Waltmans & progressieve samenwerking

Op 4 mei overleed Henk Waltmans. Waltmans was jarenlang een van de meest invloedrijke leden van de Politieke Partij Radikalen (PPR). Hij gold als een exponent van samenwerking met de PvdA. Zijn politieke biografie zegt veel over de PPR en misschien ook wel over GroenLinks.

In 1968 behoorde Waltmans tot de oprichters van de PPR. Hij was katholiek opgevoed en lid van de KVP. Midden jaren ’60 verliet hij katholieke kerk. Uit onvrede over de voorkeur van de KVP voor samenwerking met de VVD boven de PvdA verliet Waltmans met een groep andere zo geheten Christel-Radikalen de katholieke parij. Hun hoofddoel: een progressieve meerderheid van sociaal-democraten, sociaal-liberalen en een eigen progressief-Christelijke partij. In 1970 wordt Waltmans lid van de Provinciale Staten van Limburg. Een linkse meerderheid is daar nog ver weg. De combinatie van Christelijke partijen haalt 40 zetels en PvdA, D66 en PPR halen 13 zetels. Als de PPR onder leiding van Bas de Gaay-Fortman zeven zetels in de Tweede Kamer haalt, wordt Waltmans Tweede Kamerlid. Waltmans is een bondgenoot van De Gaay-Fortman en voorstander van samenwerking in het kabinet-Den Uyl.

Waltmans voert het woord over Buitenlandse Zaken. Hij is een groot voorstander van Europese integratie en wordt lid van het dan nog indirect verkozen Europees Parlement. Anders dan de leden van de PPR is hij ook voorstander van de lidmaatschap van de NAVO. De relatie tussen Waltmans en de leden is conflictueus. De leden verkiezen de meer links-radicale Ria Beckers boven de meer bestuurlijke De Gaay-Fortman als partijleider. De leden wijzen samenwerking met het CDA af en sluiten daarmee toetreding tot een nieuw kabinet uit. De PPR houdt in 1977 nog maar drie van haar zeven zetels over. Nadat voormalig staatssecretaris Michel van Hulten de Kamer verlaat vanwege een verschil van inzicht over koers van de PPR met Beckers, keert Waltmans terug in de Kamer.

Binnen de PPR ontstaat een discussie over samenwerking. Een groep verkiest samenwerking met de links-socialistische PSP en communistische CPN. De anti-gouvernementele en Euroskeptische PSP en de pro-Russische CPN zijn voor Waltmans geen goede bondgenoten. Hij ziet hen als klein links. Hij prefereert samenwerking met groot links: de PvdA, D66 en de linkse stroming in het CDA. De PPR moet zich richten op een progressieve meerderheid met PvdA en D66 en moet haar deuren openen voor de ontevreden CDA-leden uit de groep ‘Niet bij brood alleen’. Meer dan een inhoudelijk conflict is dit een conflict tussen pragmatisme en idealisme, tussen gelijk hebben en gelijk krijgen en tussen verantwoordelijkheid nemen en getuigenispolitiek. Een groep PPR-leden die dit ook vindt, organiseert zich in de Godebald-groep: hiervan zijn veel bestuurders lid, zoals NOS-voorzitter Erik Jurgens, oud-staatssecretaris Van Hulten, staatsraad Jacques Aarden, burgemeester Jacques Tonnaer en kandidaat-Europees Parlementslid Ad Melkert. Waltmans sluit zich hier als lid van de Tweede Kamer niet bij aan. Formeel kiest de partijtop niet voor linkse samenwerking. Ze hopen dat PPR kan functioneren als brug tussen ‘klein links’ en ‘groot links’.

De leden verkiezen echter klein linkse samenwerking. Electoraal betaalt dat zich niet uit: de PPR haalt in 1982 twee zetels zodat Waltmans uit de Kamer valt. De leden van de Godebald groep verlaten een-voor-een de PPR: Jurgens en Melkert gaan naar de PvdA, Van Hulten naar D66. Waltmans wordt burgemeester van Landsmeer en senator. Na de oprichting van GroenLinks, waarin klein linkse samenwerking vorm krijgt, gaat Waltmans, net als Tonnaer als onafhankelijke burgemeester door. De PPR is volgens hem ‘ten grave gedragen’ en hij had zelf geen politieke bondgenoten meer over en stond dus ‘met lege handen bij de kist’.

1994 en 2012

Al bij het bekijken van de GroenLinks-lijst voor de Tweede Kamerverkiezingen viel me een ding op: de opvallende gelijkenissen en banden met de GroenLinks-lijst uit 1994. Maar tijdens de campagne dringen nog meer analogieën zich op.

Twee referenda
Laten we beginnen met het lijsttrekkersreferendum. Dat was er in 1994 en 2012. In 1994 werd Ina Brouwer gekozen. Ze vormde een koppel met Mohammed Rabbae. Ze won van het koppel Paul Rosenmoller/Leonie Sipkes. In 2012 betrof het referendum de keuze Sap of Dibi.
Sap en Brouwer haalden de slechtste en de een-na-slechtste verkiezingsuitslag in de geschiedenis van GroenLinks en verlieten allebei na deze uitslag de politiek.
Het meest interessante in mijn ogen is de relatie tussen Brouwer en Sap. In 1993 kwam Brouwer in contact kwam met een jonge promovenda, die aan de Universiteit van Amsterdam werkte aan een proefschrift over de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen: Jolande Sap. Ze ontmoette elkaar op een conferentie die Sap had georganiseerd over feministische economie. Brouwer betrok Sap bij de doorrekening van het verkiezingsprogramma van GroenLinks. In 1994 verliet Brouwer de politiek en kwam te werken als directeur emancipatiezaken bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In 1996 kwam Jolande Sap ook te werken bij dat ministerie. Onder anderen als projectleider van het meerjarenbeleidsplan Emancipatie.

Op plek twee stond 1994 Rabbae, de woordvoerder van een generatie Nederlands-Marokkaanse arbeidsmigranten. Hij was de running mate van Brouwer. In 2012 is Dibi de tegenstrever van Sap. Hij is het gezicht van jonge generatie Nederlandse-Marokkanen. Het congres zette hem op plek #10. In beide gevallen deden deze twee Nederlands-Marokkaanse politici onhandige uitspraken die hun partij op achterstand stelden.

Bam! Daar is Bram!
Op plek twee stond in 2012 Bram van Ojik. Van Ojik stond namelijk in 1994 ook al op de lijst. Hij was toen nummer 7 en campagneleider. Hij verloor de verkiezingen en kwam zo net niet de Kamer in. Hij was namelijk al sinds 1993 lid. Van Ojik was afkomstig uit de groene PPR. In 1989 stond hij bekend als een pleitbezorger van het basisinkomen en werd hij woordvoerder landbouw; in 2012 na een periode als ambassadeur en topambtenaar bij BZ, heeft hij ook nog een buitenlandprofiel. Groen, sociaal en internationaal. Een all-round GroenLinkser. In 2012 stond de campagneleider ook op de lijst, Jesse Klaver. En in de diepte moment van de verkiezingsnacht zag het ernaar uit dat ook hij niet in de Tweede Kamer zou komen. Een lijstverbinding zorgde echter voor een restzetel voor Klaver.

Vakbond
Als linkse partij, heeft GroenLinks natuurlijk kandidaten met banden met de vakbeweging prominent op de lijst. Op plek 3 stond in 1994 de jonge charismatische vakbondsvoorzitter Paul Rosenmöller, die voor zijn tweede termijn ging. In 2012 gaat oud-CNV-jongerenvoorzitter Jesse Klaver (#4) op voor een tweede termijn. Op plek 8 stond in 1994 Ineke van Gent, op veel manieren is Linda Voortman (#5) haar opvolger: een Gronings sociaal gezicht met wortels in de FNV, een grote persoonlijke betrokkenheid en wortels in de partij.

Groen
Plek drie is in 2012 voor Liesbeth van Tongeren, de groene topkandidaat. Ook in 1994 was er een heldere groene kandidaat op vijf Marijke Vos. Van Tongeren heeft wortels in GreenPeace, Vos in MilieuDefensie (waar Van Ojik ook voorzitter van was). Maar Van Tongeren heeft (afhankelijk van hoe je telt) elf collega’s op de lijst met een groen profiel: waaronder vijf in de top tien naast Van Tongeren zijn er Grashofff, Van den Berge en De Jonge van Ellemeet. In 1994 waren er misschien twee kandidaten met een groen profiel, terwijl de lijst in 2012 veel groener is.

Eco-liberaal of eco-socialistisch
Voor de verkiezingen van 1994 was er binnen GroenLinks een debat opgekomen tussen zogenaamde eco-liberalen en eco-socialisten. De eco-liberalen waren meer gericht op samenwerking met D66, waren meer marktgeoriënteerd en waren vaak afkomstig uit de PPR. De eco-socialisten waren meer gericht op samenwerking met de SP, waren meer staatsgeoriënteerd en waren vaak afkomstig uit de PSP. De eerste groep noemden we sinds 2005 voorstanders van de middenkoers van Halsema, terwijl de tweede groep zichzelf Kritisch GroenLinks noemde.

Gratis water of geen XTC
De campagne van 1994 stond bekend als de slechtste campagne die GroenLinks heeft gevoerd. Onduidelijkheid over het tweehoofdige leiderschap van de partij droegen hieraan bij maar zeker ook een aantal incidenten zoals een door GroenLinks georganiseerd house feest. 3000 jongeren feesten tot diep in de nacht op kosten van GroenLinks. Volgens partijbestuurder Van Poelgeest zou hier geen XTC genomen worden. Natuurlijk vonden journalisten vonden dat wel. Tijdens de campagne van 2012 was er na enige media-aandacht voor het voorstel voor GroenLinks om gratis kraanwater te schenken in de media een heksenjacht naar flesjes water bij GroenLinks. In het bijzonder in het campagnecentrum waar net als in 1994 groepen jonge GroenLinksers nachten wakker bleven. Na de campagne van 1994 werd er geëvalueerd: de conclusies waren dat de interne strijd binnen GroenLinks over het lijsttrekkerschap grote onduidelijkheid over het leiderschap had geschapen. Daarnaast waren de verschillen met D66 niet voldoende duidelijk geworden.

Toekomstbeeld
De commissie-Van Dijk zal haar eigen conclusies trekken uit de uitslag. Maar de uitslag van 1994 laat zien dat een slechte uitslag niet het bestaansrecht van de partij hoeft aan te tasten. In het Paarse kabinet voerden PvdA en VVD een ongekend rechts bezuinigingsbeleid met weinig oog voor groen. GroenLinks voerde daar onder de charismatische Rosenmöller herkenbare oppositie tegen. Herkenbaar groen en sociaal, haalde GroenLinks vier jaar later de beste uitslagen uit haar geschiedenis: GroenLinks verdubbelde in 1998 het aantal Tweede Kamerzetels, won bij de gemeenteraadsverkiezingen, haalde ongekend goede uitslagen in de Europese en Provinciale Statenverkiezingen.

Stem Wijzer voor de GroenLinks-Lijst

Daar is hij dan weer! De kandidatenlijst van GroenLinks! En dan dus uiteraard ook weer de stemwijzer kieswijzer. Welke profiel heeft jouw ideale kandidaat? En hoe zwaar telt het advies van de kandidatencommissie? En dan krijg je een advieslijst van 1 tot 25. Zet jij de betrouwbare Bram op #2, kies je Klaver, is het het liefst Linda, of natuurlijk Niels?

Hoe werkt dit? Beantwoord de vragen door een 1 op de plek van het antwoord te zetten in de groene vakjes deze .xlsx in de rode vakjes krijg je een ordening van 1 tot 25.

Ik hoor vooral graag wat jullie ervan vinden!

725 and counting

725 blogs heb ik geschreven in de laatste vijf jaar. Dat is wel heel veel. Wat is de centrale boodschap? Wat zijn de beste stukjes? Ik schrijf over vier (aan elkaar gerelateerde) onderwerpen: GroenLinks, Nederlandse politiek, politieke filosofie en politieke fictie. In mijn ogen heb ik daar wel een consistente lijn in: vanwege mijn eigenzinnige links-liberale politieke filosofie voel ik me verbonden met de progressief-linkse partij GroenLinks die een bijzondere plek in het politieke landschap heeft. De vijf artikelen met een (*) worden bijzonder aangeraden.

1. GroenLinks
GroenLinks is gevormd als een fusie van de links-socialistische dissidentenpartij PSP, de proto-groene PPR, de communistische emancipatiepartij CPN en de progressief-Christelijke EVP. GroenLinks lijkt ideologisch sterk op de PPR, maar heeft veel oud-PSP’ers in zijn gelederen, heeft een vergelijkbare ontwikkeling doorgemaakt als de Deense PSP en heeft een vergelijkbare partijcultuur als de PSP. Van de CPN is weinig zichtbaar. De naam GroenLinks was een compromis tussen de PPR-leden die een vernieuwende groene beweging wilden vormen en de PSP-leden die machtsblok links van de PvdA wilde vormen. Het groene profiel van GroenLinks was deels een strategische zet (* – luister ook naar dit debat op radio 1). Het progressieve profiel dat GroenLinks zich in de laatste jaren heeft aangemeten staat in spanning en in lijn met de vrijzinnig-Christelijke en links-socialistische traditie waar GroenLinks uit voorkomt. Het progressieve profiel van GroenLinks is deels gekomen door een veranderende politieke realiteit, maar is ook aangemeten om GroenLinks een geloofwaardige coalitiepartner te maken. De opvallendste draai: GroenLinks was de grootste tegenstander van Paars maar nu de partij van Paars+.

De discussies binnen GroenLinks gaan vaak over samenwerking met andere linkse partijen, terwijl andere partijen niet noodzakelijkerwijs met GroenLinks willen. GroenLinks is een van de weinige groene partijen in Europa die nog niet heeft geregeerd. En hoewel, GroenLinks nog nooit aan de macht geweest is, zijn de schandalen van de laatste jaren, schandalen van de macht. GroenLinks moet niet gaan regeren met CDA, VVD en D66 of toch wel?

GroenLinks wordt soms verweten een moraliserende elitepartij te zijn, dat lijkt me niet het geval: GroenLinks is een radicale systeempartij (*). Ik heb het GroenLinks-prisma ontwikkeld om na te denken over de positionering van GroenLinks op verschillende onderwerpen: democratie, kunst, sport en veiligheid. GroenLinks moet haar Kamerleden balanceren tussen groene Europarlementariers, tolerante Senatoren en linkse Tweede Kamerleden.

GroenLinks moet zich niet richten op het electorale midden. GroenLinks is uitgesproken sociaal, tolerant en groen, maar op ieder van die onderwerpen niet de meest uitgesproken partij. GroenLinks moet zich als groene partij profileren en niet als tolerante partij. GroenLinks moet meer oog hebben voor de dagelijkse problemen van gewone mensen.

In de politiek worden, de cruciale beslissingen genomen door de mensen achter de schermen en daar lijkt politiek verdacht veel op het echte leven.

2. Politiek
Het Nederlandse politieke landschap is aan verandering onderhevig: wat ooit links was, is nu rechts en vice versa. Maar die analyse is misschien iets te simplistisch: er ontstaat een nieuwe tegenstelling over economische en Europese onderwerpen tussen progressief en populistisch, terwijl de links/rechts tegenstelling steeds meer gaat over culturele onderwerpen (naast economische en ecologische) (*). En juist progressieven moeten kiezen tussen links en rechts. Dat populisme is niet nieuw: zowel de sociaal-democraten als Christen-democraten hebben hun wortels als populistische bewegingen

3. Politieke filosofie
Centraal in mijn politieke filosofie staat het socratische idee van aporeia. De erkenning dat we fundamentele kennis missen. Ik noem mijn filosofie daarom ook wel epistemisch liberalisme: omdat we het niet eens zijn wat het goede leven is, moeten we kiezen voor een neutrale overheid (*); omdat er inkomen is dat niemand verdiend heeft, moeten we kiezen voor verdelende rechtvaardigheid (*); en omdat we het niet eens zijn over wat rechtvaardig is, moeten we kiezen voor een democratische overheid. Dat idee van aporeia moet ik wel iets nuanceren als ik geloof in mijn eigen ethische normen.

Op culturele thema’s ben ik uitermate liberaal: juist omdat godsdienst meer is dan een mening, hecht ik aan godsdienstvrijheid en daarom ben ik bijvoorbeeld voor het verbod op ritueel slachten, maar juist tegen een verbod op het rijden door rouwstoeten. Als liberaal ben ik skeptisch over een idee als de ‘ontspannen samenleving‘, omdat dit utilisitsch en niet liberaal isPaternalistisch optreden van de overheid is alleen maar gerechtvaardigd om individuele vrijheid te vergroten. Zo zijn herkenbare homoseksuele rolmodellen goed voor homo-emancipatie. We moeten oppassen voor diegenen die ons met kleine stootjes de juist kant op willen sturen, want wie bepaalt waar heen we gestuurd worden? Ook op sociaal-economische onderwerpen, moet neutraliteit uit het uitgangspunt zijn.

Ik beschouw mijzelf als heel links, maar ik ben daarom tegen het minimumloon, tegen het aanpakken van topinkomens en tegen kunstsubsidie (daarover heb ik niet altijd even subtiel geschreven). Ik ben voor privatisering van de publieke omroep, van het onderwijs (dat moet overigens gericht worden op individuele ontplooing) en van de zorg. Al die (links-)liberale verhalen ten spijt, betekent dat niet dat ik me niet ook verbonden voel met het socialisme. Want uiteindelijk zijn socialisten consequente liberalen.

Ook milieubeleid is uiteindelijk liberaal gerechtvaardigd, dat geldt zeker voor dierenrechten. Overheidsingrijpen is voor milieubescherming wel noodzakelijk, daarbij zou ik kernenergie niet uitsluiten.

Ik heb de laatste tijd ook geschreven over veiligheid: ik vind straffen vanwege vergelding barbaars en zie meer in herstelrecht en in grotere openbaarheid van het strafproces. Als liberaal ben ik een groot voorstander van liberale democratie en dus tegen radicale democratie (en dat zou GroenLinks ook moeten zijn).

Het is filosofisch toch het leukste om een verhaal van iemand anders uit te pellen en de interne contradicties weer te geven: neem Dick Pels over het basisinkomen of Rutger Claassen over de consumptiemaatschappij. FIlosofisch gezien heb ik niets met Nietzsche, die wel hecht aan vrijheid, maar niet aan gelijkheid en met mensen die vinden dat je alles correct moet spellen.

4. Politieke fictie
Ik vind politieke fictie fascinerend. Ik onderscheid hierbij drie genres: science fiction, wat een mogelijkheid geeft tot social science fiction het uitwerken van politieke utopieen. Mooi gedaan in Star Trek: Deep Space Nine. Politiek drama, wat de mogelijkheid geeft om politiek achter de schermen te laten zien. The West Wing kwam wel heel dicht bij de werkelijkheid. En alternative history: een kleine stap had de geschiedenis van GroenLinks een heel andere kant op kunnen sturen.

En als we het dan toch over fictie hebben, minder politiek, maar niet minder geniaal, Wes Anderson: “When one man, for whatever reason, has an opportunity to lead an extraordinary life, he has no right to keep it to himself

Wat is er overgebleven van de CPN in GroenLinks?

GroenLinks is gevormd als een fusie van vier partijen: de links-socialistische dissidentenpartij Pacifistisch-Socialistische Partij, de progressief-Christelijke groene partij Politieke Partij Radikalen, de Communistische Partij Nederland en de Evangelische Volkspartij. Die eerste twee partijen zijn duidelijk te herkennen in het huidige GroenLinks: GroenLinks heeft de partijcultuur van de PSP geërfd (‘discussiepartij‘) en de standpunten van de PPR (‘groen, solidair, libertair‘). De Evangelische Volkspartij sloot zich pas relatief laat bij de fusie aan, maar is nog steeds helder herkenbaar door de Linker Wang. Rest de vraag: wat kunnen we herkennen van de CPN in GroenLinks?

Leninisme, Moskou en anti-fascisme
De Communistische Partij Nederland is gevormd in 1909, acht jaar vóór de Russische revolutie, als Sociaal-Democratische Partij. Binnen de grote sociaal-democratische beweging Sociaal-Democratische Arbeiderspartij was er felle discussie tussen reformisten, die zich wilden richten op een parlementaire strategie en revolutionairen, die geloofden dat het parlementaire werk de onvermijdelijke arbeidersrevolutie slechts zou vertragen. De revolutionairen splitsten zich af. In 1918 veranderde de partij haar naam in Communistische Partij Holland, sloot zich aan bij de door Moskou geleide Communistische Internationale en onderschreef ze een leninistische maatschappijvisie.

Gedurende de jaren ’30 ontwikkelde de CPH (sinds 1937 Communistische Partij Nederland, CPN) een anti-fascistisch profiel. Tijdens de bezetting namen veel communisten deel aan het verzet: ze organiseerden de Februaristaking. De illegale communistische krant De Waarheid, was een van de voornaamste gezichten van het verzet.
Na de oorlog werd de CPN beloond met 10% van de stemmen. De CPN was een partij van de arbeidersklasse die sterk stond in de arme landbouwgebieden in het Noorden en de volkswijken in Westelijke steden. Uiteraard onderschreef de CPN een marxistische maatschappijanalyse waarbij de bourgeosie, de bezittende klasse, de arbeidersklasse, het proletariaat, onderdrukte. De maatschappij was misschien de jure democratisch, maar de economische ongelijkheid hield de facto de arbeidersklasse geknecht. In de dagelijkse politiek richtte de partij zich op de verbetering van de materiële positie van de arbeidersklasse onder de paradoxale leus “hogere lonen, lagere prijzen” en op de versterking van de vakbond. De partij streed voor de onafhankelijkheid van Indonesië, verketterde de rol van Amerika in de internationale politiek (denk aan kernbewapening en blokvorming) en vergoeilijkte de rol van Moskou (haar bewapening en blokvorming waren een reactie tegen de imperialistische politiek van het Westen). Vanwege haar verzetsverleden was de partij fel anti-fascistisch en verzette ze zich tegen anti-semitisme. Ook was de partij hierom fel anti-Duits. De partij maakte zich grote zorgen over ‘West-Duits revanchisme’, dat Duitsland haar gelijk na de oorlog nog wel zou komen halen. De CPN was democratisch centralistisch georganiseerd: de beslissingen werden genomen aan de top, met name door partijleider Paul de Groot. Vervolgens werd de rest van de partij aan deze beslissingen gebonden. Toen de Koude Oorlog langzaam opwarmde eind jaren ’40 kwam de CPN in een steeds geïsoleerdere positie te staan: in politiek opzicht maar ook electoraal nam de steun voor de communisten gestaag af.

Marxisme, feminisme en anti-Amerikanisme
Eind jaren ’60, de periode van de universiteitsbezettingen, nam de populariteit van de CPN toe. Een deel van de studenten sloot zich aan bij de CPN, omdat dit de partij was van de arbeidersklasse. De partij koos de kant van de studenten in de discussies over democratisering. De CPN verzette zich daarnaast consequent tegen het Amerikaans buitenlands beleid: kernbewapening, Vietnam, en de steun voor Apartheid.

Met deze studenten kreeg de CPN een energieke nieuwe generatie in haar midden. Marius Ernsting is zo’n figuur: hij was een voorman van de anarchistische Kabouterbeweging geweest maar werd daarna Kamerlid voor de CPN. De studenten die zelf streden voor radicale democratisering, sloten zich aan bij een partij die intern niet democratisch was. In jaren ’80 werd de partij intern gedemocratiseerd: Paul de Groot, de grote man van de CPN tot de jaren ’70, verloor al in 1978 zijn erevoorzitterschap.

Het profiel van de CPN draaide: maatschappelijke democratisering maar ook emancipatie kwamen hoger op de agenda te staan. De partij voegde feminisme toe aan haar uitgangspunten, naast marxisme. De rigide marxistische maatschappijanalyse werd gemakkelijk naar man-vrouw-, allochtoon-autochtoon- en homo-hetero-verhoudingen vertaald: mannen, hetero’s en autochtonen onderdrukte vrouwen, homo’s en allochtonen, zoals de bourgeoisie het proletariaat onderdrukte. In de egalitaire samenleving die de CPN nastreefde moesten ook deze machtsongelijkheden vereffend worden. Zoals de strijd voor de positie van arbeiders een strijd van een groep was, zag de CPN de strijd van homo’s, vrouwen en migranten in termen van groepen, niet individuen. De partij koos in 1981 voor drie heldere speerpunten: een sterke overheid die het opnam voor de arbeidersklasse, verzet tegen kernbewapening en maatschappelijke democratisering, inclusief gelijkberechtiging van vrouwen, homo’s en migranten. De CPN was deels veranderd, maar bleef ook haar communistische wortels trouw: nog in 1989 waren er CPN-vertegenwoordigers bij de viering van 40 jaar DDR in Berlijn.

De generatie jonge studenten bleek een Trojaans Paard: deze stonden ver af van de leefwereld van de arbeidersklasse. Terwijl volkswijken in rap tempo verkleurden, pleitte de CPN voor de rechten van migranten, homo’s en vrouwen. De Socialistische Partij voelde dit beter aan en verzette zich juist tegen feminisme en arbeidsmigratie. Electoraal ging de CPN erop achteruit. In reactie koos ze voor versterkte samenwerking met linkse intellectuele partijen als PSP en PPR in raden en staten, en in het Europees Parlement. Hierachter zat een electorale logica maar ook een inhoudelijke: nu de CPN van een Stalinistische partij een linkse emancipatiepartij was geworden, waren de verschillen met de PSP en de PPR verdwenen. In 1986 verloor de CPN al haar zetels in de Tweede Kamer en drie jaar later ging ze op in GroenLinks.

Linkse emancipatiepartij
Wat is er over van de CPN in het huidige GroenLinks, een links-liberale intellectuelenpartij? Zeker in de eerste jaren waren er veel CPN’ers op prominente plekken: in 1994 waren de partijvoorzitter (Harrewijn) en de lijsttrekkers bij de Tweede Kamer- (Brouwer) en de Europees Parlementsverkiezingen (Van Dijk) oud-communisten. Veel prominente migrantenpolitici (Singh Varma en Pormes) kwamen voort uit de CPN. Tot 2010 hadden er twee Eerste Kamerleden een CPN-achtergrond (Laurier en Van der Lans). Maar de plek waar de CPN het best vertegenwoordigd is geweest is onder partijbestuurders: van de negen partijvoorzitters van GroenLinks komen er vier voortuit de CPN. Het CPN-electoraat had de CPN al verloren, maar dat heeft GroenLinks ook niet terugveroverd. De SP en de PVV doen het nu sterk in traditionele CPN-wijken.

Programmatisch gezien lijkt er weinig over van de CPN in het huidige GroenLinks: het hervormingsgezind-sociale economische verhaal van GroenLinks staat veraf van het programma van de CPN. Je zou nog kunnen zeggen dat GroenLinks met haar nadruk op de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt en haar pleidooi voor een gelijkere positie van outsiders de doelen van de CPN nastreeft, maar de middelen die ze in discussie heeft gekozen (een harde aanval op de vakbeweging en de gevestigde rechten) past niet bij de CPN. Maar ook op internationaal terrein lijken de twee partijen nauwelijks op elkaar: GroenLinks wil dat de internationale gemeenschap optreedt om mensenrechten te beschermen, terwijl de CPN het optreden van het NAVO-blok veroordeelde, omdat dit altijd het eigenbelang van het Westen zou dienen. Alleen op cultureel vlak vertonen de CPN en GroenLinks een sterke gelijkenis: beide partijen zetten zich in voor emancipatie van vrouwen, homo’s en migranten. Maar zelfs hier is het onderscheid tussen de CPN en GroenLinks groot: de CPN legde de nadruk op groepssolidariteit, anti-discriminatie en sociaal-economische achterstelling en GroenLinks heeft veel meer oog is voor individuele vrijheid, vrijheid van godsdienst en de onderdrukking binnen groepen.

Partij van de Toekomst kijkt terug naar haar verleden

GroenLinks is bij uitstek de partij voor de toekomst, maar soms moet je terugkijken om weer vooruit te kunnen. Tijdens de eerste bijeenkomst van de collegereeks over het gedachtegoed van GroenLinks keken vier partijleden die betrokken waren bij de oprichting van GroenLinks terug naar het verleden. Wat kan GroenLinks leren van haar oprichters?

Communisten & Feministen

Herman Meijer was uitgenodigd om iets te vertellen over de Communistische Partij Nederland (CPN). Hij maakte duidelijk dat de partij eind jaren ’70 afscheid nam van haar Stalinistische verleden. Binnen de CPN was het Stalinisme vertegenwoordigd door Paul de Groot: ‘De Groot was erevoorzitter van de CPN, nadat hij jarenlang ‘gewoon’ voorzitter was geweest. Hij was een klassieke Stalinist. Zowel in zijn interne partijoptreden als in zijn paranoïde inslag.’ Na het aftreden van De Groot veranderde de CPN. Meijer schreef mee aan het partijprogramma van de CPN: ‘Het was een radicale oproep tot volstrekte democratisering van de hele Nederlandse maatschappij, tot op het diepste niveau, ook in economisch opzicht. Marxisme en feminisme werden als gelijkwaardige inspiratiebronnen gezien. De CPN was de meest feministische partij van Nederland.’

Volgens Meijer kan GroenLinks van de CPN leren om een gezond en goed geformuleerd anti-kapitalisme te koesteren: ‘We moeten een diepgravender, analytischer en intelligenter verhaal hebben over de bankencrisis, wat dat te maken heeft met de liberalisering van de geldmarkt en zo verder. Dat is ver voorbij het banale anti-kapitalisme: “Jullie zijn rijk en wij niet en dat is niet eerlijk.” Dat is ook wel zo, maar we kunnen daar een eind voorbij.’

Meijer ziet wel wat in linkse samenwerking: ‘Voor de verkiezingen moeten linkse partijen op een aantal punten kunnen overeenstemmen: wat we nu nodig hebben is een regering die pro-Europees is, een ruimhartig immigratiebeleid voert en die zorgt voor een grotere inkomensgelijkheid, tegen bonussen en al die shit. Ik zou het programma zo kunnen schrijven.’

Pacifisme, socialisme en milieu

Meijer was tot 1974 lid geweest van de Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP), een andere oprichter van GroenLinks: ‘Wat mij tegenviel in de PSP, was dat de partij een buitengewoon moeizaam bestaan had. In Delft [waar Meijer woonde – SO] had de partij maar een paar leden en die waren altijd aan het tobben. Het was niet zo’n gelukkig clubje.’ Alexander de Roo, de vertegenwoordiger van het PSP-smaldeel, beaamt dat de PSP slecht was georganiseerd: ‘Ik ben in 1974 lid geworden van de PSP in Delft. Ik heb een maand nodig gehad om lid te worden. Die club was behoorlijk onvindbaar. Ik ben lid geworden vanwege de kernenergie. Er was een grote demonstratie in Kalkar tegen de opwekkingscentrale en Bram van der Lek, PSP-Kamerlid riep: “De technici moeten hun werk overdoen.” Dat sprak mij aan.’

De Pacifistisch-Socialistische Partij stond bekend vanwege haar pacifisme. De Roo nuanceert dat beeld: ‘Het pacifisme van de partij was nooit absoluut. In de jaren ’70 was er een felle discussie: wat doen we met geweld van bevrijdingsbewegingen? Dat accepteerden we. Het pacifisme van de PSP was veel meer een politiek pacifisme. We verzetten ons tegen de NAVO, dat was een identiteitspunt bij de PSP. GroenLinks worstelt nu nog steeds met militaire interventies. Zodra geweld ter sprake komt hebben we het daar moeilijk mee. Die aandacht voor wat er gebeurt in landen om ons heen, dat was heel kenmerkend voor de PSP.’

De Roo, die als samenwerker te boek stond in de PSP is ook voorstander van progressieve samenwerking: ‘In Duitsland heb je rood-groene samenwerking. Dat is daar een begrip. De meest natuurlijke partner voor GroenLinks is de PvdA. Samsom heeft zelfs ooit geprobeerd om kandidaat voor GroenLinks te worden. We moeten een akkoord sluiten met de PvdA en dan kijken of de SP en D66 aan willen sluiten.’

Groen en libertair

Wim de Boer sprak namens de Politieke Partij Radikalen (PPR): ‘Bij de PPR stonden, onder andere, het serieus nemen van het milieu en de duurzame economie in al haar facetten centraal.’ De partij nam het ook op voor een eerlijkere verdeling van werk en inkomen. Bovendien kenmerkte de partij zich door een libertaire en niet-dogmatische manier van handelen. ‘Dat was de PPR en ik heb glimlachend in de trein vastgesteld dat dat voor mij nog geen spat veranderd is, voor die waarden sta ik nog steeds.’

De Boer was betrokken bij de vorming van GroenLinks. Als lid van de ‘bende van drie’ had hij de onderhandelingen op een cruciaal moment vlot getrokken. Zonder toestemming onderhandelden drie oud-partijbestuurders van de PPR toch met de CPN en de PSP, terwijl het PPR-bestuur zich had teruggetrokken uit de onderhandelingen. Zelf had hij zich in de onderhandelingen één doel gesteld: ‘Wat ik eruit zal slepen is de naam ‘GroenLinks’. Die naam had nog heel wat voeten in de aarde. Zonder ‘groen’ kreeg je met de PPR geen akkoord. GroenLinks dekt precies de lading. Voor mij zijn groen en links onlosmakelijke aan elkaar verbonden: zonder progressieve politiek krijg je geen goed milieubeleid en zonder milieubeleid krijg je geen duurzame samenleving.’

Je zou kunnen stellen dat qua politiek programma GroenLinks nu het meest op de PPR lijkt, maar De Boer nuanceert dat beeld: ‘Ik ben niet de man van de politieke programma’s. Ik heb ze geschreven, ik heb ze vastgesteld, ik heb er urenlang over zitten vergaderen. De praktijk is dat als een programma is aangenomen het dan verdwijnt in een la en je er er nooit meer naar kijkt. Wat ik belangrijk vind is dat de waarden van de PPR diepgeworteld zijn binnen GroenLinks. Ze krijgen wel een nieuwe vorm. Op grond van nieuwe inzichten kan ik tot een andere beslissing komen. Ik vind het belangrijk dat iedere GroenLinkser glashelder heeft voor welke waarden wij staan. Als hij dat weet dan komen die politieke keuzes vanzelf tot stand.’ De Roo: ‘Qua programma lijkt GroenLinks het meest op de PPR en toch is het een heel andere partij geworden. De partij heeft een veel bredere uitstraling. De partij is meer dan de som der delen. Er ligt nu meer nadruk op het groene, daarmee heeft de partij iets nieuws aangesproken.’

Christelijk dus progressief

Cor Ofman was de laatste voorzitter van de Evangelische Volkspartij (EVP) en de eerste EVP’er op de eerste lijst van GroenLinks (plaats #11). ‘De EVP was een klein clubje. De EVP is ontstaan uit CDA’ers die een andere koers wilden. We hoopten de dissidenten uit het CDA, een stuk of tien Kamerleden, mee te krijgen.’ Maar die bleven in het CDA, ze zeiden: ‘als 90 procent van de achterban toch conservatief blijft dan kan je er moeilijk uitstappen.’ De EVP had drie kernpunten: ‘vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping. Ook binnen die kerken speelden die trits heel sterk een rol. De partij was tegen de plaatsing van kruisraketten. Ze stond voor een economie van het genoeg en het recht van de arme en de vreemdeling. We hadden een eigen interpretatie van Bijbelse normen en waarden: christelijk dus progressief.’

De Boer vraagt Ofman: ‘Ik heb nooit begrepen wat jullie verhinderde om jullie doelstellingen in de PPR te realiseren. Was dat alleen omdat het woord ‘bijbel’ niet gebruikt werd? De PPR is oorspronkelijk voortgekomen uit Christen-Radicalen.’ Ofman: ‘Het christelijke was tamelijk verwaterd in de PPR. De PPR was libertairder, de EVP was minder individualistisch. Ook GroenLinks is liberaal. Ik zou ook wel wat meer uitstraling willen zien richting een kerkelijke achterban. Als ik op zondag mijn verhaal houdt, denk ik vaak, waarom komen die mensen nou niet bij GroenLinks terecht, terwijl ze al afscheid hebben genomen van het CDA? Ze zijn op zoek naar een partij met een sociaal gezicht, maar die ook oog heeft voor spiritualiteit.’