie van de zeven zetels over in 1977) ontstaat er debat over de koers binnen de partij.
Een groep houdt vast aan de originele identiteit (“kritische GroenLinkers” GL of “blauwen” PPR) en zoekt een verhouding met de PvdA die niet meer in het nieuwe politieke krachtenveld past. Veel van deze mensen hebben de PPR (Erik Jurgens en Jacques Aarden, ook de jonge ambitieuze Ad Melkert zat bij deze groep), cq GroenLinks (Leo Platvoet, Joost Lagendijk, Ina Brouwer) opgericht. Dit verklaart ook waarom Platvoet enerzijds kritisch is over de vrijzinnige koers van GroenLinks en toch wil regeren: immers dat niet-vrijzinnige, regierungsfaehige GroenLinks heeft hij ooit opgericht.
Een andere groep is op zoek naar een vernieuwende politieke koers. Voor de PPR zijn dat de groenen (oa Roel van Duyn en Bas de Gaay Fortman), voor GroenLinks zijn dat de vrijzinnigen (Femke Halsema, Mariko Peters, Herman Meijer).
Bij de PPR is er nog een derde groep: de roden die gericht zijn op samenwerking met de kleine linkse PSP, EVP en CPN. Zo’n gevoel van klein linkse eenheid leeft minder: alhoewel er in de Helling ook een artikel verscheen van Ronald Paping die pleitte voor een nieuwe partij links van de PvdA: van de Partij voor de Dieren, GroenLinks en de SP. Anderzijds zijn er diegene die een fusie met D66 voorstaan.
Uiteindelijk “wonnen” de roden en de groenen binnen de PPR en verlieten de blauwen de partij. Later vonden ook de Groenen de koers niet groen genoeg en zouden enkelen van hen via omwegen De Groenen oprichten.
Diegenen die overbleven formuleerden, na een serie verloren verkiezingen een nieuwe strategie: vrolijk links, positief, toekomst gericht. De PPR moest niet langer tobberig, soft en zeurderig zijn maar een eigen vrolijk geluid laten horen. Uiteindelijk fuseerden zij met de PSP, de CPN en de EVP tot GroenLinks.

Houdt de PPR ons een spiegel voor? Qua positionering (afhankelijk van de PvdA), qua dynamiek van het intern conflit (oprichters vs. nieuwkomers) en qua gezocht imago (vernieuwend, vrolijk, links). Zullen de “blauwe” (nu: kritische groenlinkers) GroenLinks verlaten? Wie is dan de Ad Melkert van GroenLinks? Zou GroenLinks net als de PPR alleen nog maar verkiezingen verliezen tot we twee zetels overhouden? En vervolgens gaan fuseren om een nieuwe progressief-linkse of radicaal linkse formatie te vormen?

Ambitie & Alice

Net terug van de eerste bijeenkomst van Project 2008 gecombineerd met een presentatie van de commissie (begeleidingspanel) bij de partijraad.

Aan de ene kant voelde ik me een beetje Alice in Wonderland (waar ben ik terecht gekomen?) aan de andere kant werden vanuit de partijraad veel van dezelfde stappen herhaald: vraag partijraad: waarom kan de samenstelling van de commissie niet anders? De ene helft roept “breder!” De andere helft “smaller!” De ene helft “politieker!” “Neutraler!” “Opener!” “Geslotener!”. Antwoord partijbestuur: wij hebben ons best gedaan een zo breed mogelijke commissie samen te stellen, laat ze alsjeblieft beginnen voor dat 2008 is afgelopen! Dat voelde wel weer fijn bekend. Ik vraag me af hoe op de volgende reguliere vergadering van de partijraad gereageerd gaat worden op het feit dat wel de opdracht van de commissie is aan gepast maar niet de samenstelling. Ik ben bang dat het de relatie tussen partijraad, -bestuur en commissie niet verbeterd.

Overigens Henrike Karreman wees me daar terecht op dat ik op mijn weblog onterecht had geschreven dat ik mij zo verwonderde waarom ik in de commissie ben gekomen: immers ik had zelf een open sollicatie brief gestuurd.

Eind 2006 belde ik Selcuk een bevriend partijbestuurslid over de samenstelling van de commissie. Hij adviseert me om als ik in die commissie zou willen komen ik het best in een brief met CV en foto kan uitleggen waarom dan wel. Overigens toen Selcuk mij vroeg waarom ik in die commissie wou (omdat hij terecht vond dat je er alleen maar in moet gaan als je in die specifieke commissie wilt en niet om je CV te builden) zei ik dat het mijn Aristotelische doel was beginselprogramma’s te schrijven. Ik heb zijn advies opgevolgd en uitgelegd dat ik door mijn werk bij DWARS (coordinator commissie politieke vernieuwing 2006) en op de universiteit (voor Pellikaan partijprogramma’s coderen en bij filosofie afstuderen op GroenLinkse politiek) uitermate geschikt was voor dat werk. Een paar maanden later werd ik tot mijn verbazing gebeld door Bart Snels (hoofd van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks) of ik niet in de commissie wou: natuurlijk!

Het verbaasde mij dat ik op basis van mijn brief nu in een commissie zit met Britta Boehler, Bram van Ojik, Kees Vendrik en Jos van der Lans. Ik was volgens Henrike de enige die brutaal genoeg was geweest om zelf te solliciteren ipv te wachten tot dat je gevraagd werd. Als je niet laat zien wie je bent kan je moeilijk zeuren dat je niet herkend wordt. GroenLinks is juist voortdurend op zoek naar allerlei jong politiek talent.

Op naar de Top!

D66 is klaar voor de klim, aldus hen zelf. Ik wil hier kort even kijken of GroenLinks van D66 kan leren en of D66 wel zo klaar voor de klim als ze zelf zeggen. De D66 commissie maakt 12 observaties, schetst de positie van D66 en stelt 5 projecten voor.

12 observaties, vaak nogal makkelijke schoten voor open doel:

  • 12 jaar regeren kost kiezers. Nou 17 jaar oppositie levert er ook niet veel op zal ik maar zeggen.
  • De positie van D66 in Balkenende II was minder gelukkig. Dat had ik in 2003 ook wel kunnen voorspellen.
  • Het verlies aan lokale vitaliteit tast de partijbasis aan. Ik ben bang dat als GroenLinks zo doorgaat om haar eigen kader van zich te vervreemden zonder aan een nieuw kader te werken wij dit over 4 jaar ook kunnen opschrijven.
  • Niet de bal maar de persoon. In de personalistische democratie die D66 na streeft is op de man spelen onvermijdelijk: lijsttrekkersverkiezingen, haantjesgedrag, celebrity cultuur. Echte democratisering is volgens mij gebaseerd op een proportionele vertegenwoordiging van politieke stromingen en niet een beauty contest tussen Alexander en Lousewies.
  • Regie, coordinate en afstemming is hard nodig. De vraag rijst tussen wie? Bij GroenLinks wordt er op topniveau wat strategisch af beraad, maar er wordt nauwelijks met de basis afgestemd.  Ik krijg het gevoel dat ze bij de Democraten ueberhaupt niet meer met elkaar praten.
  • De regels binnen de partij zijn niet meer van deze tijd. Toevallig gaat GroenLinks ook net naar haar organisatie kijken!
  • De parels voor vernieuwing liggen aan de basis. Afdelingen maar ook de JD moeten volgens D66 gekoesterd worden, als de plaats waar politiek talent ontluikt en kiezers gebonden worden. Zo overnemen!
  • Alexander Pechtold is onze herkenbare leider. Ik dacht dat de kern van de democratie was dat leiderschap altijd onderhandelbaar moet zijn. Bij de democraten niet: er is een leider en die volgen zij allen. Dan vind ik het eigenlijk wel fijn dat er nog aan Femke’s stoelpoten gezaagd wordt.
  • Het debat moet terug in de partij. Bij GroenLinks mist inderdaad hard en diepgaand debat over de vernieuwingen die laatste jaren zijn doorgevoerd.
  • De congressen hebben een belangrijke functie. Ja duh!
  • De fouten uit het verleden zijn erkend. Na 8 verloren verkiezingen zijn bij GroenLinks nog geen conclusies getrokken, geen fouten erkend en geen vernieuwingen doorgevoerd. Van Ojik-I zal hier deels voor zorgen.
  • D66 in de oppositie biedt nieuwe kansen. Ook voor GroenLinks biedt D66 in de oppositie een interessante partner en tegenspeler.

5 aspecten van de liberale visie van D66 zonder dat democratisering, de raison d’etre genoemd wordt overignes:

  • Vertrouw op de eigen kracht van mensen. Erg liberaal, ik wil juist ervoor zorgen dat door herverdeling van kennis, inkomen, macht, arbeid, grondstoffen en vrije tijd iedereen op z’n eigen kracht kan vertrouwen. Ervanuit gaan dat al kan vind ik ronduit naief.
  • Denk en handel internationaal. Ja natuurlijk! Maar hoe en wat?
  • Beloon prestatie en deel de welvaart. Klinkt mooi, maar 1) moeilijk te verenigen met het vertrouwen in de eigen kracht en 2) gaat niet ver genoeg qua herverdeling.
  • Streef naar een duurzame en harmonieuze samenleving. Men vraagt zich af waarom groene en diverse idealen in een zin moeten staan. Hoe hangt dit samen?
  • Koester de grondrechten en gedeelde waarden. Een raar mengsel van liberalisme (grondrechten) en conservatisme (gedeelde waarden). De grondrechten zijn de enige  gedeelde waarden die er toe doen!

5 projecten van D66:

  • Het debat centraal. Door een permanente programmacommissie, platforms (forums), internet peilingen en kenniscentrum moeten D66’er weer gaan debateren. De vraag is natuurlijk of ze dat gaan doen als het geen duidelijk gevolg heeft voor de koers van de partij. Debat is goed, maar zonder handelingen blijft het lucht.
  • Parels aan de basis. Sterke afdelingen adopteren zwakkeren. Ik zou veel liever willen dat GroenLinks landelijk zich meer richt op afdelingen.
  • D66 academie. Een kaderschool net als de VVD, het CDA en de SP hebben. Dat zou GroenLinks zo over moeten nemen.
  • Winnen 15.000. Ledenwerving is voor GroenLinks nog steeds niet echt een probleem: we blijven groeien!
  • Herziening werkwijze. Wat D66 wil is een nieuwe bestuursstructuur zonder zich echt zorgen te maken over de verhouding leden-bestuur-fractie.

All in all D66 heeft een aantal vergelijkbare problemen (verhouding kader-top, verhouding kiezers-partij), een aantal problemen zijn erger (verhoudingen in de top, verhoudingen aan de basis). D66 biedt een flets programma dat niet echt sociaal of liberaal is en ook niet meer radicaal democratisch.  Een aantal van de oplossingen moet GroenLinks ook maar over na denken (meer debat en meer training) maar een aantal oplossingen passen niet bij GroenLinks of onze problemen.

Ik wens ze veel succes bij D66, maar vraag me af of D66 de top ooit zal zien.